Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
19 april 2018 |
17 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
19 april 2018 |
23 april 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
19 april 2018 |
19 april 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De Haantjeslei en omgeving wordt gekenmerkt door één – en meergezinswoningen in gesloten bebouwing. De bestaande meergezinswoning, die uitgebreid wordt met een dakstudio, is functioneel inpasbaar in de omgeving.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Het bestaande pand is momenteel lager dan de kenmerkende bebouwing in de straat en de flankerende panden. De beoogde daklaag bevindt zich bijgevolg tussen de hoger opgaande, blinde scheimuren van de aanpalende bebouwing en is inpasbaar in de omgeving.
De uitbreiding van de bestaande meergezinswoning met één extra wooneenheid, overstijgt de draagkracht ven het perceel niet, noch die van de omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
De gevelwijzigingen beperken zich tot de daklaag, de afwerking met zink is sober en inpasbaar in het referentiebeeld.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De dakstudio voldoet aan de actuele eisen inzake hedendaags gebruiksgenot.
Het dakterras aan de zijde van de Hertsdeinstraat is klein maar biedt een grote meerwaarde aan de bewoners zonder de privacy naar de omgeving te schenden.
Vastgesteld wordt dat het nieuwe dak niet wordt aangelegd als groen dak conform artikel 38 van de bouwcode. Vanuit duurzaamheid heeft een groen dak een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van een gewoon dak. Ze zorgen voor een kleinere hoeveelheid afgevoerd regenwater en beperken gelijktijdig het piekdebiet bij stortbuien. Ook verminderen ze het “urban heat island” effect en werken ze als (extra) dakisolatie tegen oververhitting. Ze capteren fijn stof, en zorgen voor meer biodiversiteit in de stad. Omwille van dit positief effect is het verplicht om het nieuwe platte dak ten minste als extensief groen dak aan te leggen. Dit wordt dan ook opgelegd als voorwaarde bij het verlenen van deze vergunning.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen.
De aanvraag betreft het uitbreiden van een meergezinswoning. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van 3 naar 4 appartementen. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1.
Er verdwijnt door de verbouwing 1 parkeerplaats. Deze wordt bijgeteld bij de parkeerbehoefte. Bestaande parkeerplaatsen moeten maximaal behouden worden. De werkelijke parkeerbehoefte is 2.
|
|
De plannen voorzien geen extra nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. Bijkomend wordt er een van de drie vergunde parkeerplaatsen geschrapt.
Het inrichten van een ruime fietsenberging en afvalberging op de gelijkvloerse verdieping, betekent dat er één van de drie vergunde parkeerplaatsen geschrapt wordt op dit perceel. Gelet op de vorm van het perceel (afgeschuinde gevellijn) en de beperkte perceelsbreedte (5m79) wordt deze parkeerplaats in bestaande toestand niet gebruikt.
De beoogde ingreep, die een nadelig effect heeft op de parkeerbalans in de omgeving, is in dit geval stedenbouwkundig aanvaardbaar gezien de verbetering van het woon -en gebruikscomfort, de veiligheid op straat en het feit dat de aanvraag volledig in de lijn ligt van het STOP-principe en het stimuleren van het fietsgebruik in de stad.
|
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
‘De grootte en/of vorm van het perceel leidt ertoe dat 1 van de 2 bestaande parkeerplaatsen in realiteit niet gebruikt wordt in de bestaande toestand. De perceelsbreedte bedraagt 5m79 en de voorgevel loopt schuin dus de vorm van het perceel laat het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet toe.’
|
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 0 = 2.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2 – 0 = 2. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 29 mei 2017. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 2 plaatsen.
|
Fietsvoorzieningen:
Voor het bijkomende appartement moeten 2 fietsstalplaatsen voorzien worden:
- 1 appartement met 1 slaapkamer = 1 x 2 (1 slaapkamer + 1 extra) = 2
Er worden 2 fietsstalplaatsen voorzien in de garage op het gelijkvloers.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Voorwaarden
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
20 maart 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
19 april 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
17 juni 2018 |
|
Verslag GOA |
25 mei 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018033645 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer Kristoffel Francois met als adres Korte Vlierstraat 13 te 2000 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Haantjeslei 5 te 2018 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 10 sectie K nr. 1673R4 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
uitbreiden van een meergezinswoning met een woongelegenheid |
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand en bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.