Art. 2.2.18 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
Plangebied
De afbakening van het plangebied in voorliggend voorontwerp RUP ligt tussen de Noorderlaan en Vosseschijnstraat en tussen Korte Wielenstraat en Groenendaallaan.
In de richtnota behoorde het gebied tussen Groenendaallaan en het Straatsburgdok eveneens tot het plangebied. De zone werd in de richtnota aangehaald als waterfront, een belangrijk ontwikkelingsgebied.
De overkappingsstudie voor segment Noord doet uitspraken over mogelijke toekomstperspectieven voor de omgeving Straatburgdok (met onder meer een stedelijk distributiecentrum ten noorden van het Straatsburgdok binnen GRUP Zeehavengebied). De visie Innovatieve Stadshaven stelt een gelijkaardige functie voor op de noordrand Mexico-eiland. Visievorming van beide flanken van het dok moeten op elkaar afgestemd worden. Er wordt bij de visie Innovatieve Stadshaven dan ook voorgesteld om in een vervolgstap (nodig voor een ruimer gebied) een visie te vormen voor de zone Straatsburgdok Noord.
Daarom werd gekozen om de zone aan het Straatsburgdok nog niet in het RUP Contactzone Noorderlaan op te nemen, maar te integreren in een planningsproces voor het gehele gebied rondom het Straatburgdok.
Groene corridor
In juni 2017 werd het groenplan goedgekeurd met de ambitie om alle robuuste groengebieden maximaal te verbinden tot één doorlopende groenstructuur. In dat licht is de corridor een link (parallel aan het Laaglandpark) tussen het Noorderpark en de andere robuuste stedelijke groene parken.
In de richtnota werd voorgesteld om de spoorwegcorridor als aanwezige ruimtelijke entiteit te bestendigen en te versterken als groene slinger, link voor zacht verkeer, zone voor hitte-stress milderende maatregelen, en waterbuffering. Deze corridor ligt echter in het GRUP Zeehavengebied Antwerpen. Een toestemming van de Vlaamse Overheid is vereist bij het opnemen van de zone in een gemeentelijk RUP. De corridor wordt niet weerhouden als onderdeel van het plan.
Programma
Er worden 4 deelzones afgebakend op het grafisch plan
In alle zones van het plangebied behoort gemengde bedrijvigheid tot de toegelaten hoofdbestemmingen. In alle zones zijn bovendien gemeenschapsvoorzieningen en stadslandbouw mogelijk. Enkel in zones Ge1 en Ge2 worden de toegelaten hoofdbestemmingen verder uitgebreid met grootschalige leisure, socio-culturele activiteiten, en aanvullende reca.
Uit het onderzoek in kader van de planMER blijkt dat er reeds in de referentiesituaties sprake kan zijn van belangrijke doorstromingsproblemen. Vooral het kruispunt Groenendaallaan-Noorderlaan is verzadigd. De bijkomende ontwikkeling zou kunnen zorgen voor een toename van deze problemen. Het bijkomend programma aan grootschalige detailhandel wordt daarom reeds beperkt tot 15000 m² bruto vloeroppervlakte en enkel toegelaten op projectlocatie 1. Het college is bovendien van oordeel dat er bijkomende milderende maatregelen moeten geformuleerd worden. Daarom geeft het college opdracht om het volgende te onderzoeken:
Detailhandel is dus enkel mogelijk in de ‘zone voor Gemengde Functies’ Ge2. Het betreft grootschalige detailhandel met per unit minimum 2000 m² bruto vloeroppervlakte én minimum 1500 m² netto handelsoppervlakte, waarbij slechts specifieke categorieën en branches worden toegelaten. In de zone Ge2-deelzone A is grootschalige retail begrenst tot de huidige aanwezige m² retail. In de zone Ge2-deelzone C is grootschalige retail begrenst tot maximaal 15.000 m² bruto vloeroppervlakte.
Inrichting en beheer
Ten noorden van de Michiganstraat (zone Be1) wordt aan de zijde van de Noorderlaan een minimum bouwhoogte van 3 bouwlagen opgelegd. Ten zuiden van de Michiganstraat moet de bouwhoogte gemiddeld minstens 17,0 m te zijn. Zo wordt de Noorderlaan als stedelijke boulevard bevestigd.
Bij de ontwikkeling van de zones ten zuiden van de Michiganstraat (zones Ge1, Be2 en Ge2) wordt een inrichtingsstudie gevraagd. Om langs de Noorderlaan en de Groenendaallaan een stedelijke bebouwingsfront te creëren, wordt minimaal 60% van de gevelbreedte van de nieuwe bebouwing op een vaste bouwlijn ingeplant. Bij functiewijziging en/of nieuwbouw is een verplichte minimale oppervlakte opgegeven voor groen en waterinfiltratie en/of- buffering. Parkeergelegenheid moet binnen elke deelzone georganiseerd worden in functie van gemeenschappelijk gebruik.
Dwarse verbindingen
Er zijn drie bouwvrije stroken aangeduid op het grafisch plan. De bouwvrije stroken maken het oprichten van nieuwe gebouwen in deze stroken onmogelijk.
Art. 2.2.18 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
In het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) wordt de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Contactzone Noorderlaan voorgesteld. Er wordt geadviseerd om het zuidelijk deel van het gebied tussen Noorderlaan en Vosseschijnstraat te voorzien voor de optimalisatie van de grootschalige detailhandel en grootstedelijke voorzieningen en het noordelijk deel (tot aan de Jozef Masurebrug) te behouden voor KMO en havengerelateerde functies.
In een mobiliteitseffectenrapport (MOBER) (college 23 januari 2015, jaarnummer 569) is de afstemming tussen de geplande nieuwe ontwikkelingen en de omgeving onderzocht. De studie schat het mobiliteitseffect in van grootschalige detailhandel op de site Havana, Noord-Center en parking hoek Groenendaallaan-Noorderlaan evenals van een mogelijke topsporthal op Luchtbal.
Het college keurde op 27 mei 2016 (jaarnummer 4220) de richtnota voor het RUP 'Contactzone Noorderlaan' goed. Het college beslist in datzelfde besluit om de opmaak van het RUP en de plan-MER te gunnen aan Sweco binnen het raamcontract GAC/2015/3065 (jaarnummer 4220).
Omdat met toepassing van artikel 11/1 van het “Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen” in de aanloop naar een RUP en onder strikte voorwaarden een vergunning kan worden verleend voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw voor zover de gemeenteraad principieel heeft ingestemd met de opmaak en de begrenzing van het ruimtelijk uitvoeringsplan, werd de richtnota op 27 juni 2016 ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad (jaarnummer 341).
Op 2 december 2016 (jaarnummer 10524) keurde het college de kennisgevingsnota voor de plan-MER goed. De opmaak van een kennisgevingsnota is de eerste stap in de opmaak van het plan-MER. In deze nota geven de MER-deskundigen aan welke onderzoeken zij noodzakelijk achten om de milieueffecten van een plan te kunnen inschatten.
Volgende basisprincipes en onderzoeksvragen werden in de richtnota en kennisgevingsnota voor het plangebied RUP ‘Contactzone Noorderlaan’ opgenomen.
Basisprincipes
De opdracht voor dit RUP is om binnen de bestaande beleidscontext een ruimtelijke structuur op te zetten die de ambities voor de contactzone Noorderlaan mogelijk maakt en waarbij de structuur een stabiel kader vormt waarin de wijzigingen in programma worden opvangen.
Onderzoeksvragen
In de plan-MER worden onderzoeksvragen geformuleerd over het aspect van de ruimtelijke structuur:
Voor het plangebied van de Contactzone Noorderlaan wordt geopteerd om maximaal vanuit de bestaande invulling en de huidige aanwezige functies te vertrekken. Verder wordt voorgesteld om een bijkomend programma aan grootschalige detailhandel van 20.000 m² bruto vloeroppervlakte mogelijk te maken.
Het plan-MER beschouwt dit basisprogramma (de bestaande invulling + een bijkomend programma aan grootschalige detailhandel van 20.000 m² bruto vloeroppervlakte) niet als een vaststaand gegeven, maar eerder als een werkhypothese van waaruit de concrete randvoorwaarden en vrijheidsgraden voor het plan bepaald worden.
Voor de bijkomende oppervlakte aan grootschalige detailhandel worden twee mogelijke projectlocaties in beschouwing genomen, die afzonderlijk of gebundeld in aanmerking komen.
Projectlocaties
De onderzoeksvragen met betrekking tot het programma werden als volgt geformuleerd:
Het college neemt kennis van het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) 'Contactzone Noorderlaan'.
Dit RUP, met plan_2.14_10020_0001, bestaat uit een grafisch plan, een plan van de bestaande en juridische toestand, de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/R |
1 Om adviezen in te winnen van:
2 Na het inwinnen van de adviezen, gemotiveerd, al dan niet aangepast aan voormelde adviezen, het voorontwerp-RUP te agenderen op het college met het oog op een voorlopige vaststelling door de gemeenteraad. |
| SW/R |
Om samen met de Haven de groene spoorwegcorridor/fietsverbinding uit te werken. |
| SW/MOB |
Om bijkomende milderende maatregelen te onderzoeken, meer bepaald:
|