Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
23 mei 2018 |
14 juni 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Het betreft het samenvoegen van een deel van de kelderverdieping met het bovenliggende gelijkvloers tot één wooneenheid. Aangezien beide verdiepingen reeds vergund waren als verblijfsruimtes, is er geen bezwaar tegen de interne herindeling in functie van een grotere wooneenheid.
De kelderverdieping is gelegen rond een verlaagde binnenkoer zodat de aanwezige ruimtes op een kwalitatieve manier voorzien worden van licht en lucht.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeerparagraaf is niet van toepassing gezien de aanvraag geen vermeerdering van het aantal woongelegenheden ten opzichte van de bestaande en vergunde of vergund geachte situatie inhoudt.
Cultuurhistorische aspecten
Door de stedelijke dienst monumentenzorg werd volgend advies gegeven:
“Inleiding
Naar aanleiding van uw vraag om advies, kan ik u melden dat de werken gesitueerd zijn in een zone die volgens het gewestplan, bijzondere plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen werd ingekleurd als een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Bovendien is uw pand opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vastgesteld bij besluit van de administrateur-generaal van 28 november 2014. De vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed van 28 november 2014 zorgt ervoor dat er voor het eerst een éénduidige en overzichtelijke lijst van het gebouwd patrimonium in Vlaanderen bepaald is. Opname in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed betekent voor elk van de erfgoedobjecten dat zij een vorm van vrijwaring voor de toekomst genieten.
De wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie wordt onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur.
Conform art. 5§2 van de stedenbouwkundige verordening – bouwcode dd. 25 oktober 2014 moet de beschrijvende nota van de bouwaanvraag voldoende informatie bevatten over het cultuurhistorisch profiel van de aanwezige elementen zodat vergunningverlenende overheid deze kan afwegen.
Aan de beschrijvende nota werd geen cultuurhistorische motiveringsnota toegevoegd. Gezien de aard en de omvang van de werken is een CHE-rapport niet gevraagd. De aanvraag voldoet niet aan artikel 5§2.
Beoordeling
A. Cultuurhistorische waardestelling
De aanvraag heeft betrekking op Appartementsgebouw in art-decostijl opgetrokken in opdracht van de ingenieur Jan Karel Andersen, naar een ontwerp door de architect Raymond Ceurvorst uit 1927-1928 (gevelsteen). Voor dit project werd een neoclassicistisch herenhuis uit de jaren 1870-1880 inwendig volledig verbouwd, verhoogd, achteraan uitgebreid, en van een nieuw gevelfront voorzien. Waar het bestaande pand een souterrain en drie bouwlagen telde onder zadeldak, beoogde het eerste ontwerp uit 1927 twee bijkomende verdiepingen en een pseudo-mansarde. Tijdens de bouw in 1928 werd nog een extra verdieping toegevoegd. De bouwheer was zaakvoerder van de firma Andersen Frères (opvolger van Orlow Andersen Frères), een elektricien destijds gevestigd op Frankrijklei 43, gespecialiseerd in huishoudelijke en industriële elektriciteitsinstallaties, hoogspanningscabines, liften en takels, motoren en dynamo’s, zowel aan- en verkoop, als verhuur en herstelling. Bestemd voor verhuur had het vastgoedproject als programma een winkel, twaalf appartementen en een conciërgewoning.
Het appartementsgebouw Andersen behoort tot de meest opvallende vroege werken van Raymond Ceurvorst, wiens loopbaan kort na de Eerste Wereldoorlog van start was gegaan. Een gemeenschappelijk kenmerk van zijn eerste ontwerpen, is de veeleer conventionele gevelcompositie in combinatie met een discrete art-deco-ornamentatie. Uit de associatie met Cornelius Sol begin jaren 1930, kwam een van zijn belangrijkste realisaties voort, de eenheidsbebouwing van het Gemeenteplein in Mortsel. Actief tot midden jaren 1950, evolueerde zijn architectuur van art deco naar een ingehouden modernisme.
Architectuur
Het gevelfront heeft een parement uit natuursteen met een verzorgd vlakreliëf voor de bovenbouw, en een vlakke bekleding uit groen gevlamd marmer voor de pui en de penanten van de eerste verdieping. Symmetrisch van opzet en geflankeerd door zijrisalieten met driezijdige erkers en kroonlijst, legt de compositie de klemtoon op de twee hoger opgetrokken middentraveeën. Deze worden gemarkeerd door balkons, en bekroond door een driehoekig fronton met een typische bloemenkorf als topstuk. Waar het geveldecor uit sluitstenen, tandlijsten, cannelures, en ornamenten in florale art-decostijl bestaat, onderscheidt de opstand zich verder door een levendige variatie aan balkons met typisch getrapte consoles, enkelvoudig of gekoppeld, trapezoïdaal, afgerond of rechthoekig van vorm, met of zonder postamenten. Het sierlijke patroon van de smeedijzeren borstweringen berust op spiraalmotieven. De winkelpui waarvan het oorspronkelijke schrijnwerk is verdwenen, wordt geflankeerd door het inkomportaal in een gewelfde omlijsting met sluitsteen, onder een octogonaal bovenlicht. In het smeedwerk van deur en waaier wordt het patroon van de borstweringen herhaald. Het oorspronkelijk houten vensterschrijnwerk met horizontale roedeverdeling, is op een tweetal appartementen na vernieuwd.
Het programma van het gebouw omvat de winkel en twee achterliggende, bescheiden tweekamerflats op het gelijkvloers, tien appartementen van hoge standing op de verdiepingen, een souterrain met de conciërgewoning en privékelders, en een mansarde met meidenkamers en een gemeenschappelijke badkamer. De langgerekte U-vormige plattegrond groepeert twee appartementen per verdieping, ontsloten door de centrale traphal met lift die aan een lichtschacht grenst. Verder was het gebouw uitgerust met centrale verwarming, een dienstlift voor het personeel ter hoogte van de keukens, een stortkoker voor huisvuil, een geïntegreerde kluis uit gewapend beton in de slaapkamer, en een huistelefoon. Onder te brengen in drie types van gelijkwaardige indeling en oppervlakte, bestaan de appartementen uit de hal met vestiaire, een suite van salon en eetkamer, al of niet met fumoir of kantoor, en - verbonden door een lange gang in de achterbouw - de keuken, twee slaapkamers en een badkamer. De winkel beschikte volgens de bouwplannen over een hoger gelegen kantoor met bovenlicht, onder de lichtschacht.
Integraal bewaard is de fraaie inkom- en traphal met een vloer en plint in diverse marmers, een wandgeleding door gecanneleerde pilasters, een stucplafond, smeedijzeren en houten deuren met beslag, brievenbussen in behamerd metaal, een spiegel met bloembak, radiatorkasten en verlichtingsarmaturen in art deco. Het meest merkwaardige onderdeel is de lift van het merk Ascenseurs F. Daelemans, met een mahoniehouten kooi voorzien van een zitbankje, deuren en hekken in smeedwerk. De houten trap met een gebeeldhouwde trappaal en smeedijzeren leuning in Lodewijk XVI-stijl, is wellicht deels gerecupereerd uit het bestaande herenhuis.
Het object/ complex is waardevol.
B. Afweging
Men wenst een aanpassing te doen ter hoogte van de voormalige conciërgewoning.
Vanuit oogpunt monumentenzorg geen bezwaar. Deze beperkte ingreep doet geen afbreuk aan de erfgoedwaarde van het pand. Het aangeleverde fotomateriaal toont aan dat de erfgoedkenmerken op deze plaats zijn uitgehold waardoor de ingreep te verantwoorden is.
Het schrijnwerk in de voorgevel dient uitgesloten van vergunning.”
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt worden de aandachtspunten van de dienst monumentenzorg bijgetreden en opgenomen als voorwaarden bij de vergunning.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De woning voldoet aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot. De geplande verbouwingswerken zijn niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Uitsluitingen
Er wordt geen vergunning verleend voor voor alle wijzigingen,handelingen en werken die geen voorwerp uitmaken van de aanvraag.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
19 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
18 mei 2018 |
|
Start openbaar onderzoek |
geen |
|
Einde openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
17 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
22 juni 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018047360 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer Roger Mariën met als adres Den Haan 6 te 2980 Zoersel |
|
Ligging van het project: |
Frankrijklei 49 te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 8 sectie H nr. 1219C |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
samenvoegen van een kelderverdieping met het gelijkvloers tot één woongelegenheid |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Uitsluitingen
Er wordt geen vergunning verleend voor alle wijzigingen, handelingen en werken die geen voorwerp uitmaken van de aanvraag.
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.