Terug

2018_CBS_04642 - Omgevingsvergunning. OMV_2018027651 - Blindestraat 10. District Antwerpen - Weigering

college van burgemeester en schepenen
vr 25/05/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_04642 - Omgevingsvergunning. OMV_2018027651 - Blindestraat 10. District Antwerpen - Weigering 2018_CBS_04642 - Omgevingsvergunning. OMV_2018027651 - Blindestraat 10. District Antwerpen - Weigering

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse Regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - Eandis / IMEA

10 april 2018

10 april 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

10 april 2018

11 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg

10 april 2018

24 april 2018

stadsontwikkeling/ mobiliteit

10 april 2018

26 april 2018

DL adresbeheer (huisnummers)

10 april 2018

10 april 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Binnenstad", goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel  1:   zone voor wonen - (wo1).

Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).

De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater

De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).

De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.

De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.

De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • artikel 29 Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen:
    de fietsenstalling is moeilijk te bereiken door een steile trap en korte bocht;
  • artikel 30 Autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen:
    de bestaande vergunde garage wordt gesupprimeerd.
  • artikel 43 Septische putten:
    er dient een septische put voorzien te worden.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag omvat het verbouwen van een eengezinswoning naar een meergezinswoning met vier woonentiteiten waarbij de voorgevel wordt terug gebracht naar een vergunning uit 1914 en een garage zal worden verwijderd. Het opsplitsen van de eengezinswoning, met een bestaande bruto-vloeroppervlakte van 643,33 m², in vier wooneenheden is mogelijk en overschrijdt de draagkracht en die van de omgeving niet. De woonfunctie van het pand wijzigt niet en blijft daardoor functioneel inpasbaar.

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Het bouwvolume van de aanvraag wijzigt nauwelijks tegenover de bestaande toestand. Op het gelijkvloers wordt de keuken gesupprimeerd en gewijzigd naar een koer met aanliggend een bureau. De beperkte wijziging inzake schaal en ruimtegebruik is aanvaardbaar en stedenbouwkundig verantwoord.

De beperkte aanpassingen aan het volume brengen het pand terug meer naar oorspronkelijke staat.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De appartementen voldoen op enkele op te lossen knelpunten na aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.

Woonkwaliteit handelt echter niet enkel over de indeling en inrichting van appartementen. Een correcte, veilige en gebruiksvriendelijke fietsenstalling maakt onlosmakelijk onderdeel uit van het gebruiksgenot van de woonfunctie. De dienst mobiliteit geeft volgende advies voor de voorziene fietsenstalling:

“…Voor de 3 bijkomende appartementen met 1 slaapkamer moeten 6 fietsenstallingen voorzien worden (3 x 2 = 6)

Er wordt een fietsenberging voor 11 fietsen ingericht in de kelder.

Deze is te bereiken met een trap met fietsgoot.

Onderaan de trap moet je 90° draaien om de fietsenberging te bereiken. Dit is niet mogelijk met de fiets, aangezien deze nog met zijn achterwiel in de fietsgoot zit.

De toegang naar de kelder moet vlot mogelijk zijn met de fiets. Indien dit niet mogelijk is moet de fietsenberging op het gelijkvloers ingericht worden…

De dienst mobiliteit geeft advies met volgende voorwaarden:

* Indien mogelijk moeten bestaande parkeerplaatsen behouden blijven.

* De toegang naar de kelder moet vlot mogelijk zijn met de fiets. Indien dit niet mogelijk is moet de fietsenberging op het gelijkvloers ingericht worden.

Het klopt dat de fietsstalling in de kelder niet (vlot) toegankelijk is voor de fietsgebruiker. Je kan de fietsenberging niet indraaien. Binnen de huidige inrichting is geen mogelijkheid om de fietsenstalling op de gelijkvloerse verdieping te voorzien. Indien de nieuwe koer hiervoor gebruikt wordt, wordt de inkomzone van appartement 1 verhinderd en wordt de privacy van appartement 1 negatief beïnvloed.

Het raam in de achtergevel op de 2de verdieping is niet voorzien van een valbeveiliging waardoor de veiligheid niet gegarandeerd kan worden. Volgens de norm NBN B 03-004 dient een borstwering voorzien te worden van zodra de valhoogte groter is of gelijk is aan 1 m, zodanig dat de personen die rondstappen of stilstaan in de nabijheid van de opening niet onverwachts in het ijle zouden vallen. Een valbeveiliging dient voorzien te worden.

De aanvraag voorziet niet in een septische put, waardoor de voorliggende aanvraag strijdig is met artikel 43 van de bouwcode. Het artikel stelt dat het verplicht is om een septische put te voorzien indien het afvoerstelsel van afval- en hemelwater aangepast wordt en het aantal wooneenheden vermeerderd.

Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten

De werken zijn gesitueerd in een zone die volgens het gewestplan werd ingekleurd als een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Bovendien is het pand opgenomen in de vastgestelde inventaris van onroerend erfgoed sinds 14/09/2009. In CHE-gebied en voor panden opgenomen in de inventaris wordt de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. De wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie wordt onderworpen aan de wenselijkheid van behoud.  Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur.

De dienst monumentenzorg adviseert het volgende:

“ De geplande werken werden voorbesproken met de stedelijke dienst monumentenzorg.  De aanvraag voldoet aan artikel 5§1 en 5§2 van de stedelijke bouwcode.  Er werd een CHE-rapport opgemaakt dat ons meer inzicht geeft in de bouwhistoriek, de erfgoedwaarde van de nog aanwezige elementen kon worden geëvalueerd en de impact van de geplande werken op de erfgoedwaarde kon worden afgetoetst.  De elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde blijven behouden.  Het pand heeft een stadslandschappelijke waarde.  Enerzijds wordt er ingezet op het behoud van volume, schaal, korrel en interne erfgoedelementen. Anderzijds is bijzondere aandacht voor de gevel.  De voorgevel wordt hersteld naar ontwerp van 1914.  Het nieuwe buitenschrijnwerk (gelijkvloers en bovenliggende verdiepingen) moet worden uitgevoerd in hout en conform typedetail T-raam naar historisch model midden 19e-begin 20ste eeuw (makelaar en kalf met halfrond profiel en bandje + vergaring in verstek).  Typedetail op te vragen bij de stedelijke dienst monumentenzorg. Ook de voordeur moet in hout worden uitgevoerd.  Al het buitenschrijnwerk (ramen en deur) moet in dezelfde neutrale kleur worden geschilderd.”

Ook vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan het advies van monumentenzorg bijgetreden worden. Door het terugbrengen van de voorgevel uit het jaartal 1914 wordt de garage gesupprimeerd waardoor de voorgevel opnieuw een uitstraling en waarde krijgt dat het straatbeeld positief beïnvloed. De invulling van dit nieuwe oorspronkelijke raamopeningen gebeurt echter op een manier die de algemene beeldkwaliteit van het pand negatief beïnvloed. De gevel wordt nu in twee opgedeeld door het houten schrijnwerk in de bestaande bovengevel te bewaren, maar het nieuwe schrijnwerk te voorzien in zwart aluminium. Ook in de gevelpui dient houten schrijnwerk voorzien te worden om de beeldwaarde te herstellen. De voorwaarden die monumentenzorg worden gevolgd vanuit stedenbouwkundig oogpunt.

Ondanks het feit dat het concept van de gevel erop vooruit gaat door het terug te herstellen naar de oorspronkelijke toestand, is het niet aanvaardbaar dat een vergunde garage verdwijnt bij een gevelbreedte van 8,08 meter. Het verdwijnen van de garage zou nog gecompenseerd kunnen worden door het toevoegen van een kwaliteitsvolle fietsenberging. Momenteel omvat de aanvraag het verdwijnen van een autostaanplaats en het niet toevoegen van een toegankelijke fietsenberging. Met als gevolg dat de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking komt.

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen.

Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1

3 bijkomende wooneenheden à 3 x 1 = 3

Er verdwijnt door de verbouwing 1 parkeerplaatsen. Deze wordt bijgeteld bij de parkeerbehoefte.

Bestaande parkeerplaatsen moeten maximaal behouden worden.

De werkelijke parkeerbehoefte is 4 (3 + 1 = 4)

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Er worden geen parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien.

De bestaande parkeerplaats verdwijnt.

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1.

Het plan voorziet niet in (minstens) het aantal te realiseren plaatsen. Vanuit oogpunt goede ruimtelijke ordening is dit onaanvaardbaar. Er dient gezocht naar een oplossing op eigen terrein. Niet vatbaar voor vergunning.

De gevelbreedte bedraagt meer dan 8 m, de bestaande parkeergarage moet behouden blijven.

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 4 – 0 = 4.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 4.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 4.

Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is.

Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 0 parkeerplaatsen.

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 4 plaatsen.

 Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren omwille van het verdwijnen van een garage en het ontbreken van een toegankelijke fietsenberging.


Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

9 maart 2018

Volledig- en ontvankelijk

9 april 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

6 juni 2018

Verslag GOA

18 mei 2018

naam GOA

Helia Dezhpoor

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018027651

Gegevens van de aanvrager:

 WINVEST Holding met als adres Plantinkaai 5 te 2000 Antwerpen

Ligging van het project:

Blindestraat 10 te 2000 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie B nr. 805A

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

verbouwen van een woning tot een apartementgebouw met 4 woonentiteiten

Omschrijving aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 03/07/1914: vergunning (1914#5796) voor het afbreken van een huis;
  • 17/07/1989: weigering (1989427) voor een voorgevelwijziging;
  • 28/12/1989: vergunning (86#890785) voor een voorgevelwijziging;
  • 28/11/2011: proces-verbaal (20112200) voor het snoeien en eventueel kappen van een boom.

Laatst vergunde toestand

  • eengezinswoning van 3 bouwlagen en 3 traveeën onder een pseudo-mansardedak met twee dakkappellen.

Bestaande toestand

  • conform de laatst vergunde toestand.

Inhoud van de aanvraag:

  • betreft de verbouwing van een eengezinswoning met een netto-vloeroppervlakte van 429,5 m² naar een meergezinswoning van 4 woonentiteiten;
  • de voorgevel wordt op de gelijkvloerse verdieping terug gebracht naar de vergunning uit 1914 waardoor de poort verdwijnt en de plint hersteld wordt;
  • de gevel wordt witgeschilderd/ bepleisterd;
  • op de gelijkvloerse verdieping van de achtergevel worden de luiken naar de kelder verwijderd  en wordt er een inpandig terras voorzien op de 4de bouwlaag;
  • in de kelderverdieping bevinden zich 4 bergingen en 1 afvalberging, een fietsenberging voor 11 fietsen met een oppervlakte van 17,5 m2 en een meterlokaal;
  • een nieuwe trap wordt doorgetrokken naar de kelder;
  • op de gelijkvloerse verdieping wordt de garage gesupprimeerd en wordt het achterste deel van de eerste verdieping bijgenomen als duplexappartement;
  • de keuken van de gelijkvloerse verdieping wordt omgevormd tot buitenruimte (koer);
  • het voorste deel van de eerste verdieping wordt een appartement voorzien met een terras van 6,5 m2 dat uitgeeft op de nieuw gecreëerde binnenkoer;op de tweede en derde verdieping bevindt zich telkens een appartement met terras.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.