Terug

2018_CBS_06654 - Omgevingsvergunning OMV_2018052076 - Abdijstraat 249. District Antwerpen - Weigering

college van burgemeester en schepenen
vr 20/07/2018 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Caroline Bastiaens, schepen; Claude Marinower, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_06654 - Omgevingsvergunning OMV_2018052076 - Abdijstraat 249. District Antwerpen - Weigering 2018_CBS_06654 - Omgevingsvergunning OMV_2018052076 - Abdijstraat 249. District Antwerpen - Weigering

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse Regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

brandweer/ risicobeheer/ preventie

4 juni 2018

15 juni 2018

Voorwaardelijk gunstig

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ mobiliteit

4 juni 2018

8 juni 2018

DL adresbeheer (huisnummers)

4 juni 2018

4 juni 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen 

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. 

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’. 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) 

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling. 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan. 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)

De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag. 

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen.

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag. 

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen.

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag. 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’).

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag. 

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • Artikel 6: de diepte van de extra bouwlaag die wordt toegevoegd is niet in overeenstemming met het referentiebeeld.
  • Artikel 11: het is niet toegelaten de voorgevel, met decoratieve detaillering en polychroom metselwerk, te bepleisteren;
  • artikel 29: fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen: de fietsenstalling die wordt voorzien is te klein, deze heeft geen minimale afmeting van 6,5m² (binnenmaten muur). De gang naar fietsenberging is niet breed genoeg. Deze is maar 0,75m breed.
  • artikel 38: groendaken: het is niet duidelijk of het dak als groendak wordt aangelegd;
  • artikel 43: septische putten: er wordt geen inhoud gegeven van de septische put, deze moet een minimale inhoud hebben conform dit artikel. 

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn. 

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening 

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

Het ontwerp wijkt af van de bouwcode op volgende artikels:

  • Artikel 6. In dit deel van de Abdijstraat zijn er een aantal panden met een vierde bouwlaag terug te vinden. Ook het pand met nr. 253-255 telt vier bouwlagen. Het toevoegen van een extra bouwlaag kan bijgevolg gunstig worden beoordeeld. De bouwdiepte dient echter beperkt te blijven tot de diepte van de bestaande hoofdbouw, ca. 9 meter. Een grotere bouwdiepte is niet kenmerkend in de omgeving en heeft een te grote impact op het binnengebied, de leefkwaliteit van de onderliggende verdiepingen en het naastgelegen perceel. Een afwijking kan niet worden toegestaan.
  • Artikel 11. Het bepleisteren van de voorgevel is in strijd met de bouwcode. Het polychroom metselwerk dient zichtbaar te blijven. Van dit voorschrift kan niet worden afgeweken. Het bepleisteren van de voorgevel uitsluiten van vergunning is niet mogelijk, gezien de bijkomende bouwlaag die wordt gecreëerd. Een afwerking met kroonlijst (en bv. een mansarde) is hier aangewezen. Zo blijft de extra bouwlaag ook een duidelijke toevoeging, die geldt als beëindiging van het bouwvolume. Het is aangewezen dat hiervoor een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend.
  • Artikel 29. Voor de uitbreiding van het pand met een extra appartement wordt de fietsenstalling vergroot. Deze uitbreiding is onvoldoende om een vlot gebruik te kunnen blijven garanderen. De fietsenstalling is te klein en de gang is onvoldoende breed. In het kader van voorliggende aanvraag werd ook advies uitgebracht door de dienst mobiliteit:

“Er moeten voor de bijkomende wooneenheid 2 fietsstalplaatsen voorzien worden:

-       1 appartement met 1 slaapkamer = 1 x 2 (1 slaapkamer + 1 extra) = 2

Er worden in de gang 2 extra fietsstalplaatsen voorzien. De gang is naast de trap echter te smal (+/- 75cm) om met de fiets te kunnen passeren.

De gang naar de fietsenberging is te smal, dit moet minstens 1 meter zijn.”

De fietsenberging, en de toegang, moeten worden aangepast. Gezien deze fietsenberging ook zal gebruikt worden voor het stallen van twee bijkomende fietsen, wordt dit des te meer relevant.

  • Artikel 38. Het is niet duidelijk op te maken of het nieuw platte dak zal aangelegd worden als groendak. Het dak moet worden uitgevoerd als groendak, conform artikel 38 van de Bouwcode. Vanuit duurzaamheid heeft een groendak een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van een gewoon dak. Ze zorgen voor een kleinere hoeveelheid afgevoerd regenwater en beperken gelijktijdig het piekdebiet bij stortbuien. Ook verminderen ze het “urban heat island” effect en werken ze als (extra) dakisolatie tegen oververhitting. Ze capteren fijn stof, en zorgen voor meer biodiversiteit in de stad. Omwille van dit positief effect is het verplicht om alle nieuwe platte daken ten minste als extensief groendak aan te leggen. Bij het verlenen van een vergunning wordt dit als voorwaarde opgelegd.
  • Artikel 43. Er dient een septische put te worden voorzien conform art. 43 van de bouwcode. Bij het verlenen van een vergunning wordt dit als voorwaarde opgelegd. 

Functionele inpasbaarheid

Het realiseren van een bijkomende wooneenheid is in deze context ruimtelijk en functioneel aanvaardbaar. 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein). 

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen. 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats.

Advies Mobiliteit:

“De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van het aantal wooneenheden van 2 naar 3. De handelsfunctie op het gelijkvloers blijft behouden.

Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1

De werkelijke parkeerbehoefte is 1.”

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten.

Bovendien is het pand gelegen in de Abdijstraat, onderdeel van het kernwinkelgebied en is een handelsfunctie op het gelijkvloers hier aangewezen.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 parkeerplaats.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats.

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Het voorgestelde is voor wat betreft volume niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening en bijgevolg niet vatbaar voor vergunning. Zie beoordeling afwijking van de voorschriften. 

Visueel-vormelijke elementen

De architectuur en de voorgestelde materialen van de uitbreiding zijn, met uitzondering van de uitwerking van de voorgevel, zie beoordeling afwijking van de voorschriften, verenigbaar met het uitzicht en vormgeving van het bestaande volume en de stedelijke context.  

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Het appartement dat wordt gerealiseerd in de extra vierde bouwlaag, voldoet aan de hedendaagse normen voor wooncomfort en de eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en veiligheid. 

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen 

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van de te grote bouwdiepte van de extra bouwlaag en het bepleisteren van de voorgevel, wat niet conform art. 11.3 van de bouwcode is. 

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

4 mei 2018

Volledig- en ontvankelijk

3 juni 2018

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

1 augustus 2018

Verslag GOA

6 juli 2018

naam GOA

Martijn Coppoolse

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. 

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten 

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

0

0

0

0

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. 

Projectnummer :

OMV_2018052076

Gegevens van de aanvrager:

de heer Said Boudhan met als adres Bergstraat 48 te 3920 Lommel

Ligging van het project:

Abdijstraat 249 te 2020 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 9 sectie I nr. 2413W10

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

uitbreiden van een meergezinswoning met 2 appartementen en een handelsgelijkvloers tot een meergezinswoning met 3 appartementen en een handelsgelijkvloers

Omschrijving aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen 

Relevante voorgeschiedenis

  • 12/12/1988: vergunning ( 86#880681) voor het verbouwen van een woonhuis tot winkel en woning;
  • 05/02/1990: vergunning (86#890539) voor het verbouwen van een winkel;
  • 17/03/2017: vergunning (AN6/B/20162662) voor het verbouwen tot een meergezinswoning met handelsruimte. 

Laatst vergunde toestand

  • meergezinswoning met handelsgelijkvloers in gesloten bebouwing met 1 ondergrondse en 3 bovengrondse bouwlagen onder een plat dak;
  • de fietsenstalling bevindt zich achteraan de trappenhal;
  • totale bouwdiepte bedraagt 22,62m (gelijkvloers nagenoeg volledig dichtgebouwd);
  • bouwdiepte op de verdiepingen is op 15m voorzien;
  • totale bouwhoogte bedraagt 11,20m;
  • op 1ste en 2de verdieping is er een 1-slaapkamerappartement voorzien;
  • de buitenruimtes van de appartementen worden inpandig aan de achterzijde van het gebouw gerealiseerd;
  • de achtergevel heeft een grijze bepleistering met op het gelijkvloers een aluminium grijs buitenschrijnwerk;
  • het buitenschrijnwerk op de verdiepingen en achteraan het gelijkvloers is voorzien in PVC;
  • de balustrades bestaan uit grijs aluminium. 

Bestaande toestand

  • gebouw onder constructie. 

Inhoud van de aanvraag

  • optrekken van een bestaand gebouw met een extra bouwlaag;
  • de totale bouwhoogte wordt op 14,10m voorzien;
  • de bouwdiepte van 15m op de verdiepingen wordt overgenomen voor de bijkomende verdieping;
  • het bijkomend appartement wordt ingericht zoals onderliggende appartementen;
  • de fietsenberging wordt groter voorzien voor de 2 extra fietsen;
  • de gevels worden afgewerkt met een grijze bepleistering;
  • aan het gelijkvloers, de 1ste en 2de verdieping worden geen verdere wijzigingen gepland en dienen conform vergunning onder voorwaarden AN6/B/20162662 te worden uitgevoerd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.