Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Aangezien verkavelingen niet voorkomen op de Vlaamse of provinciale lijst, is het college bevoegd voor de vergunning.
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis:
Op 28 april 2017 werd door het college een stedenbouwkundige vergunning (HVN/B/2017313) verleend voor het slopen van kantoren en een technisch lokaal en voor de gedeeltelijke afbraak van een loods, gelegen Heizegemweg 7, Antwerpen
Inhoud van de aanvraag:
De aanvraag betreft:
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Havenbedrijf Antwerpen - Havenhuis |
30 maart 2018 |
3 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Infrabel NV |
30 maart 2018 |
25 april 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Water-link (AWW) |
30 maart 2018 |
- |
Dit advies is niet tijdig uitgebracht. |
|
Elia Asset nv |
30 maart 2018 |
11 april 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen |
30 maart 2018 |
23 april 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.
Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.
Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.
Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.
In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.
In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
Het goed wordt gekruist door een overdruk met als aanduiding ‘Hoogspanningsleiding’.
In het gebied, aangeduid met deze overdruk, zijn alle handelingen toegelaten voor de aanleg, de exploitatie en de wijzigingen van een hoogspanningsleiding en haar aanhorigheden. De aanvragen voor vergunningen voor een hoogspanningsleiding en aanhorigheden worden beoordeeld rekening houdend met de in grondkleur aangegeven bestemming.
De in grondkleur aangegeven bestemming is van toepassing voor zover de aanleg, de exploitatie en wijzigingen van de bestaande hoogspanningsleiding niet in het gedrang worden gebracht.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Voor een straal van 500m rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Grotendeels geldt hier het bestemmingsvoorschrift Gebied voor Zeehaven- en watergebonden bedrijven. Voor het Leopolddok in het zuiden en het 6de Havendok in het oosten geldt het bestemmingsvoorschrift Gebied voor waterweginfrastructuur. Ten noordoosten van de aanvraag geldt – voor de Noorderlaan (op ca. 80m) en de Oosterweelsteenweg – het bestemmingsvoorschrift Gebied voor Verkeers- en vervoersinfrastructuur. Ten westen van de aanvraag geldt tevens het bestemmingsvoorschrift Gebied voor spoorinfrastructuur. In de omgeving van de aanvraag loopt tevens een overdruk met als aanduiding ‘Leidingstraat’ veelal evenwijdig aan bestaande straten.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
De verordening hemelwater is van toepassing op de aanvraag.
Er wordt een afwijking op de gewestelijke hemelwaterverordening aangevraagd. Volgens artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, kan het vergunningverlenende bestuursorgaan bij de beoordeling van de aanvraag in uitzonderlijke gevallen afwijkingen toestaan van de verplichtingen van dit besluit als dat om specifieke redenen met betrekking tot de mogelijkheden van hergebruik of plaatselijke terreinkenmerken verantwoord of noodzakelijk is.
De aanvrager vraagt een afwijking op het aspect infiltratie en individuele buffering/vertraagde afvoer. In de motiveringsnota wordt als motivatie naar voor geschoven dat er weinig meerwaarde is om te infiltreren vermits er weinig invloed is op de grondkwaliteit en grondwaterreserves. Hiernaast is het volgens de motiveringsnota ook weinig zinvol om individuele buffering/vertraagde afvoer te voorzien aangezien de dokken functioneren als een collectieve buffervoorziening. Het hemelwater dat op de nieuwe verharding terecht komt zal via de reeds bestaande RWA-riolering afwateren in de richting van de dokken. Gelet op de beperkte oppervlakte van de verharding, op de grondwaterstroming in de richting van de dokken, en op de situering van de verharding langs een spoorweg nabij dewelke infiltratievoorzieningen technisch moeilijk realiseerbaar zijn kan de gevraagde afwijking worden toegestaan.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Sectorale wetgeving
MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft de aanleg van een verharding in asfalt op de plaats van een reeds gesloopt kantoorgebouw. In de vergunning voor de sloop van het kantoorgebouw werd als voorwaarde opgenomen om de vrijgekomen ruimte in te zaaien met een streek- en bodemeigen grasmengsel. Deze ruimte zal worden geasfalteerd om als opslagzone te gebruiken voor allerhande werkmateriaal in open lucht. Ten westen daarvan wordt een bestaande klinkerverharding vervangen door een asfaltverharding. Ten oosten van de nieuwe verharding is er een kleine zone tussen de perceelgrens en het voormalig kantoorgebouw die tevens mee verhard wordt in asfalt. Hiervoor dienen twee bomen gerooid te worden. Ten slotte wordt een omheining op eigen terrein gedeeltelijk verwijderd zodat er een aaneengesloten stuk terrein vrij is zonder fysieke obstakels.
De nieuwe verharding heeft een totale oppervlakte van ca. 712m².
Mobiliteitsimpact (o.a. toetsing parkeerbehoefte)
De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte en geen significante toename van het aantal verkeersbewegingen.
Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid
De aanvraag kadert in de verdere ontwikkeling van een terrein voor opslag in het havengebied.
Visueel-vormelijke elementen
De nieuwe verharding wordt uitgevoerd in asfalt, aansluitend bij een bestaande asfaltverharding.
Ecologische aspecten
Het terrein waar de werken worden uitgevoerd ligt niet binnen het netwerk van ecologische infrastructuur. Er zijn geen bijzondere havengerelateerde natuurwaarden aanwezig met eventuele uitzondering van de 2 te rooien bomen. Compensatie daarvan is volgens Stadsbeheer/ Groen en begraafplaatsen aangewezen, maar gezien de (bestaande en toekomstige) layout van het terrein heeft het tevens aldus deze stadsdienst weinig zin daarop aan te dringen. Rooien zonder compensatie is in deze concrete context bijgevolg aanvaardbaar.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Er werd advies ingewonnen bij het Havenbedrijf Antwerpen als gebiedsbeheerder. Dit advies is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden uit dit advies, gericht op het vrijwaren van de integriteit van omgevende infrastructuren, met het oog op de beperking van de hinder van de geplande werkzaamheden en met het oog op de veiligheid, kunnen integraal aan deze vergunning worden gehecht.
Er werd advies ingewonnen van Elia nv aangezien de aanvraag zich in de directe nabijheid bevindt van een hoogspanningsleiding. Zij beoordelen de aanvraag voorwaardelijk gunstig. In dit advies wordt tevens verwezen naar advies dat Elia nv uitbracht naar aanleiding van de recent verleende sloopvergunning voor het kantoorgebouw. De voorwaarden uit dat advies blijven tevens onverminderd van toepassing, aldus het huidige advies. De voorwaarden in dit huidige advies, gericht op de veiligheid, kunnen integraal aan deze vergunning worden gehecht met inbegrip van het eerdere advies dat als bijlage bij het advies is gevoegd.
Wegens de situering van de aanvraag in de directe nabijheid van spoorwegen werd tevens het advies ingewonnen van Infrabel nv. Dit advies is voorwaardelijk gunstig. Wegens de beperkte afstand van de te rooien bomen tot het spoor (L27A), is een aparte Infrabel toelating vereist ten einde veiligheidsvoorwaarden te kunnen opleggen. Contactpersoon – ing. Dries Pauwels, 03/204 8010 – dries.pauwels@infrabel.be. Deze voorwaarde wordt als een uitvoeringsmodaliteit beschouwd. Verder dient men bij uitvoering en exploitatie te voldoen aan de bijgevoegde ‘Algemene voorwaarden i.v.m. bouwaanvraag’. De voorwaarden kunnen integraal aan de vergunning worden gehecht.
Advies werd ingewonnen bij Water-link, dewelke een hoofdwaterleiding in de directe nabijheid van de geplande werken beheert. Het advies werd niet uitgebracht binnen de gestelde termijn van dertig dagen, zodat aan het advies kan worden voorbijgegaan.
Stedenbouwkundige handelingen
Voorwaardelijk gunstig:
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
16 maart 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
30 maart 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
29 mei 2018 |
|
Verslag GOA |
8 mei 2018 |
|
naam GOA |
Bieke Geypens |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Geen
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: OMV_2018019755
Gegevens van de aanvrager: Cargotec Belgium met als adres Heizegemweg 7 te 2030 Antwerpen
Ligging van het project: Heizegemweg 12, 2030 Antwerpen
Kadastrale gegevens: afdeling 15 sectie C nr. 258L
Vergunningsplichten: stedenbouwkundige handelingen
Voorwerp van de aanvraag: aanleg verharding, kappen bomen, verwijderen draadafsluiting
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.