Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
8 mei 2018 |
6 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
cultuur, sport, jeugd en onderwijs/ jeugd/ regie kinderopvang |
8 mei 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
8 mei 2018 |
9 mei 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
8 mei 2018 |
18 mei 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ visit Antwerpen |
8 mei 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ geacht vergund |
8 mei 2018 |
29 mei 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
8 mei 2018 |
29 mei 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening toegankelijkheid.
Algemene bouwverordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
Het aangevraagde is niet in overeenstemming met artikel 26 en 29.van de bouwcode. Mits voldaan wordt aan de voorgestelde vergunningsvoorwaarden, is de aanvraag in overeenstemming met de geldende voorschriften.
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft het verbouwen van een woning met wasserij tot een jeugdhuis, inclusief fietsatelier. De stedenbouwkundige aanvraag is qua bestemming verenigbaar met het stedelijk weefsel van het desbetreffende bouwblok, zijnde woongebied.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. Een meergezinswoning met 2 appartementen wordt verbouwd tot een jeugdhuis. In het jeugdhuis worden kinderen na school opgevangen voor huiswerkbegeleiding of creatieve bezigheden. Er is beneden ook een fietsatelier, deze is beperkt open. Gemiddeld zijn er ongeveer 25 kinderen tussen 6 en 12 jaar aanwezig. Er zijn gemiddeld 3 begeleiders aanwezig. De werking is heel buurtgericht. De organisatie verwacht dat het overgrote deel van de bezoekers te voet naar het jeugdhuis komt gezien de wijkwerking en leeftijd. De gemiddelde aanwezigheid van 3 begeleiders kan wel een parkeervraag met zich meebrengen. Als we uitgaan van een 50% modal split, dan is er een parkeerbehoefte van 3 x 50% = 1,5 à 2 parkeerplaatsen. De werkelijke parkeerbehoefte is 2 parkeerplaatsen |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Dit aantal is toereikend. |
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2– 2 = 0 Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2– 0 = 2 Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. De berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project kan verminderd worden met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is. De vorige toestand waren 2 appartementen zonder garage. Er werden dus 2 wagens afgewenteld op het openbaar domein. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. |
Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid
De aanvraag omvat het supprimeren van de achterbouw over de twee bouwlagen.
Aan de achtergevel ter hoogte van de eerste verdieping wordt een trap met bordes voorzien zodat de tuin ook toegankelijk wordt voor de verdiepingen. De trap zoals ingetekend komt grenzend aan de rechterscheimuur niet verder dan het eerdere volume op de verdieping. Om de doorgang van het ondergelegen fietsenatelier naar de tuin vrij te maken daalt de trap in een bocht van 90 graden naar beneden. De trap sluit goed aan op de linker scheimuur waardoor de inkijk beperkt is. Bijgevolg wordt er geen hinder verwacht door de toevoeging van deze trap en zijn de wijzigingen dan ook in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.
Visueel-vormelijke elementen
De poort in de gelijkvloerse gevel pui wordt vervangen door een raam met deur tot op vloerniveau. De uitwerking van voorgevel komt overeen met de achtergelegen functie zijnde een fietsenatelier. De gevelwijzigingen zijn gepast in het straatbeeld.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Aangezien de aanvraag een functiewijziging betreft werd er advies gevraagd aan de stedelijke dienst mobiliteit. Hun advies luidt als volgt:
“De verwachting van de organisatie is dat 80% te voet komt, 18% met de fiets en 2% met de wagen. Op 25 kinderen en 3 begeleiders is er dan een fietsparkeerbehoefte van (25 + 3) x 18% = 5,04 à 5 fietsenstallingen. Er zijn 3 fietsen vooraan in de overdekte ruimte ingetekend. Er is ruimte om hier 5 fietsen te plaatsen. Als voorwaarde wordt er dan ook opgelegd 5 fietsstalplaatsen te voorzien in de fietsenatelier”
De aanvraag werd eveneens voorgelegd aan de dienst ondernemen en stadmarketing:
“Het betrokken pand maakt deel uit van de vroegere wasserij Lotor in Hoboken. Deze site kent een ernstige bodemverontreiniging waar in 2011 een oriënterend bodemonderzoek voor plaatsvond.
Op basis van de info van het GEO-loket van OVAM is hier nog geen beschrijvend bodemonderzoek voor gebeurd noch een effectieve sanering.”
De dienst ondernemen stelt het risico van de bodemverontreiniging in vraag. Ter controle werd hierover bijkomend advies van de stedelijke dienst milieu ingewonnen. Dit luidt als volgt: In een oriënterend bodemonderzoek uit 2011 werden concentraties boven de richtwaarde vastgesteld voor kwik in het vaste deel van de aarde, en voor nikkel en arseen in het grondwater. Het zou gaan om een historische verontreiniging, verder onderzoek of een bodemsanering was niet nodig.
In een technisch verslag van 2015 i.o.v. Vespa werden dan weer wel VOCl (waarschijnlijk agv de droogkuisactiviteiten) gemeten. Met de bevindingen van dit technisch verslag zal rekening moeten gehouden worden bij uitgravingen, grondverzet en gebruik van bodem op de site, voor zover dit nodig is voor de geplande werken. De historische bodemverontreiniging is van aard dat er geen verder onderzoek nodig bleek, de risico’s zijn dan ook miniem. Bij eventuele uitgravingen dient de bouwheer volgens een code van goede praktijk de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen.
Het voorgaande zal dan ook als voorwaarde worden opgenomen.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
voorzichtigheid aan de dag te leggen en rekening te houden met de historische bodemverontreiniging van de site.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
5 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
4 mei 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
3 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
11 juni 2018 |
|
naam GOA |
Martijn Coppoolse |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018040465 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer Tom Willox met als adres De Wittestraat 2 te 2600 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Aartselaarstraat 166 te 2660 Hoboken (Antwerpen) |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 36 sectie B nr. 217N10 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
verbouwen van een woning met wasserij tot een jeugdhuis, inclusief fietsatelier en enkele kantoren |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.