Terug

2018_CBS_03984 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure. stedenbouwkundige lasten - 20173490 - district Antwerpen - Lange Lozanastraat 177-181 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 04/05/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Caroline Bastiaens, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_03984 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure. stedenbouwkundige lasten - 20173490 - district Antwerpen - Lange Lozanastraat 177-181 - Goedkeuring 2018_CBS_03984 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure. stedenbouwkundige lasten - 20173490 - district Antwerpen - Lange Lozanastraat 177-181 - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Artikel 4.2.20§1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.

Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de sociale en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Stedenbouwkundige lasten 

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de vergunningverlener stedenbouwkundige lasten bij vergunningen kan opleggen.

De stedenbouwkundige last kan de vorm aannemen van een louter financiële last of een realisatie in natura door de ontwikkelaar. In elk geval kan ingespeeld worden op maatschappelijke noden en behoeften op buurt- en wijkniveau. Het is aan de vergunningverlenende overheid om te bepalen of een louter financiële last aan de ontwikkelaar wordt opgelegd of een realisatie in natura door de ontwikkelaar wordt geëist. De inkomsten voor de stad van stedenbouwkundige lasten moeten vanuit de regelgeving een expliciete bestemming krijgen met een link in de nabijheid van het project. Bij beslissing van de lasten moet dit meteen vastgelegd worden. 

Het college gaf in zitting van 13 oktober 2017 (jaarnummer 8979) opdracht aan de onderhandelaar van de stedelijk administratie om onderhandelingen te voeren omtrent het concrete dossier. 

De toepassing van het besluit van 8 juli 2016 inzake stedenbouwkundige ontwikkelingskosten geeft aanleiding tot een totale stedenbouwkundige ontwikkelingskost van 70.300 euro, waarbij enkel de nieuwe vierkante meters van de uitbreiding van de winkel gerekend zijn. De stedenbouwkundige ontwikkelingskost is verschuldigd door Aldi aan de stad onverminderd in voorkomend geval de toepassing van een reductie. Een reductie van 10.300 euro is voorzien omwille van de bijkomende inspanningen van Aldi voor de georganiseerde privatieve toegankelijkheid van aanliggende percelen van verschillende buren, waaronder de achterliggende site van het Zorgbedrijf Antwerpen en daarnaast de daarbijhorende aankleding met groen op vraag van en in samenspraak met de stad op eigen terrein.

Het college beslist in zitting van 4 mei 2018 tot het sluiten van een overeenkomst met Aldi over de stedenbouwkundige ontwikkelingskosten waar Aldi mee ingestemd heeft. De lasten worden geregeld in dat besluit. De besteding gaat naar de aanleg van een voorliggend plein en voetpad en uitrusting met zitbanken, fietsbeugels en bomen.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Artikel 4.2.20§1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.

Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de sociale en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning.

Onderzoek

Ja

Aanleiding en context

Aanvragers: Aldi
De aanvraag omvat: slopen van een deel van de bestaande bebouwing, het bouwen van een winkelpand met 13 appartementen en ondergrondse parking en het uitbreiden van een parkeergarage
Dossiernummer: AN5/B/digitaal/SOK/20173490

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:
  • de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is volgende voorwaarden strikt na te leven:
  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • de aanpassingen in functie van de brandveiligheid uit te voeren conform de aanvullende tekeningen, aangeleverd door de architect, met benaming ‘illustratie_voorwaarden_brandweer’;
  • er wordt een centrale stookruimte voorzien van minstens 12m²;
  • het gelijkvloers kantoor van de manager mag niet gebruikt worden voor langdurig verblijf van personen;
  • op plaatsen waar de scheimuur geen minimale opstand van 30cm heeft ten opzichte van het hoogst aangrenzende  dakvlak moet een niet-brandbare strook van minstens 30cm breed aanwezig zijn tussen de scheidingswand en de vegetatie van het groendak (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2);
  • er worden meer parkeerplaatsen voorzien dan nodig. De extra parkeerplaatsen kunnen eventueel als buurtparking aangeboden worden;
  • de buitenaanleg van het openbaar domein dient afgestemd te worden met de dienst openbaar domein en het district;
  • het voorzien van ASTRID indoor-radiodekking in de ondergrondse parking en de publieke zone van de gelijkvloerse winkel;
  • voorwaarden inzake de integrale toegankelijkheid:
    • een drempelloze overgang wordt voorzien tussen het pleintje en de inkomzone. Het maximale niveauverschil bedraagt 2 centimeter;
    • de trappenhal van de parking naar de winkel moet voorzien worden van leuningen, een minimale breedte van 1  meter tussen de leuningen en gelijkvormige op- en aantredes;
    • een aangepaste parkeerplaats wordt ter beschikking gesteld van de bewoners van de appartementen;
    • het vergaderlokaal op de eerste verdieping niet te gebruiken als sollicitatieruimte;
  • de voorwaarden van de groendienst na te leven inzake te behouden en nieuw aan te planten bomen, in het bijzonder van toepassing voor de bomen op het openbaar domein voor het perceel:
    • In het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de te behouden bomen onaanvaardbaar moeten beschadigd worden, noch nu, noch in de toekomst.
      Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom, graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale wortelpakket moet verwijderd worden, of de boom drastisch te snoeien. (d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm).
    • Als er werken (zowel bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moeten de te behouden bomen beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden.
      De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
      • Er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie + 2m. In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….)
      • Er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt.
    • Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is.
      Naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden.
      Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de  aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken, een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … .
    • Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen; 
    • Bij het aanplanten van nieuwe bomen moet het aspect duurzaamheid nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil o.a. zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar  er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte.
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  • volgende voorwaarden uit de bekrachtigde archeologienota zijn strikt na te leven:
  • De maatregelen in de archeologienota bekrachtigd op 4/01/2018 met referentienummer https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/6038 moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma in die bekrachtigde archeologienota en het Onroerenderdgoeddecreet van 12 juli 2013. Na uitvoering ervan moet een bekrachtigde nota bekomen worden. De maatregelen van de bekrachtigde nota moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma in die nota, de eventuele voorwaarden bij de bekrachtiging, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.

Artikel 3

Het college beslist dat de stedenbouwkundige lasten voor dit project ondervangen zijn door een overeenkomst inzake stedenbouwkundige ontwikkelingskosten, zoals beslist wordt door het college in zitting van 4 mei 2018.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.