Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
3 april 2018 |
30 april 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - Rio-link (Aquafin nv) |
3 april 2018 |
7 mei 2018 |
Geen advies |
|
Digit - Eandis / IMEA |
3 april 2018 |
10 april 2018 |
Geen bezwaar |
|
Digit - PROXIMUS |
3 april 2018 |
3 april 2018 |
Gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
3 april 2018 |
5 april 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
3 april 2018 |
4 april 2018 |
|
sociale dienstverlening/ woonpromotie - studenten |
3 april 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
3 april 2018 |
2 mei 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
3 april 2018 |
5 april 2018 |
|
stadsontwikkeling/ geacht vergund |
3 april 2018 |
13 april 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Binnenstad", goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1: zone voor wonen - (wo1).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgende punten:
De breedte van een looppad bedraagt na afwerking minstens 150cm. De gangen op verdiepingen voldoen hier niet aan. Een versmalling wordt toegestaan indien deze zich niet over meer dan 120cm uitstrekt. Bovendien moet aan het begin en het einde van de versmalling een vrije en vlakke draairuimte voorzien worden. De breedte van de gangen op de verdiepingen varieert tussen de 86cm en de 127cm en zijn telkens langer dan 120cm. Er wordt nergens aan het begin of einde van de gang en opstelruimte voorzien met draaicirkel van 150cm;
Niveauverschillen van meer dan 18 cm moeten overbrugd worden, ofwel met een trap in combinatie met een helling, ofwel met een trap in combinatie met een lift, ofwel met een helling in combinatie met een lift.
De toegang naar de kelder voldoet hier niet aan. De verticale circulatie werd gewijzigd door de toegang te voorzien van trap met fietsgoot. Er zou dus een lift of helling moeten voorzien worden;
geen enkele toegangsdeur van de gelijkvloerse studio’s grenzend aan het binnenplein voldoet. (studio’s: K21, K22, K23, K24, K25) Het niveauverschil is overal ca.32cm en zou dus voorzien moeten worden van helling;
de toegang naar de keuken vanop het binnenplein is voorzien van een hellend brugje. Het niveauverschil bedraagt 32cm, de helling mag dus maximaal 6,25 % bedragen.
De helling is te steil, deze bedraagt 14,16%. Volgens §3. moet bij hellingen met een hellingspercentage van meer dan vier procent zowel bovenaan als onderaan voor een vrije en vlakke draairuimte worden gezorgd. Bovenaan de helling werd geen vlakke draairuimte voorzien;
op het gelijkvloers in het gebouw aan de Prinsesstraat werd een helling voorzien vanuit de gang naar de gemeenschappelijke tv- en eetruimte. Aan het begin van deze helling werd een deur voorzien, hierdoor kan geen vlakke opstelruimte gegarandeerd worden.
De helling bedraagt 12,75%, waar deze maximaal 6,25% mag zijn, dit is veel te steil.
Volgens §5. moet de breedte van een helling met een hellingspercentage van meer dan 4% bedraagt minstens 120 cm zijn, de hal met helling is maar 100cm breed;
volgens §2 moeten de toegangen of deuropeningen 85 cm en 90 cm breed zijn.
Niet alle deuren voldoen aan de minimaal opgelegde breedte, deze variëren namelijk tussen de 60cm en 90cm. Een eventuele afwijking (mogelijk bij inventarispand) wordt niet aangevraagd en onmogelijk na te gaan door het ontbreken van een rapport met beschrijving van de waardevolle en te behouden delen;
Vóór en achter elke toegang of deur, moet voor een vrije en vlakke draairuimte worden gezorgd. Een draaicirkel van 150cm en opstelruimte om deuren te bedienen zijn noodzakelijk. De klink mag daarom ook niet dieper liggen dan 20cm. Deze opstelruimte voldoet niet bij volgende toegangen op het gelijkvloers aan kamers K01 en K02, aan de brandsas, aan de toegangen in de hal met helling naar de gemeenschappelijke tv- en eetruimte. Op de eerste verdieping voldoen volgende deuren niet: alle deuren uitkomende op de trappenhal en gangen (behalve P05), studio P02, deuren naar kamers K03, K09, K07. Op de 3de verdieping voldoen de toegangen van units K09,10,11,12,13 en de keuken niet;
bij manueel te bedienen deur, moet naast de krukzijde een opstelruimte van 50cm voorzien te worden. Deze 50 cm is bij bijna geen enkele deur voorzien.
(gelijkvloers: deuren brandsas, deuren toegangen tv-ruimte en eetruimte; op de verdiepingen: deuren naar hal, deuren naar kamers P03 en P04, (P05 is ok), K07, K09, K10, K11, K12, K13, P10, P12 en keuken;
bij handelingen aan publiek toegankelijke toiletten en doucheruimtes moet in elk sanitair blok minstens één aangepast toilet en sanitair blok voorzien worden. Op de verdiepingen werd geen aangepast sanitair voorzien, hoewel er wel nieuw sanitair wordt voorzien.
de minimale afmetingen van een aangepast toilet zijn 170 cm op 225cm, het mindervalidentoilet op het gelijkvloers voldoet hier niet aan, want is 150cm op 245cm.
de minimale maten van een afgewerkte, aangepaste sanitaire voorziening met douche en toilet is 235cm op 240cm. Bij die minimale maten moet de deur in de korte zijde aangebracht worden. De badkamers op de 1ste verdieping aan studio K09 zijn allemaal te klein. De afmetingen van de 3 badkamers zijn ca. 186cm op 200cm.
Alle badkamers en toiletten op de verdiepingen zijn te klein.
Algemene bouwverordeningen
Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
de minimale hoogte van een verblijfsruimte is 2,6m. Op de 3de verdieping worden, in het gebouw aan de Kattenstraat, 4 kamers ingericht met een hoogte van slechts 2,43m;
een zelfstandige woning dient een netto-vloeroppervlakte te hebben van minimaal 35m².
Volgende studio’s voldoen niet aan deze minimale oppervlakte: P01 (26.5m²), K25 (23,7m²), K24 (33,3m²), K23 (26,8m²), K22 (27,4m²), K21 (28,5m²), K02 (27,3m²), P02 (27,5m²), P10 (33,3m²);
kamer K15 krijgt voldoende lichtinval in het deel waar het sanitair zich bevindt, maar het grootste deel van de kamer met ‘leefruimte’ is niet voorzien van een raam. De doorgang tussen de twee kamerdelen is bovendien slechts 90cm breed en de vorm van deze kamer heeft ook geen positief effect op het verspreiden van het daglicht. Voor dit deel van de ruimte wordt het minimum aan daglicht, wat 10% van de vloeroppervlakte van deze ruimte zou moeten bedragen of ten minste 1m², dus niet behaald;
de verblijfsruimte, zijnde TV-ruimte, heeft geen rechtstreeks daglicht;
er werd geen afvalberging voorzien. Het is nochtans verplicht om vanaf 4 wooneenheden een gemeenschappelijke afgescheiden ruimte voor afvalverzameling te voorzien;
fietsparkeerplaatsen die ondergronds worden ingericht dienen voorzien te worden van een trap met fietsgoot. De helling is maximaal 20%. De helling is bij deze trap met goot 51.62% en voldoet dus niet aan dit artikel. Bovendien werden plaatsen voorzien voor 35 fietsen en dient vanaf 30 fietsen telkens 1 elektrisch oplaadpunt aanwezig te zijn. Dit is niet zo voorzien;
er werden geen parkeerplaatsen voorzien. Er werd een afwijking op dit artikel aangevraagd, omdat de studio’s en kamers enkel voor studenten uit ontwikkelingslanden voorzien worden.
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Het pand is gelegen in de kotstopzone van studentenhuisvesting. Gezien er bewijzen kunnen voorgelegd worden dat het pand al minstens sinds 1985 gebruikt werd als studentenhuisvesing, kan - in afwijking van de beleidsvisie - de functie geregulariseerd worden cfr het betreffende collegebesluit.
In 1985 werd zowel voor de Prinsesstraat 23 een vergunning voor het verhuren van kamers en andere kleine woongelegenheden afgeleverd voor 11 kamers. Voor de Kattenstraat werd in datzelfde jaar ook eenzelfde vergunning afgeleverd voor 23 kamers. Beiden werden uitgereikt aan het Internationaal tehuis voor buitenlandse studenten, huidige aanvrager. In 1997 werden beide vergunningen verlengd.
Dit collegebesluit is van toepassing voor verbouwingen waarvoor regularisatie nodig is. Deze aanvraag omvat enkel de regularisatie van de functiewijziging, constructieve werken waren amper nodig.
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
Voor de studio’s en studentenkamers moet 1 fietsstalplaats per unit voorzien worden. In de kelder worden 35 fietsstalplaatsen ingericht. Deze zijn bereikbaar via een bestaande trap met fietsgoot op het binnenplein. Vanaf 10 ondergrondse plaatsen wordt als vuistregel gesteld dat het hellingspercentage 20% dient te zijn voor een trap voorzien van een fietsgoot. De helling is bij de bestaande trap 51,62%. De trap is voldoende breed en heeft een fietsgoot van 40 cm, waardoor deze vlot toegankelijk is met de fiets: er kan worden afgeweken van de vuistregel door het toepassen van artikel 3. Ook voor en achter de trap is er voldoende aanzet voor de fiets.
Verder heeft de TV-ruimte als verblijfsruimte geen rechtstreekse lichtinval. Gezien dit een extra ontspanningsruimte is en er voldoende gemeenschappelijke verblijfsruimten zijn met voldoende lichtinval, kan er ook hier afgeweken worden via artikel 3. Bovendien heeft specifiek een TV-ruimte liefst zo weinig mogelijk natuurlijke lichtinval.
De regularisatie wijkt van verschillende artikels af van de wetgeving van toegankelijkheid. Via artikel 33 kan er afgeweken worden. Er is bij de aanvraag een voorwaardelijk gunstig advies toegevoegd van Inter. De knelpunten die nog oplijsten, kan afgeweken worden omwille van de erfgoedwaarde en de reeds lange aanwezigheid van de studentenkamers (1985). De nieuwe trap naar de kelder zou voldoen indien met op de gelijkvloerse verdieping ruimte zou voorzien voor onder andere scootmobiels. Dit is gebeurd in deze aanvraag.
Afwijkingsmogelijkheden studentenhuisvesting
De aanvraag voldoet niet aan artikelen 22 en 29 van de bouwcode. Er kan volgens artikel 3 §1 van de bouwcode door het college een afwijking worden toegestaan. In zitting van 5 juli 2013 (Jaarnummer 2013_CBS_06964) besliste het college via een afwijkingsbesluit de voorwaarden vast te stellen waarbinnen in het kader van studentenhuisvesting afwijkingen op de bouwcode kunnen worden toegestaan. Deze aanvraag voldoet aan de gestelde voorwaarden van het afwijkingsbesluit. Bijgevolg kan een afwijking worden toegestaan.
Artikel 22 stelt dat een zelfstandige woning (studio) een netto-vloeroppervlakte dient te hebben van minimaal 35 m². De 9 bestaande studio’s (P01, K25, K24, K23, K22, K21, K02 en P02) hebben een netto-vloeroppervlakte tussen de 23,7 m² en 33,3 m² en voldoen daardoor niet aan het artikel. Gezien de woonkwaliteit in de studio’s voldoende groot is en ze een minimale oppervlakte van 18 m², kan er voldaan worden aan de minimale oppervlakten van de wooncode.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 13 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de functiewijziging tov de laatst vergunde toestand. 26 studentenkamers met parkeernorm 0.15 à 26 x 0.15 = 3.9 9 studio’s met parkeernorm 1.05 à 9 x 1.05 = 9.45 De parkeerbehoefte is 13 (3.9 + 9.45 = 13.35 à 13) De parkeerbehoefte is 13 |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Zie bijstelling mobiliteit. |
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 13. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 13. Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd. Bijstelling mobiliteit: ‘De gebouwen aan de Kattenstraat 8 & de Prinsesstraat 23 behoren aan het Internationaal Tehuis voor Buitenlandse Studenten, kortweg ITBS. Het ITBS is een non-profit organisatie die als specifiek doel heeft bij te dragen tot de integratie van studenten uit ontwikkelingslanden tijdens hun opleiding in België. Het ITBS stelt hiervoor accommodatie ter beschikking van studenten, doctorandi en stagiairs uit de hele wereld. Het ITBS neemt enkel buitenlandse studenten uit ontwikkelingslanden aan in hun studentenhuizen. Deze studenten komen voor korte postuniversitaire opleidingen waarvoor zij een beperkte studiebeurs gekregen hebben. Ze hebben geen budget noch voldoende tijd om een wagen aan te kopen.’ Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 13 parkeerplaatsen. Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. |
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Het complex bestaat uit een pand van 3 bouwlagen met verschillende achterbouwen langs de Prinsesstraat en een pand van 3 bouwlagen langs de Kattenstraat, verbonden door een binnenkoer. Tegenover de laatst vergunde toestand werd enkel de eerste verdieping van het koergebouw 2 toegevoegd aan het bouwvolume. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan worden ingestemd met een volume zoals voorgesteld. Het volume is niet storend tegenover zijn omgeving en neemt geen zichten of lichten weg van naburige panden.
Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten
De werken zijn gesitueerd in een zone die volgens het gewestplan werd ingekleurd als een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Bovendien is het pand Prinsesstraat 23 vastgesteld als bouwkundig erfgoed sinds 14/09/2009 als stadswoning. In CHE-gebied en voor panden opgenomen in de inventaris wordt de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. De wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie wordt onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur.
De dienst monumentenzorg adviseert het volgende:
“…Aan de beschrijvende nota werd een beknopte cultuurhistorische verantwoording toegevoegd. De geplande werken hebben betrekking op de regularisatie van een functie die reeds tientallen jaren in het complex is gehuisvest. Er worden geen aanpassingen aan het complex uitgevoerd. In de beschrijvende nota wordt een zeer korte historiek van het complex geschetst. Weliswaar beperkt deze zich tot de eind 19e en 20st eeuw. Plan –en beeldmateriaal ontbreekt.
De aanvraag voldoet deels aan artikel 5§2.
Beoordeling
A. (beperkte) Cultuurhistorische waardestelling
Wegens het ontbreken van een CHE-rapport beperkt de waardestelling zich tot de gebouwschil van het complex.
Het pand gelegen in de Prinsesstraat is een enkelhuis van vier traveeën en drie bouwlagen onder plat dak. Tijdens de inventarisatie in 1976 inventariseerde men een bepleisterde en beschilderde lijstgevel met vlakke blauwe hardstenen poortomlijsting onder een gekorniste waterlijst. Op de gevel is een arduinen gevelplaat met de inscriptie ‘in dit huis woonde/ Cornelis Schut/ kunstschilder 1597-1655’. We beschikken over onvoldoende informatie om te beoordelen of er nog een oudere kern aanwezig is. Ook het interieur is ons niet gekend. De voorgevel werd ontpleisterd en het buitenschrijnwerk werd vervangen door pvc-schrijnwerk met gesloten bovenlichten.
Sinds 1925 vormt het pand Prinsesstraat 23 één geheel met het voormalig pakhuis (1884) in de Kattenstraat 8. Ze werden tijdens een grootschalige verbouwingscampagne omgevormd tot een katholieke kinderkribbe ‘Marie-José’ genaamd. Vermoedelijk was de kinderkribbe (tuin) reeds gehuisvest in het pand aan de Prinsesstraat aangezien op het plan sprake is van veranderingswerken. Het pand aan de Prinsesstraat werd voorzien van een extra bouwlaag onder plat dak. Op de binnenkoer werden verscheidene aanbouwen voorzien. In 1966 werden aanpassingen aan deze gebouwen uitgevoerd.
Het pand aan de Kattenstraat heeft een bakstenen gevel met rondboogvensters en sierlijke ankers. Het buitenschrijnwerk werd vervangen door pvc-schrijnwerk met gesloten bovenlichten.
De voorgevels van het complex zijn beeldbepalend omdat de stedenbouwkundige, architecturale of esthetische waarde hoog zijn.
B. Afweging
Uit de waardestelling is af te leiden dat de gevels een belangrijke beeldwaarde hebben in het historische, cultureel en esthetisch waardevol straatbeeld. In voorwaarden worden werken opgelegd om het gevelbeeld in de Prinsesstraat en Kattenstraat te herstellen. De onoordeelkundige gevelingrepen uit het verleden komen niet in aanmerking voor regularisatie. We beschikken over voldoende informatie om een herstel naar oorspronkelijk model te adviseren.
Intern worden er geen nieuwe aanpassingen uitgevoerd. Wegens het ontbreken van een waardestelling kan er niet worden geoordeeld of te regulariseren werken al dan niet een impact hadden op de waardevolle (oudere?) 19e – of vroeg 20ste eeuwse gebouwonderdelen en/of interieurafwerking. De verlaagde plafonds die zorgen voor gesloten bovenlichten in het buitenschrijnwerk aan de straatzijde worden uitgesloten.
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan het advies van monumentenzorg bijgetreden worden. De beeldkwaliteit van een pand in deze omgeving is hoog omwille van het historische karakter van de binnenstad. Om die beeldkwaliteit te bewaren zullen verschillende voorwaarden vanuit erfgoed opgevolgd moeten worden. Het huidige pvc-buitenschrijnwerk en –kroonlijst wordt uitgesloten vergunning. Net als de verlaagde plafonds aan de straatzijde.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De studentenkamers zelf voldoen aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.
Qua waterdoorlatendheid is er reeds een oplossing aangebracht in deze aanvraag: max 1/3 van de binnenkoer zal onverharde tuin worden. Ook nieuwe daken, in dit geval het nieuwe te regulariseren dak van het nieuwe volume op de eerste verdieping, worden verplicht aangelegd als groendak. Zowel vanuit duurzaamheid als vanuit beeldkwaliteit heeft een groendak een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van een gewoon dak. Ze zorgen voor een kleinere hoeveelheid afgevoerd regenwater en beperken gelijktijdig het piekdebiet bij stortbuien. Ook verminderen ze het “urban heat island” effect en werken ze als (extra) dakisolatie. Door hun groene karakter zijn ze aangenamer om op te kijken en verhogen ze de biodiversiteit. Omwille van deze positieve effecten is het verplicht om alle platte daken ten minste als extensief groendak aan te leggen.
Dit zal als voorwaarde mee opgenomen worden in de vergunning.
De reeds uitgevoerde werken zijn niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats indien de bijkomende voorwaarden opgevolgd worden.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Voorwaarden
Uitsluitingen
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
20 februari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
22 maart 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
20 mei 2018 |
|
Verslag GOA |
9 mei 2018 |
|
naam GOA |
Helia Dezhpoor |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018014680 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
Bernard Coens met als adres Scheldeboord 30 te 2620 Hemiksem |
|
Ligging van het project: |
Kattenstraat 8 te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 2 sectie B nr. 1721B |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
regulariseren van studentenhuisvesting en aanpassingen in functie van toegankelijkheid |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Uitsluitingen
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.