Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
15 februari 2018 |
13 maart 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Binnenstad", goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1: zone voor wonen - (wo1).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan op volgend punt:
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de bepalingen van de bouwcode.
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften:
Voorliggend ontwerp is niet in overeenstemming met artikel 2.1.9 van het ruimtelijk uitvoeringsplan Binnenstad wat betreft de dakvorm. Het ontwerp voorziet een onderbreking van het bestaande sheddak, bovendien is deze dakvorm niet kenmerkend in de omgeving.
Gelet op het feit dat de bestaande dakstructuur ook reeds doorbroken werd door een uitstulping, gelet op het positief advies van de stedelijke dienst monumentenzorg en gezien het feit dat het ontwerp er architecturaal in slaagt om de uitbreiding aan het zicht te onttrekken vanaf de straat, is de afwijking van het ruimtelijk uitvoeringsplan Binnenstad alsook de ruimtelijke impact op de omgeving niet van dien aard dat voorliggend dossier ongunstig geadviseerd dient te worden.
Functionele inpasbaarheid:
De vergunde functie van het pand ‘meergezinswoning’ blijft in voorliggende aanvraag ongewijzigd.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid:
De Museumstraat wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door rijwoningen met drie en vier bouwlagen onder schuin dak.
Het voormalig pakhuis, dat onderwerp uitmaakt van voorliggende aanvraag, beslaat nagenoeg de volledige perceelsdiepte en telt vier bouwlagen onder sheddak. Aan de straatzijde, achter de hoog opstaande borstwering (voorgevel), bevindt zich centraal een kleine uitbouw die het dakterras ontsluit. Voorliggende aanvraag beoogt een uitbreiding van de daklaag aan de linker perceelsgrens met een verblijfsruimte die aansluit bij het dakterras. De uitbouw wordt opgericht achter het opstaand gevelvlak en boven deze gevelopstand afgeschuind met een glasdak om de visuele impact te beperken vanaf de straatzijde. Het volume is stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Visueel-vormelijke elementen:
De uitbouw wordt opgericht achter het opstaand gevelvlak en afgeschuind met een glasdak om de visuele impact te beperken vanaf de straatzijde. Het afgeschuinde glasdak volgt in materiaal en ritmering van het schijnwerk de bestaande sheddak. De uitwerking is sober en gezien de verwijzing naar de achterliggende sheddaken niet storend voor de visueel vormelijke elementen van het pand zelf, noch die van de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten:
Gezien de ligging van het gebouw in een zone die volgens het ruimtelijk uitvoeringsplan werd ingekleurd als een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde en het feit dat de panden werden opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vastgesteld bij besluit van de administrateur-generaal van 28 november 2014, werd het advies ingewonnen van de stedelijke dienst monumentenzorg. Dit advies laat zich als volgt lezen:
“ De aanvraag heeft betrekking op een eclectisch pakhuis dat gebouwd werd in 1904 als "magazijn met koffiebranderij en aanhorigheden" voor rekening van de heren Hellemans & Mertens & Co. Het ontwerp werd getekend door architect Aug. Gervais. Deze architect kennen we als de ontwerper van danszaal Apollon in de Brederodestraat.
Door de kleurrijke, hoge en brede gevel is dit pakhuis het opvallendste pand in de Museumstraat. Vijf traveeën en vier bouwlagen onder platte bedaking tellend, is het groter dan de omliggende bebouwing. De lijstgevel is zeer kleurrijk en origineel afgewerkt, met een combinatie van gele en rode baksteen. De begane grond is eenvoudig, met een geel bakstenen parement afgezoomd met een hardstenen puilijst; rechthoekige muuropeningen onder ijzeren I-balk met rozetvormige bevestingsbouten. De bovenbouw is gemarkeerd door hoge rondboognissen, in gele bakstenen omkadering, met rechthoekige vensters van tweede en derde bouwlaag, rondbogige van de vierde, beëindigd met een blinde attiek. Op de gele bakstenen pilasters tussen de traveeën, zijn sierankers aangebracht, onder meer met het jaartal 1904.
Het object/ complex is beeldbepalend.
Vanuit oogpunt monumentenzorg geen bezwaar. De oorspronkelijke sheddakstructuur die aansloot op de blinde attiek is vandaag verdwenen. Door het vergund volume achter deze attiek is het ook niet meer mogelijk om terug te keren naar deze initiële dakvorm. Het voorliggend ontwerp doet geen afbreuk aan de beeld- en belevingswaarde van dit beeldbepalend, eclectisch pakhuis.“
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen:
De uitbreiding vergroot het contact met de buitenruimte en voldoet aan de actuele eisen inzake gebruiksgenot en wooncomfort.
Opgemerkt wordt wel dat de snede en het dakplan elkaar tegenspreken wat betreft de aanleg en inrichting van het platte dak. Om de aanvraag in overstemming te brengen met artikel 38 van de bouwcode wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd om het platte dak van de uitbreiding aan te leggen als groen dak, zoals vermeld op het dakenplan.
Mobiliteitsimpact (o.a. toetsing parkeerbehoefte):
Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeerparagraaf is niet van toepassing gezien de aanvraag geen vermeerdering van het aantal woongelegenheden ten opzichte van de bestaande en vergunde of vergund geachte situatie inhoudt.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Voorwaarden
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
15 januari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
14 februari 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
26 februari 2018 |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
28 maart 2018 |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
29 mei 2018 |
|
Verslag GOA |
9 mei 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De vergunningsaanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Startdatum |
Einddatum |
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
26 februari 2018 |
28 maart 2018 |
0 |
0 |
1 |
2 |
Bespreking van de bezwaren
Er werden twee bezwaarschriften en één petitie ingediend.
De bezwaren laten zich als volgt samenvatten:
1. Beschermde gevel: Het bezwaar dat de gevel van het pand Museumstraat 31-33 beschermd werd als monument, waardoor het onwettelijk is hier bovenop te bouwen;
Beoordeling:
Het pand werd niet beschermd als monument. Bovendien bestaat er geen verband tussen een uitbreiding in de hoogte en eventueel beschermingsstatuut. Het pand werd opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vastgesteld bij besluit van de administrateur-generaal van 28 november 2014. De uitbreiding is stedenbouwkundig aanvaardbaar en werd gunstig beoordeeld door de stedelijke dienst monumentenzorg. Het bezwaar is ongegrond.
2. Schade en bouwvallige staat: Het bezwaar aangaande schade aan het aanpalend eigendom door de slechte staat van voorgevel en scheimuur;
Beoordeling: Het bezwaar betreft bouwtechnische aangelegenheden die losstaan van de stedenbouwkundige beoordeling van voorliggend project door de vergunning verlenende overheid. Uiteraard betekent het verkrijgen van een vergunning geen vrijgeleide voor de aanvrager/bouwheer zich te ontzien van burgerrechtelijke afspraken vóór en tijdens de uitvoer der werken. Het bezwaar is ongegrond.
3. Isolatie: Het bezwaar dat de plannen geen duiding geven over de opbouw van de scheimuur en of eventuele isolatie wordt voorzien;
Beoordeling: Het klopt dat de plannen op dit punt niet in detail treden, de plannen voorzien een volle muur in dezelfde dikte als de onderliggende scheimuur conform artikel 34 van de bouwcode. De opbouw van de scheimuur betreft een uitvoeringstechnische aangelegenheid die losstaat van de stedenbouwkundige beoordeling. Het bezwaar is ongegrond.
4. Hinder door reflectie: Het bezwaar dat de overburen veel hinder ondervinden door reflectie van zonlicht (verblindend effect en opwarming) op de grote, schuine glaspartijen van de bestaande sheddakstructuur. Het bewzaar dat door de verderzetting van de schuine glasvlakken deze hinder zal toenemen;
Beoordeling:
Refelctie is een natuurlijk verschijnsel dat beperkt is in tijd gedurende een moment van de dag. Het effect van het kleine, schuine glasdakje van de beoogde uitbreiding is niet van dien aard dat de woonwkaliteit in de tegenoverliggende meergezinswoning in het gedrang komt. Het bezwaar is ongegrond.
5.Resterend dakdeel: Het bezwaar dat de uitbreiding niet perceelsbreed wordt voorzien en de vraag wat er met het resterend dakdeel rechts gaat gebeuren;
Beoordeling:
Het behoort tot de autonome keuze van de aanvrager om slechts circa een derde van de perceelsbreedte te bebouwen en het resterend deel als buitenruimte te behouden. Het bestaande platte dak achter de voorgevel is aan de rechterzijde aangelegd als dakterras en blijft behouden. Het bezwaar is ongegrond.
6.Materiaal: de vraag met welk materiaal de nieuwe uitbreiding wordt afgewerkt;
Beoordeling:
De legende geeft aan welk materiaal er beoogd wordt: zwart aluminium buitenschrijnwerk naar analogie met de bestaande sheddakstructuur. Voorgesteld materiaalgebruik is aanvaardbaar. Het bezwaar is ongegrond.
7.Inplanting daklaag: Het bezwaar dat de uitbreiding van de daklaag zich beter zou terugtreklken ten opzichte van ht voorgevelvlak;
Beoordeling:
De Museumstraat kenmerkt zich door woningen in gesloten bebouwing met drie en vier bouwlagen onder schuin dak. Het bestaande pand (voormalig pakhuis) wijkt, zowel naar bouwdiepte als naar dakvorm (sheddakstructuur), af van de kenmerkende bebouwing.
Het bestaande pand is aan de straatzijde lager dan achteraan en bovendien lager dan de schuine bedaking van de flankerende bebouwing. De uitbreiding bevindt zich nagenoeg volledig achter de opstaande voorgevel (2m15 boven het dak) en is stedenbouwkundig aanvaardbaar. Het bezwaar is ongegrond.
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018002327 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer Guy Van Doosselaere met als adres Museumstraat 31 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Museumstraat 31-33 te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 11 sectie L nr. 3662E |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
uitbreiden van appartement op de vierde verdieping |
Omschrijving aanvraag
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand en bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich integraal aan bij:
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.