Terug

2018_CBS_05684 - Omgevingsvergunning - OMV_2018038443. Kerkelei 43. District Wilrijk - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 29/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05684 - Omgevingsvergunning - OMV_2018038443. Kerkelei 43. District Wilrijk - Goedkeuring 2018_CBS_05684 - Omgevingsvergunning - OMV_2018038443. Kerkelei 43. District Wilrijk - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar dat bij dit besluit is gevoegd.

De aanvraag handelt over het uitbreiden van een bestaand schoolgebouw. De gemeentelijk omgevingsambtenaar stelt het doortrekken van de staande naad van het zink op de onderlinge verdiepingen van de zuidgevel in vraag wat realisatie en duurzaamheid betreft. De aanvrager opteert om de gevels af te werken met een zinken bekleding met een regelmatige stijlenstructuur om de nodige diepte aan de gevelvlakken te geven. Deze stijlen worden uitgelijnd met de bestaande raamopeningen. Door te werken met een roodbruinkleurig zink wordt een harmonieus geheel gecreëerd met het bestaande gevel metselwerk. Deze strips accentueren ook de naam “Parkschool Ieperman” op de gevel bevestigd.

Zink is een duurzaam bouwmateriaal, dat van oudsher wordt toegepast in hemelwater- afvoersystemen en in dak- en gevelbekledingen, en is daarnaast ook nog volledig recyclebaar zonder kwaliteitsverlies. Het geeft een speciale uitstraling aan gebouwen. Zink wordt gewaardeerd als bouwmateriaal door de vele toepassingsmogelijkheden, de lage onderhoudskosten en de toegevoegde waarde aan gebouwen. Op het zink zal zich na verloop van tijd als gevolg van een natuurlijk corrosieproces een zilverkleurige patineerlaag gaan vormen. Deze natuurlijke beschermlaag zorgt ervoor dat het zink goed beschermd is tegen vocht en dat het niet verder gaat corroderen. Het voorgestelde hoogwaardige zink heeft reeds een prepatine-oppervlaktebehandeling ondergaan zodat het beantwoord aan de strengste Europese kwaliteitsnormen ook wat duurzaamheid betreft, een laagje zinkfosfaat maakt het materiaal bestendig tegen o.a. invloed van UV-straling.  

Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

14 mei 2018

24 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - FOD Mobiliteit en Vervoer - Dienst Luchtvaart

14 mei 2018

Geen tijdig advies ontvangen

Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ mobiliteit

14 mei 2018

29 mei 2018

stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen

14 mei 2018

15 mei 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) In gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud. (Artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

Het goed is gelegen binnen de grenzen van het bijzonder plan van aanleg BPA nr. 1-2 Sint-Bavostraat-Dr Donnyplein en omgeving, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 23 februari 1993.

Volgens dit bijzonder plan van aanleg ligt het goed in een zone c voor woningen, in een zone d voor woningen, in een zone voor gemeenschapsuitrusting, in een zone voor privaat groen en in een openbare weg.

Bijzondere plannen van aanleg kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het bijzonder plan van aanleg.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)
    De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
     De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend(e) punt(en):
    • artikel 22 algemene bepalingen: §2 de deuropeningen naar het toilet meisjes, toilet jongens en de berging zijn geen 90 cm breed.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
    De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)
    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
    • Artikel 29 Fietsenstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen: het is niet duidelijk op plan of de bijkomende fietsenstalplaatsen voldoen aan alle inrichtingsprincipes.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Functionele inpasbaarheid

Voorliggende uitbreiding van het schoolgebouw is in overeenstemming met de bestemming van het perceel volgens het geldende bijzonder plan van aanleg. Dergelijke functie is ook niet vreemd ten opzichte van de omliggende woonfuncties.

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Door voorliggende uitbreiding wordt het bouwvolume op een logische manier vervolledigd.

Gelet op de vrijstaande ligging is de impact op de omgeving minimaal.

De nieuwe klassen worden voorzien van voldoende raamopeningen en voldoende hoge plafonds.

Het voorstel is bijgevolg ruimtelijk aanvaardbaar.

Visueel-vormelijke elementen

De gevelafwerking van de uitbreiding sluit qua kleur aan bij de bestaande gevel van het gebouw. Door te werken met een roodbruinkleurige zink wordt er een harmonieus geheel met het bestaande gevelmetselwerk gecreëerd.

Het materiaal is aanvaardbaar in de groene omgeving waar het gebouw zich bevindt en doet geen afbreuk aan het straatbeeld.

De zinken bekleding met een regelmatige stijlenstructuur om de nodige diepte aan de gevelvlakken te kunnen geven wordt als positief ervaren.

Het doortrekken van de staande naad van het zink, op de onderliggende verdiepingen verstoord echter de bekomen samenhang en is op vlak realisatie niet  duurzaam. Om een kwalitatieve afwerking en gevelbeeld te garanderen in de toekomst wordt het doortrekken van de staande naad op de onderliggende verdiepingen op de zuidelijke gevel, gericht naar de Kerkelei uitgesloten uit de vergunning.

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

Bij het verlenen van de vergunning zal in voorwaarden worden opgenomen dat ook de deuropeningen naar het toilet meisjes, toilet jongens en de berging op de bijkomende verdieping 90 cm breed moet zijn;

De inplanting van de bijkomende fietsenstalplaatsen werd verduidelijkt op de bijkomend aangeleverde plannen. Deze fietsenstalling heeft de vereiste oppervlakte. In voorwaarden zal er worden opgelegd dat de fietsenstalplaatsen ook moeten voldoen aan de overige inrichtingsprincipes van artikel 29. 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De bijkomende parkeerplaatsen worden ingetekend in een groenstrook. Het is niet duidelijk hoe deze parkeerplaatsen zullen worden aangelegd. Om de groenstrook maximaal te behouden zal worden opgelegd in voorwaarden dat deze moeten worden aangelegd in grasdals.  

De aanvraag voorziet ook in het vellen van een aantal coniferen en het aanplanten van nieuwe bomen. Er werd advies gevraagd aan de dienst stadsbeheer/groen en begraafplaatsen. Zij brachten volgend advies uit: “Gunstig advies voor het vellen van de coniferen en de aanplant van inheemse loofbomen. De bestaande bomen in de directe omgeving van het gebouw dienen optimaal te worden beschermd volgens de richtlijnen onder de voorwaarden.”

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging.

De bijkomende bouwlaag voorziet in 3 bijkomende klaslokalen.

De parkeernorm voor lagers school is 0,75 parkeerplaats per klaslokaal.

3 x 0,75 = 2,25 à 2 parkeerplaatsen.

De werkelijke parkeerbehoefte is 2 parkeerplaatsen.


De plannen voorzien in 3 bijkomende nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 3.

Dit aantal is toereikend.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus niet van toepassing.

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • de deuropeningen naar het toilet meisjes, toilet jongens en de berging op de bijkomende verdieping te voorzien van een breedte van 90 cm;
  • de 27 bijkomende fietsenstalplaatsen te voorzien conform artikel 29 van de bouwcode;
  • de bijkomende parkeerplaatsen aan te leggen in grasdals;
  • volgende zaken in acht te nemen bij de te behouden bomen:
    • In het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom onaanvaardbaar moeten  beschadigd worden, noch nu, noch in de  toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:

o het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;

o graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale  wortelpakket moet verwijderd worden;

o de boom drastisch te snoeien. ( d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm).

    • Als er werken (zowel  bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden.
    • De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
      • er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie  + 2m. In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….);
      • er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt. Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is.
    • Naast de wortelzone moeten ook de stam en de  kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden.
    • Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de  aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken,  een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … .
    • Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen.  Op www.baas-isa.be is een lijst beschikbaar van deze mensen. ( U kunt ook gewoon in Google ‘lijst ETT’  ingeven).

 

 

Uitsluitingen

Het doortrekken van de staande naad over de bestaande onderliggende zuidgevel, gericht naar de Kerkelei.

Fasering

Procedurestap     

Datum

Indiening aanvraag

6 april 2018

Volledig- en ontvankelijk

5 mei 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

4 juli 2018

Verslag GOA

13 juni 2018

naam GOA

Wim Van Roosendael

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

Bevraging aanpalenden

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer :

OMV_2018038443

Gegevens van de aanvrager:

Autonome Raad van het Gemeenschapsonderwijs - Administratieve Diensten met als adres Willebroekkaai 36 te 1000 Brussel

Ligging van het project:

Kerkelei 43 te 2610 Wilrijk (Antwerpen)

Kadastrale gegevens:

afdeling 42 sectie C nr. 1K

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

uitbreiden van een bestaand schoolgebouw

Omschrijving aanvraag

 

Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 24/05/1977: vergunning (222#4613) verbouwingswerken (uitbreiden P.I.-gebouw);
  • 10/10/1980: vergunning (222#5451) uitbreiding van een schoolgebouw;
  • 01/10/2009: vergunning (20092753) voor het tijdelijk plaatsen van containerklassen;
  • 09/11/2009: vergunning (20093534) voor het bouwen van een danszaal;
  • 19/08/2010: vergunning (20103682) voor het plaatsen van 2 tijdelijke containerklassen met sanitair;
  • 26/06/2012: vergunning (3553#3199) voor het plaatsen van een modulaire schoolunit + overkapping;
  • 11/08/2017: vergunning (20171267) plaatsen van een modulaire schoolunit.

Laatst vergunde toestand

  • een perceel met schoolgebouw, sportzaal en refter, garage, conciergewoning,… verdeeld over verschillende gebouwen.

Bestaande toestand

  • idem als aan de laatst vergunde toestand.

Inhoud van de aanvraag

  • bouwen van extra bouwlaag (2de verdieping) op het voorste gedeelte van schoolgebouw langs de Kerkelei;
  • nieuwe bouwhoogte bedraagt 11,75meter;
  • nieuwe bouwlaag voorziet  3 klassen, berging, sanitair rond een centrale ruimte;
  • de extra bouwlaag wordt verbonden met het bestaande gebouw door het verbreden van de bestaande deur en het leggen van een helling;
  • de bestaande noodtrap wordt doorgetrokken tot op nieuwe bouwlaag;
  • het nieuwe volume wordt opgebouwd uit staal- en houtskeletbouw;
  • de nieuwe gevels worden afgewerkt  met een roodbruine zinken bekleding;
  • het dakvlak wordt uitgevoerd als groendak waarin grote lichtkoepels geplaatst worden;
  • afwatering van het nieuw dakvlak wordt aangesloten op de bestaande riolering;
  • men wijzigt 1 parkeerplaats naar 1 aangepaste parkeerplaats;
  • er worden 3 bijkomende parkeerplaatsen voorzien;
  • in de bestaande fietsenstalling worden 27 extra fietstaanplaatsen voorzien;
  • de bestaande bomen (sparren) worden gerooid en nieuwe bomen worden aangeplant.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

    • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, zijn strikt na te leven;
    • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
    • de deuropeningen naar het toilet meisjes, toilet jongens en de berging op de bijkomende verdieping te voorzien van een breedte van 90 cm;
    • de 27 bijkomende fietsenstalplaatsen te voorzien conform artikel 29 van de bouwcode;
    • de bijkomende parkeerplaatsen aan te leggen in grasdals;
    • volgende zaken in acht te nemen bij de te behouden bomen:
      • In het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom  onaanvaardbaar moeten  beschadigd worden, noch nu, noch in de  toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
        • het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
        • graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale  wortelpakket moet verwijderd worden;
        • de boom drastisch te snoeien. ( d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm). 
      • Als er werken (zowel  bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden.
      • De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden: 
        • Er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie  + 2m. In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….)
        • Er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt. Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is. 
      • Naast de wortelzone moeten ook de stam en de  kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden.
      • Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de  aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken,  een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … .
      • Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen.  Op www.baas-isa.be is een lijst beschikbaar van deze mensen. ( U kunt ook gewoon in Google ‘lijst ETT’  ingeven).

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.