Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
16 maart 2018 |
29 maart 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - Eandis / IMEA |
16 maart 2018 |
27 maart 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - FOD Mobiliteit en Vervoer - Dienst Luchtvaart |
16 maart 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
16 maart 2018 |
4 april 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
16 maart 2018 |
16 maart 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend punt:
De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De stad telt heel wat eengezinswoningen, herenhuizen en tal van grondgebonden woningen. Echter worden deze woningen steeds vaker opgedeeld in kleinere woonentiteiten. Ook zijn er steeds minder vergunningen voor de bouw van eengezinswoningen. Om gezinnen in de stad te kunnen blijven aantrekken en behouden is het nodig om de eengezinswoningen te beschermen.
Er worden twee eengezinswoningen afgebroken en er komen 5 woongelegenheden in de plaats.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 5 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de nieuwbouw van een meergezinswoning. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1. De werkelijke parkeerbehoefte is 5 (5*1). |
|
De plannen voorzien in 1 nuttige autostal- en autoparkeerplaats. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1. In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden: De grootte en/of vorm van het perceel laten het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet toe. |
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 5 – 1=4. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 4 plaatsen. |
Bijkomend wordt opgemerkt dat de fietsenstalplaatsen achteraan in de garage niet vlot toegankelijk zijn, slechts twee fietsenstalplaatsen zijn vlot bereikbaar.
Het overige deel van de fietsenstalling wordt ondergronds voorzien en heeft een oppervlakte van 14 vierkante meter, wat overeen komt met ruimte voor 9 fietsen. Deze fietsenberging is bijgevolg te klein want moet plaats bieden aan 14 fietsen, wat overeenkomt met een oppervlakte van 21 vierkante meter. Dit bedraagt 7 vierkante meter minder, wat gelet op de beperkte oppervlakte in de kelder, niet als voorwaarde kan worden opgelegd. Bijkomend worden er vragen gesteld over de vlotte bereikbaarheid van de fietsenberging in de kelder aangezien de trap inclusief trapgoot slechts 82 cm breed is.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Op het gelijkvloers is er een buitenruimte voorzien met een diepte van 5,64 meter, wat in deze dens bebouwde omgeving een aanvaardbare diepte is.
De bouwdiepte van 13 meter op de eerste verdieping sluit rechts aan bij de bestaande bouwdiepte. Er worden echter ook uitpandige terrassen voorzien met een diepte van 2,66 meter, schuin aflopend naar de perceelsgrens. Ter hoogte van de rechterzijde is er geen afstand voorzien van 1,9 meter ten opzichte van de perceelsgrens waardoor de privacy van de buur geschaad wordt. De bouwdiepte op de eerste verdieping inclusief de terrassen, is niet kenmerkend en bijgevolg ook niet aanvaardbaar.
De bouwdiepte op de tweede verdieping bedraagt 7,92 meter en sluit aan bij de kenmerkende bouwdiepte van de dakvolumes in deze omgeving. Achter dit volume worden terrassen voorzien met een diepte van 4,52 meter. Rechts wordt de scheidingsmuur verhoogd, links blijft met 1,9 meter van de perceelsgrens met het terras. Omdat het terras links niet voorzien is onder een hoek van 45° ten opzichte van de achtergevel en perceelsgrens, wordt door dit terras de privacy van de linkerbuur geschonden, wat niet aanvaardbaar is.
Visueel-vormelijke elementen
De voorgevel wordt voorzien van witte bepleistering, in combinatie met mosgroen buitenschrijnwerk en een arduinen plint. Het achterste dakvlak en de gevel van de tweede verdieping worden bekleed met zwarte leien, de gelijkvloerse achtergevel en die van de eerste verdieping worden bekleed met zwarte aluminium panelen in combinatie met hout.
De voorgestelde materialen zijn aanvaardbaar in een omgeving die gekenmerkt wordt door een heterogene gevelafwerking.
De kleine ramen ter hoogte van de traphal zijn erg vreemd in deze omgeving, net zoals het feit dat de ramen op het gelijkvloers kleiner zijn dan deze van de eerste verdieping. De omgeving wordt dan ook gekenmerkt door een hoger gelijkvloers, wat eveneens meer woonkwaliteit tot gevolg heeft voor de gelijkvloerse woongelegenheid.
Door het voorzien van aluminium dorpels, ontstaat een vlakke gevel. Het is dan ook wenselijk deze te voorzien in arduin en te laten uitsteken uit het gevelvlak om zo vervlakking in het straatbeeld tegen te gaan.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van het voorzien van kleine woonunits en een onaanvaardbaar volume.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
12 februari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
14 maart 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
12 mei 2018 |
|
Verslag GOA |
25 april 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018002765 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
HP INVEST met als adres Vredestraat 62 te 2600 Berchem (Antwerpen) |
|
Ligging van het project: |
Sint-Lambertusstraat 117 te 2600 Berchem (Antwerpen) |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 21 sectie B nrs. 35X34 en 35W34 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag |
voor het slopen van 2 eengezinswoningen en het bouwen van een meergezinswoningen |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.