Terug

2018_CBS_05668 - Omgevingsvergunning - OMV_2018020546. Rijnkaai 28-29. Disctrict Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 22/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05668 - Omgevingsvergunning - OMV_2018020546. Rijnkaai 28-29. Disctrict Antwerpen - Goedkeuring 2018_CBS_05668 - Omgevingsvergunning - OMV_2018020546. Rijnkaai 28-29. Disctrict Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - FOD Binnenlandse Zaken - ASTRID veiligheidscommissie

3 april 2018

11 april 2018

Gunstig

Digit - Rio-link (Aquafin nv)

3 april 2018

26 april 2018

Geen advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

3 april 2018

2 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

lokale politie/ verkeerspolitie (LP/VK/SE)

3 april 2018

12 april 2018

Gunstig

lokale politie/ centrale preventie (LP/CP)

3 april 2018

Geen tijdig advies ontvangen

Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan


Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie

3 april 2018

19 april 2018

ondernemen en stadsmarketing/ visit Antwerpen

3 april 2018

6 april 2018

stadsontwikkeling/ mobiliteit

3 april 2018

5 april 2018

stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg

3 april 2018

5 april 2018

stadsontwikkeling/ ontwerp en uitvoering/ ontwerpers

3 april 2018

5 april 2018

stadsontwikkeling/ vergunningen/ milieuvergunningen)

3 april 2018

19 april 2018


Toetsing aan de voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig. Artikel 4.4.8.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening schrijft voor dat in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, handelingen van algemeen belang en de daarmee verbonden activiteiten te allen tijde kunnen worden toegelaten, ongeacht het publiek of privaatrechtelijk statuut van de aanvrager of het al dan niet aanwezig zijn van enig winstoogmerk. Als gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen kunnen eveneens worden beschouwd een school, een voor het publiek toegankelijke toegangsweg tot een vergund gebouwencomplex in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en neveninrichtingen naast een autosnelweg. Alhoewel in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in principe geen gebouwen met een woonfunctie zijn toegelaten, heeft de Raad van State bovendien niettemin geoordeeld dat service-flats voor bejaarden kunnen worden vergund in dergelijk gebied. Ook een nomadenkamp werd door de Raad van State beschouwd als een gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening. (Artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gemengd gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied. De gebieden die als gemengd gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied zijn aangeduid, zijn bestemd voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen evenals voor dienstverleningsbedrijven of inrichtingen in verband met haven en scheepvaart.

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het gewestplan op volgend punt:

  • het gebied is ingetekend als gemengd gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied,  evenals voor dienstverleningsbedrijven of inrichtingen in verband met haven en scheepvaart.  De aangevraagde tijdelijk functie en constructie wijkt af van deze voorschriften. 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).

De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater

De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).

De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend(e) punt(en):

  • artikel 18 Algemene bepalingen:

niveauverschillen tot en met 18 cm moeten, zowel binnen als buiten, minstens met een helling overbrugd worden.  Het niveauverschil tussen het maaiveld en de houten vloer is 10cm en dient dus met een helling overbrugd te worden;

  • artikel 19 Hellingen:

er werd geen helling voorzien.  De te plaatsen helling mag maximaal 10% bedragen;

  • artikel 27 Parkeerplaatsen:

er werden geen parkeerplaatsen opgetekend.  Indien deze voorzien worden, dienen ze zo dicht mogelijk bij de ingang geplaatst te worden en te voldoen aan de vooropgestelde afmetingen van een aangepaste parkeerplaats (3,5m x 6m);

  • art 29/2 Publiek toegankelijke toiletten:

de toiletblokken werden niet ingetekend.  Er kan dus niet beoordeeld worden of deze voldoen.  Een aangepaste toiletvoorziening is nochtans noodzakelijk.  Per sanitair blok moet een aangepast toilet voorzien worden. 

Algemene bouwverordeningen

Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.

De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.

De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’

De aanvraag is niet in overeenstemming met de bepalingen van de bouwcode op volgend punt:

  • artikel 44: Er is geen vetafscheider voorzien

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

Er is geen aanleiding om het college, naast de afwijking van de bestemmingsvoorschriften zoals hieronder besproken, te adviseren beargumenteerd af te wijken van de geldende voorschriften.

Functionele inpasbaarheid:

De aanvraag is niet in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestplan, zoals hoger omschreven. De voorgestelde handelingen omvatten immers geen gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, dienstverleningsbedrijven of inrichtingen in verband met haven en scheepvaart.

In toepassing van artikel 4.4.4.§l van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan het vergunningverlenende bestuursorgaan echter handelingen vergunnen gericht op het sociaal-culturele of recreatieve medegebruik van het gebied, voor zover ze door hun beperkte impact de verwezenlijking van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen. Voor niet van vergunningsplicht vrijgestelde handelingen die verbonden zijn met occasionele of hoog-dynamische sociaal-culturele of recreatieve activiteiten, kan wel slechts een tijdelijke stedenbouwkundige vergunning worden afgeleverd, of een stedenbouwkundige vergunning onder de voorwaarde dat de betrokken handelingen slechts gedurende een specifieke periode of op bepaalde momenten aanwezig kunnen zijn.

Aangezien het hier een tijdelijke vergunning betreft voor een zomeractiviteit en het de verwezenlijking van de bestemming van het gebied volgens het gewestplan niet in het gedrang brengt, kan dit toegestaan worden.

Er is momenteel een RUP-Rijnkaai in opmaak. Bij de opmaak van dit advies is er een definitief goedgekeurd voorontwerp beschikbaar (CBS 30/01/2018). Er kan dus reeds worden afgetoetst in welke mate de aanvraag beantwoord aan de visie van het RUP in opmaak.

De aanvraag is gelegen in een zone voor publiek domein (PU) en bijgevolg strijdig met (het ontwerp van) enkele stedenbouwkundige voorschriften:

Algemene voorwaarden

-           Art.1.2 : de opbouw van de constructies zijn niet duurzaam, noch degelijk. De architectuur van de constructies heeft geen hoge beeldkwaliteit. De constructies zijn niet opgebouwd uit duurzame esthetisch verantwoorde materialen.

-           Art.1.4 : de aanvraag kadert niet in een inrichtingsvisie voor het gehele plangebied

Bijzondere voorwaarden

-           Art.1.2.1: bestemming - De zone is bestemd voor publiek domein in de vorm van groene en/of verharde ruimte met verblijfskarakter in open lucht.

-           Art.1.2.2 : Inrichting buitenruimte – De zone dient ingericht te worden als één stedelijke open ruimte

-           Art.1.2.3 : Gebouwen en constructies - Uitsluitend vaste of verplaatsbare constructies die het publieke functioneren van de ruimte ondersteunen zijn toegestaan.

De inplanting en het voorkomen van de vaste of verplaatsbare constructies moet in harmonie zijn met de aanleg van de zone en afgestemd zijn op (het ensemble van) de gebouwen en constructies met erfgoedwaarde in het plangebied. Vaste constructies zijn enkel toegelaten op voldoende afstand van de historisch waardevolle gebouwen en constructies. In de bouwkaders Hangar 26/27 en Hangar 29 (artikel 2. Zone voor Centrumfuncties), zijn geen gebouwen of constructies toegelaten andere dan gespecifieerd in art. 2 Zone voor centrumfuncties

De voorbouwlijn (zoals aangeduid op het grafisch plan) dient te allen tijde gerespecteerd te worden.

De bouwhoogte is beperkt tot maximaal 1 bovengrondse bouwlaag ten aanzien van het maaiveld (toestand bij in werkingtreding RUP).

De aanvraag is eveneens niet in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het RUP - in opmaak, zoals hoger omschreven.

In toepassing van artikel 4.4.4.§l van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en om bovenstaande argumentatie kan ook hier een tijdelijke vergunning worden verleend.

Mobiliteitsimpact (o.a. toetsing parkeerbehoefte):

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De stedelijke dienst mobiliteit argumenteert echter:

De aanvraag betreft de bouw van 7 tijdelijke paviljoenen.

Deze zijn ingericht als horecazaak/bar/verbruikersruimte. De zeven paviljoenen zijn gelegen tussen Hangar 29 en de Scheldekaaien. De tijdelijke paviljoenen zullen enkel tijdens de maanden (juni: opbouw), juli, augustus en september geïnstalleerd zijn. Na deze periode worden de paviljoenen en de bijhorende inrichting afgebroken en verwijderd.

De parkeerparagraaf is hier niet van toepassing.

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid:

De aanvraag omvat het plaatsen van zeven tijdelijke horecapaviljoenen voor en tegenaan de gevel van Hangar 29.  De paviljoenen worden ingeplant tussen hangar 29 en de Scheldekaaien waarbij een afstand van 10 m tussen de kaai en de paviljoenen gevrijwaard blijft. De constructie is enkel zichtbaar langs de zijde van de rivier, Waagnatie (hangar 29) doet dienst als buffer.

Cultuur-historische aspect:

De aangevraagde werken hebben geen invloed op de erfgoedwaarde van het pand of zijn omgeving.

Visueel-vormelijke elementen:

De paviljoenen worden uitgevoerd in witgeschilderd hout en brengen gezien hun kleinschaligheid en hun verspreide opstelling geen afbreuk aan het karakter van Hangar 29.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen:

Vanuit milieutechnisch oogpunt is er geen bezwaar tegen het oprichten van deze constructies. De bouwheer/exploitant wordt inzake de uitbating attent gemaakt op de vigerende geluidsnormen vervat in Vlarem titel II.

Opgemerkt werd dat er strijdig met de bouwcode geen vetafscheider werd voorzien. Hier kan geen afwijking op worden toegestaan en dient alsnog voorzien te worden.

M.b.t. toegankelijkheid dient opgemerkt dat het terras niet bereikbaar is met een helling. Hier kan geen afwijking op worden toegestaan waardoor er alsnog, bij voorkeur op meer dan één plaats, een helling voorzien dient te worden.

Voorts dient opgemerkt dat er geen indeling werd opgetekend van het sanitair. Hierdoor is het niet duidelijk of er aangepaste toiletten worden voorzien. De aangepaste toiletten moeten voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 30.

 Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

Voorwaarden

  1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen dienen strikt te worden nageleefd;
  2. De vigerende geluidsnormen vervat in Vlarem titel II moeten rerespecteerd worden;
  3. Er dient een vetafscheider te worden voorzien;
  4. Het terras dient bereikbaar te worden gemaakt met een helling conform de verordening toegankelijkheid, en dit op verschillende plaatsen;
  5. Er moet een aangepast toilet voor mindervaliden voorzien worden conform de verordening toegankelijkheid;
  6. Er dient rekening gehouden te worden met een vrije zone van 10 m voor dringende nautische activiteiten. Het scheepvaartmanagement moet op de hoogte worden gebracht van de uitbating.

Geldigheidsduur

  1. De werkzaamheden of handelingen waarvoor vergunning is verleend, mogen niet langer dan eind september 2018 in stand blijven.
  2. De uitbating van de paviljoenen en hun aanhorigheden dient te worden stopgezet vóór 1 oktober 2018, waarna ze dienen te worden verwijderd en het terrein terug in zijn oorspronkelijke toestand te worden gebracht vóór 1 november 2018.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

22 februari 2018

Volledig- en ontvankelijk

24 maart 2018

Opening openbaar onderzoek

9 april 2018

Afsluiten openbaar onderzoek

8 mei 2018

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Verslag GOA

31 mei 2018

naam GOA

Karel Bauwens

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De vergunningsaanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten

Startdatum

Einddatum

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

9 april 2018

8 mei 2018

0

0

0

1


Bespreking van de bezwaren

PROCEDURE

Aanvang werken voor vergunning: Het bezwaar dat de werken aangevat worden vooraleer het openbaar onderzoek is afgerond;

Beoordeling: Het is correct dat vergunningsplichtige werken pas mogen aanvangen nadat er een vergunning werd bekomen. Het bezwaar is echter niet van stedenbouwkundige aard. Het bezwaar is ongegrond.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018020546

Gegevens van de aanvrager:

LEMON GROUP met als adres Rijnkaai 150 te 2000 Antwerpen

Ligging van het project:

Rijnkaai 28-29 te 2000 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 7 sectie G nr. 126/11 C

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag

bouwen van 7 tijdelijke paviljoenen en bijkomende berging voor zomerbar


Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 15 september 2017: vergunning (20171406) voor het bouwen van 8 tijdelijke paviljoenen, mobiele containers en berging voor Bocadero;

Laatst uitgevoerde vergunning

  • zie bestaande toestand.

Bestaande toestand

  • betonnen schaalconstructie van dertien traveeën met rode bakstenen buitenmuren;
  • de twee zuidelijke gebinten hebben geen afgesloten zijwanden.

Inhoud van de aanvraag:

  • plaatsen van 7 tijdelijke paviljoenen aan hangar 29 voor het organiseren van een zomerbar;
  • de paviljoenen liggen verdeeld over de volledige lengte van de hangar met afstanden van ca. 12m tussen paviljoenen 1 - 2 en 5 - 6 en telkens ca. 9m tussen paviljoenen 2 tem 5;
  • tussen de kaaimuur en de paviljoenen wordt een afstand van 10m gevrijwaard;
  • de paviljoenen worden ingericht met de functies: horeca, bar en verbruikersruimte;
  • ze zijn telkens voorzien van een niet voor het publiek toegankelijke berging en bar-ruimte;
  • de volledige publiek toegankelijke vloeroppervlakte is voorzien van houten planken;  
  • paviljoen 1 is 271 m² groot en bestaat uit 2 opslagcontainers en een luifel met open zijkanten;        
  • paviljoen 2 (ca. 79,5m²), paviljoenen 3 tem 5 (ca. 85m²), paviljoen 6 (134m²) en paviljoen 7  (51,7m²);
  • de vrije hoogte onder de luifels bedraagt 2.60 m;
  • de paviljoenen zijn tijdelijk, ze worden in juni 2018 opgebouwd, gebruikt van juli tem september en nadien terug afgebroken. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:

  • de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
  • het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;
  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen dienen strikt te worden nageleefd;
  • de vigerende geluidsnormen vervat in Vlarem titel II moeten rerespecteerd worden;
  • er dient een vetafscheider te worden voorzien;
  • het terras dient bereikbaar te worden gemaakt met een helling conform de verordening toegankelijkheid, en dit op verschillende plaatsen;
  • er moet een aangepast toilet voor mindervaliden voorzien worden conform de verordening toegankelijkheid;
  • er dient rekening gehouden te worden met een vrije zone van 10 m voor dringende nautische activiteiten. Het scheepvaartmanagement moet op de hoogte worden gebracht van de uitbating.

 Geldigheidsduur

  • De werkzaamheden of handelingen waarvoor vergunning is verleend, mogen niet langer dan eind september 2018 in stand blijven.De uitbating van de paviljoenen en hun aanhorigheden dient te worden stopgezet vóór 1 oktober 2018, waarna ze dienen te worden verwijderd en het terrein terug in zijn oorspronkelijke toestand te worden gebracht vóór 1 november 2018.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.