Terug

2018_CBS_06686 - Omgevingsvergunning - OMV_2018050394. Provinciestraat 153. District Antwerpen - Weigering

college van burgemeester en schepenen
vr 20/07/2018 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Caroline Bastiaens, schepen; Claude Marinower, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_06686 - Omgevingsvergunning - OMV_2018050394. Provinciestraat 153. District Antwerpen - Weigering 2018_CBS_06686 - Omgevingsvergunning - OMV_2018050394. Provinciestraat 153. District Antwerpen - Weigering

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse Regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

brandweer/ risicobeheer/ preventie

4 juni 2018

15 juni 2018

Voorwaardelijk gunstig

Fluvius

4 juni 2018

18 juni 2018

Voorwaardelijk gunstig


Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

DL adresbeheer (huisnummers)

4 juni 2018

4 juni 2018

stadsontwikkeling/ mobiliteit

4 juni 2018

12 juni 2018


Toetsing aan de voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de binnenstad van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Leien en de Kleine Ring.

In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:

- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;

- de eigen aard van het betrokken gebied;

- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

         De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)
    De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
    De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
    De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)
    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
    • Artikel 21:minimale hoogte van ruimten:

de leefruimte van het appartement op het gelijkvloers heeft slechts een hoogte van 2,39 meter waar 2,60 meter vereist is.

  • Artikel 28:buitenruimten:

De bruikbare nettovloeroppervlakte van de terrassen op +2 en +3 is slechts 3,8 m² in plaats van de vereiste 4 m².

  • Artikel 29 fietsstalplaatsen en Fietsparkeerplaatsen:

De fietsstalplaats in de kelder is niet bereikbaar met de fiets.

  • Artikel 28 Buitenruimten: de buitenruimte op 2de en 3de verdieping halen geen bruikbare minimale 4 m²
  • Artikel 30 Autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen:

Er zijn geen autoparkeerplaatsen voorzien waar er vier plaatsen vereist zijn.

  • Artikel 38 groendaken:

Het nieuwe dak van het gelijkvloers heeft een oppervlakte van 46 m² maar geen groendak.

  • Raamprostitutie: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Raamprostitutie’ (verder genoemd verordening raamprostitutie), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 21 september 2009 en goedgekeurd bij besluit van 17 december 2009.
    De verordening raamprostitutie is niet van toepassing op de aanvraag.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De gelijkvloerse verdieping wordt uitgebouwd tot een diepte van 22,5 meter wat niet kenmerkend is voor een woonfunctie in deze omgeving. De scheidingsmuur langs de rechterzijde wordt op een onaanvaardbare manier opgetrokken: over een diepte van 7,60 meter met een hoogte van 3,30 meter. Hierbij zijn er tegenstrijdigheden op te merken tussen het inplantingsplan enerzijds en het terreinprofiel/grondplan anderzijds.

Waar er in bestaande toestand nog tuin aan tuin aanwezig is, wat mee bijdraagt tot de kwaliteit van wonen in het bouwblok, wordt dit nu gereduceerd tot een beperkt stuk. De uitbreiding draagt daarnaast ook nog eens toe aan het vergroten van de aanwezige verharding.

Verschillende elementen tonen ook aan dat de draagkracht van het perceel overschreden wordt: in de aanvraag is er onvoldoende ruimte voor een bereikbare fietsenstalling, zijn de buitenruimten onvoldoende groot. De woning op de zolder  voldoet niet aan artikel 22 van de bouwcode gezien de netto vloeroppervlakte van de woning slechts 26 m² met vrije hoogte van minstens 2,60 m bedraagt. Doordat het vermeerderen naar 4 appartementen niet op een kwaliteitsvolle manier en volgens de voorschriften kan gebeuren, kan logischerwijs aangetoond worden dat het ruimtegebruik van het perceel overschreden wordt.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Bij het opdelen van een eengezinswoning is het belangrijk dat er opnieuw een gezin kan huisvesten. Geen van de appartementen leent zich hiertoe. We gaan van een eengezinswoning met 5 slaapkamers naar 4 appartementen waarvan eentje met eventueel 2 slaapkamers die niet allen voldoen aan de actuele eisen voor woonkwaliteit.

Door de gelijkvloerse diepte van 22,5 meter wordt het appartement hier een lange, smalle pijp. De leefruimte die middenin geplaatst wordt begint maar vanaf 8,5 m vanaf de voorgevel. Er zal geen lichtinval tot middenin kunnen komen. Doordat de woning qua hoogte niet voldoet aan de minimale eisen (slechts 2,40 m hoog) wordt deze donkere ruimte nog minder leefbaar en kwalitatief. Op de bestaande toestand was de keuken ingericht op deze locatie en voorzien van een koepel. Daarnaast sloot deze ruimte onmiddellijk aan op de tuin.

Woonkwaliteit handelt echter niet enkel over de indeling en inrichting van appartementen. Een correcte, veilige en gebruiksvriendelijke fietsenstalling maakt onlosmakelijk onderdeel uit van het gebruiksgenot van de woonfunctie. De dienst mobiliteit geeft volgende advies voor de voorziene fietsenstalling:

 “Voor de 3 bijkomende wooneenheden met 1 slaapkamer moeten 6 fietsenstallingen voorzien worden.

Er wordt een fietsenstalling ingericht in de kelder. De fietsen staan te dicht bij elkaar. De inrichtingsprincipes uit de bouwcode moeten gevolgd worden (minimum afstand tussen fietsen = 40cm)

De toegang naar de fietsenberging is niet toegankelijk voor fietsers. Om de trap te bereiken moeten een bocht van 180° genomen worden. Dit is onmogelijk met een fiets. De trap naar de kelder is slechts 61cm breed. Dit is te smal voor fietsen.

De toegang naar de fietsenstalling moet vlot en veilig kunnen gebeuren. Indien de toegang naar de fietsenberging in de kelder niet beter georganiseerd kan worden, moet de fietsenstalling ingericht worden op het gelijkvloers.”

Er kan bijgetreden worden dat de fietsenberging in de kelder niet bereikbaar is voor fietsen. Op het gelijkvloers is het niet mogelijk om de kelder in te draaien. De trap is bovendien maar 61 cm breed en dus niet vlot toegankelijk.

Hierbij kan ook nog opgemerkt worden dat een appartement met één slaapkamer en een bureel ook als 2-slaapkamerappartement kan gebruikt worden en er dus ook te weinig fietsenstalplaatsen voorzien zijn.

Ook het hebben van een bruikbare en kwaliteitsvolle buitenruimte is onlosmakelijk verbonden met het gebruiksgenot van de woonfunctie. Naast de te beperkte bruikbare oppervlakte van de terrassen van +2 en +3, kan er vanop het terras +3 ook binnengekeken worden bij het linkernaburige pand.

Het vermeerderen naar 4 appartementen is niet aanvaardbaar vanuit stedenbouwkundig oogpunt.

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van het aantal wooneenheden.

Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1

Er komen 3 wooneenheden bij.

De werkelijke parkeerbehoefte is 3 (3 x 1 = 3)

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

‘Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten. ’

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 3.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 3.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 3 plaatsen.


Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van:

  • onvoldoende woonkwaliteit en het overschrijden van de draagkracht door het opdelen van een eengezinswoning;
  • afwijken van artikel 22 van de bouwcode. De woning op de zolder heeft een netto vloeroppervlakte van slecht 26m²;
  • onvoldoende toegankelijke fietsenstalplaatsen.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

2 mei 2018

Volledig- en ontvankelijk

1 juni 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Verslag GOA

13 juli 2018

naam GOA

Helia Dezhpoor

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

0

0

0

0

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018050394

Gegevens van de aanvrager:

Dynamica Real Estate met als adres Frans Van Hombeeckplein 33 te 2600 Berchem (Antwerpen)

Ligging van het project:

Provinciestraat 153 te 2018 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 8 sectie H nr. 1108H

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag

ombouwen van een eengezinswoning naar een appartementsgebouw met vier woongelegenheden


Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 9 april 1923: vergunning (1923#15365) voor een keukenkamer
  • 16 juni 1906: vergunning (1906#1192) voor gevel – en binnenveranderingen

Laatst vergunde en bestaande toestand

  • eengezinswoning;
  • woning van drie bouwlagen onder schuin dak;
  • gelijkvloerse achterbouw reikt tot 19,50 meter bouwdiepte palend aan de linkerbuur;
  • achterbouw 1ste verdieping reikt tot 14 meter bouwdiepte palend aan de linkerbuur.

Inhoud van de aanvraag

  • het ombouwen van een eengezinswoning met een brutovloeroppervlakte van 452 m² naar een appartementsgebouw met vier woongelegenheden;
  • het uitbreiden van het gelijkvloers;
  • het appartement op het gelijkvloers heeft een nettovloeroppervlakte van 101 m²;
  • het appartement op de eerste verdieping heeft een nettovloeroppervlakte van 51 m²;
  • het appartement op de tweede verdieping heeft een nettovloeroppervlakte van 38 m²;
  • het dakappartement op de derde verdieping heeft een nettovloeroppervlakte van 38 m² waarvan 26 m² geen 2,60 onder het schuin dak;
  • het voorzien van buitenruimtes voor elk appartement;
  • het inrichten van een fietsenparkeerplaats in de kelder.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.