Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Adviezen
Externe
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - Vg, Agentschap Onroerend Erfgoed Antwerpen monumenten en archeologie |
23 april 2018 |
9 mei 2018 |
Geen advies nodig |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
23 april 2018 |
9 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
23 april 2018 |
4 mei 2018 |
|
stadsontwikkeling/ vergunningen/ dienst milieuvergunningen |
23 april 2018 |
26 april 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit en verkeer |
23 april 2018 |
3 mei 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend punt:
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Deze aanvraag omvat een functiewijziging van een deel van de bestaande kantoren naar schoollokalen. De reeds vergunde school op het gelijkvloers wordt zo uitgebreid met ruimtes op de eerste en tweede verdieping. Deze herbestemming is functioneel inpasbaar in deze site en de ruimere woonomgeving.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De werken beperken zich hoofdzakelijk binnen het bestaande en vergunde volume. Een nieuwe buitentrap doet dienst als tijdelijke evacuatieweg in functie van de brandveiligheid. De typologie van het gebouw laat een schoolfunctie toe zonder grote ingrepen. Er zijn geen stedenbouwkundige bezwaren tegen het voorgestelde programma.
Visueel-vormelijke en cultuurhistorische aspecten
De dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg geeft volgend advies:
“Inleiding:
De aanvraag heeft betrekking op een complex dat werd vastgesteld als bouwkundig erfgoed van 14/09/2009 tot heden. Artikel 5§1 van de stedenbouwkundige verordening bouwcode stad Antwerpen stelt dat de wijziging van de bestaande toestand onderworpen wordt aan de wenselijkheid van het behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde. Dit geldt zowel voor het exterieur als het interieur.
Conform art. 5§2 van de stedenbouwkundige verordening – bouwcode dd. 25 oktober 2014 moet de beschrijvende nota van de bouwaanvraag voldoende informatie bevatten over het cultuurhistorisch profiel van de aanwezige elementen zodat vergunningverlenende overheid deze kan afwegen. Afhankelijk van de aard en omvang van de geplande werken kan er een CHE-rapport gevraagd worden met een meer uitgebreide bouwhistorische en beschrijvende studie van het gebouw.
Aan de beschrijvende nota werd een cultuurhistorische evaluatierapport toegevoegd. Dit rapport dateert van november 2017 en werd opgemaakt door Monumenta bvba in opdracht van Go! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. De aanvraag voldoet dan aan artikel 5§2.
Beoordeling: A. Cultuurhistorische waardestelling
De aanvraag heeft betrekking op een deel van een complex dat initieel werd opgericht als een congregatieklooster en pension voor dames (1900-1946) door de Soeurs de l’Espérance, een van oorsprong Franse zusterorde die zich toelegde op ziekenzorg aan huis. In 1947 werden de gebouwen omgevormd tot algemeen ziekenhuis onder de benaming “Kliniek Heilige Familie”. De zusterorde, inmiddels omgedoopt tot Soeurs de la Sainte-Famille, verliet in 1968 het complex, dat verder bleef functioneren als “Medisch Instituut Lamorinière”. In 1987 vormde de elektriciteitsmaatschappij E.B.E.S (nu IMEA) het vroegere ziekenhuis om tot kantoren. Tijdens de omvorming tot ziekenhuis en kantoor ging (een deel van) het interieur verloren.
Het klooster met kapel bestaat uit een U-vormig gebouwencomplex dat een souterrain en drie bouwlagen omvat onder leien schilddaken. Het langgerekt gevelfront strekt zich over een breedte van vijftien traveeën uit aan de Lamorinièrestraat, de vleugels waarvan de kapel de westelijke vormt palen aan een beboomde tuin. Deze reikt vandaag tot de Boomgaardstraat.
De statige lijstgevel die aan een volkomen symmetrische compositie beantwoordt, heeft een verzorgd parement uit roomkleurige Silezische brikken, geaccentueerd door rode baksteen voor speklagen, ontlastingsbogen en mozaïeken. Witte natuursteen is eveneens gebruikt voor speklagen en verder voor bewerkte onderdelen als sluitstenen, hoekblokken, kraagstenen, omlijstingen, waterlijsten, frontons en postamenten, blauwe hardsteen voor de plint, puilijst en doorgetrokken lekdrempels. Horizontaal geleed door de puilijst en het klassieke hoofdgestel met houten kroonlijst op klossen, worden de bovenverdiepingen verticaal geritmeerd door steekbooglisenen. De klemtoon ligt op het middenrisaliet met het inkomportaal, en de brede zijrisalieten met drielichten, die worden gemarkeerd door frontons in de topgeleding, en opvallend bekroond door grote dakkapellen met driehoekig fronton, postamenten en topstuk. Verder is de opstand opgebouwd uit registers van steekboogvensters met sluitsteen en hoekblokken op begane grond en tweede verdieping, en rechthoekige vensters met waterlijst op de eerste verdieping. Het getoogde inkomportaal onderscheidt zich door een sluitsteen met scheepsanker, als symbool van de hoop het embleem van de Soeurs de l’Espérance. De houten inkomdeur met smeedijzeren waaier waarin een radmotief, en de smeedijzeren souterraintralies zijn bewaard; het vensterschrijnwerk is vernieuwd.
De sobere gevels aan de binnentuin, negen traveeën breed voor de hoofdvleugel met middenrisaliet, en tien traveeën voor de oostvleugel, kenmerken zich door een gelijkaardige ordonnantie en materiaalgebruik. De kapel aan de westzijde vormt een eenbeukige constructie van zes traveeën met driezijdige sluiting, aanleunende sacristie en een klokkentorentje als dakruiter. De opstand wordt geritmeerd door steunberen en hoge spitsboogtweelichten onder een ronde oculus in de bovenbouw.
Het object/ complex heeft cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectuurhistorische waarde. Het interieur heeft nog slechts een geringe architectuurhistorische waarde.
B. Afweging:
Het voormalige kloostergebouw maakt deel uit van een grotere site die zich uitstrekt tussen de Lamorinièrestraat en de Boomgaardstraat. De zuidelijke helft van de site, thans parking en parktuin, zal worden afgesplitst voor de bouw van een woonzorgcentrum, en maakt geen deel uit van deze aanvraag. In het U-vormig kloostergebouw aan de Lamorinièrestraat is momenteel distributienetbeheerder IMEA gevestigd. In 2018 verlaat IMEA de site, waarna in het gebouw twee basisscholen ondergebracht zullen worden. De begane grond van de linkervleugel is reeds gedeeltelijk in gebruik genomen door de Steinerschool Antwerpen.
De herbestemming en herinrichting van kantorenvleugel naar scholenvleugels is aanvaardbaar. De erfgoedwaarden worden gerespecteerd.
Wij adviseren om de trappenpartij in afwachting van een gehele herbestemming tot scholencomplex tijdelijk te vergunnen. Op termijn moet de trappenpartij ifv brandveiligheid intern worden opgelost. Deze werkt immers beeldverstorend voor de architecturaal waardevolle gebouwencomplex en de waardevolle parktuin.
Het vensterschrijnwerk werd zeer onoordeelkundig vernieuwd. Zowel door zijn materialisatie, indeling als uitvoering doet het afbreuk aan de statige lijstgevels met verzorgd parament uit roomkleurige Silezische brikken, geaccentueerd door rode bakstenen en witte natuursteen. Wij adviseren om het buitenschrijnwerk uit te sluiten uit te vergunning.”
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt worden de aandachtspunten van de dienst monumentenzorg integraal bijgetreden en opgenomen als voorwaarden bij de vergunning. De aangevraagde buitentrap wordt slechts als tijdelijke constructie vergund en het aluminium buitenschrijnwerk wordt uitgesloten van de vergunning.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Er kan uit de plannen niet eenduidig afgeleid worden of de klaslokalen voldoen aan de normen toegankelijkheid inzake de toegangsdeuren van deze lokalen. Conform artikel 22 moeten de toegangsdeuren een minimale doorgangsbreedte van 85 cm hebben. Van dit voorschrift kan met betrekking tot gebruiksgemak niet afgeweken worden. Dit wordt bijgevolg opgelegd als voorwaarde voor vergunning.
Mits het naleven van de gestelde voorwaarden, voldoet het project aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot. De geplande verbouwingswerken zijn niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats.
Door de stedelijke dienst ‘milieuvergunningen’ werd volgend advies gegeven:
“Voor de exploitatie van de school (lozing huishoudelijk afvalwater, stookinstallatie, airconditioningsinstallatie,…) is er mogelijks een melding of vergunningsaanvraag noodzakelijk.”
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen. Uit het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit: “De parkeerbehoefte wordt bepaald op de functiewijziging van kantoor naar school. Er worden op de 1ste en de 2de verdieping van de linkervleugel 5 klassen voorzien. Voor het basisonderwijs wordt gewerkt met een parkeernorm van 0.75/ leslokaal. Voor de 5 klassen komt dat neer op een parkeerbehoefte van 4 (5 x 0.75= 3.75). De werkelijke parkeerbehoefte is 4.”
|
|
De plannen voorzien in 0 bijkomende nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. “Er zijn +/- 100 nuttige parkeerplaatsen op het eigen terrein. ” Deze blijven ongewijzigd.
|
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 4. Er is een parkeerterrein aanwezig op het perceel te bereiken via de Boomgaardstraat. Dit parkeerterrein wordt gebruikt door de kantoren in het betreffende pand. Opgelegd wordt dat er 4 vergunde parkeerplaatsen moeten gereserveerd worden voor de aangevraagde uitbreiding van de school.
|
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 4 – 4 = 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus niet van toepassing.
|
Het advies mobiliteit bevat ook het volgende over de fietsvoorzieningen:
“Voor lagere schoolklassen moeten er 9 fietsstalplaatsen per klaslokaal voorzien worden.
Dat komt voor de 5 klassen neer op 45 fietsstalplaatsen.
Er zijn geen fietsstalplaatsen voorzien.”
Conform artikel 29 van de bouwcode moeten deze fietsstalplaatsen voorzien worden. Bij de vergunning wordt dan ook opgelegd om voor de aangevraagde bijkomende klaslokalen 45 fietsstalplaatsen te voorzien in een fietsenstalling op het terrein. Deze stalplaatsen moeten overdekt zijn met een maatvoering die een comfortabel gebruik mogelijk maakt.
In de beschrijvende nota stelt de architect dat deze aanvraag kadert in een grote totaalrenovatie van het gebouw. Laat dit een aanleiding zijn om in de daarbij bijhorende vergunningsaanvraag een algemene oplossing voor de fietsenvoorzieningen te voorzien.
Advies aan het college
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Voorwaarden
Uitsluitingen
Geen vergunning wordt verleend voor het buitenschrijnwerk (aluminium) in de gevels.
Geldigheidsduur
De trappenpartij tegen de kop van de zijvleugel, mag niet langer dan tot 15 juni 2020 in stand blijven. De afbraak- en herstelwerken zullen beëindigd zijn ten laatste 30 juni 2020.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
19 maart 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
19 april 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
16 juni 2018 |
|
Verslag GOA |
23 mei 2018 |
|
naam GOA |
Karel Bauwens |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Bevraging aanpalenden
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018028665 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
STEINERSCHOOL ANTWERPEN BASISSCHOLEN met als adres Volkstraat 40 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Lamorinièrestraat 231 te 2018 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 6 sectie F nr. 1349L29 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
wijzigen van de bestemming van kantoorvleugel naar klassenvleugel |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand en bestaande toestand:
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Uitsluitingen
Geen vergunning wordt verleend voor het buitenschrijnwerk (aluminium) in de gevels.
Geldigheidsduur
De trappenpartij tegen de kop van de zijvleugel, mag niet langer dan tot 15 juni 2020 in stand blijven. De afbraak- en herstelwerken zullen beëindigd zijn ten laatste 30 juni 2020.
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.