Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar dat bij dit besluit is gevoegd.
Het bestuursakkoord 2013-2018 benadrukt het belang van een aantrekkelijke woonstad, die jonge gezinnen doet kiezen voor de stad en in de stad houdt. Een kwalitatief woningaanbod van voldoende grote woningen en appartementen is hierbij cruciaal. Deze beleidswens werd nogmaals bekrachtigd in de beleidsrichtlijn over wonen waar de aandacht werd gevestigd op het beschermen van eengezinswoningen. In zitting van 9 juni 2017 heeft het college van schepenen en burgemeester deze beleidsrichtlijn voor het beschermen van eengezinswoningen als actualisering van de bouwcode goedgekeurd. Omwille van de aantrekkelijkheid van deze woningen voor gezinnen is het wenselijk dat deze in de toekomst niet meer opgedeeld worden in kleinere woningen of ingenomen worden door een andere functie.
De aanvraag handelt over de opdeling van een eengezinswoning met een bruto-oppervlakte van 353 m², dit is net boven de limiet van 350 m² opgenomen in artikel 23 van de bouwcode – “Beschermen van eengezinswoning” zoals door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd dd 25 mei 2018. Het omvormen van een eengezinswoning die geen te beschermen eengezinswoning is, naar een meergezinswoning is toegelaten mits minimum één zelfstandige woning met een netto-vloeroppervlakte van minstens 130 m² met een aansluitende buitenruimte van minimum 15 m² gerealiseerd wordt. Deze aanvraag voldoet hier niet aan, de opsplitsing van de eengezinswoning gaat naar een duplex appartement van 103 m² met een buitenruimte van 48 m² en een duplex appartement van 88 m² met een terras van 8 m², hierdoor dient deze aanvraag geweigerd te worden.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
20 maart 2018 |
11 april 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
12 februari 2018 |
14 maart 2018 |
Ongunstig |
|
Digit - Eandis / IMEA |
12 februari 2018 |
16 februari 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
12 februari 2018 |
2 maart 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
12 februari 2018 |
27 februari 2018 |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ archeologie |
12 februari 2018 |
26 maart 2018 |
Toetsing aan de voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Binnenstad", goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1: zone voor wonen - (wo1) en in een artikel 3: zone voor wonen - (wo3).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan op volgend punt:
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de bouwcode.
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De bestaande eengezinswoning heeft een bruto-vloeroppervlakte van 350m2. De aanvraag betreft de opdeling van het pand in twee kwalitatieve duplex-appartementen met een netto-oppervlakte van respectievelijk 103 m2 en 88 m2 met private buitenruimtes. Op het gelijkvloers wordt een ruime fietsenstalling voorzien. De woningen zijn vanzelfsprekend functioneel inpasbaar in deze woonwijk en de opdeling is stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de inrichting van 2 appartementen. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1 / woning De werkelijke parkeerbehoefte is 2. |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. ‘Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van 7,20 m, wat minder is dan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten.’ |
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 1 = 1. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2 – 0 = 2. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2. Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is. De laatst vergunde toestand betreft een eengezinswoning. Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 1 parkeerplaats. Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 1 = 1. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats. |
Visueel-vormelijke elementen - Cultuurhistorische aspecten
De aanvraag heeft betrekking op een enkelhuis van drie bouwlagen en drie traveeën onder zadeldak. De klassieke lijstgevel is een 19e- 20ste eeuwse aanpassing van een historische breedhuis. De deuromlijsting is een kenmerkend erfgoedelement voor die neoclassicistische periode. De achtergevel geeft nog de historische opbouw van twee bouwlagen onder steil zadeldak weer. Bezoek ter plaatse wees uit dat bij de 19e-20ste eeuwse aanpassingswerken enkel de voorbouw werd verhoogd en aangepast aan het toenmalig modebeeld. De achterbouw met een breedte van 4m behield zijn historische draagstructuur (tongewelfde kelder, houten draagstructuur, muurankers, …).
De straat, die in de loop der tijd verscheidene namen heeft gekend, werd geopend in 1542. Het is een licht gebogen straatje met opvallende oude bebouwing uit de tweede helft van de 16de eeuw tot de eerste helft van de 17de eeuw. Het naastliggende nummer 7 maar ook 8, 10 en 12 zijn een voorbeeld van een diephuis met traditionele topgevel. Maar ook andere panden in de straat hebben sporen van een oude kern - de nummers 1, 9, 11, 15, 4, 20 en 22 – zoals ankers met gekrulde spie, dakkapel, deuromlijsting, ordonnantie en/of een bak- en zandstenen parement -. De meeste huizen zijn aangepast in de 19de eeuw.
Het desbetreffende pand is dan ook waardevol voor de kenmerkende bebouwing in de Rijke Beukelaarstraat omwille van de historische, architecturale en stedenbouwkundige waarde. Voor deze panden gaan wij uit van maximaal behoud van de waardevolle delen met name de historische draagstructuur en bedaking alsook de klassieke lijstgevel.
De geplande werken zijn principieel aanvaardbaar vanuit oogpunt monumentenzorg. Gezien de hoge beeldwaarde in de Rijke Beukelaarstraat wordt als voorwaarde opgelegd om het buitenschrijnwerk aan de straatgevel uit te voeren volgens typdetail laat 19e-vroeg 20ste eeuws T-raam.
Om de dakkapellen aan de achterzijde in overeenstemming te brengen met de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan, wordt als voorwaarde opgelegd om deze te beperken tot een breedte van maximaal 1,50 m met een tussen afstand van minstens 1 m.
Bodemreliëf
Gezien de beperkte oppervlakte van het bouwperceel en de beperkte ingreep in de bodem wordt de bouwheer vrijgesteld van de opmaak van een archeologienota volgens volgens art. 5.4.1. van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Het bouwproject bevindt zich anderzijds in de historische binnenstad, meer bepaald binnen de grenzen van de derde stadsuitbreiding van 1295-1314. Bij ingrepen in de bodem blijft de kans groot dat archeologische vondsten worden aangesneden en dienen werfcontroles toegelaten te worden.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Mits voldaan aan de gestelde voorwaarden, voldoet de aanvraag aan de actuele eisen inzake veiligheid en woonkwaliteit.
Advies aan het college
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Voorwaarden
|
Indiening aanvraag |
10 januari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
12 februari 2018 |
|
Opening 1e openbaar onderzoek |
19 februari 2018 |
|
Afsluiten 1e openbaar onderzoek |
21 maart 2018 |
|
Opening 2e openbaar onderzoek |
26 maart 2018 |
|
Afsluiten 2e openbaar onderzoek |
24 april 2018 |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Verslag GOA |
16 mei 2018 |
|
naam GOA |
Helia Dezhpoor |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De vergunningsaanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Startdatum |
Einddatum |
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
19 februari 2018 |
21 maart 2018 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
26 maart 2018 |
24 april 2018 |
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018000127 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
Bert Van Geet namens de heer jo bauwens met als adres Beeldhouwersstraat 7 bus 1 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Rijke Beukelaarstraat 5 te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 4 sectie D nr. 956B |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag |
verbouwen van een eengezinswoning van meer dan 300 m2 bruto-vloeroppervlakte naar een meergezinswoning |
Stedenbouwkundige handelingen
Vergund geachte toestand – bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.