Terug

2018_CBS_05442 - Omgevingsvergunning - OMV_2018018170. Jos Smolderenstraat ZN. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 29/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05442 - Omgevingsvergunning - OMV_2018018170. Jos Smolderenstraat ZN. District Antwerpen - Goedkeuring 2018_CBS_05442 - Omgevingsvergunning - OMV_2018018170. Jos Smolderenstraat ZN. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten

Startdatum

Einddatum

Schriftelijke bezwaar-schriften

Schriftelijke gebundelde bezwaar-schriften

Petitie-lijsten

Digitale bezwaar-schriften

29 maart 2018

27 april 2018

0

0

0

0

 

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018018170

Gegevens van de aanvrager:

de heer Tim Van Laere met als adres Verlatstraat 23-25 te 2000 Antwerpen

Ligging van het project:

Jos Smolderenstraat ZN te 2000 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 11 sectie L nr. 3925S4

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

bouwen van een galerij-blok 13b

Omschrijving aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 29/01/2014: vergunning (20135602) voor het uitvoeren van infrastructuurwerken op de site van “Antwerpen Nieuw Zuid”;
  • 07/10/2016: vergunning (20161175) voor technische werken binnen de wijk Nieuw Zuid meer bepaald de aanvraag wegenisvergunning voor fase 2 (striga 3-4-5) + regulariseren wijzigingen op AN1/B/P/20135602.

Laatst vergunde toestand

  • geen laatst vergunde toestand.

Bestaande toestand

  • het terrein is momenteel braakliggend.

Inhoud van de aanvraag:

  • bouwen van een vrijstaand paviljoen met twee bovengrondse bouwlagen en een kelderverdieping;
  • het rechthoekige volume heeft een lengte van 47,60 meter en een breedte van 4,28 meter;
  • de kroonlijsthoogte varieert van minimaal 3,80 meter tot maximaal 8,78 meter;
  • het volume wordt uitgevoerd in een grijze betonstructuur in combinatie met gelakt metalen buitenschrijnwerk.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

22 maart 2018

24 april 2018

Voorwaardelijk gunstig


Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen

22 maart 2018

23 maart 2018

stadsontwikkeling/ mobiliteit

22 maart 2018

30 maart 2018

DL adresbeheer (huisnummers)

22 maart 2018

Geen tijdig advies ontvangen

ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie

22 maart 2018

5 april 2018

stadsontwikkeling/ ontwerp en uitvoering/ ontwerpers

22 maart 2018

26 maart 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Nieuw Zuid, goedgekeurd op 17 juli 2014. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1 zone voor centrumfuncties (ce1).

Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan op volgende punten:

  • Artikel 1.2.3.1: de bouwhoogte bedraagt 8.78 meter > 8 meter;
  • Artikel 1.2.2.2: De gevellijnen (geïsoleerde gevels) van de gebouwen langs de erfontsluitende straten staan in het verlengde van elkaar; 
  • Artikel 1.2.3.3: er is geen groendak voorzien.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater). 

De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater

De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).

De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend(e) punt(en):

  • Artikel 24: er is geen vrije en vlakke draairuimte voorzien voor de deur van het aangepast toilet;
  • Artikel 30: de breedte van het aangepast toilet bedraagt 1.50 meter < 1.65 meter.

Algemene bouwverordeningen

Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen

 De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.

De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.

De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • Artikel 13 ondergrondse en bovengrondse uitsprongen: de bank aan de gevel heeft een uitsprong van 0.50 meter > 0.15 meter;
  • Artikel 38 Groendaken: er is geen groendak voorzien.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. 

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

In toepassing van artikel 1.2.3.2 van het RUP Nieuw Zuid moeten de zijgevels van de galerij in het verlengde worden geplaatst van de overige gevels langs de erfontsluitende straten. Dit betekent dat de galerij niet als een rechthoekig volume kan opgevat worden. De aanvraag voorziet evenwel in een rechthoekig volume.

Een rechthoekig volume is vanuit de functionaliteit van de galerij te verklaren: wanden die onder een rechte hoek worden geplaatst bieden meer mogelijkheden naar inrichting. Stedenbouwkundig stelt de rechthoekige vorm evenmin een probleem: de galerij vormt door zijn functie en zijn schaal reeds een uitzondering op de grootschalige volumes in de omgeving. Een beperkte afwijking op bouwlijnen van de zijgevels benadrukt dit uitzonderlijk karakter. De afwijking van artikel 1.2.3.2 van het RUP Nieuw Zuid is ruimtelijk dan ook aanvaardbaar.

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag voor een galerij maakt deel uit van de ontwikkeling van het stadsontwikkelingproject Nieuw Zuid. Het gebouw, voorzien op perceel 13b, wordt opgetrokken in striga 3.

De aangevraagde functie is conform de bestemmingsvoorschriften van het RUP Nieuw Zuid waarin is bepaald dat gemeenschapsfuncties en gebouwen met een publieke functie mogelijk zijn in een paviljoen.

De stedelijke dienst Business en Innovatie adviseert met volgende argumentatie:

De galerij bestaat uit een kantoorzone, een exporuimte, stockage en een ontvangstgedeelte.

Dergelijke functie doorbreekt de monofunctionele woonontwikkeling in het gebied.

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 25 parkeerplaatsen.

Advies Mobiliteit:

De parkeerbehoefte wordt bepaald op het bouwen van een galerij.

In de bijgevoegde parkeerboekhouding wordt gerekend met een norm van 3.3/100m2 (cfr. handel). Voor de galerij met tentoonstellingsruimte, werkplekken en opslagruimte met een oppervlakte van 745m2 kom je dan op 25 parkeerplaatsen

 De werkelijke parkeerbehoefte is 25.

 

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

Er worden op het perceel zelf geen parkeerplaatsen voorzien, de 25 parkeerplaatsen worden elders in striga 3 voorzien (zie parkeerboekhouding)

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0.

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 29 mei 2017. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.

Fietsvoorzieningen

De aanvraag voorziet 8 fietsstalplaatsen. De dienst Mobiliteit merkt op dat dit aantal voldoende is.

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De galerij is opgevat als een balkvormig volume van ca. 47,60 meter lang, 14,28 meter breed en presenteert zich als een koppeling van vijf volumes. De hoogte van deze volumes varieert en is minimaal 3,80 meter ter hoogte van de patio en maximaal 8,78 meter ter hoogte van de inkomzone.

Het RUP Nieuw Zuid voorziet dat paviljoenen van maximaal 2 bouwlagen hoog mogelijk zijn.

In toepassing van artikel 1.2.3.1 van dit RUP, waarin is bepaald dat een bouwlaag tot 4 meter hoog mag zijn, mag de maximale hoogte van het gebouw 8 meter bedragen. De voorziene hoogte bedraagt plaatselijk 8,78 meter.

De grotere hoogte is vanuit de functionaliteit van de galerijfunctie te verklaren: bij het tentoonstellen van kunstwerken zijn hoge ruimten nodig die een flexibele invulling mogelijk maken. Bovendien schrijven de stedenbouwkundige voorschriften voor Nieuw Zuid voor dat de omliggende bebouwing voornamelijk bestaat uit volumes van minimaal 4 bouwlagen. Gelet op deze grootschaligheid is de beperkte afwijking van 0,78 meter ruimtelijk aanvaardbaar.

Visueel-vormelijke elementen

Het RUP Nieuw Zuid voorziet dat bij paviljoenen via gevelopeningen een relatie tussen het gebouw en de omgeving moet worden gerealiseerd of dat de architectuur van het gebouw middels geleding en materiaalgebruik een dialoog met de omgeving tot stand moet brengen.

In de voorgevel die via de binnenstraat aan een stedelijk plein grenst en daardoor de meest publieke gevel vormt, zijn enkele grote openingen voorzien. In het tweede volume van links wordt de inkompartij voorzien middels een grote raamopening. Het derde en vierde volume bevatten eveneens elk een grote raamopening die dienst doet als vitrine naar de achterliggende tentoonstellingsruimten. In het vijfde volume wordt een patio ingericht die toegankelijk is via een afsluitbare luik.

Beide zijgevels zijn gesloten. Deze geslotenheid komt voort uit de functies die er ingericht worden: een bergruimte en een patio waarin gesloten wanden nodig zijn voor het stockeren en tentoonstellen van werken. De achtergevel bevat twee niet-publieke openingen die toegang bieden tot de bergruimte en een kantoorruimte.

De openingen in de voorgevel komen tegemoet aan de bepalingen in het RUP om een relatie met de omgeving tot stand te brengen. Openingen in de achtergevel zijn beperkt en niet-publiek. Het voorzien van meer openingen die bovendien publiek zijn, is ruimtelijk niet wenselijk. De achtergevel van de galerij wordt voorzien op beperkte afstand van Blok 13. Om de woonkwaliteit van Blok 13 te waarborgen is het wenselijk de nodige geborgenheid en privacy voor de appartementen te respecteren. Dit is enkel mogelijk door de publieke functie van de galerij maximaal langs de binnenstraat te voorzien.

Het gebouw is opgevat als een koppeling van vijf volumes waarbij tussen de volumes een kleine open voeg wordt voorzien; een doorlopende plint zorgt voor de samenhang van de volumes.

De gevels worden afgewerkt in ter plaatse gestort beton. De grote openingen kunnen afgesloten worden met gelakte metalen luiken. Deze luiken zijn in open toestand wit, in gesloten toestand roze.

Het materiaalgebruik is conform de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP.

Het project werd een eerste maal besproken op de welstandscommissie van 19 januari 2018 waar het ongunstig werd geadviseerd. Naar aanleiding van dit advies werden de gevels meer open gewerkt, werd gekozen voor gevelplaten in beton met een voeg en stalen elementen die de gevelopeningen afsluiten. Op 2 februari 2018 werd het gewijzigd ontwerp voorwaardelijk gunstig geadviseerd door de commissie. De vraag van de welstandscommissie om de verdere detaillering en een architecturale vertaalslag verder te onderzoeken, werd verwerkt in de beschrijvende nota bij de aanvraag.   

De aangevraagde tekst met witte letters op de voorgevel is in verhouding met de maat van het gebouw.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

In toepassing van artikel 1.2.3.3 van het RUP Nieuw Zuid en artikel 38 van de Bouwcode is de aanleg van een groendak op het platte dak van de eerste verdieping nodig. Dit wordt als voorwaarde aan de vergunning gekoppeld.

De stedelijke dienst Ontwerp en Uitvoering geeft negatief advies over de geprefabriceerde bank aan de voorgevel over openbaar domein. De bank bemoeilijkt het onderhoud en herstel van het openbaar domein en is tevens voorzien in de looplijn voor geleiding van blinden en slechtzienden.

Bovendien wijkt de bank af van artikel 13 van de Bouwcode waarin is bepaald dat bovengrondse uitsprongen maximaal 0,15 meter mogen bedragen terwijl de aangevraagde uitsprong 0.50 meter bedraagt.

Als gevolg van het negatief advies en de afwijking op de Bouwcode wordt de bank uitgesloten van de vergunning.

Bijkomend zijn in het advies van Ontwerp en Uitvoering volgende voorwaarden opgenomen:

  • hydraulisch advies aan te vragen bij de rioolbeheerder Stad Antwerpen;
  • de aansluiting aan openbaar domein, vergunde fase 2, dient afgestemd te worden met ontwerper en uitvoerder openbaar domein.

Beide  voorwaarden worden aan de vergunning gekoppeld.

De aanvraag wijkt van artikels 24 en 30 van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Als voorwaarde wordt aan de vergunning gekoppeld dat conform artikel 24 een vrije en vlakke draairuimte moet voorzien worden aan het aangepast toilet en dat conform artikel 30 de breedte van dit toilet 1,65 meter moet bedragen.

De stedelijke groendienst formuleert een voorwaardelijk gunstig advies. Deze voorwaarden worden aan de vergunning gekoppeld.

De te behouden bomen in de buurt van de werf moeten tijdens de werken beschermd worden.

  • In het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom  onaanvaardbaar moeten  beschadigd worden, noch nu, noch in de toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
    • het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
    • graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale wortelpakket moet verwijderd worden;
    • de boom drastisch te snoeien. ( d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm).
    • Als er werken (zowel bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden.
    • De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
      • o Er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie + 2m.
      • In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….)
      • o Er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt.

Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is. 

Naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden.

Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken, een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … .

 Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen. 

 Bij het aanplanten van een nieuwe boom moet volgende in acht genomen worden:

  • Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil o.a. zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar  er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte.

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen 

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

Voorwaarden

  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • hydraulisch advies aan te vragen bij de rioolbeheerder Stad Antwerpen;
  • de aansluiting aan openbaar domein, vergunde fase 2, dient afgestemd te worden met ontwerper en uitvoerder openbaar domein;
  • het dak van de eerste verdieping aan te leggen als groendak conform artikel 38 van de Bouwcode;
  • een vrije en vlakke draairuimte voor de deur van het aangepast toilet te voorzien conform artikel 24 van de gewestelijke verordening inzake toegankelijkheid;
  • een minimale de breedte van 1,65 meter te voorzien voor het aangepast toilet conform artikel 30 van de gewestelijke verordening inzake toegankelijkheid;
  • De te behouden bomen in de buurt van de werf moeten tijdens de werken beschermd worden.
  • In het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom  onaanvaardbaar moeten  beschadigd worden, noch nu, noch in de toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
    • het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
    • graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale wortelpakket moet verwijderd worden;
    • de boom drastisch te snoeien. ( d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm).
    • Als er werken (zowel bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden.
    • De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
      • Er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie + 2m.
      • In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….)
      • Er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt.
    • Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is.
    • Naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden.
    • Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken, een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … .
    • Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen. 
  • Bij het aanplanten van een nieuwe boom moeten volgende zaken in acht genomen worden
    • Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil o.a. zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar  er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte.

 Uitsluitingen

  • De bank aan de voorgevel wordt uitgesloten van vergunning.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

16 februari 2018

Volledig- en ontvankelijk

18 maart 2018

Opening openbaar onderzoek

29 maart 2018

Afsluiten openbaar onderzoek

27 april 2018

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

30 juni 2018

Verslag GOA

31 mei 2018

naam GOA

Brenda Dierckx

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • De algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;
  • De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • Hydraulisch advies aan te vragen bij de rioolbeheerder Stad Antwerpen;
  • De aansluiting aan openbaar domein, vergunde fase 2, dient afgestemd te worden met ontwerper en uitvoerder openbaar domein;
  • Het dak van de eerste verdieping aan te leggen als groendak conform artikel 38 van de Bouwcode;
  • Een vrije en vlakke draairuimte voor de deur van het aangepast toilet te voorzien conform artikel 24 van de gewestelijke verordening inzake toegankelijkheid;
  • Een minimale de breedte van 1,65 meter te voorzien voor het aangepast toilet conform artikel 30 van de gewestelijke verordening inzake toegankelijkheid;
  • De te behouden bomen in de buurt van de werf moeten tijdens de werken beschermd worden;
  • In het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom  onaanvaardbaar moeten  beschadigd worden, noch nu, noch in de toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
    • het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
    • graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale wortelpakket moet verwijderd worden;
    • de boom drastisch te snoeien. ( d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm).
  • Als er werken (zowel bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden;
    • De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
    • Er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie + 2m;
    • In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….)
    • Er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt;
    • Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is;
    • Naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden;
    • Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken, een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … .
    • Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen;
    • Bij het aanplanten van een nieuwe boom moeten volgende zaken in acht genomen worden;
    • Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil o.a. zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar  er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte. 

Uitsluitingen

  • De bank aan de voorgevel wordt uitgesloten van vergunning.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.