Artikel 2.2.21 §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) dat zegt dat de gemeenteraad het ontwerp-RUP voorlopig vaststelt.
Het voorontwerp behoudt de driedeling uit de richtnota. De nadruk binnen het RUP komt echter terug meer op bedrijvigheid te liggen. Dit vertaalt zich in het opleggen van minstens evenveel bedrijvigheid als grootschalige detailhandel in de noordelijkste en de middelste bestemmingszone voor gemengde functies. Hierdoor wordt de mobiliteitsimpact verminderd en komt het RUP tegemoet aan de voorwaarden die door het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen gesteld zijn om de subsidie voor de heraanleg van de Oudebaan te behouden.
Dit RUP stuurt op detailhandel door:
Om de ruimte in deze zones voor te behouden voor het type winkelaanbod dat in de lijn ligt met de stedelijke detailhandelsvisie en structuurplan kan gespecificeerd worden dat enkel bepaalde categorieën toegelaten worden voor zover dit kadert binnen de doelstellingen (artikel 4) van het decreet. In voorliggend RUP worden categorie 3 en 4 zowel in de noordelijke, centrale als zuidelijke cluster toegelaten. Omdat categorie 4 (andere producten) zowel sterk als minder verkeersgenererende detailhandelsactiviteiten bevat, wordt voor deze categorie
bijkomend gespecificeerd welke branches zijn toegestaan. Hiervoor maken we gebruik van de Locatusbranchering2. De toegelaten branches zijn sport & spel (35.100), hobby (35.110), media (35.120), bruin- & witgoed (37.150), auto & fiets (37.160), doe-het-zelf (37.170), wonen (37.180) en automotive (45.203). Voor de noordelijke cluster Ge 1 wordt naast categorie 3 en 4 ook categorie 1 (verkoop van voeding) toegestaan. Dit alles wordt als volgt binnen de doelstelling gemotiveerd:
Uitzonderingen daarop zijn de bestaand vergunde detailhandel en bij herlokalisatie van grootschalige detailhandel van categorie 2, persoonszaken, kan die binnen dit RUP een plaats krijgen. In dat geval moet de ontwikkelbare oppervlakte wel herrekend worden. In totaal kan in heel het RUP, inclusief bestaande detailhandel, 30.000 m² detailhandel ontwikkeld worden als de bestaande handel die onder categorie 1, verkoop van voeding, of categorie 2, verkoop van goederen voor persoonsuitrusting, vallen, vervangen worden. Voor de zones waar detailhandel ontwikkeld kan worden, is de minimale oppervlakte aan groen en waterbuffer opgelegd.
Dit ontwerp is op basis van de verkregen adviezen de verdere uitwerking, verfijning en bijsturing van het voorontwerp van RUP Oudebaan.
Milieueffectenrapportage (MER)
| Stap | Datum |
|
collegebeslissing: goedkeuring |
2 december 2016 (jaarnummer 10520) |
|
terinzagelegging kennisgevingsnota |
6 februari 2017 - 6 maart 2017 |
|
dienst-MER: goedkeuring |
19 juni 2017 |
|
ontwerptekstbespreking plan- |
24 oktober 2017 |
|
dienst-MER: goedkeuring plan- |
het plan-MER wordt goedgekeurd voor de voorlopige vaststelling van |
De stad maakt zowel een RUP op voor het gebied langs de Boomsesteenweg dat verder omsloten wordt door de Moerelei en de Oudebaan ten noorden, als een RUP ten zuiden door de bedrijfspercelen van Essers een reservatiestrook in het gewestplan, verder het RUP Ter Beke Zuid. Zowel voor het RUP Oudebaan alsook voor het RUP Ter Beke Zuid werd in een overkoepelend plan-MER de impact op het milieu afgetoetst. Het samennemen van deze twee RUP’s laat toe om cumulatieve effecten in een beweging te behandelen. Het plan-MER heeft als dossiercode PL0238. De nota is terug te vinden in het MER-dossierdatabank2.
Binnen dit plan-MER worden milderende maatregelen en randvoorwaarden opgesteld voor het RUP Oudebaan.
Deze kennen een doorwerking en vertaling in het RUP.
De gemeenteraad kan het RUP Oudebaan goedkeuren als het plan-MER goedgekeurd is door de dienst MER.
Waterparagraaf
De waterparagraaf wordt afgeleid uit de discipline grondwater van de plan-MER voor RUP Oudebaan en Ter Beke Zuid.
Het plangebied is gelegen in het deelbekken ‘Beneden Schelde’ waarbij de Grote Struisbeek (A.S.10, geklasseerd, eerste categorie) instaat voor de voornaamste afwatering van het projectgebied. Deze waterloop bevindt zich niet in het plangebied zelf. Het plangebied bevindt zich niet in de omgeving van een waterwingebied of beschermingszone.
De verschillende watertoetskaarten worden onderstaand besproken:
10.2.1 Hellingenkaart
In de toelichtingsnota is volgende conclusie opgenomen:
Uit de disciplines grondwater, oppervlaktewater en biodiversiteit van het plan-MER blijkt dat er geen significant negatieve effecten op het watersysteem zullen optreden op voorwaarde dat:
Met betrekking tot het beperken van het risico op mogelijke verspreiding van verontreinigingen (VOCL) bij bemaling:
Planbaten
Uit het grafisch register, dat als bijlage bij dit RUP wordt gevoegd, blijkt dat er geen bestemmingswijzigingen voorkomen die mogelijk planbaten kunnen doen ontstaan voor percelen eigendom van de stad en/of dochters.
| Stap | Datum |
| collegebeslissing: richtnota | 18 juli 2014 (jaarnummer 7568) |
| districtsraad: advies richtnota | 2 februari 2017 (jaarnummer 21) |
| collegebeslissing: goedkeuring voorontwerp RUP | 1 december 2017 (jaarnummer 9419) |
| districtsraad: advies voorontwerp-RUP | 7 december 2017 (jaarnummer 90) |
| GECORO advies | 6 december 2017 |
| plenaire vergadering + adviezen | 16 januari 2018 |
| collegebeslissing: voorstel aan gemeenteraad om ontwerp-RUP voorlopig vast te stellen | 4 mei 2018 |
| gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp-RUP | 28 mei 2018 |
| openbaar onderzoek | |
| GECORO advies | |
| gemeenteraad: definitieve vaststelling/goedkeuring |
Data in vet/cursief zijn ramingen.
Artikel 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van een RUP.
Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s door de Vlaamse regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met - mogelijk - aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.
Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2, gewijzigd op 19 juli 2013.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.
Voorgeschiedenis RUP Oudebaan
| Stap | Orgaan | Datum | Jaarnummer |
| Grootschalige detailhandel Boomsesteenweg. Opmaken RUP. Goedkeuring | college | 18 december 2009 | 18605 |
| Grootschalige detailhandel Boomsesteenweg Oudebaan. Opmaken RUP. Procesnota en communicatietraject. Goedkeuring | college | 11 juni 2010 | 7031 |
| RUP Oudebaan. Ontwikkelen verkeersmodel Boomsesteenweg. Goedkeuring | college | 29 maart 2013 | 3244 |
| Werk en Economie. Beleidsnota detailhandel. Goedkeuring | gemeenteraad | 23 september 2013 | 585 |
| RUP Oudebaan, district Wilrijk. Richtnota. Goedkeuring | college | 18 juli 2014 | 7568 |
| Ruimtelijk uitvoeringsplan Oudebaan, district Wilrijk. Haalbaarheidsstudie. Projectdefinitie en keuze kandidaten deelopdracht | college | 7 november 2014 | 11458 |
| Ruimtelijk uitvoeringsplan Oudebaan, district Wilrijk. Haalbaarheidsstudie. Aanstellen ontwerper. Goedkeuring | college | 5 december 2014 | 12440 |
| District Wilrijk Oudebaan. Wegeniswerken. Samenwerkingsovereenkomst. Addendum | college | 19 februari 2016 | 1400 |
| Plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan', district Wilrijk. Kennisgevingsnota plan-MER. Goedkeuring | college | 2 december 2016 | 10520 |
| Ter Beke Zuid, district Wilrijk. Waterstudie. Ontwerp-eindrapport. Goedkeuring | college | 7 juli 2017 | 6026 |
| Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Oudebaan, district Wilrijk. Voorontwerp. Goedkeuring | college | 1 december 2017 | 9419 |
Het RUP houdt rekening met volgende uitgangspunten:
In het beeld Dorpen en Metropool (beeld uit het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen) worden drie locaties geselecteerd als cluster voor grootschalige detailhandel: Bredabaan (tegen Schoten), Noorderlaan en de Boomsesteenweg. Voor de Boomsesteenweg moet er gestreefd worden naar een optimalisering van de bestaande structuur. Hierbij dient een duurzaam evenwicht te worden nagestreefd tussen bereikbaarheid met openbaar vervoer en autobereikbaarheid. Verder staat optimalisering van de bestaande grootschalige
handelsconcentraties voor: behoud en herstructurering, inbreiding en verdichting, clustering en thematisering. In geen geval worden structurele uitbreidingen van de bestaande grootschalige handelsclusters voorzien. De optimalisering van de grootschalige handelsclusters dient in afweging met bedrijvigheid te gebeuren. Bovenstaande richtlijnen gelden als suggestie aan de hogere overheid. Doelstelling is om op de locaties voor grootschalige detailhandel, de commerciële boulevards, een intensief en slim ruimtegebruik te bekomen. De
autogerichtheid van deze activiteiten mag niet ontkend worden maar kan beter georganiseerd worden.
De stad voorziet een verfijning van de belangrijkste zones door middel van het bijzonder plan van aanleg (BPA) Ter Bekehof (autogeoriënteerde retail in omgeving van Autostad) en BPA Geleegweg (woongeoriënteerde retail in omgeving van Ikea). Daarnaast kan de driehoek gevormd door de Boomsesteenweg- Moerelei-Oudebaan worden geoptimaliseerd als thematische retailzone.
Het voorliggende RUP is een letterlijke uitvoering van de principes die in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) worden vooropgesteld. Dit RUP heeft als plangebied de driehoek gevormd door de Boomsesteenweg-Moerelei-Oudebaan en heeft als doel om in het gebied grootschalige detailhandel mogelijk te maken. Dit is binnen de huidige bestemming, industriezone, niet mogelijk. Daarom wordt dit RUP opgemaakt zoals letterlijk gesuggereerd in het s-RSA.
Advies over stedenbouwkundig ontwerp of voorstudie
In het plan is gekozen om de bovenstaande bezorgdheden te ondervangen door categorie 4 verder te verfijnen waardoor de mobiliteitsimpact en de impact om het winkelapparaat beter kan gestuurd worden.
De realisatie van de groenstructuur is gekoppeld aan de ontwikkeling van de detailhandel. Als een eigenaar detailhandel wil bij creëren, moet een bepaald aandeel
groen en waterbuffer worden aangelegd.
Advies over vertaling van de visie naar stedenbouwkundige voorschriften
Dit is opgenomen binnen de inrichtingsstudie die bij een vergunningsaanvraag moet gevoegd worden.
Dit is opgenomen in het voorschrift van Gr.
Water
De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is het eens met het algemene principe omtrent waterbeheer maar is van mening dat het niet helder geformuleerd is. VMM stelt voor dit als volgt op te nemen in het RUP: “Hemelwater wordt eerst opgevangen voor hergebruik. Het overschot moet maximaal infiltreren naar de ondergrond tenzij een grondig onderzoek van de infiltratiecapaciteit en grondwaterstanden aantoont dat de infiltratiemogelijkheden onvoldoende groot zijn. Desgevallend dient er op basis van modelleringen een geoptimaliseerde combinatie van infiltratie en vertraagde afvoer uitgewerkt worden”. De gemeente Aartselaar sluit hierop aan dat ze van mening is dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in verhouding veel overstortvolumes heeft.
In de voorschriften is volgende passage toegevoegd: Het overschot moet maximaal infiltreren naar de ondergrond tenzij een grondig onderzoek van de infiltratiecapaciteit
en grondwaterstanden aantoont dat de infiltratiemogelijkheden onvoldoende groot zijn.
Groen
Het Agentschap Natuur en Bos (ANB) geeft aan dat de kwaliteitscriteria van de inrichtingsstudie voor Ge1 o.a. spreken over het kwalitatief inpassen ten opzichte van de Speciale Beschermingszone Fort 7. Er wordt voorgesteld om de formele terminologie te hanteren en te spreken over ‘geen betekenisvolle aantasting’ van de speciale beschermingszone met aandacht voor oa verdroging, licht,.
Dit zal worden verfijnd in de voorschriften.
Toegelaten functies
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen geeft positief advies over het beperken van de grootschalige detailhandel tot categorie 3 en 4. De provincie vult hierbij aan dat ze
niet van mening zijn dat dit een gunstig effect heeft op de mobiliteitsdruk. Binnen categorie 3 (of C) zijn immers ook tuincentra toegestaan met naast een aanbod aan bloemen en planten ook een afdeling wonen en lifestyle en een horecazaak.
Categorie 4 (of D) is dan weer heel ruim en laat diverse types van handelszaken toe.
Het concrete profiel van de handelszaken zal bepalend zijn.
In de voorschriften is een verdere verfijning van categorie 4 (andere) opgenomen.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen geeft aan dat het toestaan van 50% van de totale bruto-vloeroppervlakte aan grootschalige leisure erg ruim is en vraagt om te
verduidelijken of het om 50% van de totale oppervlakte of 50% van de oppervlakte aan grootschalige detailhandel gaat.
Dit is in de voorschriften verduidelijkt. Minstens 50% van het bruto-vloeroppervlakte moet industriële bedrijvigheid zijn. Maximaal 25% van het BVO is leisure.
De gemeenteraad beslist om het ontwerp-RUP 'Oudebaan' (algplanid:RUP_11002_214_80001_00001) voorlopig vast te stellen.
Dit ontwerp bestaat uit een grafisch plan, een plan van de bestaande juridische en feitelijke toestand, de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.