Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
brandweer/ risicobeheer/ preventie |
22 maart 2018 |
10 april 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
22 maart 2018 |
30 maart 2018 |
|
stadsontwikkeling/ geacht vergund |
22 maart 2018 |
23 maart 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
22 maart 2018 |
22 maart 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 2060, goedgekeurd op 20 december 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed.
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag omvat het wijzigen van de functie op het gelijkvloers (van café/ wassalon naar wooneenheid) en het intern verbouwen van de bovenliggende verdiepingen. Omwille van onduidelijkheden werd advies gevraagd aan de dienst “geacht vergund”. De dienst geeft een positief advies voor drie woonentiteiten en het volume. Het wijzigen van de functie café/ wassalon naar een woonfunctie is functioneel aanvaardbaar in een omgeving met voornamelijk woonfuncties.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van het aantal wooneenheden. Het handelsgelijkvloers wordt verbouwd tot een bijkomend appartement met 1 slaapkamer. De 3 bovenliggende appartementen worden enkel intern verbouwd. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1. De werkelijke parkeerbehoefte is 1 (1 x 1 = 1) |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. ‘Dit perceel betreft een klein hoekperceel. De grootte en/of vorm van het perceel laten het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet toe.’ |
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats. |
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Tegenover de laatst vergunde toestand (20/02/1924 (1924#17519)) werd de open koer op het gelijkvloers dichtbebouwd. Door de functiewijziging en het vermeerderen van het aantal woongelegenheden is de aanvraag strijdig met artikel 27 van de bouwcode. Bij functiewijziging, van café/ wassalon naar woongelegenheid, dient minimaal 20% van de oppervlakte van het perceel onbebouwd te zijn. Voor hoekpercelen behoort een afwijking tot de mogelijkheden indien het voorgestelde een innovatieve en verbeterende oplossing is en dat dezelfde mate van leefbaarheid en duurzaamheid gegarandeerd kan worden. De afwijking dient eveneens in overeenstemming te zijn met de goede plaatselijke ruimtelijke ordening. Het dichtbouwen van de open koer treft geen verbetering en komt de leefbaarheid en duurzaamheid niet ten goede. Een afwijking voor de voorliggende aanvraag kan niet worden toegestaan.
Visueel-vormelijke elementen
Tegenover de bestaande toestand wijzigt het mansardedak van een dakbedekking in houten planken naar imitatieleien in antraciet kleur. Het nieuwe materiaal van het dak is duurzamer en kwalitatiever dan het bestaande materiaal. De gevel wordt opnieuw bepleisterd in een witte kleur. Een lichte kleurstelling wordt positief geadviseerd omwille van de stedelijke opwarming, de beeldkwaliteit en de historische waarde. Het buitenschrijnwerk wijzigt van hout in een witte kleur naar buitenschrijnwerk in een zwarte kleur. De visuele en vormelijke wijzigingen zijn aanvaardbaar en niet storend in de omgeving.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Bij een vermeerdering van het aantal woongelegenheden of een functiewijziging naar wonen dient elke zelfstandige woning over een buitenruimte te beschikken. De nieuwe woongelegenheid op het gelijkvloers werd niet voorzien van een buitenruimte van minimaal 4m². Bovendien werd een buitenruimte in de laatst vergunde toestand dichtbebouwd. De verplichting om een buitenruimte te voorzien aan een nieuwe woongelegenheid is erop gericht om het wonen in de stad aantrekkelijker te maken. De buitenruimte dient daarbij kwalitatief en bruikbaar te zijn. Het voorzien van een kwalitatieve en bruikbare buitenruimte die genoeg licht ontvangt kan niet gerealiseerd worden op het gelijkvloers wegens de bouwdiepte van de bovenliggende bouwlagen. Het ontbreken van een buitenruimte maakt het kwalitatief wonen op het gelijkvloers onmogelijk. Er wordt geadviseerd om de aanvraag te weigeren.
Een privaat gescheiden rioolstelsel werd niet op de getekend op de ingediende bouwplannen, waardoor een beoordeling niet mogelijk is. Indien een voorwaardelijk gunstige vergunning wordt uitgebracht dan dient er op de bouwplannen een volwaardig privaat gescheiden rioolstelsel te worden ingetekend, conform artikel 40. Daarnaast is er geen weergave van hoe het regenwater wordt opgevangen en afgeleid zal worden. Het opvangen en afleiden van regenwater dient conform te zijn aan artikel 41 van de bouwcode. Het gebouw is niet voorzien van een septische put. In het geval van een voorwaardelijk gunstige vergunning dient een septische put te worden geplaatst met een minimale inhoud van 2.000 liter, conform artikel 43.
Het herindelen en renoveren van de bestaande appartementen op de 1ste en 2de verdieping vergroot de leefruimte en de badkamer, wat de woonkwaliteit en het gebruiksgenot ten goede komt in de bestaande appartementen. Ook het plaatsen van bergingen voor de wooneenheden wordt gunstig beoordeeld.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van het ontbreken van een buitenruimte voor de nieuwe woongelegenheid op het gelijkvloers (strijdig met artikel 27 en 28 van de bouwcode).
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
16 februari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
22 maart 2018 |
|
Start 1e openbaar onderzoek |
28 maart 2018 |
|
Einde 1e openbaar onderzoek |
26 april 2018 |
|
Start 2e openbaar onderzoek |
8 juni 2018 |
|
Einde 2e openbaar onderzoek |
7 juli 2018 |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
29 augustus 2018 |
|
Verslag GOA |
12 juli 2018 |
|
naam GOA |
Christel Bogaerts |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Startdatum |
Einddatum |
Schriftelijke bezwaar-schriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaar-schriften |
Petitie-lijsten |
Digitale bezwaar-schriften |
|
28 maart 2018 |
26 april 2018 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
8 juni 2018 |
7 juli 2018 |
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018017025 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
WINVEST Holding met als adres Plantinkaai 5 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Tulpstraat 23 te 2060 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 5 sectie E nr. 212G8 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
verbouwen van een meergezinswoning |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich integraal aan bij et verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.