Terug

2018_CBS_05689 - Omgevingsvergunning - OMV_2018038011. Vaartweg 444. District Deurne - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 22/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05689 - Omgevingsvergunning - OMV_2018038011. Vaartweg 444. District Deurne - Goedkeuring 2018_CBS_05689 - Omgevingsvergunning - OMV_2018038011. Vaartweg 444. District Deurne - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

4 mei 2018

30 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - Vlaams gewest, Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen

4 mei 2018

12 juni 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - Vlaams gewest, Agentschap Natuur en Bos

4 mei 2018

16 mei 2018

Gunstig

Digit - Eandis / IMEA

4 mei 2018

14 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg

4 mei 2018

18 mei 2018

stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen

4 mei 2018

7 mei 2018

stadsontwikkeling/ ontwerp en uitvoering/ ontwerpers

4 mei 2018

7 mei 2018

stadsontwikkeling/ mobiliteit en verkeer

4 mei 2018

16 mei 2018

stadsontwikkeling/ vergunningen/ dienst milieuvergunningen

4 mei 2018

16 mei 2018

stadsontwikkeling/ team stadsbouwmeester - welstandscommissie

4 mei 2018

4 mei 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Ruggeveld-Silsburg, goedgekeurd op 26 maart 2009. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een zone voor groen-art. 1-speelbos.

Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag
  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de bouwcode.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn..

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
    Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft het oprichten van een uitbreiding aan het Kasteel Boterlaerhof en kadert in de herbestemming van de site naar een jeugdverblijfcentrum. Voor het volledige project, de verbouwing van het kasteel, het koetshuis en een uitbreiding aan het kasteel werd eerder reeds een aanvraag ingediend (dossiernummer NDE2/B/digitaal/20173061). De toen gevraagde werken werden vergund op 16/02/18, uitgezonderd de gevraagde uitbreiding aan het kasteel. Voorliggende aanvraag omvat deze uitbreiding van het kasteel op een alternatieve locatie. De oppervlakte van de uitbreiding noch de inrichting ervan wijzigt ten opzichte van de voorgaande aanvraag. Door deze gewijzigde inplanting situeert uitbreiding zich volledig buiten de zone “non aedificandi” van de E313.

Het kasteel Boterlaer en bijhorend koetshuis zijn opgenomen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringplan RUP Ruggeveld-Silsburg-Deurne als historisch waardevolle gebouwen en worden naar hun historische vormgeving hersteld. De zone op het bestemmingsplan is ingekleurd als gebied GR1: Groen speelbos. In het RUP staat eveneens opgenomen dat het mogelijk is om beperkte verbouwingen of volumeuitbreidingen met 20% uit te voeren. Dit op voorwaarde dat de architecturale eigenheid en verschijningsvorm van zowel het kasteel als het koetshuis gevrijwaard blijven. Verder zijn volumeuitbreidingen steeds in overeenstemming met de ruimtelijke ordening en de draagkracht van het gebied. De voorgestelde uitbreiding van het kasteel, voorzien aan de noordelijke zijde van het kasteel is ondergeschikt aan de bestaande bebouwing. Het volume wordt losgetrokken van het kasteelvolume waardoor de eigenheid van kasteel Boterlaer behouden blijft. Binnen het volume van de uitbreiding worden een dagzaal, een ontspanningsruimte, een sanitaire cel en een aantal technische ruimtes voorzien. Deze functies sluiten aan bij de

Reeds vergunde functie van jeugdverblijfcentrum voor het kasteel en koetshuis.

Zowel het volume als de voorgestelde functionele invulling van de uitbreiding voldoen aan de stedenbouwkundige voorschriften voor de betreffende bestemmingszone uit het RUP. Het voorstel kan functioneel aanvaard worden.

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) en de beleidsrichtlijn ’parkeren’ goedgekeurd door het college op 10 november 2016 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

Voorliggende aanvraag werd ter advies voorgelegd aan de dienst mobiliteit. Het door hen uitgebrachte advies is gebaseerd op het volledige programma, d.i. de verbouwing van het kasteel en het koetshuis alsook een uitbreiding aan het kasteel. Aangezien in voorliggend dossier enkel de positie van de uitbreiding op het terrein gewijzigd is ten opzichte van deze in voorgaande aanvraag (dossiernummer NDE2/B/digitaal/20173061) is het door mobiliteit verleende advies in voorliggend dossier een herhaling van het advies in dit voorgaande dossier, door het college vergund op 16/02/18). De hier geformuleerde voorwaarden zijn dan ook een herhaling van de opgelegde voorwaarden in de eerder verleende vergunning (dossier NDE2/B/digitaal/20173061).

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging. Het kasteel en koetshuis bieden accommodatie voor 100 personen. Per 10 à 15 kinderen wordt 1 monitor voorzien, wat maakt dat er 8 à 10 monitoren aanwezig zullen zijn bij een volledige bezetting. Deze blijven zowel overdag als ’s nachts aanwezig op het domein. Het aantal monitoren zit verrekend in de maximale bezetting van 100 personen.
De animatoren zijn jonge vrijwilligers die niet over een eigen wagen beschikken en dus meestal zelf niet met de wagen komen. Zij gebruiken voornamelijk het openbaar vervoer.

De parkeerbehoefte is beperkt. We kunnen uit bovenstaande afleiden dat de parkeerbehoefte maximaal 3 zou zijn.

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

De voorliggende aanvraag valt in het toepassingsgebied van het RUP Ruggeveld-Silsburg. Dit RUP legt een afwijkende parkeernorm op waardoor het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet is toegelaten.

Het RUP verbiedt het parkeren van auto’s in de zone GR1, dit is de zone van het kasteel en is groen/speelbos. Het parkeren wordt in de totaliteit van het RUP geclusterd voorzien in voorafbepaalde plaatsen. De parkeerbehoefte wordt bijgevolg bijgesteld naar 0.

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0 – 0 = 0.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0 – 0 = 0.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

Fietsvoorzieningen:

In het advies van de dienst mobiliteit wordt het volgende aangehaald: “Er zijn geen fietsstalplaatsen voorzien op de site. Gezien de bestemming als jeugdverblijfscentrum en dus een aantrekking van een jong publiek moeten er wel wat fietsstalplaatsen voorzien worden op de site. De maximum bezetting van het kasteel en koetshuis bedraagt 100 personen. Er moeten minsten 40 fietsstalplaatsen voorzien worden. Deze moeten overdekt worden zodat ze voldoende comfort bieden.

Bij het beoordelen van de “afwijkingen van de voorschriften” wordt de conclusie getrokken dat er gezocht moet worden naar een oplossing waarbij een aantal fietsen inpandig in het magazijn van de uitbreiding van het koetshuis gestald kunnen worden. Voor het stallen van de overige fietsen kunnen fietsbeugels voorzien worden in open lucht.

Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid

Boterlaerhof is gelegen binnen het district Deurne en wordt ten zuiden begrensd door de E313. Ten westen is de site toegankelijk vanaf de Ruggeveldlaan. In het noorden en oosten wordt de site omsloten door beboste zones. In het noorden is deze zone ingericht als speelbos, in het oosten is een zuiveringsstation gebouwd. Op het domein bevinden zich twee hoofdgebouwen: kasteel Boterlaer met bijhorend koetshuis. Daarnaast zijn er nog een historische serre en diverse garageboxen. Alle gebouwen staan momenteel leeg. Het kasteel werd in het recente verleden tot 2 maal toe geteisterd door een brand.

Het kasteel en de bijgebouwen, evenals de directe omgeving ervan zijn tevens opgenomen in de Inventaris Bouwkundig Erfgoed en werd op 5 oktober 2009 vastgesteld als bouwkundig erfgoed.

Verder zijn kasteel Boterlaer en bijhorend koetshuis ook in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringplan RUP Ruggeveld-Silsburg-Deurne opgenomen als historisch waardevolle gebouwen. De herstellings- en restauratiewerken aan het kasteel en het koetshuis alsook de onstluitingen van de site werden op 16/02/2018 reeds vergund. De gevraagde uitbreiding van het kasteel werd uit deze voorgaande vergunning gesloten omwille van  de positie ervan gedeeltelijk in de zone “non-aedificandi”. In deze aanvraag werd deze positie aangepast waardoor de uitbreiding nu buiten deze zone valt.

De uitbreiding van het kasteel, voorzien aan de noordoostelijke zijde, is ondergeschikt aan de bestaande bebouwing van het kasteel. Momenteel is deze zone ingericht als open graszone. Door het volume van de uitbreiding los te trekken van het kasteel blijft de eigenheid van het kasteel behouden. Door de positie van de nieuwe uitbreiding  ontstaat er een functionele zonering op de voormalige omwalde site rondom het kasteel: een speelzone ten noorden van de uitbreiding, en een parktuinzone ten oosten van het kasteel, aansluitend bij het historische salon.

Gezien de oppervlakte van het domein blijft de impact van de uitbreidingen op de ruimtelijke context relatief beperkt.

De voorgestelde uitbreiding is in oppervlakte en volume conform de voorschriften van het RUP Ruggeveld – Silsburg. Ze past zich bovendien qua schaal en materialisatie genoegzaam in binnen de bestaande context van hat kasteeldomein.  De voorgestelde werken kunnen ruimtelijk aanvaard worden.

Visueel-vormelijke elementen

De gevels van deze uitbreiding staan in contrast met de gevels van kasteel Boterlaer. De uitbreiding opgetrokken in duurzame eigentijdse materialen met een verantwoord esthetisch uitzicht, contrasterend met het materiaalgebruik en de vormgeving van het kasteel, zodat de nieuwe uitbreiding met haar centrumfunctie ook duidelijk afleesbaar is op de site.

Concreet bestaat de uitbreiding uit een staalstructuur met glas, afgewerkt met een bekleding in verticale houten latten. De voorgestelde materialen kunnen aanvaard worden.

Cultuurhistorische aspecten

Gelet op het statuut van de gebouwen als ‘bouwkundig erfgoed’ werd de aanvraag ter advies voorgelegd aan de dienst monumentenzorg. Zij brachten volgend gunstig advies uit:

“Het kastelencomplex –Boterlaarhof- werd vastgesteld als bouwkundig erfgoed dd 5/10/2009.   

Artikel 5§1 van de stedelijke bouwverordening onderwerpt het behoud van de bestaande toestand van elk gebouw of constructie  dat  is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed aan de wenselijkheid van behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur als het interieur.

De voorgenomen werken werden met de stedelijke dienst monumentenzorg vooraf besproken. Met respect voor het waardevol karakter van het kasteelcomplex werd door een goed onderbouwde voorstudie gezocht naar een herbestemming en inrichting die geen afbreuk doet aan de architecturale of cultuurhistorische waarde van het complex.  Er is een duidelijk evenwicht leesbaar tussen het herstel van de waardevolle monumentale elementen en het inbrengen van hedendaagse elementen.

Wij verwachten dan ook dat het vooronderzoek de leidraad zal zijn bij de eigenlijke restauratie van het complex”.

Bodemreliëf

Het bestaande reliëf blijft in grote lijnen hetzelfde. Ter hoogte van de noordoostelijke hoek van de kasteeluitbreiding wordt plaatselijk het bodemreliëf verhoogd in functie van de toegankelijkheid naar de uitbreiding. Op die manier onstaat er een connectie tussen de binnenruimte in de uitbreiding en de buitenruimte. De ophoging van het domeinreliëf wordt bereikt door verschillende ‘plateaus’ op elkaar te stapelen met een verschillende hoogte en vormgeving. Dit principe creëert een natuurlijk uitziende trap die volledig in het domein geïntegreerd wordt. Dit principe wordt verder door getrokken naar de bestaande fontein die zal worden omgevormd tot ‘kampvuur’zone. Hier wordt het bodemreliëf gedeeltelijk verlaagd waardoor er een natuurlijke zitkuil ontstaat.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Met de herbestemming van het kasteel en koetshuis tot jeugdverblijfcentrum is het de bedoeling om dit eveneens toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Dit wordt gerealiseerd door onder andere te zorgen dat de gelijkvloerse niveaus in beide gebouwen integraal toegankelijk zijn. Daarnaast worden de toegangswegen naar de gebouwen eveneens aangepast in functie van toegankelijkheid. Rekening houdend met de veiligheid op het domein, wordt er een afsluiting geplaatst naast de tramsporen. De afsluiting wordt rondom het volledige domein toegepast en zal bestaan uit een draadhek met klimplanten.

Gezien de ligging van de site gedeeltelijk binnen de zone “non aedificandi” van de snelweg E313, werd de aanvraag ter advies voorgelegd aan AWV. Hun advies is voorwaardelijk gunstig. De aanvraag wordt strijdig geacht met voornoemd artikel 1 aangezien een deel van de brandweg ten zuiden van het kasteel gedeeltelijk voorzien wordt in de bouwvrije strook van de autosnelweg. In het door het Agentschap Wegen en Verkeer uitgebrachte advies wordt vermeld dat de aanvraag tot afwijking is ingediend bij de administrateur-generaal maar er werd nog geen  beslissing genomen.

Deze verharding voor de brandweer met een oppervlakte van 148m², ten zuiden van het kasteel, maakte in identieke vorm reeds deel uit van de voorgaande aanvraag (dossiernummer NDE2/B/digitaal/20173061). Het agentschap Wegen en Verkeer maakte in dit voorgaande dossier van 2017 geen opmerkingen m.b.t. deze verharding. Ze maakt vervolgens integraal deel uit van de vergunning zoals deze verleend werd 16/02/2018 en wordt als vergund beschouwd. 

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

  1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  2. Te voldoen aan artikel 29 van de bouwcode en de vereiste fietsenstalplaatsen te voorzien. Deze kunnen deels inpandig voorzien worden in het magazijn in het koetshuis en deels door het voorzien van fietsbeugels in open lucht;
  3. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  4. Te voldoen aan de voorwaarden geformuleerd in het advies van milieudienst van de stad. De exploitant wordt erop gewezen dat er voor bouwtechnische werken vaak bemalingen nodig zijn die meldings- of vergunningsplichtig kunnen zijn. Tevens verdient het aanbeveling de technische installaties van het complex af te toetsen aan de lijst van ingedeelde inrichtingen of activiteiten om vast te stellen of er voor het milieugedeelte eveneens een omgevingsvergunning nodig is.
  5. Te voldoen aan de voorwaarden geformuleerd in het advies van Eandis;
  6. Te voldoen aan de voorwaarden geformuleerd in het advies van de stadsdienst groen en begraafplaatsen:
  • De wortels van de bestaande bomen dienen beschermd te worden tijdens de werken
  • Het is op het plan onduidelijk hoe groot de plantvakken zijn van de bestaande bomen in de zone met waterdoorlatende verharding. De groendienst adviseert om de wortelzones in beeld te laten brengen door een gecertificeerde boomverzorger en voor de wortelzones die buiten het plantvak vallen een ondergrondse wortelruimte te voorzien – op maat van het gebruik bovengronds – onder de waterdoorlatende bestrating.
  1. De groendienst adviseert bijkomend het volgende:
  • Dat er een ondergrondse wortelruimte voorzien wordt onder de waterdoorlatende bestrating:
    De wortelzone van een boom komt gemiddeld twee meter verder dan de uiteinden van de takken. Die gehele wortelzone moet voorzien zijn van lucht, water en voedingsstoffen, en zij mag niet te vast (= verdicht) zijn, want anders kan het water en de lucht er het in doordringen en kunnen de wortels er niet in groeien (wortels hebben nl. maar weinig kracht om in lengterichting te groeien).
    Op www.baas-isa.be onder ‘European Tree Technician’ komt men terecht bij een lijst van gecertificeerde boomverzorgers.’
  • Dat de bestaande bomen aan de straatzijde tijdens de werken beschermd moeten worden. Bij een te behouden boom moeten volgende zaken in acht genomen worden:
    • In het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom onaanvaardbaar moeten beschadigd worden, noch nu, noch in de toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
      • het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
      • graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale wortelpakket moet verwijderd worden;
      • de boom drastisch te snoeien. ( d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm).
    • Als er werken (zowel bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden.De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
    • Er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie  + 2m. In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….)
    • Er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt.
  • Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is.
  • Naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden.
  • Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken, een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … .
  • Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen.  Op www.baas-isa.be is een lijst beschikbaar van deze mensen. ( U kunt ook gewoon in Google ‘lijst ETT’ ingeven).
  • Bij het aanplanten van een nieuwe boom moeten volgende zaken in acht genomen worden:
  • Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil o.a. zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar  er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte.
  • Indien er onvoldoende onverharde ruimte is om bomen te voorzien, moeten er bomen in de verharding voorzien worden, eventueel moet er een tweede maaiveld voorzien worden. In onderstaande tabel is weergegeven hoeveel geschikt doorwortelbaar volume er bij een boom in verharding minimaal moet voorzien worden,  indien men wil rekening houden met het aspect duurzaamheid. 

Tabel 6.2, volumeregels ondergronds

grootteklasse

Kroonprojectie M2

min. doorwortelbare Ruimte 3-7% - Organische stof M3

min. doorwortelbare Ruimte +7% - Organische stof M3

1e (large)

120

90

60

2e (medium)

35-50

26-38

25-40

3e ( small)

1,8-4,9m²

1,5-4

4

  • Voor informatie omtrent ‘geschikt doorwortelbaar volume’ en ‘tweede maaiveld’ is het aangewezen om een gecertificeerd bomverzorger te raadplegen. Op www.baas-isa.be is een lijst beschikbaar van deze mensen. ( U kunt ook gewoon in Google ‘lijst ETT’ ingeven). 

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

3 april 2018

Volledig- en ontvankelijk

2 mei 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

1 juli 2018

Verslag GOA

15 juni 2018

naam GOA

Helia Dezhpoor

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018038011

Gegevens van de aanvrager:

JOVAK met als adres Grimaldilaan 147 te 2940 Stabroek

Ligging van het project:

Vaartweg 444 te 2100 Deurne (Antwerpen)

Kadastrale gegevens:

afdeling 31 sectie B nrs. 289B en 290

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

verbouwen en uitbreiden van het kasteel "Boterlaarhof"

 

Omschrijving aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 12/03/2018: vergunning (20173061) voor het verbouwen van het kasteel met uitzondering van de uitbreiding.

Laatst uitgevoerde vergunning

  • De vergunning van 12/03/2018 is nog niet in uitvoering.

Bestaande toestand

  • leegstaand, vervallen kasteel met koetshuis, bossen en grasvelden;
  • kasteel:
    • twee bouwlagen met zadeldak in leien en voorzien van verschillende dakkapellen met trapgeveltjes;
    • de gevels zijn witbepleisterd en voorzien van houten buitenschrijnwerk met houten luiken;
    • het kasteel was voorzien voor één gezin. 
  • koetshuis:
    • lang gebouw van één bouwlaag onder zadeldak in rode pannen en voorzien van verschillende dakkapellen;
    • de gevels zijn rood beschilderd, het schrijnwerk is niet zichtbaar mits afgekaste raam- en deuropeningen; 
    • momenteel leegstaand, maar vroeger ingericht met paardenstallen, koetshuis, garage en leefruimte. 
  • op het terrein verschillende vervallen bijgebouwen

Inhoud van de aanvraag

  • verbouwen en uitbreiden van het kasteel "Boterlaarhof";
  • de uitbreiding van het kasteel komt aan de noordzijde van het gebouw zodat deze buiten de 30 meter zone naast de autostrade (opgelegd door Agentschap Wegen en Verkeer);
  • de uitbouw heeft een lengte van 12,48 meter, een breedte van 9,35 meter en een hoogte van 4,17 meter;
  • tussen het kasteeltje en de uitbouw wordt een passerelle voorzien;
  • deze heeft een lengte van 6 meter een breedte van 2 meter en een hoogte van 4,17 meter
  • de gevels van de uitbreiding worden in hout uitgevoerd;
  • de plinten aan de uitbouw worden uitgevoerd in blauwe hardsteen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  2. Te voldoen aan artikel 29 van de bouwcode en de vereiste fietsenstalplaatsen te voorzien. Deze kunnen deels inpandig voorzien worden in het magazijn in het koetshuis en deels door het voorzien van fietsbeugels in open lucht;
  3. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  4. Te voldoen aan de voorwaarden geformuleerd in het advies van milieudienst van de stad. De exploitant wordt erop gewezen dat er voor bouwtechnische werken vaak bemalingen nodig zijn die meldings- of vergunningsplichtig kunnen zijn. Tevens verdient het aanbeveling de technische installaties van het complex af te toetsen aan de lijst van ingedeelde inrichtingen of activiteiten om vast te stellen of er voor het milieugedeelte eveneens een omgevingsvergunning nodig is.
  5. Te voldoen aan de voorwaarden geformuleerd in het advies van Eandis;
  6. Te voldoen aan de voorwaarden geformuleerd in het advies van de stadsdienst groen en begraafplaatsen:
  • De wortels van de bestaande bomen dienen beschermd te worden tijdens de werken
  • Het is op het plan onduidelijk hoe groot de plantvakken zijn van de bestaande bomen in de zone met waterdoorlatende verharding. De groendienst adviseert om de wortelzones in beeld te laten brengen door een gecertificeerde boomverzorger en voor de wortelzones die buiten het plantvak vallen een ondergrondse wortelruimte te voorzien – op maat van het gebruik bovengronds – onder de waterdoorlatende bestrating.
  1. De groendienst adviseert bijkomend het volgende:
  • Dat er een ondergrondse wortelruimte voorzien wordt onder de waterdoorlatende bestrating:
    De wortelzone van een boom komt gemiddeld twee meter verder dan de uiteinden van de takken. Die gehele wortelzone moet voorzien zijn van lucht, water en voedingsstoffen, en zij mag niet te vast (= verdicht) zijn, want anders kan het water en de lucht er het in doordringen en kunnen de wortels er niet in groeien (wortels hebben nl. maar weinig kracht om in lengterichting te groeien).
    Op www.baas-isa.be onder ‘European Tree Technician’ komt men terecht bij een lijst van gecertificeerde boomverzorgers.’
  • Dat de bestaande bomen aan de straatzijde tijdens de werken beschermd moeten worden. Bij een te behouden boom moeten volgende zaken in acht genomen worden:
    • In het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom onaanvaardbaar moeten beschadigd worden, noch nu, noch in de toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
      • het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
      • graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale wortelpakket moet verwijderd worden;
      • de boom drastisch te snoeien. ( d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm).
    • Als er werken (zowel bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden.De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
    • Er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie  + 2m. In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….)
    • Er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt.
  • Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is.
  • Naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden.
  • Om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken, een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … .
  • Het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen.  Op www.baas-isa.be is een lijst beschikbaar van deze mensen. ( U kunt ook gewoon in Google ‘lijst ETT’ ingeven).
  • Bij het aanplanten van een nieuwe boom moeten volgende zaken in acht genomen worden:
  • Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil o.a. zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar  er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte.
  • Indien er onvoldoende onverharde ruimte is om bomen te voorzien, moeten er bomen in de verharding voorzien worden, eventueel moet er een tweede maaiveld voorzien worden. In onderstaande tabel is weergegeven hoeveel geschikt doorwortelbaar volume er bij een boom in verharding minimaal moet voorzien worden,  indien men wil rekening houden met het aspect duurzaamheid. 

Tabel 6.2, volumeregels ondergronds

grootteklasse

Kroonprojectie M2

min. doorwortelbare Ruimte 3-7% - Organische stof M3

min. doorwortelbare Ruimte +7% - Organische stof M3

1e (large)

120

90

60

2e (medium)

35-50

26-38

25-40

3e ( small)

1,8-4,9m²

1,5-4

4

  • Voor informatie omtrent ‘geschikt doorwortelbaar volume’ en ‘tweede maaiveld’ is het aangewezen om een gecertificeerd bomverzorger te raadplegen. Op www.baas-isa.be is een lijst beschikbaar van deze mensen. ( U kunt ook gewoon in Google ‘lijst ETT’ ingeven). 
 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.