Terug

2018_CBS_04145 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Oudebaan', district Wilrijk - Voorlopige vaststelling - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 04/05/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Caroline Bastiaens, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_04145 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Oudebaan', district Wilrijk - Voorlopige vaststelling - Goedkeuring 2018_CBS_04145 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Oudebaan', district Wilrijk - Voorlopige vaststelling - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 2.2.21 §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) dat zegt dat de gemeenteraad het ontwerp-RUP voorlopig vaststelt.

Argumentatie

Het voorontwerp behoudt de driedeling uit de richtnota. De nadruk binnen het RUP komt echter terug meer op bedrijvigheid te liggen. Dit vertaalt zich in het opleggen van minstens evenveel bedrijvigheid als grootschalige detailhandel in de noordelijkste en de middelste bestemmingszone voor gemengde functies. Hierdoor wordt de mobiliteitsimpact verminderd en komt het RUP tegemoet aan de voorwaarden die door het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen gesteld zijn om de subsidie voor de heraanleg van de Oudebaan te behouden.

Dit RUP stuurt op detailhandel door:

  • enkel grootschalige detailhandel (meer dan 1.000 m² netto verkoopsoppervlakte en 1.500 m² bruto vloeroppervlakte) mogelijk te maken;
  • alleen categorie 3, verkoop van planten, bloemen en goederen voor land- en tuinbouw, en categorie 4, verkoop van andere producten, mogelijk te maken.

Om de ruimte in deze zones voor te behouden voor het type winkelaanbod dat in de lijn ligt met de stedelijke detailhandelsvisie en structuurplan kan gespecificeerd worden dat enkel bepaalde categorieën toegelaten worden voor zover dit kadert binnen de doelstellingen (artikel 4) van het decreet. In voorliggend RUP worden categorie 3 en 4 zowel in de noordelijke, centrale als zuidelijke cluster toegelaten. Omdat categorie 4 (andere producten) zowel sterk als minder verkeersgenererende detailhandelsactiviteiten bevat, wordt voor deze categorie
bijkomend gespecificeerd welke branches zijn toegestaan. Hiervoor maken we gebruik van de Locatusbranchering2. De toegelaten branches zijn sport & spel (35.100), hobby (35.110), media (35.120), bruin- & witgoed (37.150), auto & fiets (37.160), doe-het-zelf (37.170), wonen (37.180) en automotive (45.203). Voor de noordelijke cluster Ge 1 wordt naast categorie 3 en 4 ook categorie 1 (verkoop van voeding) toegestaan. Dit alles wordt als volgt binnen de doelstelling gemotiveerd:

  • Het creëren van duurzame vestigingsmogelijkheden voor kleinhandel, met inbegrip van het vermijden van ongewenste kleinhandelslinten. In het s-RSA wordt aangegeven dat de detailhandel langs de Boomsesteenweg geclusterd moet worden in drie locaties: binnen het plangebied van BPA Geleegweg, binnen het plangebied van RUP Oudebaan en binnen het plangebied van RUP Ter Beke Zuid. Dit om lintvorming tegen te gaan en duidelijke concentraties te vormen.
  • Het waarborgen van een toegankelijk aanbod voor consumenten. In de beleidsnota detailhandel van de stad Antwerpen wordt al aangegeven dat de ruimte voor detailhandel in de perifere locaties (buiten woongebied) moet voorbehouden worden voor handelszaken die qua schaal, mogelijke verkeersoverlast en het type goederen moeilijker verweefbaar zijn in de kernwinkelgebieden. Door een minimumgrootte van 1500 m² bruto vloeroppervlakte en minimum 1000 m² netto handelsoppervlakte op te leggen, wordt de ruimte al gereserveerd voor detailhandel die qua schaal niet verweefbaar is. Met het aanbod te beperken tot categorie 3 en 4 vergroten we de mogelijkheid voor winkels die op het vlak van type goederen moeilijk verweefbaar zijn in de kernwinkelgebieden. De ontwikkeling binnen het RUP moet een aanvullend aanbod bieden ten opzichte van de kernwinkelgebieden om zo een toegankelijk aanbod te verzekeren. In de noordelijke cluster bevindt zich een bestaande discountsupermarkt (= categorie 1: verkoop van voeding) die is ingepast in de voormalige bedrijfsgebouwen van Henschel. De parkingwordt momenteel ontsloten via de Moerelei. Om consumenten een gevarieerd, fijnmazig en hedendaags supermarktaanbod te kunnen aanbieden, voorzien de voorschriften van Ge1 de mogelijkheid om de bestaande supermarktfunctie (categorie 1) te behouden en deze volgens een hedendaags concept in te passen in de herontwikkeling van het gebied. Op die manier kan deze functie ruimtelijk beter geïntegreerd worden in het geheel met een verbeterde (gecombineerde) ontsluiting via de N177 in plaats van via de Moerelei tot gevolg.
  • Het bewerkstelligen van een duurzame mobiliteit. Door te sturen op de categorieën probeert dit RUP de mobiliteitsgeneratie te beperken. Categorie 1 en 2 zorgen in het algemeen voor een grotere mobiliteitsgeneratie en daardoor voor een grotere belasting van het omliggende wegennet. Daarom worden die categorieën uitgesloten. Enkel in de noordelijke cluster (Ge 1) wordt categorie 1 wel toegestaan: dit is omwille van de nabijheid van de woonkern van Wilrijk (en de bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers) de meest aangewezen zone om een supermarktfunctie in onder te (blijven) brengen. De categorie 3 en 4 (branches sport & spel, hobby, media, bruin- & witgoed, auto & fiets, doehet-zelf, wonen en automotive) liggen reeds in de lijn van het bestaande winkelaanbod langsheen de Boomsesteenweg3. Daardoor zullen combinatiebezoeken tussen winkels ontstaan wat een gunstig effect heeft op de mobiliteit. In de noordelijke cluster (Ge 1) wordt met het oog op consumentenbescherming (zie hoger) geopteerd om de verkoop van voeding (categorie 1) ondanks het sterk verkeersgenererende karakter mogelijk te maken waardoor de bestaande supermarkt kan behouden en herbouwd worden. Bij een verbouwing of herbouw moeten de nodige maatregelen worden genomen om duurzame mobiliteit in de hand te werken (verzekeren toegankelijkheid voor fietsers en wandelaars, fietsenstallingen,…).

Uitzonderingen daarop zijn de bestaand vergunde detailhandel en bij herlokalisatie van grootschalige detailhandel van categorie 2, persoonszaken, kan die binnen dit RUP een plaats krijgen. In dat geval moet de ontwikkelbare oppervlakte wel herrekend worden. In totaal kan in heel het RUP, inclusief bestaande detailhandel, 30.000 m² detailhandel ontwikkeld worden als de bestaande handel die onder categorie 1, verkoop van voeding, of categorie 2, verkoop van goederen voor persoonsuitrusting, vallen, vervangen worden. Voor de zones waar detailhandel ontwikkeld kan worden, is de minimale oppervlakte aan groen en waterbuffer opgelegd.

Dit ontwerp is op basis van de verkregen adviezen de verdere uitwerking, verfijning en bijsturing van het voorontwerp van RUP Oudebaan.

Milieueffectenrapportage (MER)

Stap Datum

collegebeslissing: goedkeuring
kennisgevingsnota

2 december 2016 (jaarnummer 10520)

terinzagelegging kennisgevingsnota

6 februari 2017 - 6 maart 2017

dienst-MER: goedkeuring
richtlijnen

19 juni 2017

ontwerptekstbespreking plan-
MER

24 oktober 2017

dienst-MER: goedkeuring plan-
MER

het plan-MER wordt goedgekeurd voor de voorlopige vaststelling van
het RUP Oudebaan door de gemeenteraad

De stad maakt zowel een RUP op voor het gebied langs de Boomsesteenweg dat verder omsloten wordt door de Moerelei en de Oudebaan ten noorden, als een RUP ten zuiden door de bedrijfspercelen van Essers een reservatiestrook in het gewestplan, verder het RUP Ter Beke Zuid. Zowel voor het RUP Oudebaan alsook voor het RUP Ter Beke Zuid werd in een overkoepelend plan-MER de impact op het milieu afgetoetst. Het samennemen van deze twee RUP’s laat toe om cumulatieve effecten in een beweging te behandelen. Het plan-MER heeft als dossiercode PL0238. De nota is terug te vinden in het MER-dossierdatabank2.

Binnen dit plan-MER worden milderende maatregelen en randvoorwaarden opgesteld voor het RUP Oudebaan. 
Deze kennen een doorwerking en vertaling in het RUP.

De gemeenteraad kan het RUP Oudebaan goedkeuren als het plan-MER goedgekeurd is door de dienst MER.

Waterparagraaf

De waterparagraaf wordt afgeleid uit de discipline grondwater van de plan-MER voor RUP Oudebaan en Ter Beke Zuid.

Het plangebied is gelegen in het deelbekken ‘Beneden Schelde’ waarbij de Grote Struisbeek (A.S.10, geklasseerd, eerste categorie) instaat voor de voornaamste afwatering van het projectgebied. Deze waterloop bevindt zich niet in het plangebied zelf. Het plangebied bevindt zich niet in de omgeving van een waterwingebied of beschermingszone.

De verschillende watertoetskaarten worden onderstaand besproken:

10.2.1 Hellingenkaart

  • Hellingenkaart: Het merendeel van het plangebied kent hellingen < 0,5% of tussen 0,5% - 5%. Beperkte specifieke zones kennen een helling van 5% - 10% en soms zelfs >10%.
  • Erosiegevoelige gebied: Het plangebied kent nauwelijks erosiegevoelige gebieden, met een uitzondering in het noorden van het plangebied.
  • Winterbed: Het plangebied bevindt zich niet in een winterbed. Het dichtstbijzijnde winterbek bevindt zich op ongeveer 2 km ter hoogte van de Schelde.
  • Overstromingsgevoelige gebieden (2017): Binnen het plangebied zijn er geen overstromingsgevoelige gebieden. Onmiddellijk ten zuiden bevindt zich het overstromingsgevoelig gebied ten gevolge van de Grote Struisbeek.
  • Infiltratiegevoelige bodems: Het plangebied bestaat volledig uit een infiltratiegevoelige bodem.
  • Grondwaterstromingsgevoelige bodems: Het plangebied is matig gevoelig voor grondwaterstroming (type 2).

In de toelichtingsnota is volgende conclusie opgenomen:


Uit de disciplines grondwater, oppervlaktewater en biodiversiteit van het plan-MER blijkt dat er geen significant negatieve effecten op het watersysteem zullen optreden op voorwaarde dat:
Met betrekking tot het beperken van het risico op mogelijke verspreiding van verontreinigingen (VOCL) bij bemaling:

  • Werken in gesloten bouwput (bvb met waterkerende wanden, damplanken, onderwaterbeton tot in de Boomse klei, …).
  • Beperken van invloedssfeer bemaling door een aangepaste uitvoeringstechniek (bvb retourbemaling).
  • Afschermen van de verontreiniging, bijvoorbeeld door een waterkerende wand te voorzien in de richting van de verontreiniging.
  • Bij omvangrijke constructies die tot in de ondoorlaatbare Boomse klei reiken is aandacht nodig voor het mogelijke effect op de grondwaterstroming, bijvoorbeeld door onder de ondergrondse constructie ingrepen zoals drainagekoffers, evenwichtsleidingen (drains), … te voorzien, om eventuele opstuwing van grondwater tegen te gaan.

Planbaten

Uit het grafisch register, dat als bijlage bij dit RUP wordt gevoegd, blijkt dat er geen bestemmingswijzigingen voorkomen die mogelijk planbaten kunnen doen ontstaan voor percelen eigendom van de stad en/of dochters.

Fasering

Stap Datum
collegebeslissing: richtnota 18 juli 2014 (jaarnummer 7568)
districtsraad: advies richtnota  2 februari 2017 (jaarnummer 21) 
collegebeslissing: goedkeuring voorontwerp RUP  1 december 2017 (jaarnummer 9419) 
districtsraad: advies voorontwerp-RUP  7 december 2017 (jaarnummer 90)
GECORO advies  6 december 2017 
plenaire vergadering + adviezen  16 januari 2018 
collegebeslissing: voorstel aan gemeenteraad om ontwerp-RUP voorlopig vast te stellen  4 mei 2018 
gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp-RUP  28 mei 2018 
openbaar onderzoek   
GECORO advies   
gemeenteraad: definitieve vaststelling/goedkeuring   

Data in vet/cursief zijn ramingen.

Juridische grond

Artikel 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van een RUP.

Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s door de Vlaamse regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met - mogelijk - aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.

Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2, gewijzigd op 19 juli 2013.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.

Aanleiding en context

Voorgeschiedenis RUP Oudebaan

Stap Orgaan Datum Jaarnummer
Grootschalige detailhandel Boomsesteenweg. Opmaken RUP. Goedkeuring college 18 december 2009 18605
Grootschalige detailhandel Boomsesteenweg Oudebaan. Opmaken RUP. Procesnota en communicatietraject. Goedkeuring college 11 juni 2010 7031
RUP Oudebaan. Ontwikkelen verkeersmodel Boomsesteenweg. Goedkeuring college 29 maart 2013 3244
Werk en Economie. Beleidsnota detailhandel. Goedkeuring gemeenteraad 23 september 2013 585
RUP Oudebaan, district Wilrijk. Richtnota. Goedkeuring college 18 juli 2014 7568
Ruimtelijk uitvoeringsplan Oudebaan, district Wilrijk. Haalbaarheidsstudie. Projectdefinitie en keuze kandidaten deelopdracht college 7 november 2014 11458
Ruimtelijk uitvoeringsplan Oudebaan, district Wilrijk. Haalbaarheidsstudie. Aanstellen ontwerper. Goedkeuring college 5 december 2014 12440
District Wilrijk Oudebaan. Wegeniswerken. Samenwerkingsovereenkomst. Addendum college  19 februari 2016  1400 
Plan-MER RUP 'Ter Beke Zuid' - RUP 'Oudebaan', district Wilrijk. Kennisgevingsnota plan-MER. Goedkeuring college  2 december 2016  10520 
Ter Beke Zuid, district Wilrijk. Waterstudie. Ontwerp-eindrapport. Goedkeuring  college  7 juli 2017  6026 
Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Oudebaan, district Wilrijk. Voorontwerp. Goedkeuring  college  1 december 2017  9419

Het RUP houdt rekening met volgende uitgangspunten:

  • de grootschalige detailhandel is van dergelijke schaal zodat ze niet verweefbaar is met de bestaande winkelstraten;
  • het gevoerde assortiment is complementair met de bestaande winkelstraten;
  • de bestaande en nieuwe detailhandel wordt ruimtelijk zo optimaal mogelijk ingepast;
  • de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid komen niet in het gedrang;
  • de handelszaken worden onderworpen aan regels inzake beeldkwaliteit en duurzaamheid.

In het beeld Dorpen en Metropool (beeld uit het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen) worden drie locaties geselecteerd als cluster voor grootschalige detailhandel: Bredabaan (tegen Schoten), Noorderlaan en de Boomsesteenweg. Voor de Boomsesteenweg moet er gestreefd worden naar een optimalisering van de bestaande structuur. Hierbij dient een duurzaam evenwicht te worden nagestreefd tussen bereikbaarheid met openbaar vervoer en autobereikbaarheid. Verder staat optimalisering van de bestaande grootschalige
handelsconcentraties voor: behoud en herstructurering, inbreiding en verdichting, clustering en thematisering. In geen geval worden structurele uitbreidingen van de bestaande grootschalige handelsclusters voorzien. De optimalisering van de grootschalige handelsclusters dient in afweging met bedrijvigheid te gebeuren. Bovenstaande richtlijnen gelden als suggestie aan de hogere overheid. Doelstelling is om op de locaties voor grootschalige detailhandel, de commerciële boulevards, een intensief en slim ruimtegebruik te bekomen. De
autogerichtheid van deze activiteiten mag niet ontkend worden maar kan beter georganiseerd worden.

De stad voorziet een verfijning van de belangrijkste zones door middel van het bijzonder plan van aanleg (BPA) Ter Bekehof (autogeoriënteerde retail in omgeving van Autostad) en BPA Geleegweg (woongeoriënteerde retail in omgeving van Ikea). Daarnaast kan de driehoek gevormd door de Boomsesteenweg- Moerelei-Oudebaan worden geoptimaliseerd als thematische retailzone.

Het voorliggende RUP is een letterlijke uitvoering van de principes die in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) worden vooropgesteld. Dit RUP heeft als plangebied de driehoek gevormd door de Boomsesteenweg-Moerelei-Oudebaan en heeft als doel om in het gebied grootschalige detailhandel mogelijk te maken. Dit is binnen de huidige bestemming, industriezone, niet mogelijk. Daarom wordt dit RUP opgemaakt zoals letterlijk gesuggereerd in het s-RSA.

Adviezen

GECORO Advies uitgebracht

Advies over stedenbouwkundig ontwerp of voorstudie

  • Een beperking van de detailhandelsfunctie tot enkel categorie 3 en 4 kan op zich niet garanderen dat de mobiliteitsdruk vermindert, vermits categorie 4 ruim wordt gedefinieerd in het decreet op het integraal handelsvestigingsbeleid.
    Daarbij zal het voorzien van retail (ook al is deze beperkt tot beide categorieën) een impact hebben op de kernwinkels in de omgeving (Wilrijk, Aartselaar, Hemiksem). GECORO adviseert om retail af te raden in deze zones.
  • Concreet betekent dit het volgende. Vermits de ontwikkelingen op het vlak van, en de behoefte aan, retail razendsnel evolueren, en vermits de mobiliteitsproblematiek langs de Boomsesteenweg zeer beperkend is voor bijkomende retail, stelt de Gecoro voor om deze functie te laten uitdoven en meer in te zetten op nieuwe productievormen. GECORO adviseert om deze evolutie ook bij een eventuele herziening van het ruimtelijk structuurplan/beleidsplan mee op te nemen.
  • GECORO stemt wel in met het behoud van een buurtgerichte supermarkt in de zone Ge1.

In het plan is gekozen om de bovenstaande bezorgdheden te ondervangen door categorie 4 verder te verfijnen waardoor de mobiliteitsimpact en de impact om het winkelapparaat beter kan gestuurd worden.

  • De realisatie van samenhangende groenstructuren kan enkel indien er voldoende samenwerking is tussen de eigenaars in het gebied. GECORO adviseert om als stad een actieve rol te spelen in het verder uitwerken van de strategie en de aanpak.

De realisatie van de groenstructuur is gekoppeld aan de ontwikkeling van de detailhandel. Als een eigenaar detailhandel wil bij creëren, moet een bepaald aandeel
groen en waterbuffer worden aangelegd.

Advies over vertaling van de visie naar stedenbouwkundige voorschriften

  • De inrichtingsvoorschriften van de zones voor gemengde functies (Ge 1, Ge 2 en Ge 3) voorzien stapeling ‘indien haalbaar’. ‘Haalbaarheid’ kan uiteenlopend gedefinieerd worden. Dit moet helder zijn en dient daarom concreter omschreven te worden.

Dit is opgenomen binnen de inrichtingsstudie die bij een vergunningsaanvraag moet gevoegd worden.

  • In de voortuinstrook (Gr) is opgaande beplanting niet toegestaan om de verkeersveiligheid te verzekeren. Gecoro geeft aan dat het niet nodig is om in de voortuinstrook opgaande beplanting te verbieden, mits een voorwaarde wordt opgelegd dat rond de in- en uitritten een goede zichtbaarheid moet worden gegarandeerd.

Dit is opgenomen in het voorschrift van Gr.

Plenaire Advies uitgebracht

Water

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is het eens met het algemene principe omtrent waterbeheer maar is van mening dat het niet helder geformuleerd is. VMM stelt voor dit als volgt op te nemen in het RUP: “Hemelwater wordt eerst opgevangen voor hergebruik. Het overschot moet maximaal infiltreren naar de ondergrond tenzij een grondig onderzoek van de infiltratiecapaciteit en grondwaterstanden aantoont dat de infiltratiemogelijkheden onvoldoende groot zijn. Desgevallend dient er op basis van modelleringen een geoptimaliseerde combinatie van infiltratie en vertraagde afvoer uitgewerkt worden”. De gemeente Aartselaar sluit hierop aan dat ze van mening is dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in verhouding veel overstortvolumes heeft.

In de voorschriften is volgende passage toegevoegd: Het overschot moet maximaal infiltreren naar de ondergrond tenzij een grondig onderzoek van de infiltratiecapaciteit
en grondwaterstanden aantoont dat de infiltratiemogelijkheden onvoldoende groot zijn.

Groen

Het Agentschap Natuur en Bos (ANB) geeft aan dat de kwaliteitscriteria van de inrichtingsstudie voor Ge1 o.a. spreken over het kwalitatief inpassen ten opzichte van de Speciale Beschermingszone Fort 7. Er wordt voorgesteld om de formele terminologie te hanteren en te spreken over ‘geen betekenisvolle aantasting’ van de speciale beschermingszone met aandacht voor oa verdroging, licht,.

Dit zal worden verfijnd in de voorschriften.

Toegelaten functies

Het Agentschap Innoveren en Ondernemen geeft positief advies over het beperken van de grootschalige detailhandel tot categorie 3 en 4. De provincie vult hierbij aan dat ze
niet van mening zijn dat dit een gunstig effect heeft op de mobiliteitsdruk. Binnen categorie 3 (of C) zijn immers ook tuincentra toegestaan met naast een aanbod aan bloemen en planten ook een afdeling wonen en lifestyle en een horecazaak.

Categorie 4 (of D) is dan weer heel ruim en laat diverse types van handelszaken toe.
Het concrete profiel van de handelszaken zal bepalend zijn.

In de voorschriften is een verdere verfijning van categorie 4 (andere) opgenomen.

Het Agentschap Innoveren en Ondernemen geeft aan dat het toestaan van 50% van de totale bruto-vloeroppervlakte aan grootschalige leisure erg ruim is en vraagt om te
verduidelijken of het om 50% van de totale oppervlakte of 50% van de oppervlakte aan grootschalige detailhandel gaat.

Dit is in de voorschriften verduidelijkt. Minstens 50% van het bruto-vloeroppervlakte moet industriële bedrijvigheid zijn. Maximaal 25% van het BVO is leisure.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1SWN02 - Wonen, economische functies en publieke voorzieningen zijn gevarieerd, nabij en bereikbaar in elk buurt- en districtscentrum
1SWN0202 - De ruimtelijke structuur, identiteit en kwaliteit op het niveau van de districten, wijken en buurten zijn versterkt
1SWN020202 - Ruimtelijke kaders voor wijken en buurten voor nieuwe ontwikkelingen zijn gemaakt
1SWN020202P03651 - RUP Oudebaan

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist om het ontwerp-RUP 'Oudebaan' (algplanid:RUP_11002_214_80001_00001) voorlopig vast te stellen.

Dit ontwerp bestaat uit een grafisch plan, een plan van de bestaande juridische en feitelijke toestand, de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • Grafisch_plan
  • Stedenbouwkundige_voorschriften
  • Bestaande_juridische_en_feitelijke_toestand
  • Toelichtingsnota