Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Provincie Antwerpen |
9 juni 2018 |
26 juni 2018 |
Geen advies |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag omvat het herindelen van de tuin tegenover de laatst vergunde toestand (19/09/2014). Een naastgelegen terrein kan gedeeltelijk gehuurd worden waardoor de tuin vergroot kan worden. De haag en het hekwerk worden rechtgetrokken en een niet-geklasseerde gracht wordt gedeeltelijk ingebuisd. Voorliggende aanvraag betreft geen functiewijziging. De bestaande functie van eengezinswoning blijft behouden en is daarmee in harmonie met de kenmerkende woonfuncties in de Leon Stampelaan.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de inhoud van de aanvraag geen impact heeft op de parkeerbehoefte.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De tuin vergroot door een aanliggend perceel gedeeltelijk te huren.
Om het perceel te omranden wordt er een haag in Haagbeuk aangeplant en wordt een, momenteel nog onbestaand, grindpad verlegd en aangesloten op een bestaand grindpad.
Visueel-vormelijke elementen
De gevels van de aanvraag wijzigen niet. Het straatbeeld wordt niet aangetast.
Bodemreliëf
Om de tuin vlak te houden dient er een ophoging van ongeveer 50cm te gebeuren. Om het niveauverschil op te vangen dient een keermuur voorzien te worden langsheen het nieuwe grindpad. Het ophogen en plaatsen van een keermuur veroorzaakt geen storende effecten en is door de beperkte wijziging aanvaardbaar.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De aanvraag is strijdig met de verordening waterlopen. Volgens artikel 4 kunnen inbuizingen enkel toegestaan worden indien het de enige toegang tot een kadastraal perceel betreft. De voorliggende aanvraag omvat geen toegang, maar omvat het inbuizen van de grens tussen twee percelen. In de bijgeleverde motivatie wordt aangehaald dat via het aanliggende pad er een gevaar is om in het water te vallen. Ook het onderhoud zou onmogelijk zijn omdat de gracht te diep gelegen is. Afgaande op de bijgeleverde foto’s en plannen kan geoordeeld worden dat er voldoende afstand tot het tuinpad aanwezig is (1,8m tot het water) en dat aanwezig groen gevaar beperkt. De hellingen van de gracht zijn niet steiler dan de normale gangbare hellingen van een gracht, waardoor onderhoud (o.a. maaien van de taluds) mogelijk is. Bovendien resulteert het inbuizen van grachten in een beperking inzake het voeden van het grondwaterpeil en verdwijnt het waterbufferend vermogen van de gracht op die plek. Omwille van de strijdigheid en de nadelen die verbonden zijn aan het inbuizen, wordt het inbuizen van de gracht uitgesloten uit de vergunning.
Het plaatsen van de hoogstammige boom is strijdig met het veldwetboek artikel 35. Het artikel stelt dat hoogstammige bomen op minstens 2m van de perceelgrenzen aangeplant dienen te worden. Bij een voorwaardelijk gunstige vergunning wordt opgenomen om de plantplaats te verplaatsen zodat er een minimum afstand van 2m tot de aanliggende percelen gegarandeerd wordt.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Uitsluitingen
het inbuizen van de gracht, gelegen langsheen de perceelsgrens van de aanvraag.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
21 mei 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
8 juni 2018 |
|
Start openbaar onderzoek |
geen |
|
Einde openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
7 augustus 2018 |
|
Verslag GOA |
12 juli 2018 |
|
naam GOA |
Helia Dezhpoor |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2017001778 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
Jan Cuypers met als adres Leon Stampelaan 44 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
|
Ligging van het project: |
Leon Stampelaan 44 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 32 sectie B nrs. 688C8 en 688E8 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
inbuizen van een niet-geklasseerde gracht en tuinaanleg |
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is;
Uitsluitingen:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.