Terug

2018_CBS_05923 - Omgevingsvergunning - OMV_2018047360. Frankrijklei 49. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 29/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05923 - Omgevingsvergunning - OMV_2018047360. Frankrijklei 49. District Antwerpen - Goedkeuring 2018_CBS_05923 - Omgevingsvergunning - OMV_2018047360. Frankrijklei 49. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Adviezen

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg

23 mei 2018

14 juni 2018


Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

           De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)
    De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
    De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
    De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)
    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de bouwcode.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Het betreft het samenvoegen van een deel van de kelderverdieping met het bovenliggende gelijkvloers tot één wooneenheid. Aangezien beide verdiepingen reeds vergund waren als verblijfsruimtes, is er geen bezwaar tegen de interne herindeling in functie van een grotere wooneenheid.

De kelderverdieping is gelegen rond een verlaagde binnenkoer zodat de aanwezige ruimtes op een kwalitatieve manier voorzien worden van licht en lucht.

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeerparagraaf is niet van toepassing gezien de aanvraag geen vermeerdering van het aantal woongelegenheden ten opzichte van de bestaande en vergunde of vergund geachte situatie inhoudt.

Cultuurhistorische aspecten

Door de stedelijke dienst monumentenzorg werd volgend advies gegeven:

“Inleiding

Naar aanleiding van uw vraag om advies, kan ik u melden dat de werken gesitueerd zijn in een zone die volgens het gewestplan, bijzondere plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen werd ingekleurd als een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Bovendien is uw pand opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vastgesteld bij besluit van de administrateur-generaal van 28 november 2014. De vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed van 28 november 2014 zorgt ervoor dat er voor het eerst een éénduidige en overzichtelijke lijst van het gebouwd patrimonium in Vlaanderen bepaald is. Opname in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed betekent voor elk van de erfgoedobjecten dat zij een vorm van vrijwaring voor de toekomst genieten. 

De wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie wordt onderworpen aan de wenselijkheid van behoud.  Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur.

Conform art. 5§2 van de stedenbouwkundige verordening – bouwcode dd. 25 oktober 2014 moet de beschrijvende nota van de bouwaanvraag voldoende informatie bevatten over het cultuurhistorisch profiel van de aanwezige elementen zodat vergunningverlenende overheid deze kan afwegen.

Aan de beschrijvende nota werd geen cultuurhistorische motiveringsnota toegevoegd.  Gezien de aard en de omvang van de werken is een CHE-rapport niet gevraagd.  De aanvraag voldoet niet aan artikel 5§2.

Beoordeling

A.  Cultuurhistorische waardestelling

De aanvraag heeft betrekking op Appartementsgebouw in art-decostijl opgetrokken in opdracht van de ingenieur Jan Karel Andersen, naar een ontwerp door de architect Raymond Ceurvorst uit 1927-1928 (gevelsteen). Voor dit project werd een neoclassicistisch herenhuis uit de jaren 1870-1880 inwendig volledig verbouwd, verhoogd, achteraan uitgebreid, en van een nieuw gevelfront voorzien. Waar het bestaande pand een souterrain en drie bouwlagen telde onder zadeldak, beoogde het eerste ontwerp uit 1927 twee bijkomende verdiepingen en een pseudo-mansarde. Tijdens de bouw in 1928 werd nog een extra verdieping toegevoegd. De bouwheer was zaakvoerder van de firma Andersen Frères (opvolger van Orlow Andersen Frères), een elektricien destijds gevestigd op Frankrijklei 43, gespecialiseerd in huishoudelijke en industriële elektriciteitsinstallaties, hoogspanningscabines, liften en takels, motoren en dynamo’s, zowel aan- en verkoop, als verhuur en herstelling. Bestemd voor verhuur had het vastgoedproject als programma een winkel, twaalf appartementen en een conciërgewoning.

Het appartementsgebouw Andersen behoort tot de meest opvallende vroege werken van Raymond Ceurvorst, wiens loopbaan kort na de Eerste Wereldoorlog van start was gegaan. Een gemeenschappelijk kenmerk van zijn eerste ontwerpen, is de veeleer conventionele gevelcompositie in combinatie met een discrete art-deco-ornamentatie. Uit de associatie met Cornelius Sol begin jaren 1930, kwam een van zijn belangrijkste realisaties voort, de eenheidsbebouwing van het Gemeenteplein in Mortsel. Actief tot midden jaren 1950, evolueerde zijn architectuur van art deco naar een ingehouden modernisme.

Architectuur

Het gevelfront heeft een parement uit natuursteen met een verzorgd vlakreliëf voor de bovenbouw, en een vlakke bekleding uit groen gevlamd marmer voor de pui en de penanten van de eerste verdieping. Symmetrisch van opzet en geflankeerd door zijrisalieten met driezijdige erkers en kroonlijst, legt de compositie de klemtoon op de twee hoger opgetrokken middentraveeën. Deze worden gemarkeerd door balkons, en bekroond door een driehoekig fronton met een typische bloemenkorf als topstuk. Waar het geveldecor uit sluitstenen, tandlijsten, cannelures, en ornamenten in florale art-decostijl bestaat, onderscheidt de opstand zich verder door een levendige variatie aan balkons met typisch getrapte consoles, enkelvoudig of gekoppeld, trapezoïdaal, afgerond of rechthoekig van vorm, met of zonder postamenten. Het sierlijke patroon van de smeedijzeren borstweringen berust op spiraalmotieven. De winkelpui waarvan het oorspronkelijke schrijnwerk is verdwenen, wordt geflankeerd door het inkomportaal in een gewelfde omlijsting met sluitsteen, onder een octogonaal bovenlicht. In het smeedwerk van deur en waaier wordt het patroon van de borstweringen herhaald. Het oorspronkelijk houten vensterschrijnwerk met horizontale roedeverdeling, is op een tweetal appartementen na vernieuwd.

Het programma van het gebouw omvat de winkel en twee achterliggende, bescheiden tweekamerflats op het gelijkvloers, tien appartementen van hoge standing op de verdiepingen, een souterrain met de conciërgewoning en privékelders, en een mansarde met meidenkamers en een gemeenschappelijke badkamer. De langgerekte U-vormige plattegrond groepeert twee appartementen per verdieping, ontsloten door de centrale traphal met lift die aan een lichtschacht grenst. Verder was het gebouw uitgerust met centrale verwarming, een dienstlift voor het personeel ter hoogte van de keukens, een stortkoker voor huisvuil, een geïntegreerde kluis uit gewapend beton in de slaapkamer, en een huistelefoon. Onder te brengen in drie types van gelijkwaardige indeling en oppervlakte, bestaan de appartementen uit de hal met vestiaire, een suite van salon en eetkamer, al of niet met fumoir of kantoor, en - verbonden door een lange gang in de achterbouw - de keuken, twee slaapkamers en een badkamer. De winkel beschikte volgens de bouwplannen over een hoger gelegen kantoor met bovenlicht, onder de lichtschacht.

Integraal bewaard is de fraaie inkom- en traphal met een vloer en plint in diverse marmers, een wandgeleding door gecanneleerde pilasters, een stucplafond, smeedijzeren en houten deuren met beslag, brievenbussen in behamerd metaal, een spiegel met bloembak, radiatorkasten en verlichtingsarmaturen in art deco. Het meest merkwaardige onderdeel is de lift van het merk Ascenseurs F. Daelemans, met een mahoniehouten kooi voorzien van een zitbankje, deuren en hekken in smeedwerk. De houten trap met een gebeeldhouwde trappaal en smeedijzeren leuning in Lodewijk XVI-stijl, is wellicht deels gerecupereerd uit het bestaande herenhuis.

Het object/ complex is waardevol.

B.  Afweging

Men wenst een aanpassing te doen ter hoogte van de voormalige conciërgewoning.

Vanuit oogpunt monumentenzorg geen bezwaar. Deze beperkte ingreep doet geen afbreuk aan de erfgoedwaarde van het pand. Het aangeleverde fotomateriaal toont aan dat de erfgoedkenmerken op deze plaats zijn uitgehold waardoor de ingreep te verantwoorden is.    

Het schrijnwerk in de voorgevel dient uitgesloten van vergunning.”

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt worden de aandachtspunten van de dienst monumentenzorg bijgetreden en opgenomen als voorwaarden bij de vergunning.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De woning voldoet aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot. De geplande verbouwingswerken zijn niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats.

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

  1. na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;

Uitsluitingen

Er wordt geen vergunning verleend voor voor alle wijzigingen,handelingen en werken die geen voorwerp uitmaken van de aanvraag.


Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

19 april 2018

Volledig- en ontvankelijk

18 mei 2018

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

17 juli 2018

Verslag GOA

22 juni 2018

naam GOA

Brenda Dierckx

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018047360

Gegevens van de aanvrager:

de heer Roger Mariën met als adres Den Haan 6 te 2980 Zoersel

Ligging van het project:

Frankrijklei 49 te 2000 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 8 sectie H nr. 1219C

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

samenvoegen van een kelderverdieping met het gelijkvloers tot één woongelegenheid


Omschrijving
aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 04/11/1927: vergunning (1927#28356) voor gevel- en binnenveranderingen;
  • 14/09/1929: vergunning (1928#29383) voor een verdieping en goot;
  • 30/12/1966: vergunning (18#49551) voor een verbouwing.

Laatst vergunde toestand

  • appartementsgebouw met 8 bouwlagen onder een plat dak;
  • inventarispand opgetrokken in art-decostijl;
  • kelderverdieping met in de rechtervleugel een dienstruimte, keuken, zithoek en bureel;
  • de rechtervleugel van het gelijkvloers is een conciergewoning.
  • door een sterk verlaagde binnenkoer heeft de kelder volwaardige gevels met grote ramen;

Bestaande toestand

  • komt overeen met de laatst vergunde toestand;
  • gelijkvloers appartement met keuken, eetkamer en 2 kamers.

Inhoud van de aanvraag

  • verbouwingswerken aan een gelijkvloers appartement in een meergezinswoning;
  • de kelderverdieping van de vroegere conciërge woning wordt samengevoegd met de verdieping erboven;
  • er wordt een rechte steektrap geplaatst van de kelder naar het gelijkvloers;
  • de ruimtelijke indeling van beide verdiepingen wijzigt niet;
  • de functie van de kelderverdieping wijzigt naar 3 slaapkamers en sanitair;
  • op het gelijkvloers worden een keuken en 3 kamers voorzien.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;
  • na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Uitsluitingen

Er wordt geen vergunning verleend voor alle wijzigingen, handelingen en werken die geen voorwerp uitmaken van de aanvraag. 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.