Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - FOD Mobiliteit en Vervoer - Dienst Luchtvaart |
11 april 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan |
|
Digit - FOD Mobiliteit en Vervoer - Dienst Luchtvaart |
11 april 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
31 maart 2018 |
7 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn |
31 maart 2018 |
7 mei 2018 |
Geen bezwaar |
|
Digit - Rio-link (Aquafin nv) |
31 maart 2018 |
7 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - Eandis / IMEA |
31 maart 2018 |
14 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - PROXIMUS |
31 maart 2018 |
11 april 2018 |
Gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
30 maart 2018 |
5 april 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
30 maart 2018 |
5 april 2018 |
|
stadsontwikkeling/ team stadsbouwmeester - welstandscommissie |
30 maart 2018 |
4 mei 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
30 maart 2018 |
30 maart 2018 |
|
stadsontwikkeling/ geacht vergund |
30 maart 2018 |
15 mei 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 2060, goedgekeurd op 20 december 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed.
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan op volgende punten:
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgende punten:
Algemene bouwverordeningen
Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving besluit de toegevoegde project-MER-screeningsnota dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn. De nota wordt aanvaard.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De stad wenst een groter aandeel van eengezinswoningen in het woonaanbod om gezinnen aan te trekken. Daarom is het omvormen van eengezinswoningen naar kleinere woonentiteiten niet wenselijk.
De grondgebonden woningen staan onder druk. Nochtans vormt dit patrimonium een essentiële bouwsteen binnen het stedelijk DNA en moet het gevrijwaard blijven. De stad telt heel wat eengezinswoningen, herenhuizen en tal van grondgebonden woningen. Echter worden deze woningen steeds vaker opgedeeld in kleinere woonentiteiten. Ook zijn er steeds minder vergunningen voor de bouw van eengezinswoningen.
Om gezinnen in de stad te kunnen blijven aantrekken en behouden is het nodig om de functie eengezinswoning te behouden.
De twee gesloopte eengezinswoningen worden niet ‘gecompenseerd’ in de vervangende nieuwbouw.
Om een mix op vlak van stedenbouwkundige, maatschappelijke en woonkwaliteitseisen te garanderen is het noodzakelijk de juiste verhoudingen te zoeken tussen verschillende woningtypes enerzijds en de juiste oppervlakte verhoudingen tussen de functies binnen deze woningen anderzijds. Om de kwaliteit van een appartementsblok te garanderen dient er een mix van verschillende slaapkamerappartementen te zijn.
Bij het ontwerpen van woningen zijn een evenwichtige ruimteverdeling en optimale afmetingen een must gezien deze een grote impact hebben op het wooncomfort. Om het ruimtecomfort van een woning te bewaken is het dus belangrijk dat het aantal slaapkamers in verhouding staat met het aantal beschikbare vierkante meters leefruimte per bewoner. Dit is niet in het voorliggend project, waardoor de woonentiteiten onvoldoende wooncomfort bieden.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De Van Aerdtstraat wordt gekenmerkt door panden19de eeuwse panden bestaande uit 3 bouwlagen en een daklaag. Waarbij de leien dan weer worden gekenmerkt door ook 19de eeuwse panden kenmerkend bestaande uit 3 a 4 lagen met een daklaag maar ook door gebouwen uit de jaren 60 en 70 bestaande uit kenmerkend 8 lagen en een teruggetrokken laag.
De aansluiting van het project in de van Aerdtstraat, bestaande uit 5 bouwlagen en een teruggetrokken laag, is bijgevolg niet afgestemd is op de kenmerkende kroonlijsthoogte en aantal lagen van deze straat.
Het aantal lagen op de leien stemt overeen met het kenmerkend aantal lagen van de panden uit de jaren 60 en 70 echter de aansluiting met het rechter gelegen inventarispand is niet afgestemd.
Visueel-vormelijke elementen
Voorliggende aanvraag werd voorafgaandelijk op 4 mei 2018 voorgelegd aan de welstandscommissie. De commissie adviseerde het ontwerp ongunstig met onderstaande motivering:
“Het project betreft een ingediende bouwaanvraag voor nieuwbouw appartementen gelegen op de hoek van de Italiëlei en de Van Aerdtstraat. Het nieuwe volume bestaat uit 6 lagen en daklaag van 3 lagen als hoekaccent. De geveluitwerking kenmerkt zich door brede uitpandige terrassen geaccentueerd door witte kaders. Op de hoek zijn op alle lagen overhoekse raampartijen voorzien die uitgeven op de uitkragende terrassen. Als gevelmateriaal is voor donkerkleurig metselwerk en buitenschrijnwerk gekozen in combinatie met borstweringen in glas.
De welstandscommissie vraagt om in de nu horizontale geveluitwerking een meer verticale ritmering en geleding te voorzien zodat het volume zich beter inpast in de stedelijke omgeving. De uitkragende terrassen en overhoekse raampartijen op de hoek zorgen voor onvoldoende massiviteit waarbij het volume meer moet landen op de grond.
In samenhang hiermee vraagt de welstandscommissie om de raamopeningen evenwichtig te proportioneren met een goede balans tussen grote en kleine openingen ifv een evenwichtige geleding. De plint dient hierbij als een stedelijke en levendige plint ingezet te worden met royale inkomzones ifv leesbaarheid.
De welstandscommissie vraagt om de materiaalkeuze te beperken tot 1 kleurstelling of als toon-op toon kleurstelling in plaats van contrastrerend met voldoende aandacht voor kwaliteit en detaillering. Gezien de stedelijke context worden de borstweringen beter voorzien in spijlenwerk in plaats van glas.”
Het volume, de materialisatie, vorm en geleding van de nieuwbouw zijn bijgevolg niet afgestemd op de omgeving. Het project toont niet aan dat de kennis van de omgeving en het bestaande pand werd ingezet opdat de nieuwbouw op doelbewuste en gemotiveerde wijze een relatie aangaat met de omgeving.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Bij grootschalige projecten moet gewaakt worden over de inpassing ervan in het weefsel.
De plint moet voldoende actief zijn (voorzien van verschillende inkomdeuren en ramen),
wat de sociale controle, de levendigheid en de beeldkwaliteit van de straat versterkt echter ook voldoende privacy verschaffen naar de gelijkvloerse functies.
Het hoekappartement op het gelijkvloers bevat niet actuele verblijfskwaliteit door zijn enkelzijdiggerichtheid en het overhoekse raam.
De buitenruimte voor de wooneenheid op niveau 0 (B.0.1) wordt voorzien op niveau 7, deze oplossing is niet functioneel noch kwalitatief.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 29 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de oppervlakte van de appartementen. 11 appartementen < 60m² met parkeernorm 1.05. 10 x 1.05 = 10.5 14 appartementen tussen 60m² en 90m² met parkeernorm 1.2. 14 x 1.2 = 16.8 1 appartement > 90m² met parkeernorm 1.35. 1 x 1.35 = 1.35 De werkelijke parkeerbehoefte is 29 (10.5 + 16.8 + 1.35 = 28.65 = 29) |
|
De plannen voorzien in 13 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. Er is een ondergrondse parking met 2 bouwlagen. Er zijn 13 parkeerplaatsen ingericht. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 29. Het plan voorziet niet in het aantal te realiseren plaatsen. Vanuit oogpunt goede ruimtelijke ordening is dit onaanvaardbaar. Er dient gezocht naar een oplossing op eigen terrein. Niet vatbaar voor vergunning. |
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 16 Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 16 plaatsen. |
In totaal moeten 77 fietsenstallingen voorzien worden (6 + 57 + 4 + 10 = 77)
In de ondergrondse parking zijn 2 fietsenbergingen ingericht van 51m² en 55m². Er wordt enkel een ophangsysteem voorzien voor 61 en 58 fietsen. Dit systeem is niet geschikt voor alle soorten fietsen (zware (elektrische) fietsen, fietsen met manden, zakken, fietsstoeltjes,…)
De inrichting van de fietsenstallingen moet voldoen aan de inrichtingsprincipes uit de bouwcode.
Er moeten verschillende stallingssystemen gebruikt worden. Minimum de helft van de stalplaatsen moeten ‘gewone’ stalplaatsen zijn met voldoende tussenafstand en afstand achter de fietsen.
De toegang naar de fietsenberging is tussen 2 geparkeerde auto’s en slechts 84cm breed. Deze doorgang is te smal voor fietsers, waardoor het risico op beschadiging van auto’s en fietsen is.
De doorgang moet minimum 1.20m breed zijn.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van onverenigbaarheden met stedenbouwkundige voorschriften (ruimtelijk uitvoeringsplan en bouwcode) en omwille van onverenigbaarheden met een goede ruimtelijke ordening (functionele inpasbaarheid, schaal en ruimtegebruik en visueel-vormelijke elementen).
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
27 februari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
29 maart 2018 |
|
Start openbaar onderzoek |
6 april 2018 |
|
Einde openbaar onderzoek |
5 mei 2018 |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
11 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
19 juni 2018 |
|
naam GOA |
Wim Van Roosendael |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Startdatum |
Einddatum |
Schriftelijke bezwaar-schriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaar-schriften |
Petitie-lijsten |
Digitale bezwaar-schriften |
|
6 april 2018 |
5 mei 2018 |
0 |
0 |
0 |
1 |
Bespreking van de bezwaren
Beoordeling:
De bezorgdheden van de bezwaarindieners rond de afwerking van de scheimuren, dakrand en schouwen vormen een uitvoeringstechnische aangelegenheid die los staat van de stedenbouwkundige beoordeling van voorliggende aanvraag door de vergunningverlenende overheid. Uiteraard betekent het verkrijgen van een vergunning geen vrijgeleide voor de bouwheer/aannemer zich te ontzien van burgerrechtelijke plichten. Het bezwaar is ontvankelijk maar ongegrond;
Beoordeling:
Een plaatsbeschrijving vormt een uitvoeringstechnische aangelegenheid die los staat van de stedenbouwkundige beoordeling van voorliggende aanvraag door de vergunningverlenende overheid. Uiteraard betekent het verkrijgen van een vergunning geen vrijgeleide voor de bouwheer/aannemer zich te ontzien van burgerrechtelijke plichten. Het bezwaar is ontvankelijk maar ongegrond;
Beoordeling:
Esthetiek op zich kan niet als grondslag opgenomen worden in een stedenbouwkundige beoordeling vermits dit niet gebaseerd is op waarneembare kenmerken. Het gebouw kan echter wel afgetoetst worden op de kenmerken van de omgeving en zijn relatie met deze omgeving. Het is correct te stellen dat zowel de aansluiting als geleding en materialisatie onvoldoende aansluiting zoekt met het omliggende weefsel waardoor de nieuwbouw niet in harmonie is met zijn omgeving. Deze zaken werden uitvoerig besproken in de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening. Het bezwaar is bijgevolg ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018022468 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
FIDES INVEST met als adres Van Eycklei 1 bus 6 te 2018 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Italiëlei 65 te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 7 sectie G nrs. 1300G2, 1300Y8, 1300Z8, 1300P9 en 1300F2 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
slopen van vijf panden en bouwen van een appartementsgebouw met 25 wooneenheden en een ondergrondse parkeergarage |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Vermoeden van vergunning
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich integraal aan bij:
Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.