De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018051692 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
Tatyana en Wim Terentyeva - Van Rossom met als adres Burchtlaan 6 te 3210 Lubbeek |
|
Ligging van het project: |
Gallaitlaan 113 te 2610 Wilrijk (Antwerpen) |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 44 sectie D nr. 370K9 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
verbouwen van een eengezinswoning |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het college wenst bijkomende voorwaarden op te leggen bij de beoordeling van dit dossier. De omgeving waar de voorliggende aanvraag gelegen is, wordt gekenmerkt door eengezinswoningen waarvan de voortuinzone bijna volledig verhard werden uitgevoerd.
Geheel verharde voortuinen dragen niet bij tot een aangename woonbuurt en zorgen voor onvoldoende waterinfiltratie bij piekneerslag.
Adviezen
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
31 mei 2018 |
5 juni 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
31 mei 2018 |
12 juni 2018 |
|
stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen |
31 mei 2018 |
1 juni 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
Eengezinswoningen zijn kenmerkend in de omgeving. Echter is het niet kenmerkend voor een eengezinswoning dat er drie ingangen (één aan de werkplek, één aan de hal en nog een bijkomende naar het sas) zijn aan de voorgevel voor één woning.
De inkom via de hal is de meest logische en noodzakelijke omdat deze de woning bediend. De werkplek kan worden betreedt langs de hal, alsook de volledige woning.
Een afzonderlijke inkom naar de werkplek is niet noodzakelijk. Daarenboven legt deze een hypotheek op het wenselijke groene karakter van de voortuin.
De aanvraag wijkt dan ook af van artikel 27 van de bouwcode. De volledige voortuin wordt namelijk volledig verhard en niet enkel de strikt noodzakelijke verhardingen zijn voorzien.
Een toegangspad naar de inkom van de woning en een stallingplaats voor de auto zijn toegelaten op voorwaarde dat deze tot een minimum beperkt worden en maximaal gebundeld worden.
Deze kunnen worden gecombineerd aangeboden aan de rechterzijde van het perceel. Het overige gedeelte kan dan groen worden aangelegd en hypothekeert de stallingplaats de zichtbaarheid van de werkplek vanop het openbaar domein niet. Op deze manier is er een regelmatig contact tussen de gebruiker(s) van het gebouw en de straat mogelijk.
Het bepleisteren van de voorgevel in niet kenmerkend met het straatbeeld waar rode baksteen kenmerkend is. De afwerking van de voorgevel bepaald in belangrijke mate de beeldkwaliteit van het gebouw en de samenhang van het gebouw met zijn omgeving.
Het links naastgelegen pand heeft echter een bepleisterde gevel.
Gelet op het feit dat het betrokken pand vlak naast een pand met een afwerking in bepleistering is gelegen komt de aanvraag in aanmerking voor een afwijking op artikel 6.
Functionele inpasbaarheid
De woonfunctie is in overeenstemming met de kenmerkende woonfuncties in de Galliatlaan.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aanvraag betreft onder andere een gelijkvloerse functiewijziging met interne verbouwingen. Het bestaande volume blijft behouden en past in de bestaande straatwand en het gabarit van de woningen uit zijn omgeving.
De schaal van de aanvraag is overeenstemmend met deze van de omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
De bouwheer wenst tevens de voorgevel te isoleren en te bepleisteren. Het na-isoleren van de gevels is vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar op voorwaarde dat de werken met dikte van 14cm worden uitgevoerd. Op die manier wordt er maximale energiebesparing gerealiseerd binnen de bepalingen van het rooilijnendecreet.
De arrière corps is een veel voorkomend detail bij aaneengesloten bebouwing. Ter hoogte van de perceelsgrens springt het gevelvlak terug, en dit over de volledige gevelhoogte. Dit levert een verticale ritmering op die percelering in het straatbeeld nuanceert. Het is wenselijk om dit detail eigen aan de stedelijke context te behouden.
Het toepassen van buitengevelisolatie leidt tot een vervlakking van het straatbeeld door een verlies aan detaillering. Om een verarming van het materiaal tegen te gaan, wordt er bij een gunstig advies opgelegd dat bestaande sierelementen (raamdorpel, plint, kroonlijst…) behouden blijven of worden vervangen door nieuwe elementen. Deze details hebben immers ook een functie. Zo beschermt de plint tegen beschadigingen. Indien er voor het uitvoeren van de werken een plint aanwezig is, moet deze behouden blijven. Dit kan door de bestaande plint naar voren te plaatsen (en er achter isolatie aan te brengen) of de bestaande plint te vervangen door een nieuwe plint. Bij pleisterwerk is het noodzakelijk om een plint te plaatsen, ook al is deze niet aanwezig in de bestaande toestand.
Wanneer er pleisterwerk is voorzien als gevelmateriaal, worden de randen van bijvoorbeeld raamopeningen voorzien van hoekprofielen. Dergelijke hoekprofielen moeten onzichtbaar worden uitgevoerd.
Wanneer er zich in de bestaande toestand openbare verlichtingsarmaturen (of andere elementen van nutsvoorzieningen) bevinden aan de gevel moeten deze na het uitvoeren van de werken opnieuw gemonteerd worden aan de gevel op een duurzame manier (eventueel met een achterliggende constructie). Deze elementen moeten ten allen tijde kunnen hersteld worden of weggenomen worden. Indien nodig wordt hiervoor contact opgenomen met de dienst openbaar domein.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De aanvraag is voor advies voorgelegd aan stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen. De dienst adviseert met volgende beoordeling: “We leggen voorwaarden op ter bescherming van de boom op het voetpad, voor de woning. Deze boom dient voldoende beschermd te worden tijdens de werken. Om te vermijden dat de bomen op lange termijn afsterven, is het belangrijk de bomen en vooral hun wortelzone tijdens de werken goed te beschermen. Verdichting van de bodem, door stockage van materialen of door de zware druk van (zware) voertuigen, beschadigt de wortels en leidt op lange termijn tot aftakeling en zelfs het afsterven van de boom. Indien het werfverkeer toch over de boomwortels moet rijden, is het zeer belangrijk voldoende rijplaten te leggen die de druk verdelen.”
In de voorwaarden wordt geformuleerd om te voldoen aan artikel 18 van de bouwcode, zodat er voldoende groenbescherming wordt aangeboden bij de uitvoering van de werken.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de aanvraag betrekking heeft op de verbouwing van een eengezinswoning waarbij de functie en het aantal woongelegenheden ten opzichte van het bestaande ongewijzigd blijven.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Uitsluitingen
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
29 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
28 mei 2018 |
|
Start openbaar onderzoek |
geen |
|
Einde openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
27 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
5 juli 2018 |
|
naam GOA |
Wim Van Roosendael |
Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en formuleert een eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.