Terug

2018_CBS_02731 - Bijvoegsel bij wegvergunning verplaatsen van 2 masten van een bovengrondse elektrische verbinding 150 kV (index:235/34060 six ) - Merksem 7e havendok -Oorderen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/03/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_02731 - Bijvoegsel bij wegvergunning verplaatsen van 2 masten van een bovengrondse elektrische verbinding 150 kV (index:235/34060 six ) - Merksem 7e havendok -Oorderen - Goedkeuring 2018_CBS_02731 - Bijvoegsel bij wegvergunning verplaatsen van 2 masten van een bovengrondse elektrische verbinding 150 kV (index:235/34060 six ) - Merksem 7e havendok -Oorderen - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Het aangevraagde bijvoegsel met referentie LEA203 aan de wegvergunning index 235/34060, heeft tot doel het verplaatsen van twee bestaande masten van een bovengrondse elektrische verbinding, op een spanning van 150 kV, met een frequentie van 50 Hz, tussen kadastraal perceel I35C2 en kadastraal perceel 579E, op het grondgebied van de stad Antwerpen  - districten Deurne en Merksem, over een lengte van ongeveer 1,1 km.

Op 28 september 2017 werd een stedenbouwkundige vergunning, met kenmerk 8.00/11002/11658.1 afgeleverd door het Departmenet Omgeving Antwerpen.

Gelet op de adviezen van de volgende rechtspersonen:

  • Vlaamse Overheid Onroerend erfgoed;
  • Water-link;
  • Infrabel;
  • Nationale maatschappij der pijpleidingen;
  • Fluxys;
  • Air Liquide;
  • Total Antwerp Olefins;
  • Air Products;
  • Vlaamse Milieu Maatschappij;
  • Defensie;
  • Aquafin;
  • FOD Mobiliteit en vervoer - Luchtvaart.

Overwegende dat de adviezen van de volgende rechtspersonen gevraagd op 15 januari 2018:

  • Nato – Otan, Belgian Pipeline Organisation, ter attentie van de Dienst Lijninspectie en Preventie;
  • Vlaamse Overheid, Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, ter attentie van de Afdeling Ruimtelijke Planning;   
  • Vlaamse Overheid, Agentschap Ruimtelijke Ordening Vlaanderen, ter attentie van de Afdeling Monumenten en Landschappen;      
  • Vlaamse Overheid, Agentschap voor Natuur en Bos;
  • Vlaamse Overheid, n.v. De Scheepvaart;
  • Vlaamse Overheid, n.v. Waterwegen en Zeekanaal, ter attentie van de Afdeling Zeeschelde;
  • Vlaamse Overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Afdeling Maritieme Toegang;   
  • Vlaamse Overheid, Agentschap Infrastructuur Wegen en Verkeer Antwerpen;    
  • Vlaamse Overheid, Agentschap Wegen en Verkeer, Electromechanica en Telematica Antwerpen, EMT - Vestiging Antwerpen;
  • Vlaamse Overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, T.a.v. Mobiliteit en Verkeersveiligheid Antwerpen;
  • Provincie Antwerpen, Dienst Werken en Infrastructuur;
  • Provincie Antwerpen, Dienst Waterbeleid;
  • Provinciebestuur Antwerpen, Provinciehuis, ter attentie van de Deputatie van de Provincieraad van Antwerpen;
  • Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen;
  • Intercommunale Maatschappij voor Energie- voorziening Antwerpen, ter attentie van de v.v.g. IMEA (via Eandis);
  • EANDIS;
  • Provinciale en Intercommunale Drinkwater- maatschappij Provincie Antwerpen, ter attentie van PIDPA;
  • Tussengemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening, ter attentie van de T.M.V.W. ; 
  • Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, ter attentie van de V.M.W., Provinciale Directie Oost-Vlaanderen;
  • Antwerpse Waterwerken - A.W.W., ter attentie van de Studiedienst;   
  • IGAO - Intercommunale Gasvoorziening van Antwerpen en Omgeving;      
  • NMBS - Holding - Telecom - Ictra 33;          
  • BAYER ANTWERPEN n.v.;               
  • OILTANKING ANTWERP n.v.;            
  • PetroFina - Legal Department;          
  • PRAXAIR n.v.;
  • DOW BENELUX b.v. Afdeling Pipeline Beheer;
  • PROXIMUS.                 

Bij gebrek aan antwoord binnen de gestelde termijn van 42 dagen hun adviezen als gunstig worden beschouwd.

Juridische grond

Volgens de bepalingen van de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening betreft het een bijvoegsel bij een wegvergunning die na advies van de betrokken besturen en elektriciteitsverdeler moet afgeleverd worden door het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen.

Volgende wetgevende bepalingen zijn van toepassing:

  • de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening;
  • het Koninklijk Besluit van 4 december 1933 tot regeling van het innen der  rechten wegens gebruik van het openbaar domein voor elektrische leidingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 2001;
  • het koninklijk besluit van 26 november 1973 betreffende de wegvergunningen bedoeld bij de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening;
  • het Koninklijk Besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard;
  • het Koninklijk Besluit van 2 september 1981 houdende wijziging van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties en houdende bindendverklaring ervan op de elektrische installaties en in inrichtingen gerangschikt als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk en in inrichtingen beoogd bij artikel 28 van het Algemeen  Reglement voor de Arbeidsbescherming;
  • het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (afgekort A.R.E.I.).

Tevens van toepassing zijn :

  • de brief van de Bedrijfsfederatie der Voortbrengers en Verdelers van Elektriciteit in België van 30 maart 1988 waarbij deze ermee akkoord gaat dat de vergoedingen voor schade wegens aanleg of exploitatie van een elektriciteitsvoorziening geheel ten laste vallen van het betrokken bedrijf dat aansprakelijk blijft voor al de voor derde personen schadelijke gevolgen met de mogelijkheid voor het betrokken bedrijf zich te keren tegen degene die een fout heeft begaan die een oorzakelijk verband heeft met het ongeval;
  • het federaal ontwikkelingsplan van de  transmissienetbeheerder, goedgekeurd door de minister bevoegd voor Energie voor de periode 2015-2025.

Aanleiding en context

De FOD Economie, KMO, Middenstand & Energie-directoraat generaal energie - afdeling vergunningen & nieuwe technologieën (Koning Albert II laan 16 te 1000 Brussel) deed op 20 december 2017 voor de nv Elia Asset (Keizerlaan 20 te 1000 Brussel) een aanvraag met referentie LEA203 voor het verkrijgen van een bijvoegsel bij wegvergunning index 235/34060  van 12 juli 1966 voor het aanleggen en exploiteren van een bovengrondse elektrische verbinding, op een spanning van 150 kV tussen de fases, met een frequentie van 50 Hz, tussen kadastraal perceel I35C2 en kadastraal perceel 579E, op het grondgebied van de stad Antwerpen - districten Deurne en Merksem, over een lengte van ongeveer 1,1 km.

nv Elia Asset moet twee bestaande masten verplaatsen zodat een geplande verbreding van het Albertkanaal kan uitgevoerd worden.

De nieuwe verbinding bestaat uit de volgende elementen:

  • twee nieuwe masten (P4N en P5N), inclusief fundering;
  • nieuwe geleiders:
    • tussen P3 en P4N, type 621 AMS;
    • tussen P4N en P5N, type 707 AMS-2Z;
    • tussen P5N en P6, type 621 AMS.

De aardkabel, type 153 AMS, wordt overgebracht van bestaande mast P4 naar nieuwe mast P4N.

De masten P4 en P5, inclusief funderingen, zullen worden verwijderd.

Deze infrastructuur, op het grondgebied van de stad Antwerpen, loopt langs of kruist:

  •  de wegen:
    • N129;
    • Vaartdijk;
    • Vaartkaai;
    • Carrettestraat;
    • Schijnpoortweg;
  • het Albertkanaal.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed dat de gevraagde wegvergunning wordt verleend onder de voorwaarden vermeld in de Koninklijke Besluiten van 10 maart 1981 en 2  september 1981, waarbij de bepalingen van het algemeen reglement op de elektrische installaties bindend worden verklaard, aangevuld met de volgende voorwaarden:

De elektrische installaties moeten aangelegd worden overeenkomstig de plannummers :  A0 3100322, A0 3100325, A1 3100328, A2 3100327, A2 3100331, A3 3100326, die als bijlage aan dit besluit zijn gevoegd. 

De nv Elia Asset dient de voorwaarden na te leven opgelegd door:

  • Vlaamse Overheid Onroerend erfgoed;
  • Waterlink;
  • Infrabel;
  • Nationale maatschappij der pijpleidingen;
  • Fluxys;
  • Air Liquide;
  • Total Antwerp Olefins;
  • Air Products;
  • Vlaamse Milieu Maatschappij;
  • Defensie;
  •  Aquafin;
  • FOD Mobiliteit en vervoer - Luchtvaart.

In uitvoering van de bepalingen van het koninklijk besluit van 4 december 1933 tot regeling van het innen der rechten wegens gebruik van het openbaar domein voor elektrische leidingen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 11 december 2001, werden geen retributies opgelegd voor de bezetting van het openbaar of privaat domein van de Staat; dit sluit niet uit dat de besturen of openbare diensten, beheerders van openbaar of privaat domein van de Staat, vanwege de N.V. Elia Asset een retributie mogen eisen volgens de bepalingen van het voormeld koninklijk besluit van 4 december 1933; deze retributies dienen van tevoren aan de Algemene Directie Energie voorgelegd te worden.De nv Elia Asset dient de voorwaarden na te leven opgelegd door Water-link.

De kosten waartoe dit besluit aanleiding geeft zijn ten laste van de verkrijger.

De nodige afdrukken van de plannen moeten geleverd worden door de verkrijger.

Artikel 2

Het college beslist dat er een eensluidend verklaard afschrift van dit besluit, alsook van de bijlagen, aan de verkrijger, de naamloze vennootschap Elia Asset, Keizerslaan 20 te 1000 Brussel, zal worden overgemaakt.

Artikel 3

Het college beslist dat er een eensluidend verklaard afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan:

  1. de openbare besturen opgesomd in de aanhef van dit besluit die, ieder wat hen betreft, belast zijn over de uitvoering ervan te waken;
  2. de diensten opgesomd in de aanhef van dit besluit;
  3. de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.