Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar dat bij dit besluit is gevoegd.
De aanvraag handelt onder andere over de omvorming van een eengezinswoning met bruto vloeroppervlak van 400 m2 tot 4 appartementen.
Het bestuursakkoord 2013-2018 benadrukt het belang van een aantrekkelijke woonstad, die jonge gezinnen doet kiezen voor de stad en in de stad houdt. Een kwalitatief woningaanbod van voldoende grote woningen en appartementen is hierbij cruciaal. Deze beleidswens werd nogmaals bekrachtigd in de beleidsrichtlijn over wonen waar de aandacht werd gevestigd op het beschermen van eengezinswoningen. In zitting van 30 maart 2018 heeft college van burgemeester en schepenen het voorontwerp van de wijziging van de bouwcode goedgekeurd waarbij het beschermen van eengezinswoningen werd verfijnd en opgenomen in de bouwcode evenals de minimale oppervlakte van een woongelegenheid. Uiteindelijk heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 25 mei 2018 de herziening van de verordening ‘Bouwcode’ goedgekeurd met bevestiging van de bescherming van eengezinswoningen evenals de minimale oppervlakte van een woongelegenheid.
De aanvraag handelt onder andere over de omvorming van een eengezinswoning met bruto vloeroppervlak van 400 m2 tot 4 appartementen. Het omvormen van een eengezinswoning die geen te beschermen eengezinswoning is, naar een meergezinswoning is toegelaten mits minimum één zelfstandige woning met een netto-vloeroppervlakte van minstens 130 m² met een aansluitende buitenruimte van minimum 15 m² gerealiseerd wordt. Deze aanvraag voldoet hier niet aan, de unit met de ruimste netto vloeroppervlak is 100 m², de twee één- slaapkamerappartementen hebben slechts een netto-vloeroppervlakte van 58 m². Het voorgestelde project beantwoordt niet aan de goede ruimtelijke ordening. Hierdoor dient deze aanvraag geweigerd te worden.
Adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - Eandis / IMEA |
25 mei 2018 |
28 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
25 mei 2018 |
1 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
25 mei 2018 |
5 juni 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
25 mei 2018 |
25 mei 2018 |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
25 mei 2018 |
8 juni 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
25 mei 2018 |
28 mei 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 2060, goedgekeurd op 20 december 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1 zone voor wonen - (wo).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan op volgende punten:
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
de slaapkamer onder het zadeldak voldoet niet aan de minimale hoogte onder schuine daken; (opp. boven de 1,8 meter is 8,3m2 en deze boven 2,60 meter is maar 3,95m2)
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid:
De aanvraag betreft het verbouwen van een woning met werkplaats naar een pand met 4 woongelegenheden. De magazijnfunctie verdwijnt in functie van open- en buitenruimte voor de woongelegenheden. De woonfunctie is functioneel inpasbaar.
Om een mix op vlak van stedenbouwkundige, maatschappelijke en woonkwaliteitseisen te garanderen is het wel noodzakelijk de juiste verhoudingen te zoeken tussen verschillende woningtypes enerzijds en de juiste oppervlakte verhoudingen tussen de functies binnen deze woningen anderzijds. Om de kwaliteit van een appartementsblok te garanderen dient er een mix van verschillende slaapkamerappartementen te zijn.
Bij het ontwerpen van woningen zijn een evenwichtige ruimteverdeling en optimale afmetingen een must gezien deze een grote impact hebben op het wooncomfort. Om het ruimtecomfort van een woning te bewaken is het dus belangrijk dat het aantal slaapkamers in verhouding staat met het aantal beschikbare vierkante meters leefruimte per bewoner. Dit is niet in het voorliggend project voor de woongelegenheid in de zolder, waardoor deze woonentiteit onvoldoende wooncomfort biedt.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid:
De kelder wordt verder uitgediept om een ondergrondse fietsenstalling, een beerput, twee slaapkamers en een badkamer te voorzien. Het gelijkvloers wordt ontpit door het bestaande magazijn te slopen en een tuin te voorzien. Het ontpitten van het perceel heeft een positieve invloed op de bouwdichtheid van de omgeving van het pand dat momenteel dicht bebouwd is. Ook op de 2de verdieping wordt het magazijn verwijderd waardoor de bouwdiepte wordt teruggebracht op ongeveer 10m. De bovenliggende bouwlagen volgen dezelfde bouwdiepte. Het volume is stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Uitgezonderd de woonentiteit onder het dak voldoet de aanvraag aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruikersgenot.
Cultuurhistorische aspecten:
De werken zijn gesitueerd in een pand dat is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vastgesteld bij besluit van de administrateur-generaal van 28 november 2014. De vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed van 28 november 2014 zorgt ervoor dat er voor het eerst een éénduidige en overzichtelijke lijst van het gebouwd patrimonium in Vlaanderen bepaald is. Opname in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed betekent voor elk van de erfgoedobjecten dat zij een vorm van vrijwaring voor de toekomst genieten. Voor gebouwen opgenomen in de inventaris wordt de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur.
Het advies van SW/OE/M luidt als volgt:
Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning, met uitsluiting van het pvc-schrijnwerk in de voorgevel, afleveren aan de aanvrager, die ertoe verplicht is:
Gelet op de cultuurhistorische waarde van de gevel zal worden voorgesteld deze voorwaarden/uitsluitingen op te nemen in de eventuele vergunning.
Mobiliteitsimpact (o.a. toetsing parkeerbehoefte):
Parkeerparagraaf van toepassing
Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode (tabel in artikel 30 als bijlage) worden de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen en vermeerderen en functiewijzigingen. Waar mogelijk om parking te bouwen dient dit maximaal te gebeuren. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. De aanvraag betreft 3 nieuwe woongelegenheden tegenover de laatst vergunde toestand (pand met magazijn, salon en bureel (= 1 woning)). Voor woonprojecten met maximaal 5 wooneenheden moet er 1 parkeerplaats per wooneenheid voorzien worden (3x1= 3 parkeerplaatsen). Gezien zal worden voorgesteld 1 woning uit te sluiten van vergunning bedraagt de werkelijke parkeerbehoefte 3-1=2. |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een gevelbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten. |
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 2 plaatsen. |
Fietsvoorzieningen:
Voor de 3 bijkomende appartementen met 1 slaapkamer moeten 6 fietsenstallingen voorzien worden.
Deze worden ingericht in de kelder en is bereikbaar via een trap met fietsgoot.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Uitsluitingen
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
23 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
22 mei 2018 |
|
Start openbaar onderzoek |
geen |
|
Einde openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
21 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
2 juli 2018 |
|
naam GOA |
Wim Van Roosendael |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Bevraging aanpalenden
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018047875 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
Johan Behaeghel met als adres Heidelaan 29 te 2960 Brecht |
|
Ligging van het project: |
Dambruggestraat 49 te 2060 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 8 sectie H nr. 550P20 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
verbouwen van een bedrijfspand met woning met bruto vloeroppervlak van 400 m2 tot 4 appartementen m |
Omschrijving aanvraag
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.