Terug

2018_CBS_05932 - Omgevingsvergunning - OMV_2018042639. Tweemontstraat 122. District Deurne. - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 29/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05932 - Omgevingsvergunning - OMV_2018042639. Tweemontstraat 122. District Deurne. - Goedkeuring 2018_CBS_05932 - Omgevingsvergunning - OMV_2018042639. Tweemontstraat 122. District Deurne. - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

Adviezen

Er werden geen adviezen gevraagd.

Toetsing aan de voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)
    De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
     
  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
    De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
    De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)
    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten::
    • Artikel 34 Stabiliteit en scheidingsmuren: de opstand van het nieuw dak van het hoofdvolume is lager dan 30cm.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft een verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning. De woonfunctie blijft verenigbaar met de omgeving.

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de aanvraag betrekking heeft op de verbouwing van een eengezinswoning waarbij de functie en het aantal woongelegenheden ten opzichte van het bestaande ongewijzigd blijven.

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De aanvraag heeft betrekking op een woning in aaneengesloten bebouwing met twee bouwlagen onder plat dak.

In huidige toestand bedraagt de bouwdiepte van het gelijkvloers 17,75 meter. Deze diepte wordt teruggebracht tot 15,52 meter. De eerste verdieping wordt pereelsbreed uitgebreid tot eenzelfde bouwdiepte. Op de rechtse perceelsgrens gaat dit gepaard met een beperkte scheimuurwijziging,  op de linkse perceelsgrens met wijziging over een lengte van 7,2 meter.

De wijziging van de scheimuur met de linkse buur is aanzienlijk: de muur wordt opgetrokken tot ca. 6 meter hoog en 7,2 meter diep. Dit beïnvloedt de lichtinval en bezonning op het perceel van de linkse buur aanzienlijk. Zowel op de kleine koer als in de leefruimten op het gelijkvloers en de eerste verdieping van de woning zal de woonkwaliteit verminderen. Bezonning van het oosten zal geblokkeerd worden, lichtinval zal sterk afnemen. Bovendien zal de koer herleid worden tot een nauwe, gesloten buitenruimte waarin de huidige zichtlijnen naar licht en lucht afgesloten worden.

De perceelsbrede uitbreiding op de eerste verdieping doet bijkomend afbreuk aan het oorspronkelijk opzet van beide woningen waarbij de volumes op de eerste verdieping op een aanvaardbare afstand van de perceelsgrens worden geplaatst. Dergelijke opzet maakt kwalitatieve  leefruimten voor beide woningen mogelijk zonder dat hinder ontstaat.

Uit voorgaande blijkt dat de uitbreiding van de eerste verdieping te dominant is ten opzichte van het linkse aangrenzende perceel en als gevolg in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. De uitbreiding wordt daarom uitgesloten van vergunning.

Bijkomend wordt een tweede verdieping voorzien. De bouwdiepte van het nieuwe volume bedraagt 8,44 meter. Aan de rechtse zijde wordt aangesloten op de bestaande scheimuur.

In het straatbeeld komen meerdere panden voor van drie bouwlagen. De bijkomende verdieping is niet hinderlijk voor aanpalenden. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is de uitbreiding aanvaardbaar.

Visueel-vormelijke elementen

De voorgevel van de woning is afgewerkt met wit geglazuurd metselwerk in steenstrips en aluminium buitenschrijnwerk. Een beperkte strook onderaan de gevel is voorzien van een blauwe hardstenen plint. Een houten kroonlijst sluit de dakrand af.

De gevel van de tweede verdieping wordt afgewerkt met antraciet kleurige aluminium gevelbekleding.  Dit kleur- en materiaalgebruik past bij dat van de bestaande gevel en is aanvaardbaar binnen het straatbeeld dat wordt gekenmerkt door een divers gebruik van materialen, kleuren en texturen.

De volledige achtergevel wordt afgewerkt met lichtgrijs pleisterwerk en wit PVC buitenschrijnwerk. Deze materiaal- en kleurkeuze is gangbaar als afwerking voor achtergevels binnen de omgeving.  

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

In toepassing van artikel 34 van de Bouwcode moet de opstand van een scheimuur minimaal 0,30 meter boven het hoogst aangrenzende dakvlak uitsteken. Omdat het nieuwe dak als een groendak wordt aangelegd kan van de hoogte van de opstand worden afgeweken indien tussen de scheidingswand en de vegetatie een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed aanwezig is. Dit wordt als voorwaarde aan de vergunning gekoppeld.

Als gevolg van de het optrekken van de tweede verdieping kan hinder ontstaan voor de werking van de schoorsteen van de buren. Wanneer dit het geval is dienen de aanvrager en de aanpalende  burgerrechterlijk een overeenkomst te sluiten opdat de hinder wordt weggewerkt. Artikel 35 van de Bouwcode bevat bepalingen over de uitvoering van schoorstenen.

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

Voorwaarden

  1. tussen de scheidingswand en de vegetatie van het groendak een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed te voorzien;
  2. na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Uitsluitingen

De uitbreiding van de eerste verdieping wordt uitgesloten van vergunning.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

11 april 2018

Volledig- en ontvankelijk

10 mei 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Verslag GOA

18 juni 2018

naam GOA

Brenda Dierckx

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

1

0

0

0


Bespreking van de bezwaren

  1. 1.     Hinder licht- en zoninval: Als gevolg van het verlengen en het optrekken van de scheimuur tot de eerste verdieping valt er geen of heel weinig daglicht, noch zonlicht op de koer van aanpalenden. Het gelijkvloers wordt natuurlijke lichtinval ontnomen; de koer herleid tot een donkere metershoge steeg.

Beoordeling: De wijziging van de scheimuur met de linkse buur is aanzienlijk: de muur wordt opgetrokken tot ca. 6 meter hoog en 7,2 meter diep. Dit beïnvloedt de lichtinval en bezonning op het perceel van de linkse buur aanzienlijk. Zowel op de kleine koer als in de leefruimten op het gelijkvloers en de eerste verdieping van de woning zal de woonkwaliteit verminderen. Bezonning van het oosten zal geblokkeerd worden, lichtinval zal sterk afnemen. Bovendien zal de koer herleid worden tot een nauwe, gesloten buitenruimte waarin de huidige zichtlijnen naar licht en lucht afgesloten worden.

Het bezwaar is ontvankelijk en gegrond.

  1. 2.     Werking schoorsteen: Kan er gegarandeerd worden dat de schoorsteen van bezwaarindiener nog goed werkt wanneer de aangevraagde tweede verdieping wordt opgetrokken?

Beoordeling: Het bezwaar over de werking van de schoorsteen is niet van stedenbouwkundige aard en vormt geen beoordelingselement van voorliggende aanvraag. Als gevolg van de het optrekken van de tweede verdieping kan hinder ontstaan. Wanneer dit het geval is dienen de aanvrager en aanpalende  burgerrechterlijk een overeenkomst te sluiten opdat de hinder wordt weggewerkt. Artikel 35 van de Bouwcode bevat bepalingen over de uitvoering van schoorstenen.

Het bezwaar is ontvankelijk en deels gegrond.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018042639

Gegevens van de aanvrager:

de heer Mohamad Asfour met als adres Tweemontstraat 122 te 2100 Deurne (Antwerpen)

Ligging van het project:

Tweemontstraat 122 te 2100 Deurne (Antwerpen)

Kadastrale gegevens:

afdeling 27 sectie A nr. 125L6

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag

uitbreiding van een eengezinswoning


Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 30 maart 1973: vergunning (627#27241) voor het uitvoeren van een voorgevelverandering;
  • 1 januari 1938: vergunning (329#15956) bouwen pomphuis en wc 1ste verdieping.

Laatst vergunde toestand

  • eengezinswoning van 2 bouwlagen onder plat dak in gesloten bebouwing.

Bestaande toestand

  • eengezinswoning van 2 bouwlagen onder plat dak in gesloten bebouwing.

Inhoud van de aanvraag

  • verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning;
  • de gelijkvloerse bouwdiepte wordt verkleind tot 15m52 en over de volledige perceelsbreedte;
  • de eerste verdieping wordt tot eenzelfde bouwdiepte uitgebreid;
  • het hoofdvolume wordt voorzien van een derde bouwlaag onder plat dak, ingericht met slaapkamers;
  • de bestaande voorgevel met wit geglazuurde steenstrips blijft behouden;
  • de nieuwe, bovenliggende voorgevel wordt afgewerkt met een antracietkleurige aluminium bekleding en wit pvc buitenschrijnwerk.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:

  • de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
  • het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;
  • tussen de scheidingswand en de vegetatie van het groendak een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed te voorzien; 
  • na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Uitsluitingen

De uitbreiding van de eerste verdieping wordt uitgesloten van vergunning.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.