De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Startdatum |
Einddatum |
Schriftelijke bezwaar-schriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaar-schriften |
Petitie-lijsten |
Digitale bezwaar-schriften |
|
29 maart 2018 |
27 april 2018 |
0 |
0 |
0 |
0 |
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018018170 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer Tim Van Laere met als adres Verlatstraat 23-25 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Jos Smolderenstraat ZN te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 11 sectie L nr. 3925S4 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
bouwen van een galerij-blok 13b |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Adviezen
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
22 maart 2018 |
24 april 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen |
22 maart 2018 |
23 maart 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
22 maart 2018 |
30 maart 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
22 maart 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
22 maart 2018 |
5 april 2018 |
|
stadsontwikkeling/ ontwerp en uitvoering/ ontwerpers |
22 maart 2018 |
26 maart 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Nieuw Zuid, goedgekeurd op 17 juli 2014. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1 zone voor centrumfuncties (ce1).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan op volgende punten:
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend(e) punt(en):
Algemene bouwverordeningen
Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
In toepassing van artikel 1.2.3.2 van het RUP Nieuw Zuid moeten de zijgevels van de galerij in het verlengde worden geplaatst van de overige gevels langs de erfontsluitende straten. Dit betekent dat de galerij niet als een rechthoekig volume kan opgevat worden. De aanvraag voorziet evenwel in een rechthoekig volume.
Een rechthoekig volume is vanuit de functionaliteit van de galerij te verklaren: wanden die onder een rechte hoek worden geplaatst bieden meer mogelijkheden naar inrichting. Stedenbouwkundig stelt de rechthoekige vorm evenmin een probleem: de galerij vormt door zijn functie en zijn schaal reeds een uitzondering op de grootschalige volumes in de omgeving. Een beperkte afwijking op bouwlijnen van de zijgevels benadrukt dit uitzonderlijk karakter. De afwijking van artikel 1.2.3.2 van het RUP Nieuw Zuid is ruimtelijk dan ook aanvaardbaar.
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag voor een galerij maakt deel uit van de ontwikkeling van het stadsontwikkelingproject Nieuw Zuid. Het gebouw, voorzien op perceel 13b, wordt opgetrokken in striga 3.
De aangevraagde functie is conform de bestemmingsvoorschriften van het RUP Nieuw Zuid waarin is bepaald dat gemeenschapsfuncties en gebouwen met een publieke functie mogelijk zijn in een paviljoen.
De stedelijke dienst Business en Innovatie adviseert met volgende argumentatie:
De galerij bestaat uit een kantoorzone, een exporuimte, stockage en een ontvangstgedeelte.
Dergelijke functie doorbreekt de monofunctionele woonontwikkeling in het gebied.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 25 parkeerplaatsen. Advies Mobiliteit: De parkeerbehoefte wordt bepaald op het bouwen van een galerij. In de bijgevoegde parkeerboekhouding wordt gerekend met een norm van 3.3/100m2 (cfr. handel). Voor de galerij met tentoonstellingsruimte, werkplekken en opslagruimte met een oppervlakte van 745m2 kom je dan op 25 parkeerplaatsen De werkelijke parkeerbehoefte is 25.
|
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Er worden op het perceel zelf geen parkeerplaatsen voorzien, de 25 parkeerplaatsen worden elders in striga 3 voorzien (zie parkeerboekhouding) |
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 29 mei 2017. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. |
Fietsvoorzieningen
De aanvraag voorziet 8 fietsstalplaatsen. De dienst Mobiliteit merkt op dat dit aantal voldoende is.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De galerij is opgevat als een balkvormig volume van ca. 47,60 meter lang, 14,28 meter breed en presenteert zich als een koppeling van vijf volumes. De hoogte van deze volumes varieert en is minimaal 3,80 meter ter hoogte van de patio en maximaal 8,78 meter ter hoogte van de inkomzone.
Het RUP Nieuw Zuid voorziet dat paviljoenen van maximaal 2 bouwlagen hoog mogelijk zijn.
In toepassing van artikel 1.2.3.1 van dit RUP, waarin is bepaald dat een bouwlaag tot 4 meter hoog mag zijn, mag de maximale hoogte van het gebouw 8 meter bedragen. De voorziene hoogte bedraagt plaatselijk 8,78 meter.
De grotere hoogte is vanuit de functionaliteit van de galerijfunctie te verklaren: bij het tentoonstellen van kunstwerken zijn hoge ruimten nodig die een flexibele invulling mogelijk maken. Bovendien schrijven de stedenbouwkundige voorschriften voor Nieuw Zuid voor dat de omliggende bebouwing voornamelijk bestaat uit volumes van minimaal 4 bouwlagen. Gelet op deze grootschaligheid is de beperkte afwijking van 0,78 meter ruimtelijk aanvaardbaar.
Visueel-vormelijke elementen
Het RUP Nieuw Zuid voorziet dat bij paviljoenen via gevelopeningen een relatie tussen het gebouw en de omgeving moet worden gerealiseerd of dat de architectuur van het gebouw middels geleding en materiaalgebruik een dialoog met de omgeving tot stand moet brengen.
In de voorgevel die via de binnenstraat aan een stedelijk plein grenst en daardoor de meest publieke gevel vormt, zijn enkele grote openingen voorzien. In het tweede volume van links wordt de inkompartij voorzien middels een grote raamopening. Het derde en vierde volume bevatten eveneens elk een grote raamopening die dienst doet als vitrine naar de achterliggende tentoonstellingsruimten. In het vijfde volume wordt een patio ingericht die toegankelijk is via een afsluitbare luik.
Beide zijgevels zijn gesloten. Deze geslotenheid komt voort uit de functies die er ingericht worden: een bergruimte en een patio waarin gesloten wanden nodig zijn voor het stockeren en tentoonstellen van werken. De achtergevel bevat twee niet-publieke openingen die toegang bieden tot de bergruimte en een kantoorruimte.
De openingen in de voorgevel komen tegemoet aan de bepalingen in het RUP om een relatie met de omgeving tot stand te brengen. Openingen in de achtergevel zijn beperkt en niet-publiek. Het voorzien van meer openingen die bovendien publiek zijn, is ruimtelijk niet wenselijk. De achtergevel van de galerij wordt voorzien op beperkte afstand van Blok 13. Om de woonkwaliteit van Blok 13 te waarborgen is het wenselijk de nodige geborgenheid en privacy voor de appartementen te respecteren. Dit is enkel mogelijk door de publieke functie van de galerij maximaal langs de binnenstraat te voorzien.
Het gebouw is opgevat als een koppeling van vijf volumes waarbij tussen de volumes een kleine open voeg wordt voorzien; een doorlopende plint zorgt voor de samenhang van de volumes.
De gevels worden afgewerkt in ter plaatse gestort beton. De grote openingen kunnen afgesloten worden met gelakte metalen luiken. Deze luiken zijn in open toestand wit, in gesloten toestand roze.
Het materiaalgebruik is conform de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP.
Het project werd een eerste maal besproken op de welstandscommissie van 19 januari 2018 waar het ongunstig werd geadviseerd. Naar aanleiding van dit advies werden de gevels meer open gewerkt, werd gekozen voor gevelplaten in beton met een voeg en stalen elementen die de gevelopeningen afsluiten. Op 2 februari 2018 werd het gewijzigd ontwerp voorwaardelijk gunstig geadviseerd door de commissie. De vraag van de welstandscommissie om de verdere detaillering en een architecturale vertaalslag verder te onderzoeken, werd verwerkt in de beschrijvende nota bij de aanvraag.
De aangevraagde tekst met witte letters op de voorgevel is in verhouding met de maat van het gebouw.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
In toepassing van artikel 1.2.3.3 van het RUP Nieuw Zuid en artikel 38 van de Bouwcode is de aanleg van een groendak op het platte dak van de eerste verdieping nodig. Dit wordt als voorwaarde aan de vergunning gekoppeld.
De stedelijke dienst Ontwerp en Uitvoering geeft negatief advies over de geprefabriceerde bank aan de voorgevel over openbaar domein. De bank bemoeilijkt het onderhoud en herstel van het openbaar domein en is tevens voorzien in de looplijn voor geleiding van blinden en slechtzienden.
Bovendien wijkt de bank af van artikel 13 van de Bouwcode waarin is bepaald dat bovengrondse uitsprongen maximaal 0,15 meter mogen bedragen terwijl de aangevraagde uitsprong 0.50 meter bedraagt.
Als gevolg van het negatief advies en de afwijking op de Bouwcode wordt de bank uitgesloten van de vergunning.
Bijkomend zijn in het advies van Ontwerp en Uitvoering volgende voorwaarden opgenomen:
Beide voorwaarden worden aan de vergunning gekoppeld.
De aanvraag wijkt van artikels 24 en 30 van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Als voorwaarde wordt aan de vergunning gekoppeld dat conform artikel 24 een vrije en vlakke draairuimte moet voorzien worden aan het aangepast toilet en dat conform artikel 30 de breedte van dit toilet 1,65 meter moet bedragen.
De stedelijke groendienst formuleert een voorwaardelijk gunstig advies. Deze voorwaarden worden aan de vergunning gekoppeld.
De te behouden bomen in de buurt van de werf moeten tijdens de werken beschermd worden.
Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is.
Naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden.
Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken, een voldoende hoge kraan voorzien. Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … .
Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen.
Bij het aanplanten van een nieuwe boom moet volgende in acht genomen worden:
Advies aan het college
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Voorwaarden
Uitsluitingen
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
16 februari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
18 maart 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
29 maart 2018 |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
27 april 2018 |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
30 juni 2018 |
|
Verslag GOA |
31 mei 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Uitsluitingen
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.