Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
27 februari 2018 |
23 maart 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - Rio-link (Aquafin nv) |
27 februari 2018 |
14 maart 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
27 februari 2018 |
5 april 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
27 februari 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
27 februari 2018 |
2 maart 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
27 februari 2018 |
13 maart 2018 |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ archeologie |
27 februari 2018 |
31 maart 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Binnenstad", goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1: zone voor wonen - (wo1).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid:
De panden zijn gelegen in een kotstopzone. Door het omvormen van de studentenkamers naar appartementen wordt het overaanbod aan studentenkamers verkleind. De buurt heeft nood aan kwaliteitsvolle en voldoende grote appartementen of eengezinswoningen.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid:
Het zeer dense binnengebied wordt ontpit om ruimte te maken voor tuinen. De doorgang naar de kelder van nr.11 wordt eveneens mee geïntegreerd in het groene karakter van de omliggende tuinen.
Ook het verkleinen van de bouwdiepte van nr.7 verhoogt de woonkwaliteit en de beleving van de omwonenden. Er worden meer aangename zichten gecreëerd maar de privacy wordt bewaakt.
Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten:
De werken zijn gesitueerd in een zone die volgens het gewestplan werd ingekleurd als een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. In CHE-gebied en voor panden opgenomen in de inventaris wordt de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. De wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie wordt onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur.
De dienst monumentenzorg adviseert het volgende:
“… Het gebouw heeft een neutrale waarde omdat de stedenbouwkundige en architecturale waarde beperkt is. Het gebouw valt niet op in het straatbeeld maar door zijn traditionele gevelopbouw, ritmiek, materiaalgebruik en volume/schaal past het zich onopvallend in het straatbeeld in.
Vanuit oogpunt monumentenzorg is er geen bezwaar tegen de gewenste ingrepen. De erfgoedwaarde van de te slopen constructies is gering. De vele verbouwingswerken hebben deze steeds verder uitgehold. De ingrepen zorgen ervoor dat er kwalitatieve woonomgeving ontstaat in het dense binnengebied…”
Het geplande bouwproject valt binnen de drempelwaarden voor de verplichte opmaak van een archeologienota volgens art. 5.4.1. van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013: de perceelsoppervlakte bedraagt meer dan 300m² en de ingreep in de bodem meer dan 100m² (Vastegestelde archeologische zone van de historische binnenstad).
De bouwheer voegde de verplichte archeologienota niet toe.
Gezien de beperkte ingreep in de bodem wordt de aanvraag niet als ongunstig geadviseerd. Anderzijds bestaat de kans dat bij de graafwerken archeologische vondsten aan het licht komen door de ligging in de historische binnenstad en dienen bijkomende voorwaarden opgelegd.
Vanuit de dienst archeologie worden volgende voorwaarden opgelegd:
- De bouwheer meldt twee weken vooraf de aanvang van de graafwerken aan de stedelijke dienst archeologie (archeologie@stad.antwerpen.be).
- De bouwheer laat werfcontroles toe door stadsarcheologen
Ook vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan er akkoord gegaan worden met het advies van beide diensten. De beeldkwaliteit blijft eenvoudig en bewaard. De materialen zijn stedelijk van aard.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen:
De appartementen zelf voldoen aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot. Woonkwaliteit handelt echter niet enkel over de indeling en inrichting van appartementen. Een correcte, veilige en gebruiksvriendelijke fietsenstalling maakt onlosmakelijk onderdeel uit van het gebruiksgenot van de woonfunctie. De dienst mobiliteit geeft volgende advies voor de voorziene fietsenstalling:
“voldoende grote en vlot bereikbare fietsenstalling voor minimum 8 fietsen te voorzien.”
In plaats van 8 worden er 5 fietsstalplaatsen voorzien langs de Korte Sint-Annastraat nr.7. De gelijkvloerse verdieping van Ossenmarkt nr.22 is met zijn atelier voldoende groot om eigen fietsen te kunnen stallen indien nodig. Doordat het perceel aan de voorzijde van beide straten niet heel breed is en het grootste deel van het perceel maar breed uitloopt in het binnengebied is het moeilijk om de fietsenstalling groter te maken dan voorzien op de plannen. De woonkwaliteit van de gelijkvloerse appartementen en het nodige groen in binnengebied zou hierdoor inboeten aan kwaliteit.
Mobiliteitsimpact (o.a. toetsing parkeerbehoefte):
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 5 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging. In de laatst vergunde toestand zijn er in de panden 2 appartementen, 9 studentenkamers en +- 80 m² kantoren. Deze worden verbouwd tot 6 appartementen. 2 bijkomende appartementen < 60m² met parkeernorm 1.05 à 2 x 1.05 = 2.1 1 bijkomend appartementen tussen 60m² en 90m² met parkeernorm 1.2 à 1 x 1.2 = 1.2.1 bijkomend appartementen > 90m² met parkeernorm 1.35 à 1 x 1.35 = 1.35 De werkelijke parkeerbehoefte is 5 (2.1 + 1.2 + 1.35 = 4.65 à 5) |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. ‘Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten. ’ |
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 3. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 5. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 5. Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is. Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 2 parkeerplaatsen. In de laatst vergunde toestand zijn er: - 9 studentenkamers met parkeernorm 0.15/kamer à 9 x 0.15 = 1.35 - een kantoor van +- 80m² in stationsomgeving per parkeernorm 0.6/100m² à 0.6/100m² x 80 m² = 0.48 Het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein is 4 (1.35 + 0.48 = 1.83 à 2) Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 3. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 3 plaatsen.
|
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
29 januari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
27 februari 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
28 april 2018 |
|
Verslag GOA |
9 april 2018 |
|
naam GOA |
Helia Dezhpoor |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018009074 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
mevrouw Natasja Van den Bulck met als adres Korte Sint-Annastraat 11 bus 2 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Korte Sint-Annastraat 11 te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 2 sectie B nrs. 1874C en 1876L |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag |
verbouwen van 3 panden en herverdeling van de perceelsgrenzen. |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.