Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Adviezen
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
lokale politie/ verkeerspolitie (LP/VK/SE) |
3 mei 2018 |
30 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
3 mei 2018 |
1 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - Vlaams gewest, Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen |
3 mei 2018 |
21 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ ontwerp en uitvoering/ ontwerpers |
3 mei 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
3 mei 2018 |
25 mei 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
3 mei 2018 |
28 mei 2018 |
|
stadsontwikkeling/ ruimte |
3 mei 2018 |
1 juni 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen, goedgekeurd op 30 april 2013. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een industriegebied. Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop. (Artikel 7 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen op de hoek van de Michiganstraat en de Noorderlaan. Het terrein is bebouwd met een grootschalig industrieel pand. In huidige toestand is de voortuinstrook langs de Noorderlaan hoofdzakelijk groen aangelegd. Het terrein wordt ontsloten langs de Michiganstraat.
Voorliggende aanvraag voorziet in een groter aandeel verharding in de voortuinstrook waardoor de groene zone wordt herleid tot een 1 meter diepe strook op de perceelsgrens. Tegelijk wordt een inrit en een uitrit voorzien langs de Noorderlaan.
Het is onduidelijk naar aanleiding van welke functie-invulling of –wijziging beide werken worden aangevraagd. De beschrijvende nota bevat geen informatie over de huidige invulling van het industriële pand, noch over de gewenste invulling waardoor mogelijk nieuwe verkeersbewegingen zijn of verharding nodig is.
Het advies van de afdeling Ruimte bevat volgende argumentatie:
Het is duidelijk dat de afstemming met het beoogde programma voor de site ontbreekt in het onderwerp van de aanvraag. De relatie tussen buitenaanleg en bestemming van het gebouw is afwezig alsook de relatie tussen de invulling van het gebouw en de publieke ruimte rondom het gebouw. Hierdoor is het onmogelijk om een gunstig advies uit te brengen. De toegangen vanaf het openbaar domein tot het perceel moeten doordacht ingepland worden en deze dienen afgestemd op het specifieke gebruik van de site.
Een inrichtingsplan met onderzoek en duidelijke motivatie van keuze van toegangen (in functie van het programma van het gebouw) is essentieel om de aanvraag op vlak van goede ruimtelijke ordening en inpassing in de omgeving positief te kunnen beoordelen .
De afdelingen Business en Innovatie en Mobiliteit adviseren gelijkaardig. Ook zij kunnen bij gebrek aan inhoudelijke gegevens over het programma waarvoor bijkomende verharding en een nieuwe in- en uitrit nodig zijn enkel ongunstig adviseren.
Bij gebrek aan informatie over de functie of de functiewijziging die aanleiding geeft tot de aangevraagde werken, dient de aanvraag te worden geweigerd.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert ongunstig omwille van onderstaande redenen. Het advies is een weigeringsgrond van voorliggende aanvraag.
De nieuwe opritten worden niet haaks op de weg voorzien.
Er zijn 2 bestaande ontsluitingen nl. langs de Michiganstraat en de Vosseschijnstraat. De aanvrager moet gebruik maken van de bestaande opritten. Het is niet toegelaten om een op- en afrit aan te leggen langs de Noorderlaan.
Bij de heraanleg van de voortuinstrook is het aan te raden om de inrit langs de Michiganstraat verder van het kruispunt aan te leggen. Een nieuwe toegang moet voorzien worden op minimum 70 meter van het kruispunt. Om de bestaande toegang veiliger te maken is het aan te raden om hiermee rekening te houden.
De afdeling Mobiliteit merkt eveneens op dat er reeds een ontsluiting is via de Michiganstraat. Het is niet aangewezen bijkomende in- en uitritten te voorzien op de Noorderlaan. Indien wel een ontsluiting via de Noorderlaan georganiseerd wordt, moet dit één gecombineerde in- en uitrit zijn. Deze inrit kan enkel via de ventweg aansluiten op de Noorderlaan. De verkeerspolitie adviseert om de inrit verder op te schuiven, weg van de aansluiting van de ventweg op de hoofdrijbaan.
Uit het advies van het Agentschap van Wegen en Verkeer is echter duidelijk dat het niet toegelaten is een in- en uitrit langs de Noorderlaan te voorzien. De Noorderlaan of N180 is een gewestweg (secundaire weg) en een steenweg in het stedelijk mobiliteitsplan. Daar primeert de verbindende en verzamelende verkeersfunctie, en niet de ontsluitende. Erfontsluitingen worden dan ook best vermeden, of indien mogelijk verboden. Binnen een stedelijk context is dat laatste echter niet altijd mogelijk.
Met het project Brabo 2 (Noorderlijn) wordt vandaag de Noorderlaan geherprofileerd. De weg behoudt zijn verbindende en verzamelende verkeersfunctie, maar krijgt ook aan de westzijde een ventweg, net om die erffuncties die er zijn en historisch gegroeid zijn, al dan niet vergund, toch te laten afwikkelen, zonder afbreuk te doen aan die verbindende en verzamelende verkeersfunctie. Een erfontsluiting aan de westzijde via de ventweg van de N180/Noorderlaan is dus vandaag mogelijk, dankzij die ventweg en ondanks de hoge categorisering. Gewest, Stad en De Lijn investeren daartoe vandaag samen (incl noorderleien) ruim 200 mio euro in.
In toepassing van artikel 19 van de Bouwcode mag een afsluiting van voortuinen niet hoger zijn dan 1 meter en moet ze uitgevoerd worden in een levende afsluiting, een muur of hek. Het aangevraagde is hiermee in strijd doordat zowel langs de Noorderlaan als de Michiganstraat een hek van 2,5 meter hoog wordt voorzien.
Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer bevat enkele aanvullingen met betrekking tot de afsluiting van het perceel vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en een vlotte verkeersafhandeling.
In toepassing van artikel 27 van de Bouwcode mogen enkel de strikt noodzakelijke toegangen verhard worden. De aanvraag voorziet in een toename van de verharding zonder argumentatie over de noodzakelijkheid ervan.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de inhoud van de aanvraag geen impact heeft op de parkeerbehoefte.
De erfontsluiting die wordt aangevraagd moet ook op zijn mobiliteitseffecten worden onderzocht. Daartoe ontbreekt in de huidige aanvraag een globaal plan, een project, een bestemming. De verkeersgeneratie is dus niet gekend, een mober of mer werden niet toegevoegd. De effecten van deze inrit zijn ongekend. Het is onduidelijk of deze inrit dan op de betere en beste plaats gelegen is en de aansluiting op de ventweg kan niet beoordeeld worden. Om die reden kan geen positief advies gegeven worden op de huidige aanvraag.
Advies aan het college
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van het gebrek aan inhoudelijke verantwoording over de aangevraagde werken.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
3 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
2 mei 2018 |
|
Start openbaar onderzoek |
geen |
|
Einde openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
1 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
7 juni 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Bevraging aanpalenden
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018038297 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
DEN BOSUIL met als adres Horstebaan 109 te 2900 Schoten |
|
Ligging van het project: |
Noorderlaan 75 te 2030 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 7 sectie G nr. 1569C2 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
herinrichten van de voortuinstrook |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.