Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Op 9 juni 2017 verleende het college van burgemeester en schepenen een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een ERU-ARU installatie in blok F0826 gelegen te Scheldelaan 600, Antwerpen.
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag betreft het in afwijking van voormelde eerder verleende stedenbouwkundige vergunning voor:
de bouw van een nieuwe installatie F826;
de bouw van een nieuwe leidingenbrug F897;
aanpassing van de omgevende verharding.
Opgemerkt wordt dat de plannen niet voldoen aan het normenboek, met o.a. een foutief numeriek aangegeven schaal (plannen op 1/200 waar de aangegeven schaal op het plan 1/100 is), gebrek aan schaalbalken op de plannen, legendes weergegeven op de plannen. De aanvraag bevat ook geen informatie over de aanpassing van de verharding.
Dit bemoeilijkt het beoordelen van de aanvraag.
Stedenbouwkundige gegevens uit de plannen van aanleg, de ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn. De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven. Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur. Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten. Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten. In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten. In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Voor een straal van 500 m rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Grotendeels geldt hier het bestemmingsvoorschrift Gebied voor Zeehaven- en watergebonden bedrijven. De Scheldelaan in het westen van de aanvraag (op ca. 330 m) heeft als bestemming Gebied voor Verkeers- en vervoersinfrastructuur. Evenwijdig met de Scheldelaan in het westen lopen twee overdrukken met aanduidingen Leidingstraat en Hoogspanningsleiding.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De gewestelijke hemelwaterverordening is niet van toepassing op het gedeelte hemelwater dat op de nieuwe installatie F826 valt, daar dit hemelwater door contact met de verharde oppervlakte zo vervuild wordt dat het als afvalwater moet worden beschouwd. Het vervuilde hemelwater wordt via een restwaterput naar de waterzuiveringsinstallatie afgevoerd.
Voor het gedeelte hemelwater dat op de verharding in asfalt terechtkomt, is de aanvraag niet in overeenstemming met de gewestelijke hemelwaterverordening indien, zoals aangegeven in de beschrijvende nota, het niet-verontreinigd hemelwater wordt opgevangen, wordt herbruikt als koelwater wanneer uit controle is gebleken dat het niet vervuild is, en men dit bijgevolg niet laat infiltreren. Deze afwijking is echter aanvaardbaar gelet op de potentiële verontreiniging waarvan ook hier sprake.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
De gewestelijke verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Op circa 8m van de westzijde van een bestaande industriële installatie (koelwaterstation, F823) wordt een nieuwe installatie (F826) opgetrokken. Het betreft een combinatie van een Aniline Recovery Unit (ARU) en een Energy Recovery Unit (ERU). De nieuwe installatie wordt opgetrokken op een betonnen funderingsplaat met een grondoppervlakte van circa 475 m² en bestaat uit een staalstructuur welke circa 11,5 m hoog is en waarin verschillende apparaten bevestigd zijn. In het westen van de ERU wordt een schouw met een hoogte van circa 33 m voorzien.
Tussen de bestaande installatie F823 en de nieuwe installatie F826 wordt een nieuwe leidingenbrug (F897) gebouwd welke in het noorden aansluit op een bestaande leidingenbrug. De nieuwe leidingenbrug heeft een lengte van circa 25 m en een vrije hoogte van 9 m.
Mobiliteitsimpact (o.a. toetsing parkeerbehoefte)
De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte en geen significante toename van het aantal verkeersbewegingen.
Schaal – ruimtegebruik – bouwdichtheid
De werken worden uitgevoerd op een grootschalig industrieterrein temidden van allerhande industriële installaties en staan in functie van de bestaande bedrijvigheid.
Visueel – vormelijke elementen
De aanvraag wijkt betreffende materialen en bouwwijze niet af van het algemeen gangbare in een industriegebied en is in harmonie met zijn industriële omgeving.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Het hemelwater dat op de installatie valt, wordt beschouwd als potentieel verontreinigd. Dit hemelwater wordt via goten in de betonnen vloerplaat afgevoerd naar een verzamelput en van daar dan verder verpompt naar de waterzuiveringsinstallatie. Het hemelwater dat op het asfalt terechtkomt, wordt afgevoerd naar een nabijgelegen controleput. Indien na metingen blijkt dat het water niet vervuild is, wordt het via het interne koelwatercircuit herbruikt in de installatie. Indien het water wel vervuild is, wordt het afgevoerd naar een noodbekken. Het is aangewezen dat het vervuilde water vanuit het noodbekken in de waterzuiveringsinstallatie terecht komt en daar behandeld wordt of rechtstreeks wordt afgevoerd naar een erkende verwerker.
Gelet op de aard van de aanvraag won de vergunningverlenende overheid het advies in van Brandweer/ Risicobeheer/ Preventie.
Voorwaardelijk gunstig
Het vervuilde water uit het noodbekken moet in de waterzuiveringsinstallatie behandeld worden of moet rechtstreeks afgevoerd worden naar een erkende verwerker.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Ontvangst adviesvraag |
30 maart 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
9 april 2018 |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
8 mei 2018 |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De vergunningsaanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Startdatum |
Einddatum |
Schriftelijke bezwaar-schriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaar-schriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaar-schriften |
|
9 april 2018 |
8 mei 2018 |
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij de deputatie, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. De deputatie verzoekt het college om:
Ligging van het project:Scheldelaan 600, 2040 Antwerpen
| Projectnummer: | OMV_2018025244 |
| Gegevens van de aanvrager: | BASF Antwerpen nv met als adres Scheldelaan 600 te 2040 Antwerpen |
| Kadastrale gegevens: | afdeling 20 sectie A nr. 1T |
| Vergunningsplichten: | Stedenbouwkundige handelingen |
| Voorwerp van de aanvraag: | bouwen van een ERU-ARU installatie - as built |
Het college beslist een VOORWAARDELIJK GUNSTIG advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de vergunningsaanvraag. De aanvrager is er toe gehouden om het vervuilde water uit het noodbekken in de waterzuiveringsinstallatie te laten behandelen of rechtstreeks af te voeren naar een erkende verwerker.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V | Het advies college te bezorgen aan de instantie die advies gevraagd heeft. |