Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het verslag adviseert de bouwaanvraag negatief omdat de totale verharding meer dan de maximaal toegelaten oppervlakte overschrijdt zoals voorgeschreven in het BPA nr. 22 bis Valaar.
Het College volgt deze redenering niet en is van oordeel dat de aanvraag in aanmerking komt voor vergunning.
De aanvraag betreft het aanleggen van een openluchtzwembad van 41m² in de achtertuin met er rond betegeling (11,5m²).
Het BPA is wat betreft het oprichten van bijgebouwen en constructies in de tuin, en de aanleg van zwembaden in het bijzonder, zeer onduidelijk.
Volgens artikel 3.03 a) van het BPA kan gesteld worden dat het plaatsen van een openluchtzwembad qua bestemming toegelaten is.
In dit artikel worden specifieke tuinconstructies steeds toegelaten : op exhaustieve wijze worden volgende constructies genoemd : prieeltjes, pergola’s, siervijvers e.d. …
In alle redelijkheid kan gesteld worden dat openluchtzwembaden hieronder mogen gecategoriseerd worden.
Artikel 3.03 b) somt vervolgens de voorschriften op waaraan deze “bijgebouwen en constructies dienen te voldoen oa. qua oppervlakte.
De normen opgesomd in de punten 1 t.e.m. 4 van dit artikel handelen respectievelijk over :
1. bijgebouwen en/ of verhardingen
2. Bebouwing en/of verharding
3. Bijgebouwen of verhardingen zoals parking
4. Specifieke tuinconstructies en tuinverhardingen in functie van het hoofdgebouw.
Een zwembad laat zich omschrijven als een constructie of beter als een tuinconstructie, maar dit is geen bijgebouw, noch een verharding. Nergens in het BPA kan afgeleid worden dat een zwembad moet gedefinieerd worden als een verharding.
Bijgevolg is geen enkel van de hierboven opgesomde gevallen van toepassing op de aanvraag, zodat er in principe geen voorschriften terug te vinden zijn die de afmetingen van een zwembad bindend vastleggen.
Het College komt derhalve tot de conclusie dat geen enkele regel in het BPA het plaatsen van zwembaden in de tuin uitsluit, noch worden hieraan specifieke voorschriften opgelegd.
De betegeling rond het zwembad is wel te verstaan als een verharding in de zin van artikel 3.03, doch de oppervlakte ervan overstijgt de opgelegde normen niet (de oppervlakte ervan is slechts 11,5m²)
Het aangevraagde dient desalniettemin te voldoen aan de beginselen van goede ruimtelijke ordening:
Het hebben van een zwembad in de tuinstrook is in die specifieke buurt niet ongewoon. Uit de aanvraag blijkt dat de grootte van het aangevraagde zwembad niet extreem groot is en voldoende ruimte en plaats overlaat voor andere functies van de tuin.
Tenslotte merkt het College op dat er een openbaar onderzoek werd georganiseerd en dat er geen bezwaarschriften werden ingediend.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Ja.
| Aanvragers: | Stefaan Becaus |
| De aanvraag omvat: | plaatsen van een openluchtzwembad |
| Dossiernummer: | ZWI/B/digitaal/20172577 |
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.