Terug

2018_CBS_05114 - Omgevingsvergunning - OMV_2018033645. Haantjeslei 5 . District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 08/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05114 - Omgevingsvergunning - OMV_2018033645. Haantjeslei 5 . District Antwerpen - Goedkeuring 2018_CBS_05114 - Omgevingsvergunning - OMV_2018033645. Haantjeslei 5 . District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

19 april 2018

17 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

 Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ mobiliteit

19 april 2018

23 april 2018

DL adresbeheer (huisnummers)

19 april 2018

19 april 2018

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen 

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. 

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’ 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) 

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling. 

         De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan. 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)
    De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
    De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
    De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag. 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)
    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
    • Artikel 30: Autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen: in de bestaande toestand is er plaats voor 3 parkeerplaatsen, in de nieuwe toestand verdwijnt er een parkeerplaats ten voordele van een afvalberging en 2 fietsstalplaatsen;
    • Artikel 38: Groendaken: het is niet aangegeven op de plannen of het nieuwe dak een groen dak wordt; 

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode. 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening 

Functionele inpasbaarheid

De Haantjeslei en omgeving wordt gekenmerkt door één – en meergezinswoningen in gesloten bebouwing. De bestaande meergezinswoning, die uitgebreid wordt met een dakstudio, is functioneel inpasbaar in de omgeving. 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Het bestaande pand is momenteel lager dan de kenmerkende bebouwing in de straat en de flankerende panden. De beoogde daklaag bevindt zich bijgevolg tussen de hoger opgaande, blinde scheimuren van de aanpalende bebouwing en is inpasbaar in de  omgeving.

De uitbreiding van de bestaande meergezinswoning met één extra wooneenheid, overstijgt de draagkracht ven het perceel niet, noch die van de omgeving. 

Visueel-vormelijke elementen

De gevelwijzigingen beperken zich tot de daklaag, de afwerking met zink is sober en inpasbaar in het referentiebeeld. 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De dakstudio voldoet aan de actuele eisen inzake hedendaags gebruiksgenot.

Het dakterras aan de zijde van de Hertsdeinstraat is klein maar biedt een grote meerwaarde aan de bewoners zonder de privacy naar de omgeving te schenden. 

Vastgesteld wordt dat het nieuwe dak niet wordt aangelegd als groen dak conform artikel 38 van de bouwcode. Vanuit duurzaamheid heeft een groen dak een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van een gewoon dak. Ze zorgen voor een kleinere hoeveelheid afgevoerd regenwater en beperken gelijktijdig het piekdebiet bij stortbuien. Ook verminderen ze het “urban heat island” effect en werken ze als (extra) dakisolatie tegen oververhitting. Ze capteren fijn stof, en zorgen voor meer biodiversiteit in de stad. Omwille van dit positief effect is het verplicht om het nieuwe platte dak ten minste als extensief groen dak aan te leggen. Dit wordt dan ook opgelegd als voorwaarde bij het verlenen van deze vergunning. 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein). 

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen. 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen.

 

De aanvraag betreft het uitbreiden van een meergezinswoning.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van 3 naar 4 appartementen. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1.

 

Er verdwijnt door de verbouwing 1 parkeerplaats. Deze wordt bijgeteld bij de parkeerbehoefte.

Bestaande parkeerplaatsen moeten maximaal behouden worden.

De werkelijke parkeerbehoefte is 2.

 

De plannen voorzien geen extra nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Bijkomend wordt er een van de drie vergunde parkeerplaatsen geschrapt.

 

Het inrichten van een ruime fietsenberging en afvalberging op de gelijkvloerse verdieping, betekent dat er één van de drie vergunde parkeerplaatsen geschrapt wordt op dit perceel. Gelet op de vorm van het perceel (afgeschuinde gevellijn) en de beperkte perceelsbreedte (5m79) wordt deze parkeerplaats in bestaande toestand niet gebruikt.

 

De beoogde ingreep, die een nadelig effect heeft op de parkeerbalans in de omgeving, is in dit geval stedenbouwkundig aanvaardbaar gezien de verbetering van het woon -en gebruikscomfort, de veiligheid op straat en het feit dat de aanvraag volledig in de lijn ligt van het STOP-principe en het stimuleren van het fietsgebruik in de stad.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

‘De grootte en/of vorm van het perceel leidt ertoe dat 1 van de 2 bestaande parkeerplaatsen in realiteit niet gebruikt wordt in de bestaande toestand.

De perceelsbreedte bedraagt 5m79 en de voorgevel loopt schuin dus de vorm van het perceel laat het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet toe.’

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 0 = 2.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2 – 0 = 2.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 29 mei 2017. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 2 plaatsen.

 

Fietsvoorzieningen:

Voor het bijkomende appartement moeten 2 fietsstalplaatsen voorzien worden:

-           1 appartement met 1 slaapkamer = 1 x 2 (1 slaapkamer + 1 extra) = 2

 

Er worden 2 fietsstalplaatsen voorzien in de garage op het gelijkvloers. 

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen 

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden. 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden 

Voorwaarden

  1. de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  2. het nieuwe platte dak aan te leggen als groendak;
  3. na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

20 maart 2018

Volledig- en ontvankelijk

19 april 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

17 juni 2018

Verslag GOA

25 mei 2018

naam GOA

Brenda Dierckx

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. 

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten 

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

0

0

0

0

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. 

Projectnummer :

OMV_2018033645

Gegevens van de aanvrager:

de heer Kristoffel Francois met als adres Korte Vlierstraat 13 te 2000 Antwerpen

Ligging van het project:

Haantjeslei 5 te 2018 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 10 sectie K nr. 1673R4

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

uitbreiden van een meergezinswoning met een woongelegenheid

Omschrijving aanvraag

 

Stedenbouwkundige handelingen 

Relevante voorgeschiedenis

  • 23/06/1967: vergunning (18#50056) voor een verbouwing. 

Laatst vergunde toestand en bestaande toestand

  • de laatst vergunde toestand is gelijk aan de bestaande toestand met uitzondering van het gebruikte materiaal van de ramen.
  • de houten ramen in voor- en achtergevel werden vervangen door pvc schrijnwerk;
  • de meergezinswoning telt 4 bouwlagen onder plat dak;
  • op het gelijkvloers zijn er 3 garagepoorten en is er plaats om 3 auto’s te stallen;
  • op de 1ste, 2de en 3de verdieping is er telkens een appartement met eenzelfde indeling. 

Inhoud van de aanvraag

  • het betreft het uitbreiden van een meergezinswoning met een extra woongelegenheid op een nieuwe dakverdieping;
  • de nieuwe verdieping springt zowel aan voor- als achtergevel beperkt terug en wordt voorzien van een plat dak;
  • de gevelvlakken van het nieuwe volume worden afgewerkt met gepatineerd zink en voorzien van pvc buitenschrijnwerk;
  • op de gelijkvloerse verdieping wordt een afvalberging voorzien en ruimte voor 2 fietsen in het deel van de garage aan de zijde van de Hertsdeinstraat. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;   
  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • het nieuwe platte dak aan te leggen als groendak;
  • na uitvoering van de werken te voldaan aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.