Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018051451 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
mevrouw Brigitte Kerremans met als adres Moerelei 141 te 2610 Wilrijk ( Antwerpen ) |
|
Ligging van het project: |
Moerelei 141 te 2610 Wilrijk (Antwerpen) |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 44 sectie D nrs. 174C2 en 174B2 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
bouwen van een productiehal |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Huisnummer 141:
Huisnummer 139:
Laatst vergunde toestand
Huisnummer 141:
Huisnummer 139:
Bestaande toestand
Huisnummer 141:
Huisnummer 139:
Inhoud van de aanvraag
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
De industriezone waarin de voorliggende aanvraag gelegen is, wordt gekenmerkt door zeer veel verhardingen en bebouwing waardoor bij piekneerslag stroomafwaarts er overstromingen voorkomen in het industrieterrein. Een extra inspanning naar waterbuffering op eigen terrein en waterinfiltratie is hierdoor aangewezen mits de ruimte beschikbaar is. Een open water oplossing zoals een vijver of wadi kent de voorkeur ten opzichte van bouwtechnische oplossingen. Het college legt bij de beoordeling van dit dossier bijkomende voorwaarden op, gezien op het betrokken perceel voldoende ruimte is om de extra opgelegde maatregelen te realiseren.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Fluvius |
31 mei 2018 |
14 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
31 mei 2018 |
12 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
lokale politie/ verkeerspolitie (LP/VK/SE) |
31 mei 2018 |
13 juni 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - Rio-link (Aquafin nv) |
31 mei 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ ontwerp en uitvoering/ ontwerpers |
15 juni 2018 |
15 juni 2018 |
|
stadsontwikkeling/ vergunningen/ dienst milieuvergunningen |
31 mei 2018 |
6 juni 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
31 mei 2018 |
4 juni 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
31 mei 2018 |
31 mei 2018 |
|
stadsontwikkeling/ ruimte |
31 mei 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een industriegebied. Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop. (Artikel 7 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgende punten:
De verordening raamprostitutie is niet van toepassing op de aanvraag.
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De Moerelei vormt, aan de oneven straatzijde, de begrenzing van een industrieterrein. De beoogde productiehal is functioneel inpasbaar in de omgeving. De stedelijke dienst ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie geeft gunstig advies.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De omgeving kenmerkt zich door grote bedrijfsgebouwen en industriehallen met bovengrondse verharding in de onbebouwde zones, met name parkeerzones en opritten in functie van de organisatie op het industrieterrein. De hal is omvangrijk maar volledig inpasbaar binnen haar omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
De gevels van de nieuwe hal worden afgewerkt met grijze sandwichpanelen op een betonnen plint. Het materiaalgebruik is sober en integreert zich naadloos binnen de industriële context.
Op de kopgevel aan de straat wordt zaak-gebonden publiciteit voorzien. De omvang van de publiciteit staat echter niet in verhouding tot de maat van het gebouw en wordt bijgevolg beperkt in oppervlakte. Publiciteit mag namelijk geen afbreuk doen aan de globale beeldkwaliteit van een straat en moet dus om evidente reden beperkt en discreet blijven in omvang en uitstraling.
Zulke maat van publiciteit is misschien eventueel aanvaardbaar voor niet-zaakgebonden publiciteit op steigerdoeken of op grotere wachtgevels indien de oppervlakte beperkt is tot 36 vierkante meter conform artikel 32 van de bouwcode. Dit is echter hier niet het geval.
De tekst is circa 15m lang op circa 3,75m hoogte én betreft géén tijdelijke inrichting.
Aan de overzijde van de Moerelei bevindt zich een woongebied. Om de ruimtelijke kwaliteit en de uitstraling van het gebied te verbeteren en om de aanvraag in overeenstemming te brengen met de artikel 19 van de bouwcode wordt als voorwaarde gesteld de voortuin af te sluiten met een levende haag op de grens tussen het openbaar domein en de voortuin.
Het spreekt voor zich dat een haag in de voortuin voor de poort van gebouw C, ter hoogte van de rechter perceelsgrens, wordt uitgesloten van vergunning.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De inrichting voldoet aan de actuele gebruiks – en veiligheidseisen.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 28 parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging.
De parkeernorm in de bouwcode voor kantoren is 1,55 parkeerplaats per 100m² BVO. Voor een productiehal zegt de bouwcode niets, het kencijfer uit de CROW is 1,75 parkeerplaats per 100m² BVO voor deze functie op deze locatie.
Kantoren. De bestaande oppervlakte van kantoor was (op nr 141) 196,76m². De nieuwe oppervlakte is 1240m². Er is bijgevolg een uitbreiding van kantoren van 1240 – 196,76 = 1043,24m². 1043,24m² / 100m² x 1,55 = 16,17 à 16 parkeerplaatsen
Productiehal. De bestaande oppervlakte productiehal is 792,33m². De nieuwe oppervlakte is 1500m². Er is bijgevolg een uitbreiding van 1500 – 792,33 = 707,67m² 707,67m² / 100m² x 1,75 = 12,38 à 12 parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte van de uitbreiding is 16 + 12 = 28 parkeerplaatsen
Er waren al 55 parkeerplaatsen. In het nieuwe plan zouden er volgens de bouwcode dus bestaand + uibreiding = 55 + 28 = 83 parkeerplaatsen nodig zijn.
Het bedrijf geeft in een begeleidende mobiliteitsnota aan dat er in het bedrijf gemiddeld 55 mensen werken op de site in Wilrijk. Wanneer we de modal split voor Antwerpen toepassen op de werknemers van dit bedrijfs, zijnde 50/50% is er een parkeerbehoefte van 55 x 50% = 27,5 à 28 parkeerplaatsen.
De werkelijke parkeerbehoefte is 28 parkeerplaatsen.
|
|
De plannen voorzien in 68 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
Er worden op het perceel nr 139 20 parkeerplaatsen voorzien en op nr 141 48 plaatsen. In totaal dus 20 + 48 = 68 nuttige plaatsen.
|
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
Dit aantal is toereikend.
|
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0 – 0 = 0.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 28 - 68 =0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. |
Gezien de impact van voorliggend dossier op de mobiliteit in de omgeving werd het advies van de stedelijke dienst mobiliteit ingewonnen. Dit advies laat zich als volgt samenvatten:
“Ontsluiting/bereikbaarheid:
Momenteel wordt voorgesteld om 1 in/uitrit te gebruiken voor het in en uitrijden van personenwagens en het uitrijden van vrachtwagens en de andere in/uitrit te gebruiken voor het inrijden van vrachtwagens. Het is niet duidelijk waarom de vrachtwagens nog altijd langs een aparte inrit moeten toekomen. In praktijk gaan auto´s vermoedelijk ook daar binnen en buiten rijden (aangezien er parkeerplaatsen zijn ingetekend aan die zijde). Voor de veiligheid willen we toch opleggen om maar 1 in/uitrit te hebben.
Fietsvoorzieningen:
Voor de uitbreiding zijn er (707,67m²/100m² x 0,60) + (1043,24m²/100m² x 1,25) = 4,2 + 13 = 17,2 à 17 fietsenstallingen. In het gebouw nr 139 worden er 7 voorzien. Op nr 141 waren er 32, daar worden er geen bij voorzien. In totaal zijn er 39 stallingen.
Op basis van het aantal aanwezige personeelsleden zijn er voor ruim 80% personeelsleden fietsenstallingen. Het is niet nodig er meer te voorzien.
Het laden en lossen geschiedt op eigen terrein.
De dienst mobiliteit adviseert om 1 gebundelde in/uitrit te voorzien voor personen- en vrachtwagens.”
De bekommernis aangaande de in – en uitritten wordt bijgetreden in het advies van de Lokale Politie/Verkeerspolitie en bijgevolg opgenomen in voorwaarde bij de vergunning.
In de vergunning voor het kantoorgebouw werd immers ook gesteld dat slechts één dagdagelijkse gebruikte, gebundelde in- en uitrit voor het gehele bedrijf mocht worden voorzien én dat aan deze in- en uitrit een bord diende geplaatst te worden dat een dubbelrichtingsfietspad aanduidt.
Ook de overige voorwaarden uit vergunning 20172671, met betrekking tot de inrichting van het terrein welke niet zijn vervuld, zullen worden herhaald:
- enkele fietsbeugels voor het gebouw te voorzien voor bezoekers;
- een toegangspad te voorzien naar de toegang van het kantoorgebouw conform artikel 27 van de bouwcode.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
27 april 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
26 mei 2018 |
|
Start openbaar onderzoek |
geen |
|
Einde openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
25 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
9 juli 2018 |
|
naam GOA |
Wim Van Roosendael |
Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en formuleert een eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.