Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
14 mei 2018 |
12 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ geacht vergund |
14 mei 2018 |
15 mei 2018 |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
14 mei 2018 |
24 mei 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
14 mei 2018 |
14 mei 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Binnenstad", goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1: zone voor wonen - (wo1).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
De keuken en slaapkamer halen beiden niet de nodige vrije hoogte. Door de naastliggende vrije hoogte van 4,56 m en het beperken van de mezzanine over maximaal de helft van de oppervlakte van de gelijkvloerse verdieping wordt de te lage vrije hoogte gecompenseerd en kan de nodige woonkwaliteit gegarandeerd worden. Door het toevoegen van het grote raam naar de tuin wordt deze compensatie ook nog versterkt.
Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten
De werken zijn gesitueerd in een zone die volgens het gewestplan werd ingekleurd als een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. In CHE-gebied en voor panden opgenomen in de inventaris wordt de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur.
De dienst monumentenzorg adviseert het volgende:
“…Conform art. 5§2 van de stedenbouwkundige verordening – bouwcode dd. 25 oktober 2014 moet de beschrijvende nota van de bouwaanvraag voldoende informatie bevatten over het cultuurhistorisch profiel van de aanwezige elementen zodat vergunningverlenende overheid deze kan afwegen. Afhankelijk van de aard en omvang van de geplande werken kan er een CHE-rapport gevraagd worden met een meer uitgebreide bouwhistorische en beschrijvende studie van het gebouw.
Gezien de aard en de omvang van de werken is een CHE-rapport niet gevraagd. Maar aan de beschrijvende nota werd geen cultuurhistorische motiveringsnota toegevoegd. De aanvraag voldoet dan ook niet aan artikel 5§2.
Wegens het ontbreken van fotomateriaal, duiding van de geplande ingrepen en/of gedetailleerde opmeting kan de impact van de geplande werken op de erfgoedwaarde niet worden beoordeeld. Op basis van de ligging en de gevelbeelden kunnen we stellen dat het pand een oudere kern heeft. De te slopen vloerplaat, de zijmuur en de aan te passen venster –en deuropeningen kunnen eventueel te behouden waardevolle elementen zijn.”
Er kan inderdaad vastgesteld worden dat de aanvraag geen motiveringsnota bevat voor het slopen van eventuele erfgoedelementen. De voorgestelde werken zouden een kans kunnen zijn om tegelijkertijd met het verbeteren van de woonkwaliteit ook de erfgoedwaarde te bewaren of terug te brengen. Het advies van monumentenzorg kan bijgetreden worden vanuit stedenbouwkundig oogpunt.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Het appartement zelf voldoet aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein)
De parkeerparagraaf is niet van toepassing gezien de aanvraag geen vermeerdering van het aantal woongelegenheden ten opzichte van de bestaande en vergunde of vergund geachte situatie inhoudt.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van het ontbreken van cultuurhistorische motivatienota voor het slopen van eventuele erfgoedelementen.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
6 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
5 mei 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
4 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
15 juni 2018 |
|
naam GOA |
Helia Dezhpoor |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018036957 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer Bram van den Oever met als adres Vlasmarkt 23 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Kommekensstraat 20 te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 1 sectie A nr. 547A |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
verbouwen van een meergezinswoning met zes wooneenheden naar vier wooneenheden |
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.