Terug

2018_CBS_06682 - Omgevingsvergunning - OMV_2018056398.De Merodelei 6. District Berchem - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/07/2018 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Caroline Bastiaens, schepen; Claude Marinower, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_06682 - Omgevingsvergunning - OMV_2018056398.De Merodelei 6. District Berchem - Goedkeuring 2018_CBS_06682 - Omgevingsvergunning - OMV_2018056398.De Merodelei 6. District Berchem - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Adviezen

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg

8 juni 2018

21 juni 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen 

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. 

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’. 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) In gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud. (Artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) 

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling. 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan. 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)

De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag. 

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend punt:

  • Artikel 34 Stabiliteit en scheidingsmuren: zowel het plat dak van het hoofdvolume als dat van de achterbouw bezit geen minimale opstand van 30cm ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn. 

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. 

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode. 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening 

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

Het ontwerp wijkt af van de bouwcode op volgende artikels:

  • art. 34. De opstand van de scheidingsmuren is, zowel bij het plat dak van het hoofdvolume als bij de achterbouw, niet groter dan 30 cm ten opzichte van het hoogste dakvlak. Deze opstand is noodzakelijk voor het voorkomen van brandoverslag. Als voorwaarde wordt opgelegd het dakpakket te beperken tot een dikte waarbij de opstand wel minimaal 30cm bedraagt of het groendak te realiseren conform volgende eis:
    • tussen de scheidingswand en de vegetatie wordt een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien. 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de aanvraag betrekking heeft op de verbouwing van een eengezinswoning waarbij de functie en het aantal woongelegenheden ten opzichte van het bestaande ongewijzigd blijven. 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Met voorliggende aanvraag wordt de bestaande achterbouw vervangen door een nieuwe, perceelsbrede uitbouw. De voorgestelde bouwdiepten op het gelijkvloers en de eerste verdieping zijn gangbaar in een stedelijke omgeving en verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening. Na verbouwing blijft er voldoende bruikbare tuinzone over. De uitbouw, en het terras op de eerste verdieping, hebben geen negatieve gevolgen voor de privacy en de bezonning van de naastgelegen percelen. 

Visueel-vormelijke elementen

De materialen van de uitbouw en de bepleistering van de voorgevel zijn in overeenstemming met de stedelijk context van het perceel. 

Cultuurhistorische aspecten

Gezien het pand is gelegen in een gebied met cultureel, historische en esthetische waarde volgens het gewestplan, bracht de stedelijke dienst monumentenzorg advies uit:

“ …Het bepleisteren van de voorgevel is zeer positief aangezien het kenmerkend is voor dit type van panden. Op het plan van de nieuwe toestand zijn de metselwerkbogen boven de ramen en deuren zichtbaar, vermoedelijk is dit een tekenfout. De gevel dient volledig bepleisterd te worden met uitzondering van de onderdelen in natuursteen zodat de lijstgevel opnieuw in ere hersteld wordt.

Het buitenschrijnwerk wordt voorzien in hout. Er wordt geen bijkomende informatie verstrekt over de profilering, bijkomend wordt opgemerkt dat de historisch correcte indeling (t-raam) niet wordt voorzien. Als voorwaarde zal opgelegd worden houten buitenschrijnwerk te voorzien met een T-verdeling. Een typedetail is beschikbaar bij de dienst monumentenzorg. De detaillering van het schrijnwerk dient voorgelegd te worden aan de dienst monumentenzorg voor plaatsing

Op basis van de aangeleverde informatie is het niet duidelijk of er nog waardevolle interieurelementen (plafonds, schouwen, deuren,…) aanwezig zijn in de stijlkamer aan de straatzijde op de eerste verdieping. Indien deze nog aanwezig zijn moeten deze behouden blijven en kan de voorste kamer niet geïsoleerd worden aan de binnenzijde. 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De aangevraagde wijzigingen aan de woning vergroten het wooncomfort in grote mate.

De woning voldoet aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en veiligheid. 

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen 

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden. 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden 

  1. het dakpakket, van zowel het dak van het hoofdvolume als van de uitbouw, te beperken tot een dikte waarbij de opstand minimaal 30cm bedraagt of het groendak te realiseren conform volgende eis:
    - tussen de scheidingswand en de vegetatie wordt een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien.
  2. alle onderdelen van de voorgevel dienen bepleisterd te worden in een witte kleur met uitzondering van de elementen in natuursteen;
  3. het buitenschrijnwerk in de voorgevel moet voorzien worden in hout, met een t-verdeling. Details van het schrijnwerk moeten voorgelegd worden aan de dienst monumentenzorg voor plaatsing;
  4. de voorste kamer op de eerste verdieping mag niet geïsoleerd worden aan de binnenzijde indien er nog waardevolle interieurelementen aanwezig zijn. Deze dienen behouden te blijven;
  5. na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

14 mei 2018

Volledig- en ontvankelijk

8 juni 2018

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

7 augustus 2018

Verslag GOA

10 juli 2018

naam GOA

Martijn Coppoolse

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. 

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten 

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

0

0

0

0

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. 

Projectnummer :

OMV_2018056398

Gegevens van de aanvrager:

mevrouw Mieke Smet met als adres De Merodelei 8 te 2600 Antwerpen en de heer Wim Hendrix met als adres De Merodelei 8 te 2600 Antwerpen

Ligging van het project:

De Merodelei 6 te 2600 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 23 sectie B nr. 359T2

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

verbouwen van een eengezinswoning

Omschrijving aanvraag 

Stedenbouwkundige handelingen 

Relevante voorgeschiedenis

  • 14/6/1927: vergunning (961#8989) voor veranderingswerken;
  • 4/8/1915: vergunning (956#3979) herstellen en bijbouwen van een verdieping aan het huis. 

Laatst vergunde toestand

  • eengezinswoning met 3 bouwlagen plus een dakverdieping onder schuin dak in gesloten bebouwing. 

Bestaande toestand

  • eengezinswoning met 3 bouwlagen plus een dakverdieping onder schuin dak in gesloten bebouwing. 

Inhoud van de aanvraag

  • verbouwing van een eengezinswoning;
  • het schuin dak van het hoofdvolume wordt vervangen door een mansardedak;
  • de bestaande achterbouw van 2 bouwlagen onder plat dak wordt vervangen door een gelijkvloerse, perceelsbrede achterbouw met een totale bouwdiepte van 16,61m;
  • het plat dak van de achterbouw wordt deels als terras en deels als groendak aangelegd;
  • de voorgevel wordt afgewerkt met een witte, gladde bepleistering en witgeschilderd, houten buitenschrijnwerk;
  • de dakverdieping boven de kroonlijst wordt afgewerkt met donkergrijze leien en het plat gedeelte wordt als groendak aangelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, zijn strikt na te leven;
  • het dakpakket, van zowel het dak van het hoofdvolume als van de uitbouw, te beperken tot een dikte waarbij de opstand minimaal 30cm bedraagt of het groendak te realiseren conform volgende eis:
    - tussen de scheidingswand en de vegetatie wordt een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien.
  • alle onderdelen van de voorgevel dienen bepleisterd te worden in een witte kleur met uitzondering van de elementen in natuursteen;
  • het buitenschrijnwerk in de voorgevel moet voorzien worden in hout, met een t-verdeling. Details van het schrijnwerk moeten voorgelegd worden aan de dienst monumentenzorg voor plaatsing;
  • de voorste kamer op de eerste verdieping mag niet geïsoleerd worden aan de binnenzijde indien er nog waardevolle interieurelementen aanwezig zijn. Deze dienen behouden te blijven;
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.