Terug

2018_CBS_05440 - Omgevingsvergunning - OMV_2018037361. Corneel Franckstraat 90 . District Deurne - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 15/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05440 - Omgevingsvergunning - OMV_2018037361. Corneel Franckstraat 90 . District Deurne - Goedkeuring 2018_CBS_05440 - Omgevingsvergunning - OMV_2018037361. Corneel Franckstraat 90 . District Deurne - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

26 april 2018

22 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - Eandis / IMEA

26 april 2018

14 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - FOD Mobiliteit en Vervoer - Dienst Luchtvaart

26 april 2018

Geen tijdig advies ontvangen

Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan


Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ mobiliteit

26 april 2018

15 mei 2018

DL adresbeheer (huisnummers)

26 april 2018

27 april 2018


Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

           De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)

    De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend punt:
    • Er is geen regenwaterput van 5.000 liter voorzien zoals opgegeven in het hemelwaterformulier.
  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
     
    De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
     
    De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)

    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)

    De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
    • Artikel 29 Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen: de fietsenberging is niet conform de voorschriften ingericht;
    • Artikel 30 Autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen: er zijn geen parkeerplaatsen voorzien;
    • Artikel 34.3.3 Stabiliteit en scheidingsmuren: de minimale opstand bedraagt 0.20 meter < 0.30 meter;
    • Artikel 38 Groendaken: er is geen groendak voorzien.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
     
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
     
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
     
    De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

Uit lezing van de plannen blijkt dat deze niet voldoen aan artikels 29, 34 en 38 van de bouwcode.

De fietsenberging heeft een oppervlakte van slechts 6,5 m². Conform artikel 29 van de bouwcode zou deze oppervlakte minimaal 6 x 1,5m² = 9m² moeten bedragen. uit de plannen blijkt echter ook dat de fietsen opgehangen zullen worden waardoor de afwijkende oppervlakte gerechtvaardigd en aanvaard kan worden. Er kan in toepassing  van artikel 3 van de bouwcode een afwijking op artikel 29 toegestaan worden.

Verder dient er opgemerkt te worden dat er bij de nieuwe scheidingsmuren geen opstand van 30 cm aanwezig is ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak (artikel 34 bouwcode). Op de plannen wordt het nieuwe dak van het rechtse pand tevens niet voorzien van een groendak (artikel 38). Het aanleggen van een groendak zal als voorwaarde bij de vergunning opgenomen worden. Een opstand van 30 cm conform artikel 34 van de bouwcode is niet vereist indien tussen de scheidingswand en de vegetatie van het groendak een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed wordt voorzien.

Ook dit zal als voorwaarde bij de vergunning opgenomen worden.

Functionele inpasbaarheid

Het perceel is gelegen in een woonzone zoals bepaald in het gewestplan. Voorliggende aanvraag betreft het oprichten van een meergezinswoning. Deze functie is verenigbaar met de bestemming van de zone. De betreffende omgeving kenmerkt zich bovendien door de aanwezigheid van zowel eengezins- als meergezinswoningen. De voorgestelde functie is hiermee verenigbaar.

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging. Er worden 3 wooneenheden voorzien in dit project.

Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1/woning.

De werkelijke parkeerbehoefte is 3.

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:

‘Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten. ’

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 3.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 3 – 0 = 3 .

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 3 plaatsen.


Fietsvoorzieningen:

Er zijn 3 appartementen met telkens 1 slaapkamer voorzien.

In totaal moeten er 6 fietsstalplaatsen voorzien worden in het gebouw:

3 x (1 slaapkamer + 1) = 6

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Het nieuwbouwvolume bestaat uit 3 bovengrondse bouwlagen. Per bouwlaag wordt 1 woongelegenheid voorzien. Het nieuwe volume refereert zowel voor wat betreft het aantal bouwlagen als voor wat betreft de bouwdieptes naar deze van de aanpalende bebouwing en kan ruimtelijk aanvaard worden.

Visueel-vormelijke elementen

Voor de materialisatie van het volume wordt gekozen voor een gevelafwerking in witte bepleistering met op het gelijkvloers een beperkte plint in blauwe steen. Het schrijnwerk wordt voorgesteld in zwart pvc.

De omgeving wordt echter gekenmerkt door de aanwezigheid van (voor)gevels in metselwerk in de tinten rood tot bruin. De voorgestelde witte bepleistering verwijst noch in kleur, noch in materiaal naar het voorkomende straatbeeld. Om die reden zal bij de vergunning als voorwaarde opgelegd worden om de voorgevel af te werken in metselwerk in een kleur die vaker voorkomt in het straatbeeld. In de praktijk zal dit rood of roodbruin metselwerk zijn.

Hoewel de gevelgeledingen  voor de aparte panden in deze straat zeer variëren (grote en kleine gevelopeningen, horizontale en verticale raamopeningen), zijn de gevelopeningen van de verschillende bouwlagen meestal wel op elkaar uitgelijnd en wordt meestal ook een symmetrie toegepast.  Dit resulteert in een evenwichtige gevel wat op zijn beurt bijdraagt tot een rustig straatbeeld. In deze aanvraag verspringen de gevelopeningen echter vanaf de eerste verdieping. Het is wenselijk  om ook hier een symmetrische gevel te voorzien. Deze symmetrie kan gerealiseerd worden door de ramopeningen minstens op elkaar uit te lijnen. Deze aanpassing zal als voorwaarde bij de vergunning op te nemen. De aanpassingen zullen eveneens in rood aangeduid worden op de voorgeveltekening. Mits rekening te houden met deze voorwaarden kan de aanvraag aanvaard worden.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Mits voldaan aan de gestelde voorwaarden, voldoet de aanvraag aan de actuele eisen inzake veiligheid en woonkwaliteit.

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

Voorwaarden

  1. de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  2. te voldoen aan artikel 38 van de bouwcode en het platte dak an te leggen als groendak;
  3. te voldoen aan artikel 34 van de bouwcode door een niet-brandbaar strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30cm breed te voorzien tussen het de scheidingswand en de vegetatie;
  4. na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  5. de voorgevel af te werken in metselwerk in rood of roodbruin;
  6. de raamopenigen uit te voeren zoals in rood aangeduid op de geveltekening;
  7. een regenwaterput van 5.000 liter voorzien zoals opgegeven in het hemelwaterformulier.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

30 maart 2018

Volledig- en ontvankelijk

26 april 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

25 juni 2018

Verslag GOA

11 juni 2018

naam GOA

Helia Dezhpoor

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

0

0

0

0

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018037361

Gegevens van de aanvrager:

de heer CONSTANTIN DIGULESCU met als adres Frans Beirenslaan 97 bus 1 te 2150 Borsbeek

Ligging van het project:

Corneel Franckstraat 90 te 2100 Deurne (Antwerpen)

Kadastrale gegevens:

afdeling 31 sectie B nr. 349H9

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

bouwen van een appartementsgebouw met drie entiteiten


Omschrijving
aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • Geen wegens braakliggend terrein

Laatst vergunde toestand

  • Geen wegens braakliggend terrein

Bestaande toestand

  • Braakliggend terrein

Inhoud van de aanvraag

  • bouwen van een meergezinswoning met drie appartementen en drie bouwlagen onder plat dak;
  • de gelijkvloerse bouwdiepte bedraagt 13 meter en varieert op de verdiepingen van 13 meter naar 11.35 meter tegen de rechter perceelgrens;
  • de kroonlijsthoogte bedraagt 8.95 meter;
  • op het gelijkvloers wordt er een fietsenberging ingericht;
  • elk appartement wordt voorzien van een buitenruimte;
  • de gevels worden uitgevoerd in een witte bepleistering en zwart pvc buitenschrijnwerk.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;
  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • te voldoen aan artikel 38 van de bouwcode en het platte dak an te leggen als groendak;
  • te voldoen aan artikel 34 van de bouwcode door een niet-brandbaar strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30cm breed te voorzien tussen het de scheidingswand en de vegetatie;
  • na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  • de voorgevel af te werken in metselwerk in rood of roodbruin;
  • de raamopenigen uit te voeren zoals in rood aangeduid op de geveltekening;
  • een regenwaterput van 5.000 liter voorzien zoals opgegeven in het hemelwaterformulier.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.