Terug

2018_CBS_06426 - Omgevingsvergunning - OMV_2018051692. Gallaitlaan 113. District Wilrijk - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/07/2018 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Caroline Bastiaens, schepen; Claude Marinower, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_06426 - Omgevingsvergunning - OMV_2018051692. Gallaitlaan 113. District Wilrijk - Goedkeuring 2018_CBS_06426 - Omgevingsvergunning - OMV_2018051692. Gallaitlaan 113. District Wilrijk - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.

 

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten

 

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

0

0

0

0

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer :

OMV_2018051692

Gegevens van de aanvrager:

Tatyana  en Wim Terentyeva - Van Rossom met als adres Burchtlaan 6 te 3210 Lubbeek

Ligging van het project:

Gallaitlaan 113 te 2610 Wilrijk (Antwerpen)

Kadastrale gegevens:

afdeling 44 sectie D nr. 370K9

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

verbouwen van een eengezinswoning

 

Omschrijving aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

  • 09/06/1987: vergunning (238#2734) voor een verbouwing.

 

Laatst vergunde toestand

  • eengezinswoning van 3 bouwlagen onder een plat dak in gesloten bebouwing, met op het gelijkvloers een winkelruimte, een keuken en doorrij naar achter gelegen stal.

 

Bestaande toestand

  • eengezinswoning van 3 bouwlagen onder een plat dak in gesloten bebouwing, met op het gelijkvloers een kantoor, werkplaats/berging en een garage.

 

Inhoud van de aanvraag

  • het verbouwen van een bestaande eengezinswoning;
  • wijzigen van de voorgevel;
  • isoleren van de voorgevel en afwerken met sierpleister;
  • het buitenschrijnwerk  wordt vervangen door antraciet kleurig aluminium schrijnwerk;
  • er wordt intern een nieuwe verticale circulatie voorzien;
  • het rooien van een hoogstammige lork.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Het college wenst bijkomende voorwaarden op te leggen bij de beoordeling van dit dossier. De omgeving waar de voorliggende aanvraag gelegen is, wordt gekenmerkt door eengezinswoningen waarvan de voortuinzone bijna volledig verhard werden uitgevoerd.

Geheel verharde voortuinen dragen niet bij tot een aangename woonbuurt en zorgen voor onvoldoende waterinfiltratie bij piekneerslag.

Adviezen

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ mobiliteit

31 mei 2018

5 juni 2018

ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie

31 mei 2018

12 juni 2018

stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen

31 mei 2018

1 juni 2018


Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

           De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)

De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

 

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
    De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
    De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)
    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

 

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
  • Artikel 6: Het talrijkst voor het straatbeeld zijn gebouwen met een baksteenafwerking. Een bepleistering als afwerking is bijgevolg niet kenmerkend.
  • Artikel 14: Het is onduidelijk of de insprong in de voorgevel met een diepte groter dan 2 meter achter de bouwlijn, verlicht wordt;
  • Artikel 27: Niet enkel de strikt noodzakelijke verhardingen worden aangelegd. De voortuin wordt volledig verhard;
  • Artikel 34: De opstand van 30 cm wordt niet overal bekomen.

 

  • Raamprostitutie: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Raamprostitutie’ (verder genoemd verordening raamprostitutie), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 21 september 2009 en goedgekeurd bij besluit van 17 december 2009.
    De verordening raamprostitutie is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

 

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

Eengezinswoningen zijn kenmerkend in de omgeving. Echter is het niet kenmerkend voor een eengezinswoning dat er drie ingangen (één aan de werkplek, één aan de hal en nog een bijkomende naar het sas) zijn aan de voorgevel voor één woning.

De inkom via de hal is de meest logische en noodzakelijke omdat deze de woning bediend. De werkplek kan worden betreedt langs de hal, alsook de volledige woning.

Een afzonderlijke inkom naar de werkplek is niet noodzakelijk. Daarenboven legt deze een hypotheek op het wenselijke groene karakter van de voortuin.

De aanvraag wijkt dan ook af van artikel 27 van de bouwcode. De volledige voortuin wordt namelijk volledig verhard en niet enkel de strikt noodzakelijke verhardingen zijn voorzien.

Een toegangspad naar de inkom van de woning en een stallingplaats voor de auto zijn toegelaten op voorwaarde dat deze tot een minimum beperkt worden en maximaal gebundeld worden.

Deze kunnen worden gecombineerd aangeboden aan de rechterzijde van het perceel. Het overige gedeelte kan dan groen worden aangelegd en hypothekeert de stallingplaats de zichtbaarheid van de werkplek vanop het openbaar domein niet. Op deze manier is er een regelmatig contact tussen de gebruiker(s) van het gebouw en de straat mogelijk.

 

Het bepleisteren van de voorgevel in niet kenmerkend met het straatbeeld waar rode baksteen kenmerkend is. De afwerking van de voorgevel bepaald in belangrijke mate de beeldkwaliteit van het gebouw en de samenhang van het gebouw met zijn omgeving.

Het links naastgelegen pand heeft echter een bepleisterde gevel.

Gelet op het feit dat het betrokken pand vlak naast een pand met een afwerking in bepleistering is gelegen komt de aanvraag in aanmerking voor een afwijking op artikel 6.

 

Functionele inpasbaarheid

De woonfunctie is in overeenstemming met de kenmerkende woonfuncties in de Galliatlaan.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De aanvraag betreft onder andere een gelijkvloerse functiewijziging met interne verbouwingen. Het bestaande volume blijft behouden en past in de bestaande straatwand en het gabarit van de woningen uit zijn omgeving.

De schaal van de aanvraag is overeenstemmend met deze van de omgeving.

 

Visueel-vormelijke elementen

De bouwheer wenst tevens de voorgevel te isoleren en te bepleisteren. Het na-isoleren van de gevels is vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar op voorwaarde dat de werken met dikte van 14cm worden uitgevoerd. Op die manier wordt er maximale energiebesparing gerealiseerd binnen de bepalingen van het rooilijnendecreet.

 

De arrière corps is een veel voorkomend detail bij aaneengesloten bebouwing. Ter hoogte van de perceelsgrens springt het gevelvlak terug, en dit over de volledige gevelhoogte. Dit levert een verticale ritmering op die percelering in het straatbeeld nuanceert. Het is wenselijk om dit detail eigen aan de stedelijke context te behouden.

 

Het toepassen van buitengevelisolatie leidt tot een vervlakking van het straatbeeld door een verlies aan detaillering. Om een verarming van het materiaal tegen te gaan, wordt er bij een gunstig advies opgelegd dat bestaande sierelementen (raamdorpel, plint, kroonlijst…) behouden blijven of worden vervangen door nieuwe elementen. Deze details hebben immers ook een functie. Zo beschermt de plint tegen beschadigingen. Indien er voor het uitvoeren van de werken een plint aanwezig is, moet deze behouden blijven. Dit kan door de bestaande plint naar voren te plaatsen (en er achter isolatie aan te brengen) of de bestaande plint te vervangen door een nieuwe plint. Bij pleisterwerk is het noodzakelijk om een plint te plaatsen, ook al is deze niet aanwezig in de bestaande toestand.

 

Wanneer er pleisterwerk is voorzien als gevelmateriaal, worden de randen van bijvoorbeeld raamopeningen voorzien van hoekprofielen. Dergelijke hoekprofielen moeten onzichtbaar worden uitgevoerd.

 

Wanneer er zich in de bestaande toestand openbare verlichtingsarmaturen (of andere elementen van nutsvoorzieningen) bevinden aan de gevel moeten deze na het uitvoeren van de werken opnieuw gemonteerd worden aan de gevel op een duurzame manier (eventueel met een achterliggende constructie). Deze elementen moeten ten allen tijde kunnen hersteld worden of weggenomen worden. Indien nodig wordt hiervoor contact opgenomen met de dienst openbaar domein.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De aanvraag is voor advies voorgelegd aan stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen. De dienst adviseert met volgende beoordeling: “We leggen voorwaarden op ter bescherming van de boom op het voetpad, voor de woning. Deze boom dient voldoende beschermd te worden tijdens de werken. Om te vermijden dat de bomen op lange termijn afsterven, is het belangrijk de bomen en vooral hun wortelzone tijdens de werken goed te beschermen. Verdichting van de bodem, door stockage van materialen of door de zware druk van (zware) voertuigen, beschadigt de wortels en leidt op lange termijn tot aftakeling en zelfs het afsterven van de boom. Indien het werfverkeer toch over de boomwortels moet rijden, is het zeer belangrijk voldoende rijplaten te leggen die de druk verdelen.”

In de voorwaarden wordt geformuleerd om te voldoen aan artikel 18 van de bouwcode, zodat er voldoende groenbescherming wordt aangeboden bij de uitvoering van de werken.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de aanvraag betrekking heeft op de verbouwing van een eengezinswoning waarbij de functie en het aantal woongelegenheden ten opzichte van het bestaande ongewijzigd blijven.

 

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

  1. verlichting in de insprong voorzien, conform artikel 14 van de bouwcode;
  2. de verharding in de voortuin beperken tot 4 m breed aan de rechterzijde van het perceel, en het overige gedeelte groen aanleggen conform artikel 27 van de bouwcode;
  3. de dakbedekking van het dak voorzien in brandwerend materiaal;
  4. de isolatie samen met het afwerkingsmateriaal uit te voeren met een totale dikte van 14 centimeter;
  5. de arrière-corps te behouden en vrij te laten van materiaal en isolatie;
  6. de bestaande elementen in natuursteen te behouden of te vervangen door nieuwe elementen in natuursteen die evenveel uitsteken na het uitvoeren van de werken dan in de oorspronkelijke situatie;
  7. de uitstekende kroonlijst te behouden door deze te verplaatsen of te vervangen door een nieuw element met dezelfde hoogte en uitsteek ten opzichte van het gevelvlak zoals in de bestaande toestand;
  8. de elementen voor nutsvoorzieningen die zich aan de gevel bevinden in de bestaande toestand, integraal te verplaatsen;
  9. de hoekprofielen die inherent zijn aan het gevelpleisterwerk, onzichtbaar uit te voeren;
  10. tijdens de uitvoering van de werken voldoen aan artikel 18 van de bouwcode;
  11. na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;

Uitsluitingen

  1. de inkom van de werkplek in de voorgevel

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

29 april 2018

Volledig- en ontvankelijk

28 mei 2018

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

27 juli 2018

Verslag GOA

5 juli 2018

naam GOA

Wim Van Roosendael

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en formuleert een eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;
  • verlichting in de insprong voorzien, conform artikel 14 van de bouwcode;
  • de verharding in de voortuin beperken tot 3,5m breed vanaf de linkerzijde van het perceel, en het overige gedeelte groen aanleggen conform artikel 27 van de bouwcode;
  • het wandelpad naar de voordeur te beperken tot een maximale breedte die gelijk is aan de huidige afstand tussen gevel en het bestaande plantvak in de voortuin;
  • in de voortuinzone op de linker- en rechterperceelsgrens een scheidingshaag aan te planten;
  • de dakbedekking van het dak voorzien in brandwerend materiaal;
  • de isolatie samen met het afwerkingsmateriaal uit te voeren met een totale dikte van 14 centimeter;
  • de arrière-corps te behouden en vrij te laten van materiaal en isolatie;
  • de bestaande elementen in natuursteen te behouden of te vervangen door nieuwe elementen in natuursteen die evenveel uitsteken na het uitvoeren van de werken dan in de oorspronkelijke situatie;
  • de uitstekende kroonlijst te behouden door deze te verplaatsen of te vervangen door een nieuw element met dezelfde hoogte en uitsteek ten opzichte van het gevelvlak zoals in de bestaande toestand;
  • de elementen voor nutsvoorzieningen die zich aan de gevel bevinden in de bestaande toestand, integraal te verplaatsen;
  • de hoekprofielen die inherent zijn aan het gevelpleisterwerk, onzichtbaar uit te voeren;
  • tijdens de uitvoering van de werken voldoen aan artikel 18 van de bouwcode;
  • na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.