Terug

2018_CBS_03202 - Omgevingsvergunning. OMV_2018003436 - Rafael Gerritsen. Bredabaan 174. district Merksem - Weigering

college van burgemeester en schepenen
vr 13/04/2018 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Ludo Van Campenhout, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Glenn Verspeet, waarnemend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_03202 - Omgevingsvergunning. OMV_2018003436 - Rafael Gerritsen. Bredabaan 174. district Merksem - Weigering 2018_CBS_03202 - Omgevingsvergunning. OMV_2018003436 - Rafael Gerritsen. Bredabaan 174. district Merksem - Weigering

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse Regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Adviezen

Externe adviezen 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

16 februari 2018

14 maart 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - Eandis / IMEA

16 februari 2018

21 februari 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - Vlaams gewest, Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen

16 februari 2018

13 maart 2018

Geen advies

Interne adviezen 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie

16 februari 2018

13 maart 2018

stadsontwikkeling/ mobiliteit

16 februari 2018

Geen tijdig advies ontvangen

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen 

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. 

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’. 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) 

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling. 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan. 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).

De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag. 

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag. 

Algemene bouwverordeningen

Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag. 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag. 

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • art. 24minimale lichtinval en minimale luchttoevoer: de wooneenheden 1,2,3 en 4 hebben onvoldoende licht en lucht;
  • art 28: Minimale oppervlakte buitenruimte: de bijkomende wooneenheid aan de straatzijde heeft geen eigen 4 m² buitenruimte;
  • art. 29: Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen: de fietsstalplaatsen zijn niet conform de bouwcode ingericht;
  • art 30 autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen: voor de 2 bijkomende wooneenheden worden geen autostalplaats voorzien. 

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn. 

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. 

Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode. 

De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater 

De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen 

De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen 

De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’ 

De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’ 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening 

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften:

Er zijn 5 wooneenheden in totaal voorzien , waarvan 3 wooneenheden bijkomend tegenover de laatst vergunde toestand. Voor elk van de appartementen afzonderlijk zijn de strijdigheden met de voorschriften de volgende:

Studio 1 is niet leefbaar en dus ruimtelijk niet aanvaardbaar omwille van volgende punten:

  • Het behoud van het etalageraam met inkomdeur in de voorgevel is niet bevorderlijk voor de woonkwaliteit van de achterliggende leefruimte.
  • Er worden 2 inkomdeuren voorzien, één langs de etalageraam en één in de gemeenschappelijke inkom.
  • De achterliggende ruimte heeft een raamopening in een gemeenschappelijke doorgang van 1,39 m breed. Door de hoogte van het aanpalend pand en de voorliggende aanvraag ontstaat er een smalle donkere koker waardoor er weinig lichtinval kan geraken tot de gelijkvloerse verdieping en dit is geen verbetering voor de woonkwaliteit naar de achterliggende ruimte.
  • Twee ruimten (één aan de voorzijde, en één achteraan) in studio 1 worden niet benoemd en worden uitgesloten als verblijfsruimte. 

Studio 2 is niet leefbaar en dus ruimtelijk niet aanvaardbaar omwille van volgende punten:

  • Studio 2 is bereikbaar via twee inkomdeuren. Deze deuren komen uit op de doorgang naar de gemeenschappelijke buitenruimte;
  • Alle ramen van studio 2 zijn georiënteerd op deze doorgang. Deze doorgang heeft een maximum breedte van ca. 1,4 m en een minimum breedte van 1 m. Hier geldt hetzelfde argument als bij studio 1. Door de hoogte van het aanpalend pand en de voorliggende aanvraag ontstaat er een smalle donkere koker waardoor er weinig lichtinval kan geraken tot de gelijkvloerse verdieping en dit is geen verbetering voor de woonkwaliteit naar de achterliggende ruimte;
  • Door de plaatsing van deze ramen op deze doorgang wordt er geen privacy geboden naar studio 2;
  • De drie grote ruimten in studio 2 worden niet benoemd en worden uitgesloten als verblijfsruimte. 

Appartement 3 is niet leefbaar en dus ruimtelijk niet aanvaardbaar omwille van volgend punt:

  • De slaapkamer heeft een raamopening dat uitkijkt op de doorgang. Hier geldt hetzelfde argument als bij studio 1 en 2. Door de hoogte van het aanpalend pand en de voorliggende aanvraag ontstaat er een smalle donkere koker waardoor er weinig lichtinval kan geraken tot de eerste verdieping en dit is geen verbetering voor de woonkwaliteit naar de achterliggende ruimte. 

Appartement 4 is niet leefbaar en dus ruimtelijk niet aanvaardbaar omwille van volgende punten:

  • Appartement 4 is bereikbaar via een gemeenschappelijke inkom, welke ook dienst doet als fietsenstalling en de doorgang naar de gemeenschappelijke ruimte. De doorgangen van de aanvraag kan qua breedte voldoen aan de brandwetgeving maar in praktijk is dit een omslachtige weg naar het appartement.
  • Alle ramen van appartement 4 kijken uit op de doorgang. Deze doorgang heeft een maximum breedte van ca. 1,4 m en een minimum breedte van 1 m. Hier geldt hetzelfde argument als bij studio 1 en 2 en appartement 4. Door de hoogte van het aanpalend pand en de voorliggende aanvraag ontstaat er een smalle donkere koker waardoor er weinig lichtinval kan geraken tot de eerste verdieping en dit is geen verbetering voor de woonkwaliteit naar de achterliggende ruimte. 

Appartement 5 is niet leefbaar en dus ruimtelijk niet aanvaardbaar omwille van volgende punten:

  • De keuken en de badkamer zijn smalle ruimten en bieden geen degelijke woonkwaliteit. Ook dit is onaanvaardbaar.
  • De ruimte vooraan is niet benoemd en wordt dan ook uitgesloten als verblijfsruimte. 

De buitenruimte die wordt aangeboden is gemeenschappelijk en bevindt zich achteraan op het perceel omsloten tussen hoge scheidingsmuren. Deze buitenruimte biedt onvoldoende kwaliteit en is dus onaanvaardbaar. 

Omwille van voorafgaande punten wordt de aanvraag ongunstig geadviseerd. 

Functionele inpasbaarheid:

De aanvraag betreft de verbouwing van een handelszaak naar 2 wooneenheden in een woonomgeving, de aanvraag is aanvaardbaar.

Echter is de schaal van de aanvraag vrij groot. Er worden 5 wooneenheden gerealiseerd zonder de parkeerbehoefte op eigen perceel op te lossen. Hierdoor wordt de draagkracht van de omgeving overschreden. 

Mobiliteitsimpact (o.a. toetsing parkeerbehoefte):

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen. 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op het aantal wooneenheden dat er bij komt . In de bestaande toestand zijn er 3 wooneenheden.

Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1. Dit project bestaat uit 5 wooneenheden. Het aantal wooneenheden dat er bij komt is 2. De parkeerbehoefte is dus 2.

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0 .

‘Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten. ’

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 0 = 2.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2 – 0  = 2 .

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2 .

Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is.

Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 0 parkeerplaatsen.

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 0 = 2 . 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 2 plaatsen.

Fietsvoorzieningen:

De fietsparkeerbehoefte wordt bepaald door het aantal slaapkamers per wooneenheid vermeerderd  met 1.

Dit project bestaat uit 5 wooneenheden: 3 woningen met 1 slaapkamer en 2 met 0 slaapkamers (studio’s). De fietsparkeerbehoefte wordt als volgt berekend: 2 x ( 0 + 1 ) + 3 x ( 1 + 1 ) = 8 .

Het project voorziet zelf 6 m² ruimte voor het stallen van fietsen. De fietsopbergruimte is niet verder in detail uitgewerkt en dus is het niet duidelijk hoe de fietsen gestald kunnen worden. 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid:

De aanvraag betreft interne werken, aan de woning worden geen bijkomende werken uitgevoerd. Het perceel is vrij diep echter de impact van de bebouwing is relatief groot. Er wordt te weinig kwaliteitsvolle open ruimte aangeboden. 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen:

De aanvraag betreft interne werken, aan de woning worden geen bijkomende werken uitgevoerd. Het perceel is vrij diep echter de impact van de bebouwing is relatief groot. Er wordt te weinig kwaliteitsvolle open ruimte aangeboden. 

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen 

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van:

  • Het onvoldoende licht en lucht voorzien in meerdere wooneenheden;
  • Het niet voorzien in buitenruimte aan de bijkomende wooneenheden;
  • Het niet inrichten van de fietsenstalling conform de bouwcode;
  • Geen bijkomende parkeerplaatsen aanbieden;
  • Onvoldoende woonkwaliteit realiseren door het behouden van etalageramen bij de functiewijziging naar woonruimte.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

16 januari 2018

Volledig- en ontvankelijk

15 februari 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

15 april 2018

Verslag GOA

4 april 2018

naam GOA

Martijn Coppoolse

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. 

Projectnummer :

OMV_2018003436

Gegevens van de aanvrager:

de heer Rafael Gerritsen met als adres Trammezandlei 25 te 2170 Merksem (Antwerpen)

Ligging van het project:

Bredabaan 174 te 2170 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 40 sectie C nr. 531G

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

regulariseren en inrichten van vijf appartementen

Omschrijving aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen 

Relevante voorgeschiedenis

  • 01/07/2005: vergunning (20051226)) voor het verbouwen van een gelijkvloers appartement tot een handelsruimte;
  • 19/03/2004: weigering (20033786) voor het verbouwen van de gelijkvloerse bouwlaag van drie naar twee appartementen;
  • 15/06/2017: weigering (20162616) voor het wijzigen van de functie van de handelsruimte naar twee appartementen;
  • 06/12/2002: PV (20021107) uitvoeren van werken strijdig met de afgeleverde bouwvergunning ME/2001/B/0087, omvormen van het gelijkvloerse appartement naar studio en bijgebouwen achterbouw. 

Laatst vergunde toestand

  • rijwoning opgevat als meergezinswoning met een handels gelijkvloers. 

Bestaande toestand

  • rijwoning opgevat als meergezinswoning met op de gelijkvloerse verdieping 3 niet vergunde appartementen. 

Inhoud van de aanvraag:

  • wijzigen en regulariseren van de functie van de gelijkvloerse verdieping van handel naar 2 studio’s;
  • het raam van het achterste appartement en in de zijgevel wordt vergroot;
  • inrichten van een gemeenschappelijke tuin met uitzondering voor de studio aan de tuinzijde;
  • er wordt een afgesloten afvalberging met verluchting van 4m² voorzien in de kelder;
  • een fietsenstalling wordt voorzien in de hal op de gelijkvloerse verdieping voor de bijkomende wooneenheden met 5 fietsstalplaatsen;
  • de voorgevel blijft ongewijzigd met uitzondering van het verkleinen van de voordeur.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.