Terug

2018_CBS_04356 - Omgevingsvergunning. OMV_2018022617 - Pieter De Smethstraat 22. District Borgerhout - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 18/05/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_04356 - Omgevingsvergunning. OMV_2018022617 - Pieter De Smethstraat 22. District Borgerhout - Goedkeuring 2018_CBS_04356 - Omgevingsvergunning. OMV_2018022617 - Pieter De Smethstraat 22. District Borgerhout - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

3 april 2018

2 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ mobiliteit

3 april 2018

10 april 2018

DL adresbeheer (huisnummers)

3 april 2018

4 april 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen 

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. 

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.  

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) 

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling. 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan. 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).

De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater

De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).

De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag. 

Algemene bouwverordeningen

Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag. 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.

De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.

De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • Artikel 6: Donkergrijze aluminium gevelbeplating kan bezwaarlijk kenmerkend voor de woongebouwen in de betreffende omgeving worden genoemd. Kenmerkend voor de betreffende omgeving zijn woongebouwen opgetrokken in rode of beige baksteen;
  • Artikel 12: Het gelijkvloers van het gebouw dat aan de openbare weg grenst heeft aan de straatzijde geen verblijfs-, horeca-, kantoor- of handelsruimte ruimtes;
  • Artikel 14: De insprong tot aan de poort van het garagecomplex is groter dan 2 meter en meer dan de helft van de breedte van de insprong én kan niet worden afgesloten;
  • Artikel 34 § 2: De fundering meet minder dan 1,75 m onder het straatpeil;
  • Artikel 34 § 3 2°: De afloop van het toilet op de 2de verdieping zit verwerkt in de scheidingsmuur;
  • Artikel 34 § 3 3°: De scheidingsmuren van het hoofdgebouw hebben een opstand van minder dan 0,30 meter. 

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’. 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening 

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften:

De aanvraag wijkt af van artikel 12 van de bouwcode. Een levendige straat is een aangename straat om in te wonen of te wandelen. Met het oog op het creëren van levendige straten is het belangrijk dat de gebouwen in de straat een levendige plint hebben. Op het gelijkvloers van elk gebouw dient er daarom minstens één levendige functie aan de straat te grenzen die met de straat en haar gebruikers en passanten een relatie aangaat, bijvoorbeeld via een raam. Levendige ruimtes zijn ruimtes die vaak gebruikt worden door mensen en waar zij ook een tijd blijven. Voorbeelden hiervan zijn verblijfsruimtes, handelsruimtes, horecaruimtes, kantoorruimtes, werkplaatsen, ateliers, vergaderzalen, … Bergplaatsen, garages, entree- en circulatieruimtes, sanitaire ruimtes en kleedruimtes vallen hier niet onder. Straten met een overdaad aan deze “dode” functies aan de gevel hebben over het algemeen een lage beeldkwaliteit. Ze worden als onaangenaam ervaren. Bij smalle woningen (woningen smaller dan 5 meter) voorziet de bouwcode een afwijking, waardoor het mogelijk wordt om net achter de voorgevel een fietsenberging te voorzien. Deze uitzondering staat daarom niet per definitie haaks op de filosofie van “levendige plint”, maar het mag in geen geval een vrijgeleide zijn om blinde gevels te ontwerpen. Meer nog, in het ontwerp moet steeds gezocht worden naar een contact tussen de straat en de woning. Dit kan door voldoende beglazing of openheid te voorzien tussen de verblijfsruimte en de straat. Aangezien de inkomhal transparant wordt uitgevoerd, de voorgevel voldoende beglaasd is en de bestaande doorrit naar de achteraan gelegen garages behouden moet blijven kan een afwijking op dit artikel worden toegestaan met toepassing van artikel 3 van de bouwcode. 

Functionele inpasbaarheid:

De feitelijke toestand van de omgeving wijst uit dat de Pieter de Smethstraat gekenmerkt wordt door een- en meergezinswoningen. De eengezinswoning is functioneel inpasbaar in de omgeving. 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid:

In voorliggende aanvraag wordt een poortconstructie gesloopt en een eengezinswoning gebouwd. Aangezien het achterliggende garagecomplex bereikbaar moet blijven voor gebruikers en brandweer moet een onder doorrit voorzien worden.

Het nieuwbouwvolume sluit aan bij de gebouwentypologie van de omgeving en sluit qua bouwdiepte aan met de aanpalende. De woning wordt voorzien van de vereiste woonkwaliteit door de aanwezigheid van voldoende hoge plafonds, grote raamopeningen en een buitenruimte die voldoende groot is.
Het voorstel is bijgevolg ruimtelijk aanvaardbaar.

Visueel-vormelijke elementen:

Het straatbeeld in de onmiddellijke omgeving wordt bepaald door een gevelafwerking in baksteen in rode en beige tinten. Voor de nieuwe gevelafwerking wordt donkergrijs aluminium plaatwerk voorgesteld. Het voorgestelde materiaalgebruik is niet kenmerkend in de omgeving. Als voorwaarde bij deze vergunning zal worden opgenomen de gevel af te werken in baksteen met een rode of beige kleur. 

Mobiliteitsimpact (o.a. toetsing parkeerbehoefte):

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein). 

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen. 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats. 

Een nieuwbouw eengezinswoning in centrumschil = 1 * 1 = 1. 

De plannen voorzien in 0 nuttige bijkomende autostal- en autoparkeerplaatsen. 

Het aantal te realiseren bijkomende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. 

Dit perceel betreft reeds voorzien van het maximaal aantal parkeerplaatsen. De grootte en/of vorm van het perceel laten het bouwen van bijkomende plaatsen niet toe. 

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 – 1 = 0. 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1 – 0 = 1

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. 

Voor vergunningsaanvragen voor nieuwbouw van eengezinswoningen kan echter afgeweken worden van de berekening van de parkeerbehoefte zoals vermeld in bovenstaande tabel, indien realisatie van de parkeerplaatsen niet mogelijk is. Dit geldt tevens voor eengezinswoningen die boven winkelpanden ingericht worden.

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 – 1 = 0. 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. 

Daar het niet wenselijk is het aantal parkeerplaatsen op het perceel te verminderen, zal worden voorgesteld de fietsenberging te voorzien achter de berging achter de inkomhal. 

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen 

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden. 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden 

Voorwaarden

  1. de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  2. de voorgevel in baksteen af te werken met een rode en/of beige kleur;
  3. de insprong uit te voeren conform artikel 14 van de bouwcode;
  4. de scheimuren uit te voeren conform aan artikel 34 § 2 en § 3 2° van de bouwcode;
  5. het dakvlak zo uit te voeren opdat een opstand wordt bekomen conform artikel 34 § 3 3° van de bouwcode;
  6. een fietsenberging te voorzien, conform artikel 29 van de bouwcode, achter de berging achter de inkomhal;
  7. na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

26 februari 2018

Volledig- en ontvankelijk

27 maart 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

26 mei 2018

Verslag GOA

8 mei 2018

naam GOA

Wim Van Roosendael

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. 

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten 

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

0

0

0

0

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. 

Projectnummer :

OMV_2018022617

Gegevens van de aanvrager:

de heer Hadley Dames met als adres Prins van Oranjestraat 3 bus 1003 te 2930 Brasschaat

Ligging van het project:

Pieter De Smethstraat 22 te 2140 (Borgerhout) Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 24 sectie A nr. 184B7

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

bouwen van nieuwe rijwoning ter vervanging van voorgevelconstructie

Omschrijving aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen 

Relevante voorgeschiedenis

  • 1/6/1964: vergunning (180#877) voor het bouwen van garages achter op het perceel;
  • 27/6/1966: vergunning (180#1562) voor voorgevelveranderingswerken in aansluiting met de bouwvergunning C/64/143. 

Laatst vergunde toestand

  • de voorgevel bestaat uit een zwarte aluminium spijlenpoort met erboven een blinde muur in donkerrode gevelsteen;
  • de poort en toegangsweg achter de muur leiden naar een achterliggend garagegebouw met 2 verdiepingen. 

Inhoud van de aanvraag

  • het betreft het bouwen van een eengezinswoning met een gelijkvloerse doorgang naar de achterliggende parkeergarage;
  • de nieuwe poort van het perceel staat op 3,9 meter van de rooilijn;
  • in de achterliggende parkeergarage zijn 6 garageboxen voor de bewoner van het poortgebouw;
  • het pand heeft 3 bouwlagen onder plat dak;
  • de gelijkvloerse verdieping beperkt zich tot de toegang met trap naar boven, een wc en een berging;
  • op de 1ste verdieping bevindt zich de leefruimte;
  • op de 2de verdieping zijn er 2 slaapkamers en een badkamer;
  • de voorgevel is op de 1ste verdieping volledig beglaasd;
  • de gevel wordt afgewerkt met donkergrijs aluminium schrijnwerk en donkergrijze aluminium gevelbeplating.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, zijn strikt na te leven;
  • de voorgevel in baksteen af te werken met een rode en/of beige kleur;
  • de insprong uit te voeren conform artikel 14 van de bouwcode;
  • de scheimuren uit te voeren conform aan artikel 34 § 2 en § 3 2° van de bouwcode;
  • het dakvlak zo uit te voeren opdat een opstand wordt bekomen conform artikel 34 § 3 3° van de bouwcode;
  • een fietsenberging te voorzien, conform artikel 29 van de bouwcode, achter de berging achter de inkomhal;
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.