Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Adviezen
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
13 februari 2018 |
27 februari 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
13 februari 2018 |
5 maart 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
13 februari 2018 |
27 februari 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
13 februari 2018 |
13 februari 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Binnenstad", goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1: zone voor wonen - (wo1).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Binnenstad op volgend punt:
Er wordt een inpandig dakterras voorzien aan de voorzijde, waar geen terrassen in schuine daken toegelaten zijn palend aan het openbaar domein.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
De aanvraag betreft een omvorming van een studentenhuis naar een meergezinswoning met 5 appartementen. Het aantal te realiseren fietsstalplaatsen bedraagt 13. Er werden slechts 6 fietstalplaatsen voorzien;
De gevel heeft een breedte van 8,10 m. Er werd geen autostalplaats voorzien, waar dit verplicht is bij gebouwen met een voorgevelbreedte van meer dan 8 m;
|
De septische put heeft een inhoud van 4000 liter, waar een minimale inhoud van 4175 liter vereist is.
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft de verbouwing van een studentenhuis tot een meergezinswoning met 5 appartementen. Het gelijkvloers dat initieel werd ingericht als winkel en magazijn, wordt reeds lange tijd niet meer als handelsruimte gebruikt. Het pand is gelegen in een woonzone, waardoor de inrichting van het ganse pand als woonhuis functioneel inpasbaar is.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Parkeerparagraaf
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 5 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de functiewijziging van studentenkamers naar 5 appartementen. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1. Voor de 5 nieuwe appartementen is de parkeerbehoefte 5. De werkelijke parkeerbehoefte is 5. |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. Indien de bestaande, historische configuratie van het gelijkvloers behouden blijft, is een afwijking op de verplichting van een garagepoort mogelijk, mits motivatie. De bestaande poort en indeling zijn immers te smal voor het voorzien van een autostaanplaats. De aanvrager opteert echt om een grondige verbouwing van het gelijkvloers door te voeren en de historische configuratie en gevelpui te supprimeren. Gezien de gevel een breedte heeft van 8m10 is de voorziening van een garagepoort verplicht volgens artikel 30 van de bouwcode. Dit zou betekenen dat minstens 1 autostaanplaats kan gerealiseerd worden op eigen terrein. Het plan voorziet niet in het aantal te realiseren plaatsen. Vanuit oogpunt goede ruimtelijke ordening is dit onaanvaardbaar. Niet vatbaar voor vergunning. |
Fietsvoorzieningen en fietsstalplaatsen
Voor de 5 appartementen moeten er 13 fietsstalplaatsen voorzien worden:
- 2 appartementen met 1 slaapkamer = 2 x 2 (1 slaapkamer + 1 extra) = 4
- 3 appartementen met 2 slaapkamers = 3 x 3 (2 slaapkamers + 1 extra) = 9
Er wordt op het gelijkvloers naast de toegang van het gelijkvloerse appartement een fietsenberging voorzien voor 4 fietsen. Ook op de koer worden er nog 2 fietsstalplaatsen voorzien maar de gang naast de trap is maar +/- 70cm. Dat is te krap om te kunnen passeren. Deze 2 fietsstalplaatsen worden dus niet meegeteld. Er zijn 9 fietsstalplaatsen te weinig.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De afbraak van de achterbouw tegen de rechter perceelsgrens, betekent een verlaging van de densiteit op dit beperkte perceel. Door de ligging op de hoek, zorgt een ontpitting ook voor een verbetering van leefbaarheid en lichtinval voor de panden gelegen in de Franckenstraat.
Visueel-vormelijke elementen - Cultuurhistorische aspecten
De aanvraag heeft betrekking op een rijwoning van vier bouwlagen onder zadeldak. De lijstgevel opgebouwd volgens de klassieke gevelordonnantie heeft een neoklassieke kenmerkende gevelornamentiek (bossage, geriemde omlijstingen met sluitsteen in de vorm van een diamantkop rond de ramen, entablementen….). De gevelpui dateert uit 1951. Het oorspronkelijk schrijnwerk werd vervangen door correct geprofileerd maar vervlakt houten schrijnwerk.
Gezien de ligging van de aanvraag in een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde, moet de impact van de aanvraag op de erfgoedwaarde beoordeeld worden en staat de wenselijkheid van behoud voorop. Dit geldt zowel voor het exterieur als het interieur.
In tegenstelling tot een eerder vergunde bouwaanvraag (2017896) waar de buitenschil gevaloriseerd werd door het wegnemen van de storende dakkapel en het terugbrengen van de bedaking in zijn oorspronkelijke staat, wordt in voorliggend dossier een inpandig dakterras aangevraagd ter hoogte van de voorgevel. Op die manier wordt een a-typische dakvorm gecreëerd die afbreuk doet aan deze beeldondersteunende gevel. Zeker aan de straatzijde is een zuivere dakvorm (zadeldak) eventueel voorzien van veluxen vereist.
Om diezelfde reden zijn ook de inpandige terrassen ter hoogte van de 2 linker traveeën in de voorgevel niet wenselijk. Ze ondermijnen de beeldondersteunende stadslandschappelijke waarde die het pand heeft in de straat. Het behoort tot de authentieke bebouwing, nl typisch eind 19de-eeuwse burgerwoningen. Dezelfde vorm, inhoud en structuur als moment van ontstaan zijn nog afleesbaar. De pui werd later toegevoegd. Het behoud van deze initiële neoklassieke architectuur staat voorop gelet op het behoud van het karakter van deze stadswijk. De ingrijpende interne aanpassingswerken kunnen niet beoordeeld worden wegens het ontbreken van fotomateriaal van het interieur.
Het is jammer dat de kleur van het schrijnwerk niet gewijzigd wordt. Het schilderen van het schrijnwerk in een sobere kleurstelling passend in de neoklassieke traditie (donkerblauw, donkergroen, wit, zwart, bordeaux) is aangewezen. Het zou het beeldondersteunend karakter alleen maar versterken.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De herinrichting van het pand tot 5 appartementen impliceert een mobiliteitsgeneratie en parkeerdruk. De aanvrager opteert om de volledige gelijkvloerse verdieping als woning in te richten, waardoor geen autostaanplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein. Een ruime fietsenstalling, toegankelijk voor fietsen, kinderfietsen, bakfietsen e.d. en gemakkelijk bereikbaar vanop de openbare weg is noodzakelijk om overlast te vermijden. Aangezien slechts 4 bereikbare fietsstalplaatsen worden gerealiseerd, belanden 9 fietsen op het openbaar domein of in de reeds beperkte open ruimte wat hinderlijk is voor de goede ruimtelijke ordening van de plaats. Een oplossing zou zijn om de bestaande gevelpui te behouden en te herstellen en een fietsenstalling te creëren achter de poort in het voormalige magazijn (dit zoals eerder vergund in 2017).
Rekening houdende met bovenstaande argumenten inzake mobiliteitsdruk en gezien het ongunstig advies met betrekking tot terrassen in het gevel- en dakvlak, wordt gesteld dat de aanvraag niet aanvaardbaar is vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Zoals eerder vermeld is er geen principieel bezwaar tegen de opdeling van het pand in 5 woningen: een voorziening van de buitenruimtes aan de achterzijde en een efficiënte en makkelijk bereikbare fietsenberging voor minstens 13 fietsen, zou zeker een oplossing kunnen betekenen voor bovenstaande knelpunten.
Advies aan het college
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
11 januari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
12 februari 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
19 februari 2018 |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
21 maart 2018 |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
25 mei 2018 |
|
Verslag GOA |
7 mei 2018 |
|
naam GOA |
Helia Dezhpoor |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Openbaar onderzoek
De vergunningsaanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Startdatum |
Einddatum |
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
19 februari 2018 |
21 maart 2018 |
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018001540 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
mevrouw Dominique Jaffe met als adres Hoveniersstraat 53 te 2018 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Salm-Salmstraat 2 te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 4 sectie D nr. 2752H |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
verbouwen van een meergezinswoning met handelsgelijkvloers en 14 studentenkamers tot 5 appartementen |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.