Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Adviezen
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
22 mei 2018 |
13 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
23 april 2018 |
27 april 2018 |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
23 april 2018 |
4 mei 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan ingestemd worden met het volume en het programma zoals voorgesteld. De inrichting geschiedt voornamelijk binnen het bestaand volume van het pand.
De bouwdichtheid wijzigt niet, de werken gebeuren in functie van een beter intern ruimtegebruik.
Visueel-vormelijke en cultuurhistorische aspecten
Door de stedelijke dienst monumentenzorg werd volgend advies gegeven:
“Inleiding
Naar aanleiding van uw vraag om advies, kan ik u melden dat de werken gesitueerd zijn in een pand dat is vastgesteld als bouwkundig erfgoed dd 14/09/2009 tot heden. Opname in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed betekent voor elk van de erfgoedobjecten dat zij een vorm van vrijwaring voor de toekomst genieten. Voor gebouwen opgenomen in de inventaris wordt de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur (cfr. Artikel 5§1 van de stedenbouwkundige verordening – bouwcode dd. 25 oktober 2014).
Conform art. 5§2 van de stedenbouwkundige verordening – bouwcode dd. 25 oktober 2014 moet de beschrijvende nota van de bouwaanvraag voldoende informatie bevatten over het cultuurhistorisch profiel van de aanwezige elementen zodat vergunningverlenende overheid deze kan afwegen. De aanvraag voldoet aan artikel 5§2.
Beoordeling
A. Cultuurhistorische waardestelling
De aanvraag heeft betrekking op in oorsprong twee gekoppelde burgerhuizen in neoclassicistische stijl. Ze werden in 1880 opgetrokken in opdracht van de gebroeders L. en J. Van Aken, 'carrossiers' van beroep. Ze waren sinds 1866 of 1867 met hun koetsenmakerij gevestigd in het bouwblok begrensd door de Van Breestraat, de Van Eycklei, de Lange Leemstraat en de Edelingstraat. Een volgende eigenaar, 'carrossier' Van den Plas liet de koetsenmakerij (gelegen achter de nummers 7-9) tot zijn huidige vorm heropbouwen naar een ontwerp door de architect Guillaume van Oenen uit 1895. In 1972-1973 werden beide burgerhuizen samengevoegd en heringedeeld tot kantoren en appartementen, met reconstructie - in gewijzigde vorm - van de pui van het rechter pand. Een grondige renovatie met incorporatie van de koetsenmakerij volgde in 2000-2006.
Met een totale gevelbreedte van vijf traveeën, omvat het gevelfront vier bouwlagen en een mezzanine, onder een (zinken) schilddak. De bepleisterde en beschilderde lijstgevel rust op een gedrukte, door schijnvoegen belijnde pui met een parement uit arduin, oorspronkelijk opgebouwd volgens een repeterend schema. Nadrukkelijk horizontaal geleed door de puilijst, kordons en het klassieke hoofdgestel, beantwoordt de compositie aan een symmetrisch opzet. Volgens een alternerend ritme ligt de klemtoon op de twee middenrisalieten, die worden gemarkeerd door pilasters, schijnvoegen, rankwerkfriezen en balkons met consoles en balustrade, doorgetrokken op de bel-etage. Verder beantwoordt de opstand aan een regelmatig schema van omlijste, rechthoekige deur- en vensteropeningen. Vernieuwd schrijnwerk; behouden ijzeren vensterleuningen.
De plattegrond groepeerde oorspronkelijk twee rijhuizen, respectievelijk drie en twee traveeën breed, die aan de typologie van de bel-etagewoning beantwoordden. Het voornamer linker pand was opgebouwd rond de centrale traphal met annex diensttrap; het rechter pand was eenvoudiger van opzet, met een zijdelings trappenhuis. De koetspoort van het linker pand (nummer 7) verleende doorgang naar de koetsenmakerij. Deze laatste, in huidige vorm daterend uit 1895 maar minstens opklimmend tot 1867, strekt zich nog steeds achter de woning uit, als een U-vormig complex van twee bouwlagen onder (zinken) zadeldaken, rond een met glas overdekte binnenplaats.
Het object/ complex is beeldbepalend omdat de stedenbouwkundige, architecturale en esthetische waarde hoog is.
B. Afweging
De werken worden voldoende gemotiveerd in de nota. Ze houden rekening met de kenmerkende typologische opbouw en de karakteristieke materialisatie blijft behouden.“
Bij de uitwerking van de gevels is voldoende aandacht besteed aan materiaalgebruik en detaillering zodat de werken zich integreren in de architectuur van het gebouw en de omgeving.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de inhoud van de aanvraag geen impact heeft op de parkeerbehoefte.
Uit het advies van de stedelijke dienst mobiliteit:
“De aanvraag betreft het verbouwen van een meergezinswoning met kantoor.
Het gaat om interne verbouwingen waarbij een deel van de kantoorfunctie ingericht wordt als welness/fitness ruimte voor privaat gebruik. De 3 wooneenheden blijven behouden.
Het gaat hier niet om een uitbreiding of functiewijziging zodat er geen extra parkeerplaatsen nodig zijn. De werkelijke bijkomende parkeerbehoefte is 0.
Er waren al 15 parkeerplaatsen aanwezig en er komen nu 2 plaatsen bij. Deze plaatsen kunnen enkel als dubbele plaatsen gezien worden dus het aantal nuttige plaatsen blijft 15.
Omdat er geen uitbreiding of functiewijziging is moeten er geen fietsstalplaatsen voorzien worden.”
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De woningen en kantoren voldoen aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot. De geplande verbouwingswerken zijn niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats.
Advies aan het college
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
23 maart 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
22 april 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
20 juni 2018 |
|
Verslag GOA |
11 juni 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Bevraging aanpalenden
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018014461 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
BELIMPRO met als adres Van Breestraat 9 te 2018 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Van Breestraat 7-9 te 2018 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 6 sectie F nr. 2738L |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
verbouwen van een meergezinswoning met kantoor |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand - Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is: