Terug

2018_CBS_02530 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Vlaams Bodemsaneringsfonds voor de Textielverzorging vzw, Ferdinand Coosemansstraat 150, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer BSP2018/004/AV. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/03/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_02530 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Vlaams Bodemsaneringsfonds voor de Textielverzorging vzw, Ferdinand Coosemansstraat 150, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer BSP2018/004/AV. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring 2018_CBS_02530 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Vlaams Bodemsaneringsfonds voor de Textielverzorging vzw, Ferdinand Coosemansstraat 150, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer BSP2018/004/AV. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; het besluit van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en bodembescherming.

Aanleiding en context

OVAM vraagt advies aan het college over een bodemsaneringsproject met als opdrachtgever Vlaams Bodemsaneringsfonds voor de Textielverzorging vzw - President Kennedypark(Kor) 31A - 8500 Kortrijk (kenmerk 1351).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het gunstige advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren onder volgende voorwaarden:

  1. het afvalwater moet worden geloosd via een controle-inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde water te controleren;
  2. het debiet van het opgevangen grondwater moet worden geregistreerd;
  3. indien er afvalgassen vrijkomen, moeten deze worden geleid over een adequate luchtbehandelingsinstallatie die uitmondt in open lucht en die voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 4.4. van de Vlarem-wetgeving;
  4. de installaties voor het bodemsaneringsproject moeten ontoegankelijk zijn voor onbevoegden;
  5. het aansluiten op de openbare riolering dient te gebeuren na overleg en met het akkoord van de bevoegde diensten;
  6. alle voorzieningen worden getroffen teneinde bevuiling van de openbare weg door het transport van de vuile grond te voorkomen. De wielen en buitenzijde van de vrachtwagens en van het werfmateriaal dienen indien nodig ter plaatse gereinigd te worden. De vervuilde grond wordt onmiddellijk afgevoerd naar een erkend verwerker. De vrachtwagens dienen te beschikken over vloeistofdichte en afdekbare laadruimtes;
  7. bij de sanering dienen de aangrenzende nutsleidingen (water, elektriciteit, gas, telefoon...) op het openbaar domein gecontroleerd te worden op mogelijke aantasting. De saneerder dient hiervoor contact te nemen met de desbetreffende uitbaters;
  8. de vervuiling ter hoogte van het openbaar domein dient eveneens verwijderd te worden;
  9. de zuiveringsinstallaties dienen op de bronpercelen geplaatst te worden;
  10. indien buiten de bodemsaneringszone abnormale hinderlijke geuren worden waargenomen, worden onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen om de emissies te beperken;
  11. indien tijdens de werken de stofconcentraties in de lucht hinderlijk zijn voor de omgeving, zullen onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen worden om de stofontwikkeling te verminderen;
  12. de saneringsverantwoordelijke nodigt op de eerste voorbereidende werfvergadering de betrokken stadsdiensten uit om de nodige praktische afspraken te maken rond werfinrichting, het gebruik van het openbaar domein en dergelijke. U meldt dit aan SW/B&O via 03/338.84.07 of via Sw.werkennuts@stad.antwerpen.be;
  13. ten minste twee weken vóór de start van de werken wordt een objectieve plaatsbeschrijving opgemaakt van het omliggende openbare domein. Hiervoor wordt contact opgenomen met de dienst SW/B&O op 03/338.84.07 of via mail op herstellingopenbareruimte@stad.antwerpen.be;
  14. de aanvangsdatum en einddatum van de saneringswerken moeten worden meegedeeld aan de dienst milieuvergunningen (omgevingsvergunning@stad.antwerpen.be) met vermelding van de naam en telefoonnummer van de saneringsverantwoordelijke;
  15. na afloop van de saneringswerken dient een exemplaar van het evaluatierapport worden overgemaakt aan de dienst milieuvergunningen (omgevingsvergunning@stad.antwerpen.be);
  16. gezien de risico’s die uitgaan van de verontreiniging, dient de sanering opgestart te worden binnen de maximale termijn van 3 jaar naar analogie met de Vlarem-wetgeving waarin gesteld wordt dat een vergunde inrichting in gebruik moet worden genomen binnen deze maximale termijn, op straffe van verval van de vergunning. Bovendien zorgt deze voorwaarde voor een aanvaardbare periode tussen de bekendmaking van de noodzaak tot bodemsanering en de werkelijke uitvoering hiervan;
  17. overeenkomstig artikel 4.4.3.1 van Vlarem II worden de algemene emissienormen aangehouden voor de gezuiverde bodemlucht:

    Parameter

    Lozingsnorm (mg/Nm³)

    Bij een massastroom van (g/uur)

    Tetrachlooretheen

    100

    2.000

    Trichlooretheen

    100

    2.000

    1,2-Dichlooretheen

    150

    3.000

    Vinylchloride

    5

    25

    indien het eventuele condenswater op de (gemengde) riolering zou geloosd worden, dient het aan volgende lozingsnormen te voldoen: 

    Parameter

    Lozingsnorm (µg/liter)

    Tetrachlooretheen

    40

    Trichlooretheen

    70

    1,2-Dichlooretheen

    50

    Vinylchloride

    5

    VOCl (som)

    100

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
Stadsontwikkeling/vergunningen het advies over te maken aan OVAM