Terug

2018_CBS_03012 - Omgevingsvergunning - OMV_2018004022. Ester en Marcus Weber - Grunnfeld. Brialmontlei 54. district Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/04/2018 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Caroline Bastiaens, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Fons Duchateau, schepen; Karin De Craecker, Waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Serge Muyters, korpschef; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_03012 - Omgevingsvergunning - OMV_2018004022. Ester en Marcus Weber - Grunnfeld. Brialmontlei 54. district Antwerpen - Goedkeuring 2018_CBS_03012 - Omgevingsvergunning - OMV_2018004022. Ester en Marcus Weber - Grunnfeld. Brialmontlei 54. district Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Adviezen

Externe adviezen 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

16 februari 2018

 6 maart 2018

Voorwaardelijk gunstig

Interne adviezen 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ mobiliteit

16 februari 2018

6 maart 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen 

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. 

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’. 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) 

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling. 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater). 

De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater. 

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid). 

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag. 

Algemene bouwverordeningen

Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer. 

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag. 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009. 

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag. 

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014. 

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):

  • Artikel 21 Minimale hoogte van ruimten: de plafondhoogte van het nieuwe dakvolume is slechts 2m58 en moet minimaal 2m60 zijn;
  • Artikel 34§3 Stabiliteit en scheidingsmuren: de minimale opstand van 0,30 m werd niet getekend op de plannen. Er is geen duidelijke aanduiding van een esthetisch verantwoorde afwerking van de zichtbaar blijvende delen van de scheidingsmuur; 

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid. 

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn. 

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. 

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. 

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. 

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode. 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening 

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften:

Er is geen reden om gemotiveerd af te wijken van de voorschriften. In voorwaarde wordt opgelegd om een plafondhoogte van minimaal 2m60 te voorzien in de nieuwe daklaag. Tevens moet de dakopbouw zo uitgevoerd worden dat ter hoogte van de scheidingsmuur minstens 30cm dakopstand ontstaat zonder de scheimuren op te hogen. 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid:

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan ingestemd worden met het extra dakvolume en het programma zoals voorgesteld. De bestaande kroonlijsthoogte blijft ongewijzigd. De dakvorm is niet atypisch voor de bebouwing in de omgeving. De geplande uitbreidingswerken zijn niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats. 

Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten:

Het straatbeeld in de Brialmontlei wordt bepaald door een groot aantal statige 19de-eeuwse burgerhuizen en meer recente appartementsgebouwen. De aanpalende neoclassicistische burgerhuizen aan de linkerzijde, nummers 56 tot 64, zijn opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. Het is dan ook belangrijk om op een kwalitatieve wijze aan te sluiten met deze bebouwing. In voorwaarde wordt opgelegd om de opgaande scheimuur aan deze zijde met hetzelfde gevelmateriaal af te werken als de voorgevel van de daklaag, namelijk antracietkleurige dakleien. 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen:

De inrichting van de fietsenberging op het gelijkvloers gaat ten koste van een goed nuttig gebruik van de bureelruimte en daarmee ook een bruikbare levendige functie langs de straatgevel. Deze fietsenberging wordt daarom uitgesloten van de vergunning.

Het nieuwe inpandig terras van de dakverdieping wordt niet voorzien van enige valbeveiliging. Dit is niet veilig en niet aanvaardbaar. In voorwaarde wordt opgelegd om het terras af te schermen met een voldoende hoge borstwering. 

Mits het naleven van de gestelde voorwaarden voldoet de woning aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot. 

Mobiliteitsimpact (o.a. toetsing parkeerbehoefte):

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeerparagraaf is niet van toepassing gezien de aanvraag geen vermeerdering van het aantal woongelegenheden ten opzichte van de bestaande en vergunde of vergund geachte situatie inhoudt. 

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen 

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden. 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden 

  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • een minimale plafondhoogte van 2m60 te voorzien;
  • de dakopbouw zo uit te voeren dat ter hoogte van de scheidingsmuur een dakopstand gegarandeerd wordt van minstens 30cm zonder de scheimuren op te hogen;
  • de opgaande scheimuur aan de zijde van de linkerbuur, nr. 56, kwalitatief af te werken met hetzelfde dakmateriaal als de voorgevel van het mansardedak;
  • het dakterras te voorzien van een voldoende hoge metalen borstwering in functie van de valbeveiliging;
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen. 

Uitsluitingen

  • de inrichting van de gelijkvloerse fietsenberging wordt uitgesloten.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

16 januari 2018

Volledig- en ontvankelijk

16 februari 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Verslag GOA

26 maart 2018

naam GOA

Brenda Dierckx

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. 

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten 

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

0

0

0

0

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. 

Projectnummer :

OMV_2018004022

Gegevens van de aanvrager:

Esther en Marcus Weber - Grunnfeld met als adres Brialmontlei 54 te 2018 Antwerpen

Ligging van het project:

Brialmontlei 54 te 2018 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 6 sectie F nr. 1213N

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

optoppen van een meergezinswoning met één bouwlaag onder een pseudo-mansardedak

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • een minimale plafondhoogte van 2m60 te voorzien;
  • de dakopbouw zo uit te voeren dat ter hoogte van de scheidingsmuur een dakopstand gegarandeerd wordt van minstens 30cm zonder de scheimuren op te hogen;
  • de opgaande scheimuur aan de zijde van de linkerbuur, nr. 56, kwalitatief af te werken met hetzelfde dakmateriaal als de voorgevel van het mansardedak;
  • het dakterras te voorzien van een voldoende hoge metalen borstwering in functie van de valbeveiliging;
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen. 

Uitsluitingen

  • de inrichting van de gelijkvloerse fietsenberging wordt uitgesloten.

Artikel 3

Het college besluit de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.