Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
4 mei 2018 |
1 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
3 mei 2018 |
|
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
4 mei 2018 |
8 mei 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Nieuw Zuid, goedgekeurd op 17 juli 2014. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1 zone voor centrumfuncties (ce1).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Voorliggende aanvraag betreft een wijziging van de vergunning met referentie 2014138 die op 18 april 2014 door het college onder voorwaarden werd verleend. De vergunning betrof het ‘bouwen van een woongebouw met 31 appartementen voor sociale huisvesting – Blok 8’.
Functionele inpasbaarheid
De woonfunctie, die conform de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP Nieuw Zuid is, wijzigt niet. Het aantal appartementen wordt verlaagd van de 31 vergunde naar 25 in voorliggende aanvraag. De functionele verenigbaarheid met de omgeving blijft gegarandeerd.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 0 parkeerplaatsen.
Advies Mobilteit: Het gaat om interne aanpassingen waarbij er ipv 31 maar 25 appartementen voorzien worden. Omdat het om een vermindering gaat van het aantal wooneenheden moet er geen parkeerbehoefte bepaald worden
De werkelijke parkeerbehoefte is 0.
|
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
Er wijzigt niets aan het aantal parkeerplaatsen. Er worden 19 parkeerplaatsen voorzien onder blok 14 (zie vorige vergunning).
|
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
Dit aantal is toereikend.
|
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 29 mei 2017. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.
|
Fietsvoorzieningen
De afdeling Mobiliteit merkt op dat het aantal fietsstalplaatsen als gevolg van het kleinere aantal appartementen, vermindert.
Door het aantal appartementen te verminderen van 31 naar 25 worden ook het aantal fietsstalplaatsen verminderd. Er worden nu ipv 92, 76 fietsstalplaatsen voorzien:
- 6 appartementen met 1 slaapkamer = 6 x 2 (1 slaapkamer + 1 extra) = 12
- 13 appartementen met 2 slaapkamers = 13 x 3 (2 slaapkamers + 1 extra) = 39
- 5 appartementen met 3 slaapkamers = 5 x 4 (3 slaapkamers + 1 extra) = 20
- 1 appartementen met 4 slaapkamers = 1 x 5 (4 slaapkamers + 1 extra) = 5
De ruimte tussen de fietsstalplaatsen is te klein, dat moet minstens 40 cm zijn bij het systeem op 1 niveau en 50 cm bij het dubbeldeksysteem.
Deze laatste bemerking over de minimale afstand tussen fietsstalplaatsen wordt als voorwaarde aan de vergunning gekoppeld zodat een comfortabel gebruik van de plaatsen gegarandeerd is.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Het volume verschilt van de laatst vergunde toestand: de aanvraag voorziet in een getrapt volume van zeven en zes bouwlagen, daar waar acht bouwlagen werden vergund. Hiertoe wordt de kroonlijsthoogte verlaagd van 25,16 meter naar 22,98 en 20,29 meter.
De schaal van het gebouw blijft inpasbaar binnen de algemene configuratie van de aanwezige bebouwing. De draagkracht wordt niet overschreden.
Visueel-vormelijke elementen
Naast de wijziging in de volumetrie, werden ook wijzigingen in de positie van raamopeningen aangebracht. Deze laatste zijn het gevolg van een gewijzigde indeling van appartementen. Tegelijk bevat de aanvraag de regularisatie van de gewijzigde vormgeving van de zogenaamde Bigger and Cheapers. Deze zijn voorzien van een vaste glazen borstwering aan de onderzijde en een openschuivend glazen paneel aan de bovenzijde.
Het voorstel tot regularisatie werd voor het indienen van de aanvraag voorgelegd aan de Welstandscommissie. Op 9 oktober 2015 adviseerde de commissie de wijzigingen gunstig.
Cultuurhistorische aspecten
In de vergunning van 18 april 2014 werd een advies van de stedelijke afdeling Archeologie opgenomen. Het advies was gunstig met als argumentatie dat booronderzoek heeft aangetoond dat het projectgebied op opgehoogde gronden ligt.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De aanvraag voorziet in de aanpassing van de inhoud van de bezinkput aan het aangepast aantal equivalente bewoners.
In toepassing van de brandvoorzorgsmaatregelen die bij de vergunning van 18 april 2014 werden gevoegd, en integraal nageleefd moeten worden, voorziet de aanvraag in de plaatsing van brandladders in de Bigger and Cheapers.
De aanvraag bevat geen wijzigingen inzake het groendak. De vergunning van 18 april 2014 bevat de voorwaarde dat een buffervolume voor water van minimaal 35 liter per vierkante meter moet worden voorzien. Informatie hierover is niet opgenomen. Deze voorwaarde wordt daarom ook aan deze vergunning gekoppeld.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
4 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
3 mei 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
2 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
7 juni 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018030425 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
Rudy Clé met als adres Jan Denucéstraat 23 te 2020 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Jan Vanhoenackerstraat 71 te 2000 Antwerpen (Antwerpen) |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 11 sectie L nr. 3925S4 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
regulariseren van wijzigingen aan BLOK 8 |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.