Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
26 april 2018 |
22 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - Eandis / IMEA |
26 april 2018 |
14 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - FOD Mobiliteit en Vervoer - Dienst Luchtvaart |
26 april 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
26 april 2018 |
15 mei 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
26 april 2018 |
27 april 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
Uit lezing van de plannen blijkt dat deze niet voldoen aan artikels 29, 34 en 38 van de bouwcode.
De fietsenberging heeft een oppervlakte van slechts 6,5 m². Conform artikel 29 van de bouwcode zou deze oppervlakte minimaal 6 x 1,5m² = 9m² moeten bedragen. uit de plannen blijkt echter ook dat de fietsen opgehangen zullen worden waardoor de afwijkende oppervlakte gerechtvaardigd en aanvaard kan worden. Er kan in toepassing van artikel 3 van de bouwcode een afwijking op artikel 29 toegestaan worden.
Verder dient er opgemerkt te worden dat er bij de nieuwe scheidingsmuren geen opstand van 30 cm aanwezig is ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak (artikel 34 bouwcode). Op de plannen wordt het nieuwe dak van het rechtse pand tevens niet voorzien van een groendak (artikel 38). Het aanleggen van een groendak zal als voorwaarde bij de vergunning opgenomen worden. Een opstand van 30 cm conform artikel 34 van de bouwcode is niet vereist indien tussen de scheidingswand en de vegetatie van het groendak een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed wordt voorzien.
Ook dit zal als voorwaarde bij de vergunning opgenomen worden.
Functionele inpasbaarheid
Het perceel is gelegen in een woonzone zoals bepaald in het gewestplan. Voorliggende aanvraag betreft het oprichten van een meergezinswoning. Deze functie is verenigbaar met de bestemming van de zone. De betreffende omgeving kenmerkt zich bovendien door de aanwezigheid van zowel eengezins- als meergezinswoningen. De voorgestelde functie is hiermee verenigbaar.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging. Er worden 3 wooneenheden voorzien in dit project. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1/woning. De werkelijke parkeerbehoefte is 3. |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden: ‘Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten. ’
|
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 3. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 3 – 0 = 3 . Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 3 plaatsen. |
Fietsvoorzieningen:
Er zijn 3 appartementen met telkens 1 slaapkamer voorzien.
In totaal moeten er 6 fietsstalplaatsen voorzien worden in het gebouw:
3 x (1 slaapkamer + 1) = 6
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Het nieuwbouwvolume bestaat uit 3 bovengrondse bouwlagen. Per bouwlaag wordt 1 woongelegenheid voorzien. Het nieuwe volume refereert zowel voor wat betreft het aantal bouwlagen als voor wat betreft de bouwdieptes naar deze van de aanpalende bebouwing en kan ruimtelijk aanvaard worden.
Visueel-vormelijke elementen
Voor de materialisatie van het volume wordt gekozen voor een gevelafwerking in witte bepleistering met op het gelijkvloers een beperkte plint in blauwe steen. Het schrijnwerk wordt voorgesteld in zwart pvc.
De omgeving wordt echter gekenmerkt door de aanwezigheid van (voor)gevels in metselwerk in de tinten rood tot bruin. De voorgestelde witte bepleistering verwijst noch in kleur, noch in materiaal naar het voorkomende straatbeeld. Om die reden zal bij de vergunning als voorwaarde opgelegd worden om de voorgevel af te werken in metselwerk in een kleur die vaker voorkomt in het straatbeeld. In de praktijk zal dit rood of roodbruin metselwerk zijn.
Hoewel de gevelgeledingen voor de aparte panden in deze straat zeer variëren (grote en kleine gevelopeningen, horizontale en verticale raamopeningen), zijn de gevelopeningen van de verschillende bouwlagen meestal wel op elkaar uitgelijnd en wordt meestal ook een symmetrie toegepast. Dit resulteert in een evenwichtige gevel wat op zijn beurt bijdraagt tot een rustig straatbeeld. In deze aanvraag verspringen de gevelopeningen echter vanaf de eerste verdieping. Het is wenselijk om ook hier een symmetrische gevel te voorzien. Deze symmetrie kan gerealiseerd worden door de ramopeningen minstens op elkaar uit te lijnen. Deze aanpassing zal als voorwaarde bij de vergunning op te nemen. De aanpassingen zullen eveneens in rood aangeduid worden op de voorgeveltekening. Mits rekening te houden met deze voorwaarden kan de aanvraag aanvaard worden.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Mits voldaan aan de gestelde voorwaarden, voldoet de aanvraag aan de actuele eisen inzake veiligheid en woonkwaliteit.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Voorwaarden
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
30 maart 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
26 april 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
25 juni 2018 |
|
Verslag GOA |
11 juni 2018 |
|
naam GOA |
Helia Dezhpoor |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018037361 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer CONSTANTIN DIGULESCU met als adres Frans Beirenslaan 97 bus 1 te 2150 Borsbeek |
|
Ligging van het project: |
Corneel Franckstraat 90 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 31 sectie B nr. 349H9 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
bouwen van een appartementsgebouw met drie entiteiten |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.