Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018034793 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen met als adres Lange Gasthuisstraat 15 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Wittestraat 10 te 2020 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 9 sectie I nrs. 2417D en 2419F3 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
verlengen van een bouwvergunning en het uitbreiding van een bestaande school |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis:
Laatst uitgevoerde vergunning:
Bestaande toestand:
Inhoud van de aanvraag
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
30 mei 2018 |
5 juni 2018 | 6 juni 2018 |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
26 april 2018 |
4 mei 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgende punten:
Algemene bouwverordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de bouwcode.
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
In 2011 en 2016 werd telkens een vergunning voor 5 jaar verleend voor tijdelijke klascontainers. De 8 extra klaslokalen zijn bedoeld als uitbreiding van de lagere school, met ingang langs de Jan Frans van de Gaerstraat. De containerklassen staan op het perceel van het stedelijk lyceum, gelegen aan de Boomsesteenweg.
Er wordt een verlenging en uitbreiding gevraagd omwille van het blijvende capaciteitsprobleem en een nood aan extra klassen.
De tijdelijke oplossing in de vorm van containerklassen is als een voorlopige maatregel aanvaardbaar. Omdat het gaat over een derde verlenging van de termijn, kan de tijdelijkheid echter wel in vraag worden gesteld.
Bijgevolg wordt de vergunning slechts toegestaan voor een termijn van 5 jaar, maar zal een nieuwe verlenging in 2023 niet meer in aanmerking komen voor vergunning. Op dat moment zijn er 12 jaar verstreken vanaf de eerste vergunning, wat ruim voldoende is om een definitieve oplossing te realiseren voor het capaciteitstekort.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 0 parkeerplaatsen. Advies Mobiliteit: “De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van het aantal klassen. Momenteel is zijn er al 11 klassen ingericht in prefab units. De school breidt nu uit met 8 klassen die boven op de bestaande prefab units voorzien worden. Bij de definitieve bouw van de school zal er wel een parkeerbehoefte berekend worden. De werkelijke parkeerbehoefte is 0.” |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. |
Verder wordt het voorziene aantal fietsenstallingen gunstig beoordeeld door de dienst Mobiliteit:
“Voor een lagere school hanteren we een norm van 9 fietsstalplaatsen/klas. Voor de 8 klassen moeten er 72 fietsstalplaatsen voorzien worden.
Er worden 72 fietsstalplaatsen voorzien.”
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De omgeving bestaat uit hoogbouw, laagbouw en aansluitend aan het terrein van de school woningen met 2 à 3 bouwlagen.
De aanwezige containers zijn aanzienlijk lager dan de omliggende bebouwing waardoor de tijdelijke klassen niet prominent aanwezig zijn in het straatbeeld. Het toevoegen van een tweede bouwlaag is vanuit stedenbouwkundig oogpunt dan ook toelaatbaar. Bovendien wordt door het hoger bouwen vrije ruimte centraal op het terrein gevrijwaard.
De uitbreiding bevindt zich grotendeels aan de straatzijde, zodat er nagenoeg geen impact is op de aanpalende percelen. Enkel aan de zuidzijde, ter hoogte van de perceelsgrens, wordt een tweede bouwlaag toegevoegd. Maar gezien het aanpalende perceel volledig werd bebouwd met een loods, valt ook hier geen hinder te verwachten.
Met de bouw van 8 extra containers wordt echter wel de grens bereikt van wat ruimtelijk en functioneel aanvaardbaar is op het perceel. De ruimte is nagenoeg volledig verhard of bebouwd en het aanwezige groen is beperkt. Omwille van het toenemend aantal leerlingen wordt ook de luifel (overdekte speelruimte) uitgebreid en zal de speeltijd in shiften gebeuren. Dit vergroot de indruk dat een grens is bereikt. Is het perceel wel groot genoeg voor het beoogde aantal leerlingen?
Bij het uitwerken van een definitieve oplossing voor het capaciteitsprobleem, de bouw van een nieuwe school, moet de beoogde capaciteit in relatie tot de beschikbare oppervlakte opnieuw bekeken worden. Dit geldt ook voor het oplossen van de parkeeropgave. Het gaat in deze aanvraag om een tijdelijke constructie en kunnen door het intensieve programma geen parkeerplaatsen op eigen terrein worden voorzien. Deze vrijstelling geldt niet voor het definitieve plan, omdat dan wel aan de parkeerparagraaf moet worden voldaan.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De nieuwe buitentrappen naar de eerste verdieping van de prefabmodules hebben meer dan 17 treden, maar zijn niet voorzien van een bordes. Dit is niet conform artikel 20 van de gewestelijke verordening inzake toegankelijkheid. Om het gebruiksgenot voor de gebruikers te optimaliseren, wordt opgelegd dat deze trappen moeten worden aangepast.
De nieuwe liften zijn te klein en voldoen niet aan artikel 21 van de verordening toegankelijkheid die minimale maten vastlegt. Om een vlot gebruik toe te laten, wordt opgelegd dat deze liften moeten aangepast worden, conform artikel 21 van de verordening.
Advies aan het college
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Geldigheidsduur
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
29 maart 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
26 april 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
25 juni 2018 |
|
Verslag GOA |
6 juni 2018 |
|
naam GOA |
Martijn Coppoolse |
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.