Terug

2018_CBS_03161 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure. stedenbouwkundige lasten - 20173279 - district Antwerpen - Plantin en Moretuslei 216 - 220 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/04/2018 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Caroline Bastiaens, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Fons Duchateau, schepen; Karin De Craecker, Waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_03161 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure. stedenbouwkundige lasten - 20173279 - district Antwerpen - Plantin en Moretuslei 216 - 220 - Goedkeuring 2018_CBS_03161 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure. stedenbouwkundige lasten - 20173279 - district Antwerpen - Plantin en Moretuslei 216 - 220 - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Artikel 4.2.20§1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.

Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de sociale en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd. 

Stedenbouwkundige lasten 

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de vergunningverlener stedenbouwkundige lasten bij vergunningen kan opleggen.

De stedenbouwkundige last kan de vorm aannemen van een louter financiële last of een realisatie in natura door de ontwikkelaar. In elk geval kan ingespeeld worden op maatschappelijke noden en behoeften op buurt- en wijkniveau. Het is aan de vergunningverlenende overheid om te bepalen of een louter financiële last aan de ontwikkelaar wordt opgelegd of een realisatie in natura door de ontwikkelaar wordt geëist. De inkomsten voor de stad van stedenbouwkundige lasten moeten vanuit de regelgeving een expliciete bestemming krijgen met een link in de nabijheid van het project. Bij beslissing van de lasten moet dit meteen vastgelegd worden. 

De huidige aanvraag omvat het afbreken van een kantoor gebouw en het optrekken van een nieuw appartementsgebouw met kantoren op het gelijkvloers en op de eerste verdieping en ook 4 grondgebonden woningen gelegen aan Plantin en Moretuslei 216-220 /Tweelingenstraat, geraamd op een bedrag van stedenbouwkundige last van 399.850,00 EUR, rekening houdend met afbraak-wederopbouw en functiewijzigingen (uitbreiding van de functies wonen: 7.997m² wonen). De voorziene nieuwe retailruimte van 400m² nieuwe kantoren zijn niet in de berekening van deze lasten meegenomen. 

Het project is gelegen aan de Plantin-Moretuslei naast het Station Oost, inclusief het plein. De lasten zijn gericht op ruimtelijke kwaliteit en ontwikkeling. De aanvrager heeft in besprekingen voorafgaand geopteerd om lasten in natura te willen verwerken. Er werd een overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar om de uitvoering van deze lasten verder te concretiseren. Deze wordt ook geagendeerd op de collegezitting van 6 april 2018 en ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

Het plein voor het station werd naar voren geschoven. De heraanleg van het plein creëert ook voor de ontwikkelaar een meerwaarde.

De heraanleg, ook in functie van het nieuwe wonen, is dan ook te verantwoorden als stedenbouwkundige last bij het project.

De eerste last in natura is dus de heraanleg van het plein (openbaar domein in beheer stad Antwerpen), conform de procedure openbaar domein van de stad. Dit vertegenwoordigt een waarde van 210.249 euro in totaal (waarborg 252.298,80 euro, incl 20% voor eventuele meerkosten)

De ontwikkelaar volgt de procedure openbaar domein en sluit hiervoor een overeenkomst met de stad. De dienst ontwerp & uitvoering van de stad volgt de werken op m.b.t. dit openbaar domein. 

De tweede last in natura betreft de realisatie en verkoop van drie ‘betaalbare woningen’: de stad legt op dat er 1 van de 4 woningen > 90m² en twee van de negentien 3-slaapkamerappartementen beschouwd worden als “betaalbaar wonen”, de stad legt op dat de ontwikkelaar deze 20% onder de marktprijs verkoopt aan gezinnen met kinderen; en ouders tot en met 35 jaar, er wordt geen inkomensgrens bepaald. Dit vertegenwoordigt een waarde van 125.000 euro in totaal.

Een bankwaarborg van 150.000 euro zal gesteld worden ten voordele van de stad voor de goede uitvoering, inclusief 20% voor eventuele meerkosten.

Deze wordt pas vrijgegeven na toetsing door de stad van de voorlegging van ondertekende akte van verkoop met aanvullend bewijs van doelgroep en correcte onderbouwing van het verschil marktprijs. De stad toetst dit unit per unit. 

Tot slot vraagt de stad een bijdrage in natura via de voorziening van een aangelegde afzonderlijke en toch toegankelijke buurtfietsenparking, waarbij de stad de kosteloze overdracht krijgt van een afgewerkte fietsenstallingsruimte met vloer, toegangscontrole en elektriciteitsaansluitingen  (20 fietsen, waarvan 10 bakfietsen en 5 elektriciteitsaansluitingen voor een type van elektrische fietsen). De stad of een van haar aangestelde entiteiten treedt toe tot de VME. Uit besprekingen met de ontwikkelaar over dit onderwerp is gebleken dat de voorkeur werd gegeven door hem aan de ruimte van de stalling op het gelijkvloers met ingang in de Tweelingenstraat. De ruimte is 59,41m² groot.  De stad geeft in deze ruimte een recht van doorgang aan de gebruikers /bewoners van de gelijkvloerse etage. De stad ontvangt de nodige badgen met badgerechten van de ontwikkelaar.

De waarde pro fisco van deze afgewerkte ruimte met erfdienstbaarheid bedraagt 64.601 euro. 

De ontwikkelaar compenseert deze fietsenstalling in de ondergrondse stalling, al dan niet door gestapelde opstelling.

Een bankwaarborg van 77.521,20 euro (inclusief 20% voor eventuele meerkosten) zal gesteld worden ten voordele van de stad voor de goede uitvoering. Deze wordt vrijgegeven na oplevering en na kosteloze overdracht.

De stad staat in voor de akte- en registratiekosten van de overdracht, verleent recht van doorgang aan de gebruikers/ bewoners van de gelijkvloerse etage en treedt toe tot de vereniging van mede-eigenaars. 

Indien het bouwrecht overgedragen wordt, volgen de voornoemde lasten het principe van het kettingbeding. 

Waarborg 

Aan de lasten in natura wordt een waarborg gekoppeld voor de goede uitvoering. De Ontwikkelaar zal een bankwaarborg voor onbepaalde duur ten voordele van de stad bezorgen, afgeleverd door een Belgische erkende borg/bankinstelling. Deze borg bedraagt zoveel als de som van de waarde in natura plus 20 % voor eventuele meerwerken. Zolang de borgstelling niet is afgeleverd, mag de Ontwikkelaar niet starten met de werken. Deze borgstelling wordt door het college goedgekeurd en kan per fase en na de voorlopige oplevering van de werken door de Ontwikkelaar, worden vrijgegeven.

Financiële gevolgen 

De lasten worden in natura besteed in de wijk BER04 –Oud Berchem en zijn gelinkt aan Vlaamse beleidsvelden 2 (mob en od) en 06 (wonen).

Voor de exploitatie van de buurtstalling vanaf 2020 zal stad/AGMP middelen dienen te voorzien in de FinMJP.

Het vast actief zal ingeschreven worden op moment van overdracht.

Een borg van 479.820 euro wordt opgevraagd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Artikel 4.2.20§1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.

Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de sociale en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning.

Onderzoek

Ja

Aanleiding en context

Aanvragers: ANTONISSEN DEVELOPMENT PROJECT
De aanvraag omvat: afbreken van een kantoor gebouw en het optrekken van een nieuw appartementsgebouw met kantoren op het gelijkvloers en op de eerste verdieping en grondgebonden woningen
Dossiernummer: AN3/B/digitaal/SOK//20173279

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:
  • de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is volgende voorwaarden strikt na te leven:
  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • er moeten 227 fietsstalplaatsen voorzien worden op gelijkvloers of -1. Fietsstalplaatsen op -2 en -3, die enkel te bereiken zijn met een helling, worden niet toegelaten;
  • de fietsstalplaatsen moeten dicht bij de toegang liggen zodat fietsers niet doorheen de parking moeten rijden;
  • de inrit van de ondergrondse parking is te smal om tweerichtingsverkeer toe te laten. Er moet dus gewerkt worden met een lichtensysteem;
  • het gebruik van de casco ruimtes op het gelijkvloers en de eerste verdieping wordt beperkt tot kantoorruimte. Voor bestemmingswijzigingen moet een nieuwe vergunningsaanvraag gedaan worden;
  • de bijgevoegde voorwaarden van de rioolbeheerder Rio-link na te leven;
  • de bijgevoegde bijzondere en algemene voorwaarden van het Agentschap Wegen en Verkeer na te leven;
  • een lokaal voorzien voor het uitrusten van een nieuwe middenspanningscabine voor de elektriciteitsnetwerkbeheerder;
  • bij de afbraak van de bestaande gebouwen is een sloopinventaris van afvalstoffen vereist;
  • het voorzien van ASTRID-indoorradiodekking in de publiek toegankelijke verdiepingen en de ondergrondse parking;
  • voorwaarden inzake toegankelijkheid
    • de doorgang van de parking naar liftschacht 01 moet op niveau -3 uitgevoerd worden conform artikels 15 en 24 van de verordening toegankelijkheid;
    • de inkomdorpels van de gelijkvloerse traphallen dienen uitgevoerd met een maximum pasverschil van 2cm;
    • de toegangsdeur tussen parking en sas van liftschacht 03 moet voldoen aan artikel 25 van de verordening toegankelijkheid;
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen. 

Uitsluitingen

Geen vergunning wordt verleend voor het gebruik van de terrassen van de appartementen 1.01, 2.01 en 3.01 over de zone aangeduid in rood op de plannen.

Artikel 3

Het college beslist volgende stedenbouwkundige last op te leggen als volgt: Een last in natura ten bedrage van 399.850 euro via de realisatie van een buurtfietsenstalling met kosteloze overdracht en een recht van doorgang voor de gebruikers van de gelijkvloerse etages in het complex, 1 betaalbare grondgebonden woning, 2 3-slaapkamerappartementen (voor gezinnen met kinderen ; ouders tot en met 35 jaar, geen inkomensgrens waarbij de verkoopsprijs van de woning telkens 20% onder de marktprijs ligt) en de heraanleg van het plein voor station Oost volgens de procedure openbaar domein.

Indien het bouwrecht overgedragen wordt, volgen de voornoemde lasten het principe van het kettingbeding.

Artikel 4

Het college beslist voor de goede uitvoering van alle drie de lasten in natura een waarborg te bepalen van 479.820 euro. De volstorting van de borg dient plaats te hebben voor (het bericht van) start der werken.  Deze borg wordt vrijgegeven conform de procedure openbaar domein. Hiervoor wordt een standaard samenwerkingsovereenkomst afgesloten.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.