Artikel 43 § 1 en artikel 57 § 2 van het Gemeentedecreet.
Momenteel wordt de leesbaarheid van de rechtspositieregeling door het personeel als zwaar ervaren en is de huidige rechtspositieregeling, gelet op het snel vernieuwde HR-beleid, vaak niet voldoende aangepast of in de huidige vorm van de rechtspositieregeling moeilijk aanpasbaar. In het kader van een meer modern HR-beleid is een vereenvoudiging van de rechtspositieregeling aangewezen, die meer is opgesteld vanuit verschillende principes dan vanuit regulering van alle mogelijke situaties die zich zouden kunnen voordoen. Bij de komende wijzigingen aan de rechtspositieregeling zal daarom steeds vertrokken worden van onderstaande principes:
Ook zullen de aanpassingen aan rechtspositieregeling, in navolging van de mogelijkheid tot afwijkingen op het BVR RPR, op maat van de grootstad Antwerpen gebeuren.
In het regeerakkoord van de Vlaamse regering 2014- 2019 van 23 juni 2014 is onder het hoofdstuk 1 met betrekking tot binnenlands bestuur en stedenbeleid het volgende bepaald: "We geven de steden en gemeenten meer autonomie met betrekking tot hun interne organisatie. Op het vlak van het personeelsbeleid geven we de gemeenten en in het bijzonder de grootste steden meer vrijheidsgraden om hun plaatselijke rechtspositieregeling vorm te geven. We erkennen de rol van de gemeenten in het syndicaal overleg. We maken mogelijk dat lokale besturen op flexibele manier een beroep kunnen doen op uitzendarbeid. We waken erover dat dienstverlening van de lokale besturen aan de burgers neutraal is en als neutraal ervaren wordt."
Bij decreet van 3 juni 2016 tot wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 (…) werd het artikel 116 van het Gemeentedecreet gewijzigd. Het artikel 116 van het Gemeentedecreet voorziet de mogelijkheid voor grootsteden met een inwonersaantal gelijk aan of hoger dan 200.000 inwoners gemotiveerd te kunnen afwijken van het BVR RPR voor wat betreft de bezoldigingsregeling, de salarisschalen, de toelagen, vergoedingen, het verlof en de afwezigheden.
Het college keurt goed dat bij wijzigingen aan de rechtspositieregeling de vereenvoudiging, de leesbaarheid van de rechtspositieregeling en het schrijven op maat van de stad Antwerpen voorop staat, vertrekkende uit de principes zoals opgenomen in de argumentatie.
Het college geeft opdracht aan:
| Het managementteam | om in de werking en in de uitwerking van de RPR vanuit deze principes te vertrekken. |
| Strategische coördinatie | om hier ook rekening mee te houden in de uitwerking van de organisatiestructuur. |
| Personeelsmanagement | om een plan van aanpak op te stellen in het kader van de vereenvoudiging van de rechtspositieregeling. |