Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Artikel 4.2.20§1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.
Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de sociale en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning.
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
De stedenbouwkundige lasten voor het volledige projectgebied Nieuw-Zuid werden vastgelegd in een overeenkomst stedenbouwkundige lasten voorgelegd aan de gemeenteraad op 26 mei 2014 (jaarnummer 455), gewijzigd en/of aangevuld in een eerste en tweede addendum op deze overeenkomst, respectievelijk voorgelegd aan de gemeenteraad op 30 maart 2015 (jaarnummer 164) en op 24 april 2017 (jaarnummer 239).
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Artikel 4.2.20§1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.
Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de sociale en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning.
Ja
| Aanvragers: | TRIPLE LIVING |
| De aanvraag omvat: | bouwen van Blok 17 op Nieuw Zuid met 165 wooneenheden, kantoren en commerciële ruimtes en een ondergrondse parking |
| Dossiernummer: | ANZ/B/digitaal/SOK/20173462 |
De aanvrager voegde een plan toe aan het dossier ter verduidelijking en als voorafname op een hieronder geformuleerde voorwaarde. Het plan met referentie BA-1032-P-N-K100-Niveau0-REV1 wordt integraal toegevoegd aan de vergunning. Daar waar het afwijkt van de ingediende plannen bij de aanvraag dd. 21.12.2017 zijn de wijzigingen op het toegevoegde plan te beschouwen als een uit te voeren voorwaarde bij de vergunning.
Opmerking van het College van Burgemeester en Schepenen
Het Directoraat-Generaal Luchtvaart werd om advies gevraagd maar gaf geen advies. Bij gebrek aan advies kan op dit moment niet met zekerheid gesteld worden dat aan de veiligheidsaspecten met betrekking tot vliegverkeer wordt voldaan. Ervaring leert dat de gevraagde bouwhoogte een probleem vormt in de rechtstreekse aanvliegroute van de luchthaven. Evenwel past de bouwhoogte binnen het RUP dat bij opmaak gunstig werd beoordeeld door de MOW (incl. luchtvaart). Zonder het formeel akkoord van het Directoraat-Generaal Luchtvaart is de vergunning evenwel niet uitvoerbaar.