Terug

2018_CBS_05678 - Omgevingsvergunning - OMV_2018014328. Valaardreef 37. district Wilrijk - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 22/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05678 - Omgevingsvergunning - OMV_2018014328. Valaardreef 37. district Wilrijk - Goedkeuring 2018_CBS_05678 - Omgevingsvergunning - OMV_2018014328. Valaardreef 37. district Wilrijk - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Adviezen

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg

4 april 2018

23 april 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

  • Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

  • Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

  • Het goed is gelegen binnen de grenzen van het bijzonder plan van aanleg BPA nr. 22 bis Valaar, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 23 december 1993.
  • Volgens dit bijzonder plan van aanleg ligt het goed in een zone voor woningen.

Bijzondere plannen van aanleg kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

  • De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het bijzonder plan van aanleg op volgende punten:

  • de bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 12 meter in plaats van 11 meter;
  • de bouwhoogte van de uitbreiding bedraagt 3,35 meter in plaats van 3 meter.
  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).

De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op de volgende punten:

  • Artikel 27 De tuin is nagenoeg volledig verhard waar deze maximaal vergroend moet zijn.
  • Artikel 38 Het dak van de uitbouw wordt niet aangelegd als een groendak hoewel de oppervlakte groter is dan 20m² (20,70m²).
  • artikel 34 Stabiliteit en scheidingsmuren: de scheidingsmuren hebben geen opstand van 30 centimeter ten opzichte van het hoogste dak.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode. 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

Het ontwerp wijkt af van de bepalingen van het BPA op volgende punten:

  • Bouwdiepte: de voorgestelde bouwdiepte op het gelijkvloers, 12 meter in plaats van 11 meter, is aanvaardbaar. Deze bouwdiepte komt het gebruik en de woonkwaliteit van de woning ten goede en is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening. Na uitbreiding blijft er voldoende bruikbare tuin over. De scheimuren dienen slechts minimaal te worden verhoogd. De impact op de aanpalende percelen blijft beperkt.
  • Bouwhoogte aanbouw: de voorgestelde hoogte van de uitbouw, 3,35 meter in plaats van 3 meter, wordt gunstig beoordeeld. Deze hoogte is meer realistisch gezien de noodzakelijke vrije hoogte van 2,60 meter en het dikkere dakpakket dat heden ten dage wordt toegepast.

Het ontwerp wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend punt:

  • art. 27. Voorliggende aanvraag is strijdig met artikel 27 van de Bouwcode dat oplegt tuinen zoveel mogelijk groen en onverhard te houden. Het voorzien van voldoende groen is belangrijk voor de leefbaarheid binnen bouwblokken en de infiltratie van regenwater in de bodem. Van dit voorschrift kan bijgevolg niet afgeweken worden. Als voorwaarde wordt opgelegd dat de verharding moet worden beperkt tot een diepte van 3 meter, aansluitend bij de uitbouw, en maximaal één pad naar de bestaande garage en tuinberging.
  • art. 38. Het platte dak van de uitbouw (20,7m²) moet worden uitgevoerd als groendak conform artikel 38 van de Bouwcode. Vanuit duurzaamheid heeft een groendak een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van een gewoon dak. Ze zorgen voor een kleinere hoeveelheid afgevoerd regenwater en beperken gelijktijdig het piekdebiet bij stortbuien. Ook verminderen ze het “urban heat island” effect en werken ze als (extra) dakisolatie tegen oververhitting. Ze capteren fijn stof, en zorgen voor meer biodiversiteit in de stad. Omwille van dit positief effect is het verplicht om alle nieuwe platte daken ten minste als extensief groendak aan te leggen. Dit wordt dan ook opgelegd als voorwaarde bij het verlenen van deze vergunning.
  • art. 34. De opstand van de scheidingsmuren is niet groter dan 30 cm ten opzichte van het hoogste dakvlak. Deze opstand is noodzakelijk voor het voorkomen van brandoverslag. Als voorwaarde wordt opgelegd het dakpakket te beperken tot een dikte waarbij de opstand wel minimaal 30cm bedraagt of het groendak te realiseren conform volgende eis:
    • tussen de scheidingswand en de vegetatie wordt een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien.

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de aanvraag betrekking heeft op de verbouwing van een eengezinswoning waarbij de functie en het aantal woongelegenheden ten opzichte van het bestaande ongewijzigd blijven.

Visueel-vormelijke elementen

De materialen zijn in overeenstemming met de stedelijk context van het perceel.

Cultuurhistorische aspecten

Gezien het pand is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst monumentenzorg.

De conclusie luidt als volgt:

“Men wenst het pand uit te breiden op het gelijkvloers.

Vanuit oogpunt monumentenzorg geen bezwaar. De erfgoedwaarde wordt gedefinieerd door de beeldwaarde van de voorgevels en de eenheid van het complex. De achtergevels zijn op sommige plaatsen al dan niet van een initieel ontworpen uitbouw voorzien. De bovengevels en bedaking zijn nog gaaf bewaard. De gevraagde uitbouw doet geen afbreuk aan de eenheid en belevingswaarde van het waardevol stedenbouwkundig en architecturaal geheel. Het project werd voorbesproken en conformeert zich aan de meegegeven randvoorwaarden.”

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

  1. de verharding in de achtertuin te beperken tot een diepte van maximaal 3 meter, aansluitend bij de uitbouw, en maximaal één pad naar de bestaande garage en tuinberging. De overige ruimte moet groen worden aangelegd.
  2. het platte dak van de uitbouw moet worden uitgevoerd als groendak, conform artikel 38 van de Bouwcode.
  3. het dakpakket van de uitbouw te beperken tot een dikte waarbij de opstand ter hoogte van de scheimuur minimaal 30cm bedraagt of het groendak te realiseren conform volgende eis: tussen de scheidingswand en de vegetatie wordt een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien.
  4. na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

2 maart 2018

Volledig- en ontvankelijk

30 maart 2018

Opening openbaar onderzoek

14 april 2018

Afsluiten openbaar onderzoek

13 mei 2018

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

13 juli 2018

Verslag GOA

14 juni 2018

naam GOA

Martijn Coppoolse

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten

Startdatum

Einddatum

Schriftelijke bezwaar-schriften

Schriftelijke gebundelde bezwaar-schriften

Petitie-lijsten

Digitale bezwaar-schriften

14 april 2018

13 mei 2018

0

0

0

0

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018014328

Gegevens van de aanvrager:

mevrouw Hosnia  El Boujaddaini met als adres Valaardreef 37 te 2610 Wilrijk (Antwerpen)

Ligging van het project:

Valaardreef 37 te 2610 Wilrijk (Antwerpen)

Kadastrale gegevens:

afdeling 43 sectie A nr. 72H4

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

uitbreiden van de bestaande eengezinswoning en slopen van het overdekt terras

Omschrijving aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 28/07/1967: weigering (222#1682) voor het bouwen van 110 woongelegenheden en 43 afzonderlijke garages;
  • 18/06/1969: weigering (222#2225) voor het bouwen van 110 woongelegenheden en 43 afzonderlijke garages;
  • 1804/1969: weigering (222#2226) voor het bouwen van 42 woongelegenheden en 67 afzonderlijke garages;

Laatst vergunde toestand

  • in de archieven is geen vergunning terug te vinden.

Bestaande toestand

  • de woning bestaat uit twee bouwlagen onder een zadeldak;
  • de gevels zijn uitgevoerd in lichtgele gevelsteen.

Inhoud van de aanvraag:

  • slopen van overdekt terras (22,91m²) en uitbreiden van de bestaande ééngezinswoning;
  • de bestaande keuken/eetplaats wordt opengemaakt en vormt één geheel met de uitbreiding;
  • de uitbreiding wordt over de gehele perceelsbreedte gebouwd en heeft een plat dak;
  • de uitbreiding heeft een bouwdiepte van 3 meter zodat de totale bouwdiepte op 12 meter komt;
  • de bouwhoogte van de uitbreiding bedraagt 3,35 meter;
  • de achtergevel van de uitbreiding wordt in dezelfde lichtgele gevelsteen uitgevoerd als de bestaande achtergevel van de woning;
  • het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in witte pvc, zoals de bestaande ramen van de woning.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;
  • de verharding in de achtertuin te beperken tot een diepte van maximaal 3 meter, aansluitend bij de uitbouw, en maximaal één pad naar de bestaande garage en tuinberging. De overige ruimte moet groen worden aangelegd;
  • het platte dak van de uitbouw uit te voeren als groendak, conform artikel 38 van de Bouwcode;
  • het dakpakket van de uitbouw te beperken tot een dikte waarbij de opstand ter hoogte van de scheimuur minimaal 30cm bedraagt of het groendak te realiseren conform volgende eis: tussen de scheidingswand en de vegetatie wordt een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien.
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.