Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
16 mei 2018 |
15 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - Eandis / IMEA |
16 mei 2018 |
17 mei 2018 |
Geen advies |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
16 mei 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
16 mei 2018 |
16 mei 2018 |
|
stadsontwikkeling/ geacht vergund |
16 mei 2018 |
18 mei 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
16 mei 2018 |
29 mei 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
Het aangevraagde is niet in overeenstemming met art 23,27.29 en 43.van de bouwcode.
De strijdigheden met artikels 23, 27 en 29 tonen aan dat de draagkracht wordt overschreden. Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen afwijkingen mogelijk zijn en dat aanvraag niet in aanmerking komt voor vergunning.
Er werd opgemerkt dat de bouwaanvraag niet beschikt over een septische put. Dit kan indien de andere strijdigheden bij een nieuwe aanvraag worden opgelost als voorwaarde worden opgenomen in de vergunning.
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag werd ter advies voorgelegd aan de stedelijke dienst Ondernemen en Marketing. Hierbij hun advies: “De aanvraag omvat het omvormen van een (voormalig) handel/reca-gelijkvloers in een pand met bovenliggende woonruimte naar een pand met op alle verdiepingen woonruimte. Op een niet-strategische locatie buiten de afgebakende kernwinkelgebieden en horecagebieden, zoals dit pand, is het behoud van een commerciële functie niet op te leggen. Omvorming naar woonruimte wordt op deze locaties gunstig beoordeeld.” Gelet op het voorgaande wordt de functionele inpasbaarheid van het pand wel bewaard.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen. De aanvraag betreft het verbouwen van een handelshuis (café) met magazijn naar 5 appartementen Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1 Er wordt gegund geacht dat er 1 woning was bij de handelsruimte en een magazijn. Er worden 5 appartementen voorzien in het project. Er zijn dus 4 bijkomende wooneenheden. De parkeerbehoefte is daarom 4 x 1 = 4 parkeerplaatsen. Er verdwijnen door de verbouwing geen parkeerplaatsen. De bestaande garage wordt behouden. De werkelijke parkeerbehoefte is 4 parkeerplaatsen. |
|
De plannen voorzien in 1 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 4 Het plan voorziet niet in (minstens) het aantal te realiseren plaatsen. Vanuit oogpunt goede ruimtelijke ordening is dit onaanvaardbaar. Er dient gezocht naar een oplossing op eigen terrein. Niet vatbaar voor vergunning. |
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 4 Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 4 plaatsen. |
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De aanvraag werd eveneens voorgelegd aan de stedelijke dienst mobiliteit ter advies omtrent de fietsparkeerbehoefte::
De 4 bijkomende appartementen zijn allemaal 1-slaapkamerappartementen. Bijgevolg is de fietsparkeerbehoefte 4 x 2 = 8 fietsenstallingen.
Er worden 2 fietsenstallingen ingetekend in de garage bij de woning en er worden 6 plaatsen in de kelder voorzien. De 6 stallingen in de kelder zijn in orde. De 2 fietsplaatsen in de garage zijn ingetekend achter de wagen. De fietsen kunnen niet uit de garage wanneer de wagen erin geparkeerd staat. Dit maakt dat de stalplaatsen niet bruikbaar zijn.
De aanvraag voorziet niet in de minimale parkeerplaatsen wat betreft de fietsen. Dit zal hinder veroorzaken voor de omgeving aangezien deze fietsen dan op het openbaar domein gestald zullen worden.
Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid
Gezien er geen duidelijke laatst vergunde toestand beschikbaar was van de woonst werd
hiervoor advies gevraagd bij de stedelijke dienst geacht vergund:
Handel wordt bevestigd door KBO. De plannen, de omschrijvende nota en de (recente) bewonerskaarten vermelden vanaf 1962 slechts 1 woning. Die woning is enkel via de handel bereikbaar. Het gaat hier dus om een zuivere handelswoonst (woonst van handelaar).
Omdat de woning als een ondeelbaar geheel met de handelszaak wordt beschouwd dient deze woning te voldoen aan artikel 23 van de bouwcode. In toepassing van dit artikel dient men de woning met een buitenruimte van minimaal 15m2 op te splitsen met behoud van een minimale wooneenheid van 100m2. Gelet op het voorontwerp van de herziening van de bouwcode , goedgekeurd op het college van 30 maart 2018 ,wordt deze oppervlaktemaat nog opgehoogd naar een minimale oppervlakte van 130m2.
De stad wenst een groter aandeel van eengezinswoningen in het woonaanbod om gezinnen aan te trekken. Daarom is het omvormen van eengezinswoningen naar kleinere woonentiteiten niet wenselijk.
De grondgebonden woningen staan onder druk. Nochtans vormt dit patrimonium een essentiële bouwsteen binnen het stedelijk DNA en moet het gevrijwaard blijven. De stad telt heel wat eengezinswoningen, herenhuizen en tal van grondgebonden woningen. Echter worden deze woningen steeds vaker opgedeeld in kleinere woonentiteiten. Ook zijn er steeds minder vergunningen voor de bouw van eengezinswoningen. Om gezinnen in de stad te kunnen blijven aantrekken en behouden is het nodig om de eengezinswoningen te beschermen.
Het grootste appartement in de nieuwe toestand is een 1 slaapkamerappartement van 78 m2. Verder is deze aanvraag opgebouwd uit 1 slaapkamerappartementen met oppervlaktes van 54,7 m2,70.5m2 en 77m2 2. Geen enkel appartement voldoet aan de minimale oppervlakte voor het opdelen van een eengezinswoning met een buitenruimte.
Om een mix op vlak van stedenbouwkundige, maatschappelijke en woonkwaliteitseisen te garanderen is het noodzakelijk de juiste verhoudingen te zoeken tussen verschillende woningtypes enerzijds en de juiste oppervlakte verhoudingen tussen de functies binnen deze woningen anderzijds. Om de kwaliteit van een appartementsblok te garanderen dient er een mix van verschillende slaapkamerappartementen te zijn. Bij het ontwerpen van woningen zijn een evenwichtige ruimteverdeling en optimale afmetingen een must gezien deze een grote impact hebben op het wooncomfort. Vanuit ruimtelijk oogpunt kan er wel een gunstig advies verleend worden voor een woonprogramma van 4 woonentiteiten, waarbij 1 woonentiteit wordt voorzien van minstens 130m2 met een tuinzone van 15m2.
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan niet ingestemd worden met het programma zoals voorgesteld. Door het bouwen van 5 woonentiteiten en het onvoldoende voorzien van de parkeerbehoefte en fietsbehoefte wordt de draagkracht van de site overschreden.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van:
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
13 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
12 mei 2018 |
|
Start openbaar onderzoek |
geen |
|
Einde openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
11 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
21 juni 2018 |
|
naam GOA |
Martijn Coppoolse |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
1 |
0 |
0 |
0 |
Bespreking van de bezwaren
Tijdens de duur van de bevraging werd één digitaal bezwaarschrift ontvangen dat handelt over de volgende bezwaren:
Beoordeling: Het bezwaar betreft uitvoeringstechnische aspecten. Deze maken geen deel uit van de stedenbouwkundige vergunning. Anderzijds ontneemt een stedenbouwkundige vergunning deze rechten niet en ontslaat de aanvrager niet van goed huisvaderschap en het respecteren van de eigendommen en rechten van de aanpalenden. Het bezwaar is ongegrond.
Beoordeling: Het bezwaar betreft een hypothetische kans op mogelijke vervolgschade. Deze aspecten maken geen deel uit van de stedenbouwkundige vergunning. Anderzijds ontneemt een stedenbouwkundige vergunning deze rechten niet en ontslaat de aanvrager niet van goed huisvaderschap en het respecteren van de eigendommen en rechten van de aanpalenden. Het bezwaar is ongegrond.
Beoordeling: Het bezwaar betreft uitvoeringstechnische aspecten. Deze maken geen deel uit van de stedenbouwkundige vergunning. Anderzijds ontneemt een stedenbouwkundige vergunning deze rechten niet en ontslaat de aanvrager niet van goed huisvaderschap en het respecteren van de eigendommen en rechten van de aanpalenden. Het bezwaar is ongegrond.
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018042396 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
WINVEST Holding met als adres Plantinkaai 5 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Van de Perrelei 70 te 2660 Hoboken (Antwerpen) |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 38 sectie B nrs. 267P en 267K |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
verbouwen van handelshuis met magazijn en garage naar 5 appartementen en een garage |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij:
Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.