Terug

2018_CBS_05120 - Omgevingsvergunning - OMV_2018031224. Ruckersplaats 6 te 2000 Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 08/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05120 - Omgevingsvergunning - OMV_2018031224. Ruckersplaats 6 te 2000 Antwerpen - Goedkeuring 2018_CBS_05120 - Omgevingsvergunning - OMV_2018031224. Ruckersplaats 6 te 2000 Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

Adviezen

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - Vg, Agentschap Onroerend Erfgoed Antwerpen monumenten en archeologie

26 april 2018

Geen tijdig advies ontvangen

Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

26 april 2018

24 mei 2018

Geen bezwaar

lokale politie/ verkeerspolitie (LP/VK/SE)

26 april 2018

3 mei 2018

Gunstig


Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg

26 april 2018

3 mei 2018

stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ archeologie

26 april 2018

3 mei 2018

stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen

26 april 2018

1 juni 2018


Toetsing aan de voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Binnenstad", goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel  1:   zone voor wonen - (wo1) en in een artikel  7:   zone voor groen - (gr).

Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

         De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)
    De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
    De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
    De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening voetgangersverkeer.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)
    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de bouwcode.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De aanvraag betreft de heraanleg van de Ruckersplaats. De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de inhoud van de aanvraag geen impact heeft op de parkeerbehoefte.

Visueel-vormelijke elementen

De verharding wordt georganiseerd op een centrale as, een looplijn die de uiterste zijden van het plein met elkaar verbindt. Van hieruit vertrekken er vertakkingen die de looplijn verbindt met de ingangen van de woningen.

Om de hoogteverschillen op het plein op te vangen en bodemverzet rond de bestaande bomen te voorkomen, worden er keermuren voorzien. Deze keermuren fungeren tevens als zitelementen.

Op enkele plaatsen wordt er bovenop de keermuur een houten zitbank met rugleuning voorzien.

De aanvraag is stedenbouwkundig aanvaardbaar en verenigbaar met de goede ordening van de plaats.

Cultuurhistorische aspecten

De tussen 1978 en 1988 gerealiseerde Vleeshuiswijk is één van de meest bekende voorbeelden van de sociale stadsvernieuwing, die vanaf midden jaren zeventig het licht zag. In 1988 kreeg de wijk de prijs Europa Nostra, de prijs van de Europese Unie voor Cultureel Erfgoed voor de voorbeeldige restauratie en herwaardering van de binnenstad. De wijk is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De vormgeving kan bestempeld worden als een uitzonderlijk grootschalig voorbeeld van integratiearchitectuur, die zich qua volumes, materiaal en structuur inschrijft in de omgeving, maar eigentijds is van vormgeving.

Het aanlegplan volgt het traditionele concept van het gesloten bouwblok, met twee grote binnenpleinen. De Ruckersplaats is één van deze binnenpleinen. Bepalend voor de erfgoedwaarde van het bouwkundig geheel is het circulatiepatroon (inclusief trappartijen en materialiteit), evenals de inplanting van de architecturale volumes (met gesloten straatwanden en gemeenschappelijke, groene binnenpleinen), de verticale ritmering en het silhouet van de gevelarchitectuur en het dakenlandschap.

Gezien de ligging van de aanvraag in een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde en de opname van in de aanvraag betrokken elementen in de Inventaris van het cultuurbezit in België, moet de impact van de aanvraag op de erfgoedwaarde beoordeeld worden en staat de wenselijkheid van behoud voorop.

Het binnenplein blijft in het nieuwe ontwerp een groene en gemeenschappelijke ontmoetingsruimte voor bewoners, vanuit dat standpunt verandert er niets aan de oorspronkelijke functie en het opzet van het binnenplein, zoals omschreven in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. Het voorliggend ontwerp is in overeenstemming met de omschreven erfgoedkarakteristieken.

De geplande werken zijn gelegen in een zone die op de Lokale Archeologische Advieskaart wordt aangegeven als onderzoeksgebied. Meer bepaald is de projectzone gelegen binnen de grenzen van de Ruienstad van de 9de-10de eeuw, gekenmerkt door een langdurige bewoningsgeschiedenis.

Vanwege de beperkte nieuwe ingreep buiten gabarit (< 100m²) vallen de werken volgens het Onroerenderfgoeddecreet van 2013 buiten de drempelwaarden voor de verplichte opmaak van de archeologienota. Anderzijds wordt verwacht dat vanwege de ligging in de historische binnenstad tijdens de werken archeologische resten aan het licht kunnen komen. Omwille van de kans op vondsten worden werfcontroles en vondstmeldingsplicht als voorwaarden opgelegd.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Het concept vertrekt vanuit de toegangen naar de appartementen en de looplijnen naar die toegangen. Er wordt een breed pad voorzien als centrale as, met vertakkingen naar de ingangen van de woningen en verbredingen op plaatsen waar gebruikers elkaar kunnen ontmoeten. Het centrale pad en de individuele toegangen worden in helling gelegd zodat het volledige plein integraal toegankelijk wordt, zonder trappen of steile hellingen.

Mits voldaan aan de gestelde voorwaarden, voldoet de aanvraag aan de actuele eisen inzake veiligheid en gebruiksgenot.

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

Voorwaarden

  1. de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  2. de bouwheer meldt vooraf de start van de werken aan de stedelijke archeologische dienst (archeologie@stad.antwerpen.be);
  3. de bouwheer laat werfcontroles toe door stadsarcheologen;
  4. in geval van toevalsvondsten wordt de stedelijke archeologische dienst dadelijk op de hoogte gesteld.
  5. de tijd tussen rooien van bestaande struiken en nieuwe aanplant moet zo kort mogelijk gehouden worden op een plek die vooral groen ingevuld is.
  6. de bestaande hoogstammige bomen die worden behouden moeten afdoende beschermd worden tijdens de werken :
    • er mag niet gegraven, gereden of gewerkt worden binnen de kroonprojectie, deze wordt waar mogelijk volledig afgeschermd met een vast hekwerk van 2 meter hoog. Binnen deze zone mag geen enkele werfactiviteit plaatsvinden, ook geen stockage van materialen;
    • bij werken binnen de kroonprojectie wordt de boom alsnog beschermd door een kleinere oppervlakte of enkel de stam af te schermen;
    • Bij grondwaterverlaging wordt een gepaste irrigatie voorzien in samenspraak met de boombeheerder;
    • de vrije werkhoogte onder bomen is beperkt. Aangepast materiaal moet gebruikt worden. De takken mogen niet geraakt worden door bijvoorbeeld een kraanarm. Er mogen geen kabels door de kruin gespannen worden;
    • wortels die vrij komen te liggen worden onmiddellijk afgedekt met een 15 cm dikke laag humusrijke grond, geen zand of puin;
    • terreinophogingen of –afgravingen binnen de kroonprojectie zijn enkel bij uitzondering toegestaan, en dan enkel indien voorgeschreven in het bestek;
    • verdichting van de bodem moet zich beperken tot de op plan aangeduide zones, als er op het plan geen zones werden aangeduid mag er niet worden verdicht;
    • wortels dikker dan enkele centimeters worden altijd gesnoeid met handgereedschap en dwars op de wortel. Dikkere wortels worden afgezaagd tot op een vertakking;
    • gestelwortels mogen nooit afgestoken worden met de kraanbak;
    • tijdelijke bouwwegen binnen de kroonprojectie zijn enkel toegelaten indien deze in het bestek werden voorgeschreven. In dat geval zijn rijplaten verplicht;
    • bij beschadiging van wortels, takken en/of stam is de aannemer verplicht dit onmiddellijk aan de boombeheerder en de opdrachtgever te melden. Toegebrachte schade dient door de veroorzaker vergoed te worden;
    • bomen mogen enkel worden gesnoeid in samenspraak met de opdrachtgever en uitgevoerd door een gediplomeerd boomverzorger;

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

26 maart 2018

Volledig- en ontvankelijk

25 april 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Verslag GOA

1 juni 2018

naam GOA

Helia Dezhpoor

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018031224

Gegevens van de aanvrager:

de heer Johan Pieraerts voor de stad Antwerpen, met als adres Grote Markt 1 te 2000 Antwerpen

Ligging van het project:

Ruckersplaats 6 te 2000 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 1 sectie A nrs. 2428B, 2428L en 2428P

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag

rooien van enkele bomen, aanplanten van twee inheemse lindes en opnieuw aanleggen van het plein


Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 25 november 1970: vergunning (18#53800) voor het bouwen van 141 woningen, 11 winkels en een ondergrondse parking. 

Laatst vergunde toestand – bestaande toestand

  • binnengebied met openbaar karakter;
  • het plein is enkel bereikbaar voor fietsers en voetgangers via twee onderdoorgangen;
  • op het plein zijn grote bomen en struiken aanwezig;
  • er is een padenstructuur ingericht die toegang geeft tot de woningen.

Inhoud van de aanvraag

  • rooien van enkele bomen, aanplanten van twee inheemse lindes en opnieuw aanleggen van het plein;
  • er wordt een breed pad voorzien als centrale as, met vertakkingen naar de ingangen van de woningen;
  • het centrale pad en de individuele toegangen worden in helling gelegd zodat het volledige plein integraal toegankelijk wordt;
  • om de hoogteverschillen ter hoogte van de bestaande bomen op te vangen worden betonnen zitbanken voorzien;
  • er zal minder verharding zijn dan in de bestaande toestand (ongeveer 640m² wordt ongeveer 475m² in de nieuwe toestand);
  • de riolering wordt niet vernieuwd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;
  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • de bouwheer meldt vooraf de start van de werken aan de stedelijke archeologische dienst (archeologie@stad.antwerpen.be);
  • de bouwheer laat werfcontroles toe door stadsarcheologen;
  • in geval van toevalsvondsten wordt de stedelijke archeologische dienst dadelijk op de hoogte gesteld.
  • de tijd tussen rooien van bestaande struiken en nieuwe aanplant moet zo kort mogelijk gehouden worden op een plek die vooral groen ingevuld is.
  • de bestaande hoogstammige bomen die worden behouden moeten afdoende beschermd worden tijdens de werken :
    • er mag niet gegraven, gereden of gewerkt worden binnen de kroonprojectie, deze wordt waar mogelijk volledig afgeschermd met een vast hekwerk van 2 meter hoog. Binnen deze zone mag geen enkele werfactiviteit plaatsvinden, ook geen stockage van materialen;
    • bij werken binnen de kroonprojectie wordt de boom alsnog beschermd door een kleinere oppervlakte of enkel de stam af te schermen;
    • bij grondwaterverlaging wordt een gepaste irrigatie voorzien in samenspraak met de boombeheerder;
    • de vrije werkhoogte onder bomen is beperkt. Aangepast materiaal moet gebruikt worden. De takken mogen niet geraakt worden door bijvoorbeeld een kraanarm. Er mogen geen kabels door de kruin gespannen worden;
    • wortels die vrij komen te liggen worden onmiddellijk afgedekt met een 15 cm dikke laag humusrijke grond, geen zand of puin;
    • Terreinophogingen of –afgravingen binnen de kroonprojectie zijn enkel bij uitzondering toegestaan, en dan enkel indien voorgeschreven in het bestek;
    • verdichting van de bodem moet zich beperken tot de op plan aangeduide zones, als er op het plan geen zones werden aangeduid mag er niet worden verdicht;
    • wortels dikker dan enkele centimeters worden altijd gesnoeid met handgereedschap en dwars op de wortel. Dikkere wortels worden afgezaagd tot op een vertakking;
    • gestelwortels mogen nooit afgestoken worden met de kraanbak;
    • tijdelijke bouwwegen binnen de kroonprojectie zijn enkel toegelaten indien deze in het bestek werden voorgeschreven. In dat geval zijn rijplaten verplicht;
    • bij beschadiging van wortels, takken en/of stam is de aannemer verplicht dit onmiddellijk aan de boombeheerder en de opdrachtgever te melden. Toegebrachte schade dient door de veroorzaker vergoed te worden;
    • bomen mogen enkel worden gesnoeid in samenspraak met de opdrachtgever en uitgevoerd door een gediplomeerd boomverzorger.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.