Bij de erkenning van het onroerenderfgoeddepot van de stad Antwerpen in 2016 werd reeds in het vooruitzicht gesteld dat de stad voor de werking van het depot een subsidie zou trachten te bekomen.
Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 voorzien de mogelijkheid om een subsidie te verlenen aan een erkend onroerenderfgoeddepot. Het bedrag van deze subsidie is bepaald op 85.000,00 euro jaarlijks voor een periode van zes jaar. Hiervoor zal het depot een samenwerkingsovereenkomst afsluiten met het agentschap Onroerend Erfgoed en moet het depot aan bepaalde voorwaarden voldoen, te weten minstens één van volgende vereisten:
Daarenboven moet bij de aanvraag een meerjarenbegroting worden ingediend en wordt een depotprofiel gevraagd waaruit blijkt dat het depot een receptieve functie van gemeentegrensoverschrijdend belang vervult.
Het aanvraagformulier en de bewijsstukken van de hierboven vermelde voorwaarden zijn ter goedkeuring in bijlage bij dit besluit gevoegd.
Het onroerenderfgoeddepot van de stad Antwerpen beschikt niet over een geformaliseerd calamiteitennetwerk, zodat er voor geopteerd werd om in te zetten op de andere twee basisvereisten om in aanmerking te komen voor een subsidie:
De bijlagen bij de aanvraag voor de toekenning van de subsidie bevatten eveneens het gevraagde depotprofiel, waaruit de gemeentegrensoverschrijdende werking van het depot blijkt. De geografische afbakening van het werkterrein van het onroerenderfgoeddepot werd hiervoor uitgebreid met de gemeenten Stabroek en Zwijndrecht. Met beide gemeenten werden samenwerkingsovereenkomsten afgesloten, die eveneneens in bijlage bij de aanvraag worden gevoegd.
Tenslotte moet de aanvraag ook een meerjarenbegroting omvatten, opgemaakt volgens een door het agentschap Onroerend Erfgoed beschikbaar gesteld sjabloon. Deze meerjarenbegroting is gebaseerd op het principe van ongewijzigd beleid in de komende bestuursperiode, maar is hierop geen voorafname. Mochten er tijdens de volgende legislatuur andere klemtonen gelegd worden, waardoor de voorziene middelen niet meer ter beschikking zijn, dan komt de subsidie te vervallen.
Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014.
In de zitting van 10 maart 2016 (jaarnummer 2012), besliste het college bij de Vlaamse overheid een aanvraag tot erkenning van een onroerenderfgoeddepot in te dienen.
Op 1 juli 2016 besliste de bevoegde minister om het 'Onroerenderfgoeddepot Stad Antwerpen' te erkennen als onroerenderfgoeddepot.
Op 26 augustus 2016 (jaarnummer 7539), nam het college kennis van de goedkeuring van de erkenning van het onroerenderfgoeddepot door de Vlaamse overheid.
Op 1 juni 2018 (jaarnummer 5020) keurde het college de samenwerkingsovereenkomst met de gemeenten Stabroek en Zwijndrecht goed over het gebruik van het onroerenderfgoeddepot van de stad Antwerpen.
Bij goedkeuring van de subsidie zal een subsidiefiche aangemaakt worden. Alle uitgaven en ontvangsten met betrekking tot deze subsidie zullen gekoppeld worden aan deze subsidiefiche.
De budgetten worden, na goedkeuring van de subsidie, ingeschreven op de doelstelling 1SBR040303A00000. Deze budgetten worden gekoppeld aan de subsidiefiche.
Het college keurt goed om een aanvraag in te dienen bij de Vlaamse overheid voor het bekomen van een subsidie voor het onroerenderfgoeddepot.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/OE/A | Indienen van een aanvraag tot het bekomen van een subsidie voor het onroerenderfgoeddepot bij de Vlaamse overheid |