Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - Vg, Agentschap Onroerend Erfgoed Antwerpen monumenten en archeologie |
30 mei 2018 |
9 juli 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
30 mei 2018 |
3 juli 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - FOD Mobiliteit en Vervoer - Dienst Luchtvaart |
30 mei 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan |
|
Fluvius |
30 mei 2018 |
11 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
30 mei 2018 |
8 juni 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
30 mei 2018 |
5 juni 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
30 mei 2018 |
12 juni 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
30 mei 2018 |
30 mei 2018 |
|
stadsontwikkeling/ geacht vergund |
30 mei 2018 |
1 juni 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Cultuurhistorische aspecten
Wegens de ligging van het pand in een beschermd stadsgezicht werd het advies ingewonnen van de stedelijke dienst monumentenzorg. Dit advies laat zich als volgt lezen:
“Het pand Baron Joostensstraat 5 is gelegen in een beschermd stadsgezicht. De gebouwen Plantin en Moretuslei 66-90 en 55-91 en de aansluitende bebouwing in de Van Immerseelstraat en de Baron Joostenstraat te Antwerpen zijn beschermd als stadsgezicht omwille van het algemeen belang gevormd door de historische waarde in casu stedenbouwkundig-esthetische waarde.
Het stadsgezicht wordt gekenmerkt door heterogene bebouwing uit het vierde kwart van de 19de en de 20ste eeuw. Het zijn voornamelijk typische neoclassicistische enkelhuizen van drie traveeën en drie bouwlagen met centrale balkons en stucwerk, daarnaast meer grootschalige panden met neoclassicistische, eclectische of art-nouveau-kenmerken en recente kantoor- en flatgebouwen.
Het burgerhuis heeft een gevelbreedte van drie traveeën en vier bouwlagen onder een plat dak. Het werd in 1922 ontworpen door bouwmeester Frans Van Rompaey in belle epoque stijl met lichte art deco invloeden, in opdracht van de heer Léon Bastyns.
Conform art. 5§2 van de stedenbouwkundige verordening – bouwcode dd. 25 oktober 2014 moet de beschrijvende nota van de bouwaanvraag voldoende informatie bevatten over het cultuurhistorisch profiel van de aanwezige elementen zodat vergunningverlenende overheid deze kan afwegen. Afhankelijk van de aard en omvang van de geplande werken kan er een CHE-rapport gevraagd worden met een meer uitgebreide bouwhistorische en beschrijvende studie van het gebouw. Aan de beschrijvende nota werd een CHE-rapport toegevoegd. Dit rapport dateert van 2018 en werd opgemaakt door Archivaria in opdracht van bFarchitecture.
Aan de beschrijvende nota werd tevens een cultuurhistorische motiveringsnota toegevoegd. De aanvraag voldoet dan aan artikel 5§2.
Het gebouw heeft een ondersteunende stadslandschappelijke waarde. Het behoud van het volume en de buitenarchitectuur wordt vooropgesteld gelet op het behoud van het globale stadslandschap.
De voorgevel wordt gerestaureerd en er wordt opnieuw houten buitenschrijnwerk geplaatst. Gezien de ligging in een beschermd stadsgezicht kunnen we stellen dat de interne aanpassingen voldoende worden gemotiveerd in de aanvraag en aanvaardbaar zijn vanuit oogpunt monumentenzorg.
De nieuw toe te voegen mansardeverdieping is echter niet verenigbaar met de erfgoedwaarden. Het burgerhuis werd ontworpen met een plat dak. Het eerste deel van de Baron Joostenstraat (1-10) bestaat uit een mix van panden ontworpen met een plat dak en uitspringende kroonlijst of met een mansardedak.
Het plat dak is voor dit type van pand een specifiek te behouden erfgoedkenmerk. Het nieuw toe te voegen mansardedak kan de verhoudingen van een historisch mansardedak niet respecteren aangezien de kroonlijst gelijk zit met de vloerplaat. Bij historisch mansardedaken zit de vloerplaat minstens 1m onder de kroonlijst waardoor het mansardedak beperkt is in omvang.”
Visueel-vormelijke elementen
De aanvraag wijkt af van artikel 6 van de bouwcode dat stelt dat alle onderdelen van een gebouw qua vorm, grootte en plaatsing afgestemd moet zijn op de architectuur van de totale constructie en van de omgeving.
Dit gedeelte van de Baron Joostensstraat heeft een duidelijke en kenmerkende aflopende bouwhoogte en kroonlijsthoogte vanaf het kruispunt van de Van den Nestlei richting het kruispunt met de Plantin en Moretuslei. Het toevoegen van een extra dakverdieping op dit pand zal sterk boven de aanpalende panden uitsteken en is niet in harmonie met de omgeving.
Bovendien komt de aangevraagde vormgeving van het mansardedak niet overeen met de kenmerkende uitvoering. Terwijl de andere mansardedaken in de straat duidelijk ondergeschikt zijn in bouwhoogte, is het aangevraagde dak met 3,60 meter boven de kroonlijst atypisch en daarom in strijd met artikel 6 van de bouwcode.
Aangezien deze omgeving een sterke visuele beeldwaarde en samenhang heeft, kan deze afwijking op de bouwcode niet toegelaten worden. De dakverdieping wordt uitgesloten van de vergunning.
Functionele inpasbaarheid
De bestemming van meergezinswoning blijft behouden waardoor de functionele inpasbaarheid gegarandeerd blijft.
Gezien de gelijkvloerse functiewijziging van magazijn/handelspand naar woonfunctie werd het advies ingewonnen van de stedelijke dienst ondernemen en stadsmarketing – business en innovatie: “Op een niet-strategische locatie buiten de afgebakende kernwinkelgebieden en horecagebieden, zoals dit pand, is het behoud van een economische functie niet op te leggen. Omvorming naar woonruimte wordt op deze locaties gunstig beoordeeld.”
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaatsen. Uit het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit: “De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van het aantal wooneenheden. In de bestaande, laatst vergunde toestand zijn er 3 wooneenheden (volgens geacht vergund). Deze worden uitgebreid tot 4 wooneenheden. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1. De werkelijke parkeerbehoefte is 1.” Aangezien de daklaag wordt uitgesloten van de vergunning, moet de gegenereerde parkeerbehoefte aangepast worden. Door uitsluiting van het dakappartement is er geen uitbreiding en is de parkeerbehoefte 0. |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. “Er worden geen parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien.” |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. De aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte maar de bijkomende parkeerplaats kan niet gerealiseerd worden om volgende stedenbouwkundige redenen: ‘De voorliggende aanvraag heeft betrekking op een gebouw dat ligt in een beschermd stad- en dorpsgezicht. Indien de werkelijke parkeerbehoefte op het perceel moet gerealiseerd worden, zou de erfgoedwaarde van het gebouw teniet worden gedaan. Daarom mogen geen bijkomende parkeerplaatsen voorzien worden.’ |
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. |
Het advies Mobiliteit stelt ook het volgende over de fietsvoorzieningen:
“Voor het bijkomend appartement met 4 slaapkamers moeten 5 fietsenstallingen voorzien worden.
Er wordt een aparte fietsenberging ingericht op het gelijkvloers.”
De aanvraag voldoet niet aan artikel 29 van de bouwcode. Volgens de normen moet een fietsenberging voor 5 fietsen minimaal 7,5 vierkante meter groot zijn. Aangezien de daklaag wordt uitgesloten van de vergunning, is er geen verhoging van het aantal woongelegenheden en vervalt de verplichting om een fietsenberging te voorzien.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Het aangevraagde programma bestaat uit 4 woongelegenheden. Het bestaande pand kan vergund geacht worden met drie woongelegenheden en een handelsgelijkvloers. De omvorming van het gelijkvloers als uitbreiding van de woning op de eerste verdieping is een kwalitatieve ingreep dankzij de ontpitting van de tuinzone en de inrichting van een groene tuin.
De woningen op de tweede en derde verdieping zijn vergund geacht en krijgen een eigen buitenruimte. Om te voldoen aan het burgerlijk wetboek inzake privacy worden delen van de terrassen uitgesloten van de vergunning. Dit wordt in rood aangeduid op de plannen.
Het terras op de tweede verdieping heeft geen afscheiding op de perceelsgrens van minstens 1,90 meter hoog. Het terras op de derde verdieping heeft zijdelingse zichten op het erf van de rechterbuur. Mits de terrassen te beperken zoals in rood aangeduid op de plannen, is het effect op de privacy van de buren stedenbouwkundig aanvaardbaar.
De extra daklaag bevat een klein 1-slaapkamer-appartement van minder dan 46 vierkante meter netto-vloeroppervlakte zonder een eigen private buitenruimte. Er kan wel een klein dakterras gedeeld worden met het onderliggende appartement. Door de kleine oppervlakte is de woonkwaliteit niet conform de hedendaagse verwachtingen.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Mits het naleven van de gestelde voorwaarden voldoet de woning aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Uitsluitingen
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
27 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
26 mei 2018 |
|
Start openbaar onderzoek |
geen |
|
Einde openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
25 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
9 juli 2018 |
|
naam GOA |
Helia Dezhpoor |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
1 |
Bespreking van de bezwaren
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018050155 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer Avraham Spitzer met als adres Grotehondstraat 30 te 2018 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Baron Joostensstraat 5 te 2018 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 6 sectie F nr. 1217S |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
omvormen van een handelspand met woningen naar 4 appartementen door toevoeging extra bouwlaag |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij:
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Uitsluitingen
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.